Hoofdstuk 9 van 11

Je auto in orde: banden, verlichting en onderhoud

Je auto in orde: banden, verlichting en onderhoud: een Nederlandse verkeerssituatie vanuit de bestuurdersstoel

Je auto en de onderdelen erop moeten goedgekeurd zijn en voor een auto met kenteken moet er een geldig, leesbaar keuringsbewijs zijn. Jij herkent dashboard-symbolen en controleert zelf basiszaken zoals banden, vloeistoffen, spiegels en accessoires, zodat je veilig met alle medeweggebruikers rijdt.

Waar het CBR naar vraagt: De eisen die aan de auto gesteld worden, en wat je zelf moet controleren en herkennen.

Niveau K. Je benoemt of herkent een feit of regel. Bijvoorbeeld: wat betekent dit bord?

Waarom je auto en onderdelen goedgekeurd moeten zijn

Voertuigen en onderdelen komen pas op de markt na goedkeuring; de RDW verleent of erkent die.

Je mag je auto, systemen, onderdelen, voertuigdelen, uitrustingsstukken en voorzieningen alleen verkopen als ze eerst zijn goedgekeurd. Zonder goedkeuring kan het met een ontheffing, vrijstelling of vergunning.

De Dienst Wegverkeer (RDW) verleent goedkeuring en erkent onder voorwaarden goedkeuringen uit andere landen. Een typegoedkeuring is toestemming voor een type voertuig of onderdeel.

Als de voorwaarden voor goedkeuring later veranderen, mag je ze nog op de markt brengen zolang je aan die voorwaarden voldoet. Uitzonderingen kan de minister in een ministeriële regeling aanwijzen.

In een auto-onderdelenwinkel biedt een verkoper dagrijverlichting aan zonder typegoedkeuring. Jij vraagt of er EU- of VN/ECE-goedkeuring op staat en kiest een goedgekeurd alternatief, omdat je onderdelen alleen op de markt brengt na goedkeuring, ontheffing, vrijstelling of vergunning.

Verwarring ontstaat tussen APK en typegoedkeuring; het keuringsbewijs zegt niets over onderdelen. Ook denken sommigen dat alleen RDW telt, terwijl EU- of VN/ECE-goedkeuring onder voorwaarden gelijk kan staan.

Bron: Wegenverkeerswet 1994, artikel 211 Voertuigen en systemen, onderdelen, technische eenheden, voertuigdelen, uitrustingsstukken en voorzieningen die voor dergelijke voertuigen en aanhangwagens daarvan zijn ontworpen en gebouwd en voorzieningen die ter bescherming van inzittenden van voertuigen en kwetsbare weggebruikers zijn ontworpen en gebouwd worden slechts op de markt aangeboden of in de handel gebracht nadat ze zijn goedgekeurd, nadat ze zijn goedgekeurd met een ontheffing of vrijstelling of nadat hiervoor een vergunning is verleend. 2 De goedkeuring, bedoeld in het eerste lid, kan zijn verleend als: a. EU-typegoedkeuring of individuele EU-goedkeuring indien wordt voldaan aan de daaraan gestelde eisen in de desbetreffende EU-verordening of -richtlijn in verband met de goedkeuring motorvoertuigen; b. nationale typegoedkeuring of -individuele goedkeuring indien dit bij ministeriële regeling is bepaald en wordt voldaan aan de daaraan gestelde eisen in artikel 23, derde lid ; of c. VN/ECE-goedkeuring indien wordt voldaan aan de daaraan gestelde eisen in de desbetreffende geharmoniseerde technische reglementen als bedoeld in de Overeenkomst van 1958. 3 Een ontheffing, vrijstelling of vergunning als bedoeld in het eerste lid kan zijn verleend als: a. een ontheffing, vrijstelling of vergunning in verband met EU-typegoedkeuring of individuele EU-goedkeuring indien wordt voldaan aan de daaraan gestelde voorwaarden in de desbetreffende EU-verordening in verband met de goedkeuring van motorvoertuigen; of b. een ontheffing, vrijstelling of vergunning in verband met een nationale typegoedkeuring of -individuele goedkeuring voor zover dit bij ministeriële regeling is bepaald. 4 In afwijking van het eerste lid, worden voertuigen na wijziging van de voorwaarden voor goedkeuring, slechts op de markt aangeboden of in de handel gebracht: a. indien het betreft een EU-typegoedkeuring of individuele EU-goedkeuring, zolang wordt voldaan aan de daaraan gestelde voorwaarden op grond in de desbetreffende EU-verordening of -richtlijn in verband met de goedkeuring van motorvoertuigen; b. indien het betreft een nationale typegoedkeuring of -individuele goedkeuring, zolang wordt voldaan aan de daaraan bij ministeriële regeling gestelde voorwaarden; of c. indien het betreft een VN/ECE-goedkeuring zolang wordt voldaan aan de daaraan gestelde voorwaarden in de desbetreffende geharmoniseerde technische reglement als bedoeld in de Overeenkomst van 1958. 5 In afwijking van het eerste lid, worden bij ministeriële regeling gevallen genoemd waarin voertuigen, systemen, onderdelen, technische eenheden, voertuigdelen, uitrustingsstukken en voorzieningen niet aan goedkeuring onderhevig zijn voordat ze op de markt mogen worden aangeboden of in de handel mogen worden gebracht. Lees het artikel op wetten.overheid.nl Wegenverkeerswet 1994, artikel 221 Een goedkeuring als bedoeld in artikel 21, eerste lid , of een ontheffing, vrijstelling of vergunning, bedoeld in artikel 21, derde lid, kan op aanvraag door de Dienst Wegverkeer worden verleend. 2 Een nationale typegoedkeuring of -individuele goedkeuring die is afgegeven door een goedkeuringsinstantie van een andere lidstaat van de Europese Unie wordt door de Dienst Wegverkeer gelijkgesteld met een nationale typegoedkeuring of -individuele goedkeuring indien wordt voldaan aan de voor gelijkstelling gestelde voorwaarden in de betreffende EU-verordening in verband met de goedkeuring van motorvoertuigen. 3 Het tweede lid is van overeenkomstige toepassing op een nationale typegoedkeuring of -individuele goedkeuring die is verleend door het bevoegd gezag van een andere staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte of die is verleend door het daartoe bevoegde gezag in Zwitserland indien dit voortvloeit uit de op 21 juni 1999 te Luxemburg tot stand gekomen Overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en de Zwitserse Bondsstaat inzake de wederzijdse erkenning van de overeenstemmingsbeoordeling (PbEG L 114). 4 Een EU-typegoedkeuring of individuele EU-goedkeuring, als bedoeld in artikel 21, tweede lid, onderdeel a , of een ontheffing, vrijstelling of vergunning, bedoeld in artikel 21, derde lid, onderdeel a, kan ook zijn verleend door een goedkeuringsinstantie van een andere lidstaat van de Europese Unie als bedoeld in een EU-verordening in verband met de goedkeuring van motorvoertuigen. 5 Een VN/ECE goedkeuring kan ook zijn verleend door het daartoe bevoegde gezag in een Staat die partij is bij de Overeenkomst van 1958. Lees het artikel op wetten.overheid.nl

Keuringsbewijs: wat de wet van je auto vraagt

Voor een auto of aanhangwagen waarvoor een kenteken is of moet zijn opgegeven, moet een geldig en leesbaar keuringsbewijs aanwezig zijn en bij rijden is ook de bestuurder aansprakelijk.

Heeft je motorrijtuig of aanhangwagen een kenteken, of moet dat, dan moet er een keuringsbewijs zijn afgegeven. Keuringsbewijs: bewijs dat het voertuig is goedgekeurd. Het keuringsbewijs moet voldoen aan de eisen die de RDW vaststelt en het mag niet verlopen zijn. Het moet goed leesbaar zijn. Bij overtreding zijn de eigenaar of houder aansprakelijk, en rijd je met het motorrijtuig, ook de bestuurder. Bij een aanhangwagen geldt dit voor eigenaar of houder en de bestuurder van het trekkende motorrijtuig.

Je staat op een parkeerterrein met een geleende auto. Met de kentekencheck van de RDW zie je dat de APK is verlopen. Je rijdt niet weg, want het keuringsbewijs is dan niet meer geldig; rijd je toch, dan ben jij als bestuurder aansprakelijk.

Een kentekenplaat is niet genoeg; er moet een geldig keuringsbewijs zijn. Dat is iets anders dan het kentekenbewijs. Niet elk voertuig met kenteken is APK-plichtig, en het APK-rapport hoef je niet bij je te hebben. Bij een aanhangwagen ben je als bestuurder van de trekkende auto aansprakelijk.

Bron: Wegenverkeerswet 1994, artikel 721 Voor een motorrijtuig of een aanhangwagen, waarvoor een kenteken is opgegeven dan wel dient te zijn opgegeven, dient een keuringsbewijs te zijn afgegeven. 2 Het keuringsbewijs dient: a. te voldoen aan de door de Dienst Wegverkeer vastgestelde eisen inzake inrichting en uitvoering, b. zijn geldigheid niet te hebben verloren, en c. behoorlijk leesbaar te zijn. 3 Voor overtreding van het eerste lid en het bepaalde bij of krachtens het tweede lid zijn aansprakelijk: a. voor zover het betreft een motorrijtuig, de eigenaar of houder, alsmede in het geval dat met dat motorrijtuig over de weg wordt gereden, de bestuurder, en b. voor zover het betreft een aanhangwagen, de eigenaar of houder, alsmede in het geval dat de aanhangwagen met een motorrijtuig over de weg wordt voortbewogen, de bestuurder van dat motorrijtuig. Lees het artikel op wetten.overheid.nl

APK, APK-gekeurd en APK-keuringsrapport: de termen uitgelegd

APK is de technische keuring van je auto. APK-gekeurd betekent: je auto is goedgekeurd. Het APK-keuringsrapport is het schriftelijke verslag van de keuring.

Een monteur inspecteert een auto op een hefbrug.
Een APK controleert de technische staat op dat moment. Blijf ook daarna je auto onderhouden en gebreken verhelpen.
Afbeelding vergroten

APK is de Algemene Periodieke Keuring, de technische controle van je auto. Een keurmeester doet die keuring.

APK-gekeurd betekent: je auto heeft de keuring doorstaan en er is een keuringsbewijs. Dat hoort bij APK.

Het APK-keuringsrapport is het document met de uitkomst en aandachtspunten van de keuring. Bewaar het en lees wat is genoteerd.

Bij een garage aan een woonstraat zegt de keurmeester na de keuring dat je auto APK-gekeurd is en je krijgt het APK-keuringsrapport. Je neemt het keuringsbewijs en rapport mee, leest de opmerkingen en bewaart ze. Dat moet, omdat het bewijs bij APK hoort en het rapport de uitkomst en aandachtspunten geeft.

Rapport is niet het keuringsbewijs. Het bewijs hoort bij APK-gekeurd; het rapport noteert uitkomst en aandachtspunten.

Soms verwar je een afspraak bij de garage met APK-gekeurd. Je bent dat pas na de keuring, met een keuringsbewijs, niet met het rapport.

Banden: bandenspanning, soorten en slijtage

Controleer bandenspanning en slijtage en weet of je op zomerbanden of winterbanden rijdt, en of je een bruikbare reserveband hebt.

Bandenspanning meten bij het ventiel en profieldiepte meten in een bandgroef.
Links: controleer de bandenspanning volgens de voorschriften van de auto. Rechts: meet de profieldiepte in de hoofdgroeven. Wacht met vervangen niet tot de band onveilig is.
Afbeelding vergroten

Bandenspanning is lucht in je band; te hoog of te laag maakt sturen en remmen minder voorspelbaar.

Zomerbanden zijn voor milde omstandigheden, winterbanden voor kou en sneeuw; herken het profiel en het type op je auto.

Slijtage zie je aan een vlak of ongelijk afgesleten profiel en aan scheurtjes of beschadigingen. Heeft je auto een reserveband? Dan neem je die mee en hij moet bruikbaar zijn.

Er wordt gedacht dat extra hard altijd beter is, of dat alleen profiel telt. Jij let ook op scheurtjes en voorkomt te veel of te weinig druk.

Op een koude ochtend bij een tankstation, naast je tankt een bestelauto. Jij controleert bandenspanning en kijkt naar winterbanden en schade. Je vertrekt pas met juiste spanning, omdat anders sturen en remmen onvoorspelbaar worden.

Vaak worden winterbanden pas bij sneeuw gekozen; kou telt ook. De reserveband wordt snel vergeten; jij controleert ook de spanning.

Vloeistoffen: motorolie, oliepeil en ruitensproeiervloeistof

Houd oliepeil en ruitensproeiervloeistof op peil om je motor en zicht betrouwbaar te houden.

Een oliepeilstok en het vullen van een reservoir met ruitensproeiersymbool.
Links: controleer het oliepeil volgens het instructieboekje. Rechts: vul ruitensproeiervloeistof in het juiste reservoir.
Afbeelding vergroten

Motorolie smeert en koelt de motor, en het oliepeil controleer je met de peilstok of ook via de boordcomputer. Is het niveau laag, vul je bij. Je gebruikt ruitensproeiervloeistof om je ruiten schoon te houden; vul het reservoir tijdig bij. Zeker bij slecht weer of veel snelwegkilometers.

Langs een autosnelweg, op een parkeerplaats, na veel snelwegkilometers in regen, sta je stil naast een bestuurder. Jij bekijkt het oliepeil via de boordcomputer, controleert met de peilstok, en vult motorolie bij omdat het laag is. Je vult ruitensproeiervloeistof bij, omdat je het reservoir tijdig bijvult voor schone ruiten. Die parkeerplaats hoort volgens de begripsbepalingen niet bij de autosnelweg. Je controleert met beide middelen, want het peil moet kloppen voor je bijvult.

Zeker bij slecht weer lees je soms als alleen dan. Sommigen denken dat de peilstok overbodig is. Je leest ‘of ook via de boordcomputer’ soms als ‘altijd via de boordcomputer’.

Dashboard, symbolen en hulpmiddelen

Het dashboard toont met meters en controlelampjes de staat van de auto. Met knoppen bedien je onder meer de achterruitverwarming, cruise control en het navigatiesysteem. ABS werkt automatisch; het lampje waarschuwt alleen bij een storing.

Een dashboard met oliedruk-, accu- en ABS-symbool bij stilstaande motor.
Herken de symbolen en raadpleeg het instructieboekje. Hier staat de motor nog uit; controlelampjes kunnen dan branden als zelfcontrole.
Afbeelding vergroten

Het dashboard is het paneel met meters en lampjes die je informatie geven. Elk lampje is een symbool van een onderdeel of systeem.

Start je de auto, dan hoort het ABS-lampje kort te branden; blijft het aan, dan is er een storing. ABS werkt vanzelf als je hard remt; je bedient het niet. De toerentalmeter toont hoe snel de motor draait.

Met de knop voor achterruitverwarming maak je de achterruit snel weer helder. Cruise control helpt je een snelheid vast te houden. Het navigatiesysteem geeft route-informatie en kan waarschuwen voor files of afslagen.

Je rijdt in een woonstraat bij motregen en je achterruit beslaat. Je drukt de knop voor achterruitverwarming in en controleert je zicht in de spiegel. Dat doe je, want de knop met het symbool maakt de ruit snel helder.

Je verwart de toerentalmeter met de snelheidsmeter, maar hij toont alleen motortoeren. Je denkt soms dat cruise control aanpast, maar het houdt slechts je ingestelde snelheid vast.

Na het starten zie je meerdere lampjes even branden. Dat is normaal. Ze testen of de systemen klaar zijn. Verwar de knop voor achterruitverwarming niet met de schakelaar van de achterruitwisser. De verwarming droogt en ontwasemt, de wisser veegt alleen water weg.

Spiegels en dode hoek

Stel linker buitenspiegel, rechter buitenspiegel en binnenspiegel zo af dat je dode hoek zo klein mogelijk is, en controleer altijd extra met je hoofd.

De grijze auto komt naast en achter de lesauto in de schematisch gemarkeerde dode hoek. Beide auto’s blijven rijden. Spiegelen én zelf de dode hoek controleren blijft nodig.

Je buitenspiegels links en rechts, ook zijspiegels, tonen wat naast je gebeurt. Ze tonen ook wat schuin achter je rijdt.

De dode hoek is wat je niet in je spiegels ziet. Maak daarom een korte schouderblik en let extra op kwetsbare medeweggebruikers, zoals een fietser vlak naast je.

Je nadert een kruispunt met rechts een fietsstrook, een strook op de rijbaan voor fietsers. Een fietser rijdt naast je, schuin achter je. Jij controleert de rechter buitenspiegel en maakt een korte schouderblik vóór je rechtsaf slaat. Zo voorkom je een conflict, want die fietser zit in je dode hoek.

Wat vaak misgaat: je vertrouwt alleen op spiegels en slaat de schouderblik over.

Aan het einde van de invoegstrook is het druk. Dat is een strook om in te voegen. Je controleert de linker buitenspiegel, kijkt over je linkerschouder en voegt in, want je spiegels missen de dode hoek.

Remmen en vastzetten: reminrichting, parkeerrem en losbreekreminrichting

Reminrichting, parkeerrem en bij een aanhangwagen de losbreekreminrichting zijn essentiële onderdelen die je pas na goedkeuring mag verkopen.

De reminrichting is het systeem dat je auto laat remmen en tot stilstand brengt. De parkeerrem zet je auto vast bij parkeren of stilstaan.

Rijd je met een aanhangwagen, dan kan die soms een losbreekreminrichting hebben. Dat systeem remt de aanhanger automatisch af als hij losraakt.

Het zijn onderdelen en voorzieningen voor voertuigen; je mag ze pas verkopen na goedkeuring.

Na een bocht op een provinciale weg voel je een klap bij de trekhaak en de aanhanger raakt los. Je remt met je eigen reminrichting en stopt. Dat doe je omdat de losbreekreminrichting de aanhanger zelf afremt.

Soms denkt men dat de losbreekreminrichting jouw auto afremt, maar het systeem zit op de aanhanger. Verder gaat goedkeuring over aanbieden of verkopen, niet over hoe jij de rem bedient.

Ook denk je soms dat elke aanhangwagen een losbreekreminrichting heeft. Dat klopt niet; sommige hebben het, andere niet.

Bron: Wegenverkeerswet 1994, artikel 211 Voertuigen en systemen, onderdelen, technische eenheden, voertuigdelen, uitrustingsstukken en voorzieningen die voor dergelijke voertuigen en aanhangwagens daarvan zijn ontworpen en gebouwd en voorzieningen die ter bescherming van inzittenden van voertuigen en kwetsbare weggebruikers zijn ontworpen en gebouwd worden slechts op de markt aangeboden of in de handel gebracht nadat ze zijn goedgekeurd, nadat ze zijn goedgekeurd met een ontheffing of vrijstelling of nadat hiervoor een vergunning is verleend. 2 De goedkeuring, bedoeld in het eerste lid, kan zijn verleend als: a. EU-typegoedkeuring of individuele EU-goedkeuring indien wordt voldaan aan de daaraan gestelde eisen in de desbetreffende EU-verordening of -richtlijn in verband met de goedkeuring motorvoertuigen; b. nationale typegoedkeuring of -individuele goedkeuring indien dit bij ministeriële regeling is bepaald en wordt voldaan aan de daaraan gestelde eisen in artikel 23, derde lid ; of c. VN/ECE-goedkeuring indien wordt voldaan aan de daaraan gestelde eisen in de desbetreffende geharmoniseerde technische reglementen als bedoeld in de Overeenkomst van 1958. 3 Een ontheffing, vrijstelling of vergunning als bedoeld in het eerste lid kan zijn verleend als: a. een ontheffing, vrijstelling of vergunning in verband met EU-typegoedkeuring of individuele EU-goedkeuring indien wordt voldaan aan de daaraan gestelde voorwaarden in de desbetreffende EU-verordening in verband met de goedkeuring van motorvoertuigen; of b. een ontheffing, vrijstelling of vergunning in verband met een nationale typegoedkeuring of -individuele goedkeuring voor zover dit bij ministeriële regeling is bepaald. 4 In afwijking van het eerste lid, worden voertuigen na wijziging van de voorwaarden voor goedkeuring, slechts op de markt aangeboden of in de handel gebracht: a. indien het betreft een EU-typegoedkeuring of individuele EU-goedkeuring, zolang wordt voldaan aan de daaraan gestelde voorwaarden op grond in de desbetreffende EU-verordening of -richtlijn in verband met de goedkeuring van motorvoertuigen; b. indien het betreft een nationale typegoedkeuring of -individuele goedkeuring, zolang wordt voldaan aan de daaraan bij ministeriële regeling gestelde voorwaarden; of c. indien het betreft een VN/ECE-goedkeuring zolang wordt voldaan aan de daaraan gestelde voorwaarden in de desbetreffende geharmoniseerde technische reglement als bedoeld in de Overeenkomst van 1958. 5 In afwijking van het eerste lid, worden bij ministeriële regeling gevallen genoemd waarin voertuigen, systemen, onderdelen, technische eenheden, voertuigdelen, uitrustingsstukken en voorzieningen niet aan goedkeuring onderhevig zijn voordat ze op de markt mogen worden aangeboden of in de handel mogen worden gebracht. Lees het artikel op wetten.overheid.nl

Accessoires en veiligheid: reflector, fietsdrager en veiligheidshamer

Accessoires zoals reflectoren, een fietsdrager en een veiligheidshamer zijn uitrustingsstukken die pas na goedkeuring op de markt mogen komen.

Een reflector kaatst licht terug zodat je beter zichtbaar bent. Een fietsdrager gebruik je om fietsen te vervoeren. Een veiligheidshamer breekt ruiten en snijdt gordels door bij nood. Dit zijn uitrustingsstukken en voorzieningen voor voertuigen. Aanbieden of verkopen mag pas na goedkeuring.

Naast de ingang van een sportwinkel biedt iemand een goedkope fietsdrager aan. Je koopt niet en kiest binnen een goedgekeurd model. Dat doe je, want uitrustingsstukken mogen alleen na goedkeuring worden aangeboden of verkocht.

Goedkeuring van voertuig en accessoires is niet hetzelfde. Een keuringsbewijs van de auto zegt niets over een losse drager. Ook voor aanhangwagens bedoelde voorzieningen moeten zijn goedgekeurd.

Sta je bij een tankstation waar iemand veiligheidshamers en reflectoren verkoopt. Je vraagt naar goedkeuring en ziet geen bewijs. Je koopt niet, want zonder goedkeuring mag niemand dit aanbieden of verkopen.

Verwar autokeuring niet met goedkeuring van losse accessoires of aanhangwagenvoorzieningen.

Bron: Wegenverkeerswet 1994, artikel 211 Voertuigen en systemen, onderdelen, technische eenheden, voertuigdelen, uitrustingsstukken en voorzieningen die voor dergelijke voertuigen en aanhangwagens daarvan zijn ontworpen en gebouwd en voorzieningen die ter bescherming van inzittenden van voertuigen en kwetsbare weggebruikers zijn ontworpen en gebouwd worden slechts op de markt aangeboden of in de handel gebracht nadat ze zijn goedgekeurd, nadat ze zijn goedgekeurd met een ontheffing of vrijstelling of nadat hiervoor een vergunning is verleend. 2 De goedkeuring, bedoeld in het eerste lid, kan zijn verleend als: a. EU-typegoedkeuring of individuele EU-goedkeuring indien wordt voldaan aan de daaraan gestelde eisen in de desbetreffende EU-verordening of -richtlijn in verband met de goedkeuring motorvoertuigen; b. nationale typegoedkeuring of -individuele goedkeuring indien dit bij ministeriële regeling is bepaald en wordt voldaan aan de daaraan gestelde eisen in artikel 23, derde lid ; of c. VN/ECE-goedkeuring indien wordt voldaan aan de daaraan gestelde eisen in de desbetreffende geharmoniseerde technische reglementen als bedoeld in de Overeenkomst van 1958. 3 Een ontheffing, vrijstelling of vergunning als bedoeld in het eerste lid kan zijn verleend als: a. een ontheffing, vrijstelling of vergunning in verband met EU-typegoedkeuring of individuele EU-goedkeuring indien wordt voldaan aan de daaraan gestelde voorwaarden in de desbetreffende EU-verordening in verband met de goedkeuring van motorvoertuigen; of b. een ontheffing, vrijstelling of vergunning in verband met een nationale typegoedkeuring of -individuele goedkeuring voor zover dit bij ministeriële regeling is bepaald. 4 In afwijking van het eerste lid, worden voertuigen na wijziging van de voorwaarden voor goedkeuring, slechts op de markt aangeboden of in de handel gebracht: a. indien het betreft een EU-typegoedkeuring of individuele EU-goedkeuring, zolang wordt voldaan aan de daaraan gestelde voorwaarden op grond in de desbetreffende EU-verordening of -richtlijn in verband met de goedkeuring van motorvoertuigen; b. indien het betreft een nationale typegoedkeuring of -individuele goedkeuring, zolang wordt voldaan aan de daaraan bij ministeriële regeling gestelde voorwaarden; of c. indien het betreft een VN/ECE-goedkeuring zolang wordt voldaan aan de daaraan gestelde voorwaarden in de desbetreffende geharmoniseerde technische reglement als bedoeld in de Overeenkomst van 1958. 5 In afwijking van het eerste lid, worden bij ministeriële regeling gevallen genoemd waarin voertuigen, systemen, onderdelen, technische eenheden, voertuigdelen, uitrustingsstukken en voorzieningen niet aan goedkeuring onderhevig zijn voordat ze op de markt mogen worden aangeboden of in de handel mogen worden gebracht. Lees het artikel op wetten.overheid.nl

Lading vervoeren: hoeveel mag uitsteken en wanneer moet je markeren

Met een personenauto mag lading aan elke zijkant hooguit 20 centimeter uitsteken, en voor of achter hooguit 1 meter. Lading zeker je zo dat ze bij een noodstop of uitwijken niet kan verschuiven of vallen.

Twee zachte reistassen liggen onder een bagagenet in de kofferbak, bevestigd aan de gebruikelijke bevestigingspunten.
Lichte bagage ligt laag onder een passend bagagenet. Gebruik de daarvoor bestemde bevestigingspunten en volg de voorschriften van auto en net. Zware lading kan extra zekering nodig hebben.
Afbeelding vergroten

Met een personenauto mag lading aan elke zijkant hooguit 20 centimeter uitsteken, en voor of achter hooguit 1 meter. Op een aanhangwagen of bedrijfsauto mag lading die in de lengte ondeelbaar is verder uitsteken; steekt die meer dan 1 meter voor of achter uit, dan markeer je het uiteinde met een rood-wit markeringsbord en bij donker met verlichting. Je zekert de lading zo dat niets kan verschuiven of vallen, ook niet bij een noodstop of uitwijken.

Op een bedrijventerrein laad je lange planken op een aanhangwagen; ze steken achter meer dan 1 meter uit. Je zet ze stevig vast, hangt het markeringsbord aan het uiterste punt en voegt bij donker verlichting toe, omdat uitstekende lading zichtbaar moet zijn en niet mag verschuiven. Met een personenauto zou dit niet mogen: daar mag lading niet meer dan 1 meter achter uitsteken.

Het gaat vaak mis bij details: een vlaggetje is geen markeringsbord, en in het donker hoort verlichting erbij. Je moet echt zekeren voor een noodstop.

Bron: Regeling voertuigen, artikel 5.18.61 De lading of delen daarvan moeten zodanig zijn gezekerd dat deze onder normale verkeerssituaties, waaronder begrepen volle remmingen, plotselinge uitwijkmanoeuvres en slecht wegdek, niet van het voertuig kunnen vallen of de stabiliteit van het voertuig niet in gevaar kunnen brengen. Om hieraan te voldoen moet de lading of delen daarvan zodanig worden vastgezet dat minimaal de volgende versnellings- of vertragingskrachten kunnen worden weerstaan: a. in de rijrichting: 0,8 maal het gewicht van de lading; b. in de zijwaartse richting: 0,5 maal het gewicht van de lading en bij kantelgevaar 0,6 maal het gewicht van de lading; c. in de achterwaarts richting: 0,5 maal het gewicht van de lading; In aanvulling hierop moet lading zodanig zijn gezekerd dat deze door opwaartse krachten niet van het voertuig kan vallen. 2 Losse lading die naar haar aard niet op of aan het voertuig bevestigd kan worden, moet deugdelijk zijn afgedekt indien gevaar of hinder ontstaat of kan ontstaan als gevolg van afvallende of wegwaaiende lading. 3 In afwijking van het eerste lid, moet voertuiggebonden lading, zoals voertuiguitrustingsstukken, voertuiggereedschappen en stuwagemiddelen, zodanig zijn bevestigd dat deze niet van het voertuig kan vallen. 4 In afwijking van het eerste lid, moeten verwisselbare gedragen uitrustingsstukken, afneembare bovenbouwen, gestandaardiseerde laadstructuren en meeneemheftrucks deugdelijk zijn bevestigd met geschikte vastzetsystemen, zekeringssystemen en stuwagemiddelen. 5 Vastzetsystemen, zekeringssystemen, stuwagemiddelen en onderdelen daarvan moeten goed functioneren en geschikt zijn voor het doel waarvoor ze gebruikt worden. Lees het artikel op wetten.overheid.nl Regeling voertuigen, artikel 5.18.121 Bij het vervoer van lading met een voertuig of samenstel van voertuigen: a. mag de lading niet meer dan 1,00 m achter het voertuig uitsteken; b. mag de lading niet meer dan 5,00 m achter het hart van de achterste as van het voertuig uitsteken; c. moet een deugdelijke stootbalk zijn aangebracht op niet meer dan 0,60 m voor de uiterste achterzijde van de uitstekende lading, indien de afstand van de onderzijde van de lading tot het wegdek meer bedraagt dan 0,55 m. Een stootbalk die is uitgeschoven vanwege uitstekende lading wordt niet meegerekend voor de afmetingen opgenomen in de artikelen 5.3.6, eerste lid onderdeel a , 5.12.6, eerste lid , en 5.18.11, eerste en tweede lid ; d. mag de lading niet voor het voertuig uitsteken; e. mag het zicht op de verlichting, de retroreflectoren, de richtingaanwijzers of de kentekenplaat van het voertuig niet worden belemmerd. 2 Het eerste lid, met uitzondering van onderdeel e, is niet van toepassing op samenstellen van voertuigen, zijnde kermis- of circusvoertuigen. 3 Het eerste lid, onderdeel c, is niet van toepassing op: a. voertuigen of samenstellen van voertuigen die in gebruik zijn genomen na 30 juni 1967 doch vóór 1 januari 1996; b. voertuigen in gebruik genomen vóór 1 januari 2018, indien aan de achterzijde een meeneemheftruck is bevestigd waarbij de afstand tussen de onderzijde van het achterste wiel van de meeneemheftruck en het wegdek niet meer bedraagt dan 0,50 m; en c. voertuigen in gebruik genomen na 31 december 2017, indien aan de achterzijde een meeneemheftruck is bevestigd waarbij de afstand tussen de onderzijde van de achterste rand van de meeneemheftruck en het wegdek niet meer bedraagt dan 0,65 m en deze rand zodanig vormvast is dat deze als stootbalk kan fungeren. 4 Het eerste lid, onderdeel e, is niet van toepassing, indien aan de achterzijde van de uitstekende lading op gelijke wijze als op het betrokken voertuig verlichting, retroreflectoren, richtingaanwijzers of de kentekenplaat van dat voertuig zijn aangebracht. 5 Ter ondersteuning van de lading mag de laadvloer worden verlengd voor zover daardoor de in de artikelen 5.3.6, eerste lid, onderdeel a , 5.12.6, eerste lid , en 5.18.11, eerste en tweede lid , opgenomen afmetingen niet worden overschreden. Lading mag niet uitsluitend op de laadvloerverlenging rusten. 6 In afwijking van het eerste lid, onderdeel a, mag een meeneemheftruck bevestigd aan de achterzijde van een voertuig dat is ingericht voor het vervoer van goederen: a. meer dan 1,00 m doch niet meer dan 1,20 m achter het voertuig uitsteken; b. meer dan 1,20 m doch niet meer dan 1,50 m achter het voertuig uitsteken, mits met een door de fabrikant van het voertuig of van de meeneemheftruck of met een door een carrosseriebouwer afgegeven verklaring, aanwezig op het voertuig, wordt aangetoond dat de aslasten en de last onder de koppeling van het voertuig bij belading met uitsluitend de meeneemheftruck voldoen aan artikel 5.18.18, tweede, derde of vierde lid . De verklaring bevat een aanduiding van het type meeneemheftruck. 7 In afwijking van het eerste lid, onderdelen a en b, mag de uitsteek van een afneembare bovenbouw of gestandaardiseerde laadstructuur achter het hart van de achterste as van het voertuig niet meer dan 0,5 maal de lengte van het voertuig bedragen, zoals vermeld in het kentekenregister of na meting vastgesteld, met een maximum van 5,00 m, waarbij voor een oplegger geldt dat de uitsteek van de afneembare bovenbouw of gestandaardiseerde laadstructuur achter het hart van de achterste as van het voertuig niet meer mag zijn dan 0,5 maal de afstand van hart koppeling tot achterzijde met eveneens een maximum van 5,00 m. 8 De stootbalk, bedoeld in het eerste lid, onderdeel c, mag niet breder zijn noch aan weerszijden meer dan 0,20 m smaller zijn dan: a. het voertuig op de plaats waar de stootbalk is aangebracht, dan wel b. de breedte van de breedste achteras, met inbegrip van de wielen waarbij de bolling van de banden boven het wegdek buiten beschouwing wordt gelaten. De stootbalk en de bevestiging daarvan mogen niet zodanig zijn vervormd of breuken of scheuren vertonen, dan wel door corrosie zijn aangetast, dat hierdoor functieverlies optreedt. Lees het artikel op wetten.overheid.nl Regeling voertuigen, artikel 5.18.131 In afwijking van artikel 5.18.12 mag, voor zover niet op andere wijze op het voertuig of samenstel van voertuigen dan wel voor zover niet binnen de afmetingen van het voertuig of samenstel van voertuigen kan worden geladen, bij het vervoer van in de lengte ondeelbare lading: a. de lengte van de vervoerde lading meer bedragen dan ingevolge artikel 5.18.12, eerste lid , is toegestaan, waarbij: 1°. de lading aan de achterzijde van personenauto’s, bedrijfsauto’s met een toegestane maximummassa van niet meer dan 3.500 kg en driewielige motorrijtuigen niet meer dan 1,00 m achter het voertuig mag uitsteken; 2°. de uitsteek van de lading achter het hart van de achterste as van bedrijfsauto’s met een toegestane maximummassa van meer dan 3.500 kg en aanhangwagens niet meer dan 0,5 maal de lengte van het voertuig mag bedragen, zoals vermeld in het kentekenregister of na meting is vastgesteld, met een maximum van 5,00 m, waarbij voor een oplegger geldt dat de uitsteek van de lading achter het hart van de achterste as van het voertuig niet meer mag zijn dan 0,5 maal de afstand van hart koppeling tot achterzijde met eveneens een maximum van 5,00 m; 3°. de lading aan de voorzijde van personenauto’s, bedrijfsauto’s met een toegestane maximummassa van niet meer dan 3.500 kg en driewielige motorrijtuigen niet meer dan 1,00 m voor het voertuig mag uitsteken; 4°. de lading aan de voorzijde van bedrijfsauto’s met een toegestane maximummassa van meer dan 3.500 kg niet meer dan 4,30 m voor het hart van de voorste as van het voertuig mag uitsteken; 5°. de lading niet voor de voorzijde van de aanhangwagen, niet zijnde een oplegger, mag uitsteken; 6°. de lading die voor of achter het voertuig meer dan 1,00 m uitsteekt, aan de voorzijde respectievelijk aan de achterzijde moet zijn voorzien van een markering die voldoet aan het bepaalde in bijlage VIII , artikelen 130 tot en met 133; 7°. de verwisselbare gedragen uitrustingsstukken die voor of achter het voertuig meer dan 1,00 m uitsteken, moeten aan de zijkant zijn voorzien van een zijmarkeringslicht of een ambergele retroreflector of ambergele opvallende markering, die is aangebracht op een afstand van niet meer dan 1,00 m van de uiterste voor- of achterzijde; 8°. het zicht op de verlichting, de retroreflectoren, de richtingaanwijzers of de kentekenplaat aan de achterzijde van het voertuig niet mag worden belemmerd, tenzij aan de achterzijde van de uitstekende lading op gelijke wijze als het betrokken voertuig zijn aangebracht verlichting, retroreflectoren, richtingaanwijzers of de kentekenplaat van dat voertuig; b. onverminderd het bepaalde in onderdeel a, de lengte van een trekker en oplegger, met inbegrip van de lading, indien de volledige lengte van de laadvloer wordt gebruikt voor het vervoer van ondeelbare lading, uitgezonderd het verhoogde laadvloerdeel van een semi-dieplader, meer bedragen dan ingevolge artikel 5.18.11, eerste lid , is toegestaan, doch niet meer dan voor dat vervoer noodzakelijk is, met een maximum van 22,00 m; c. eveneens onverminderd het bepaalde in onderdeel a, de lengte van een oplegger, met inbegrip van de lading, indien de volledige lengte van de laadvloer wordt gebruikt voor het vervoer van ondeelbare lading, uitgezonderd het verhoogde laadvloerdeel van een semi-dieplader, meer bedragen dan ingevolge artikel 5.12.6, derde en vierde lid , is toegestaan, doch niet meer dan voor het vervoer noodzakelijk is, met een maximum combinatielengte van 22,00 m. 2 In afwijking van artikel 5.18.12 , mag de lengte van een samenstel van bedrijfsauto en aanhangwagen, niet zijnde een oplegger, met inbegrip van de lading, dat is ingericht voor het vervoer van voertuigen, meer bedragen dan ingevolge artikel 5.18.12 is toegestaan, doch niet meer dan 20,75 m, waarbij: a. de lading niet meer dan 2,00 m achter de aanhangwagen en niet meer dan 5,00 m achter het hart van de achterste as van de aanhangwagen mag uitsteken; b. de lading niet meer dan 0,50 m voor de voorzijde van de bedrijfsauto mag uitsteken; c. de lading die achter het voertuig meer dan 1,00 m uitsteekt aan de achterzijde moet zijn voorzien van een markering die voldoet aan het bepaalde in bijlage VIII , artikelen 130 tot en met 133. Lees het artikel op wetten.overheid.nl Regeling voertuigen, artikel 5.18.141 De breedte van personenauto’s, bedrijfsauto’s, bussen en driewielige motorrijtuigen, alsmede daardoor voortbewogen aanhangwagens, mag met inbegrip van de lading en verwisselbare gedragen uitrustingsstukken niet meer bedragen dan de maximum toegestane breedte van die voertuigen. 2 Met inbegrip van de lading mag de breedte van voertuigen waarvan de lading bestaat uit in de breedte ondeelbare lading, meer bedragen dan de maximum toegestane breedte van die voertuigen, doch niet meer dan voor het vervoer noodzakelijk is, met een maximum van 3,00 m. 3 Lading en verwisselbare gedragen uitrustingsstukken die in de breedte meer dan 0,10 m buiten de zijkant van het voertuig uitsteken, moeten zijn voorzien van een markering die voldoet aan het bepaalde in bijlage VIII , artikelen 132 en 133. 4 Het derde lid is niet van toepassing op lading van personenauto’s en driewielige motorrijtuigen. 5 Lading van personenauto’s en driewielige motorrijtuigen mag niet meer dan 0,20 m buiten elke zijkant van het voertuig uitsteken. Lees het artikel op wetten.overheid.nl

Rijgedrag, verbruik en uitstoot

Rustig rijden verlaagt je brandstofverbruik en dus je CO2-uitstoot, terwijl je rekening houdt met elke medeweggebruiker.

Zuinig rijden verlaagt je brandstofverbruik, scheelt kosten en vermindert CO2-uitstoot. Brandstofverbruik is hoeveel brandstof je auto nodig heeft.

Een medeweggebruiker is iedereen die de weg gebruikt, dus je past je rijgedrag aan op anderen en rijdt duidelijk. Rij voorspelbaar.

Voor je wordt het druk bij een rotonde in een woonstraat. Je ziet verkeer afremmen, laat tijdig gas los en rolt rustig door. Zo blijf je voorspelbaar voor medeweggebruikers en verlaag je verbruik en uitstoot.

Sommigen verwarren zuinig rijden met te langzaam optrekken of remmen zonder noodzaak. Je past je snelheid vloeiend aan het verkeer aan en voorkomt onnodig verbruik.

Ter hoogte van een afrit op een autoweg zie je afremmend verkeer. Je laat vroegtijdig gas los, houdt volgafstand en remt geleidelijk. Zo blijf je voorspelbaar en verlaag je verbruik en uitstoot.

Bestuurders zijn geen voetgangers; medeweggebruikers wel. Rij dus voorspelbaar naar iedereen.

Aanhangwagen: wat je met rijbewijs B mag trekken

Met rijbewijs B trek je een aanhangwagen tot 750 kg toegestane maximummassa (TMM). Is de aanhangwagen zwaarder, dan mag de TMM van auto en aanhangwagen samen niet meer zijn dan 3.500 kg. Let ook op het maximale trekgewicht van je auto.

Met rijbewijs B trek je een aanhangwagen tot 750 kg toegestane maximummassa (TMM, het maximaal toegestane gewicht). Is de aanhangwagen zwaarder, dan mag de TMM van auto en aanhangwagen samen niet meer zijn dan 3.500 kg. Let ook op het maximale trekgewicht dat op het kentekenbewijs van je auto staat. Een aanhangwagen tot 750 kg TMM voert een witte herhaalplaat met het kenteken van de auto; een zwaardere aanhangwagen heeft een eigen kenteken. Met een personenauto en een aanhangwagen tot 3.500 kg TMM rijd je maximaal 90 km/u, en nooit sneller dan de limiet op de weg.

Je rijdt op een snelweg met een aanhangwagen van meer dan 750 kg TMM. Je hebt vooraf gecontroleerd dat de TMM van auto en aanhangwagen samen niet boven 3.500 kg komt en dat je auto die aanhangwagen mag trekken. Op de snelweg rijd je met deze combinatie maximaal 90 km/u.

Het gaat mis als je naar het werkelijke gewicht kijkt in plaats van de TMM, of als je denkt dat boven 750 kg altijd rijbewijs BE nodig is. Onthoud: 750 kg TMM voor de aanhangwagen, of samen niet meer dan 3.500 kg TMM, en maximaal 90 km/u.

Bron: Reglement rijbewijzen, artikel 151 Rijbewijzen worden afgegeven voor het besturen van de volgende categorieën van motorrijtuigen: a. bromfietsen, niet zijnde bromfietsen als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel e, subonderdeel d, van de wet (rijbewijs categorie AM); b. motorrijtuigen op twee wielen, niet zijnde een bromfiets, met een maximale cilinderinhoud van 125 cm 3 en een maximumvermogen van 11 kW en een vermogen/gewichtsverhouding van minder dan 0,1 kW per kg massa in rijklare toestand als bedoeld in artikel 1.1 van de Regeling voertuigen , al dan niet met zijspan, motorrijtuigen op twee wielen, niet zijnde een bromfiets, met een volledig elektrische aandrijving met een maximumvermogen van 11 kW en een vermogen/gewichtsverhouding van minder dan 0,1 kW per kg massa in rijklare toestand als bedoeld in artikel 1.1 van de Regeling voertuigen, al dan niet met zijspan, alsmede motorrijtuigen op drie wielen met een maximumvermogen van 15 kW, niet zijnde een bromfiets (rijbewijs A1); c. motorrijtuigen op twee wielen, niet zijnde een bromfiets, met een maximumvermogen van 35 kW en een vermogen/gewichtsverhouding van niet meer dan 0,2 kW per kg massa in rijklare toestand als bedoeld in artikel 1.1 van de Regeling voertuigen en niet afgeleid van een motorrijtuig met meer dan het dubbele vermogen, al dan niet met zijspan (rijbewijs A2); d. motorrijtuigen op twee wielen, niet zijnde een bromfiets, al dan niet met zijspan, alsmede motorrijtuigen op drie wielen, niet zijnde motorrijtuigen op twee wielen met zijspan, met een vermogen van meer dan 15 kW (rijbewijs A); e. motorrijtuigen op vier of meer wielen, niet zijnde een bromfiets, waarvan de toegestane maximum massa niet meer bedraagt dan 3500 kg en die zijn ontworpen en gebouwd voor het vervoer van ten hoogste acht personen, de bestuurder niet meegerekend, alsmede daardoor voortbewogen aanhangwagens of opleggers waarvan de toegestane maximum massa niet meer bedraagt dan 750 kg, dan wel meer bedraagt dan 750 kg, mits in dat geval de toegestane maximum massa van het samenstel van trekkend motorrijtuig en aanhangwagen of oplegger niet meer bedraagt dan 3500 kg, een en ander afhankelijk van de gegevens op het kentekenbewijs van het trekkend motorrijtuig (rijbewijs B); f. motorrijtuigen, niet zijnde motorrijtuigen van de rijbewijscategorie D1 of D, waarvan de toegestane maximum massa meer dan 3500 kg, doch ten hoogste 7500 kg bedraagt en die zijn ontworpen en gebouwd voor het vervoer van ten hoogste acht personen, de bestuurder niet meegerekend, alsmede daardoor voortbewogen aanhangwagens of opleggers waarvan de toegestane maximum massa niet meer bedraagt dan 750 kg (rijbewijs C1); g. motorrijtuigen, niet zijnde motorrijtuigen van de rijbewijscategorie D1 of D, waarvan de toegestane maximum massa meer dan 3500 kg bedraagt en die zijn ontworpen en gebouwd voor het vervoer van ten hoogste acht personen, de bestuurder niet meegerekend, alsmede daardoor voortbewogen aanhangwagens of opleggers waarvan de toegestane maximum massa niet meer bedraagt dan 750 kg (rijbewijs C); h. motorrijtuigen die zijn ontworpen en gebouwd voor het vervoer van ten hoogste zestien personen, de bestuurder niet meegerekend, en een lengte hebben van ten hoogste acht meter, alsmede daardoor voortbewogen aanhangwagens waarvan de toegestane maximum massa niet meer bedraagt dan 750 kg (rijbewijs D1); i. motorrijtuigen die zijn ontworpen en gebouwd voor het vervoer van meer dan acht personen, de bestuurder niet meegerekend, alsmede daardoor voortbewogen aanhangwagens waarvan de toegestane maximum massa niet meer bedraagt dan 750 kg (rijbewijs D); j. landbouw- en bosbouwtrekkers, motorrijtuigen met beperkte snelheid en mobiele machines, alsmede één of meer door die motorrijtuigen voortbewogen aanhangwagens (rijbewijs T), niet zijnde motorrijtuigen van een van de in de onderdelen a tot en met i bedoelde rijbewijscategorieën, tenzij het motorrijtuig: 1°. gemeten overeenkomstig de krachtens de wet vastgestelde meetmethode, met inbegrip van de breedte van een of meer verwisselbare uitrustingsstukken, niet breder is dan 1,3 m; 2°. is voorzien van: I. een door de motor aangedreven maai-installatie, bestemd voor het maaien van oppervlakten; II. een door de motor aangedreven veeginstallatie, bestemd voor het vegen van wegen; III. een door de motor aangedreven installatie om automatisch uitwerpselen op te zuigen; IV. een uitrustingsstuk aan de voorzijde ter verwijdering van sneeuw op het wegdek, met een minimale breedte gelijk aan de grootste breedte van het voertuig; V. een installatie voor het strooien op wegen ter voorkoming of bestrijding van gladheid; VI. een installatie om onkruid te bestrijden, met een tankinhoud van ten minste 100 liter; of VII. een hefinrichting aan de voorzijde van het voertuig, niet zijnde een verwisselbaar uitrustingsstuk, dat zelfstandig voor laad- en losactiviteiten kan worden ingezet; en 3°. aan de achterzijde niet is voorzien van: I. een inrichting tot het koppelen van een aanhangwagen; of II. en driepuntshefinrichting; k. motorrijtuigen van een van de rijbewijscategorieën B, C1, C, D1 of D voor het besturen waarvan de bestuurder in het bezit is van een rijbewijs, met een andere aanhangwagen of oplegger dan op grond van dat rijbewijs mag worden voortbewogen (rijbewijs E), mits: I. in het geval van een motorrijtuig van de rijbewijscategorie B 1°. de toegestane maximum massa van de aanhangwagen of oplegger niet meer bedraagt dan 3500 kg, dan wel 2°. de toegestane maximum massa van de oplegger of middenasaanhangwagen meer bedraagt dan 3500 kg, mits: a. de toegestane maximumlast onder de koppeling van de oplegger of middenasaanhangwagen niet meer bedraagt dan het verschil tussen de toegestane maximum massa van het trekkend motorrijtuig en de massa in rijklare toestand, bedoeld in artikel 1.1 van de Regeling voertuigen , van het trekkend motorrijtuig, en b. de toegestane maximum aslast respectievelijk de som van de toegestane maximum aslasten van de oplegger of middenasaanhangwagen niet meer bedraagt dan 3500 kg; II. in het geval van een motorrijtuig van de rijbewijscategorie C1 de toegestane maximum massa van het samenstel van trekkend motorrijtuig en aanhangwagen of oplegger niet meer bedraagt dan 12.000 kg, een en ander afhankelijk van de gegevens die op het kentekenbewijs of in het kentekenregister ten aanzien van het in dit onderdeel bedoelde trekkende motorrijtuig zijn vermeld. 2 Het eerste lid, aanhef en onderdeel j, onder 3°, onder I, is niet van toepassing op de landbouw- en bosbouwtrekkers, motorrijtuigen met beperkte snelheid en mobiele machines, bedoeld in het eerste lid, onderdeel j, aanhef en onder 2°, onder VII, mits aan dat voertuig geen aanhangwagen is gekoppeld. 3 Voor de bepaling van het aantal wielen worden twee op dezelfde as gemonteerde wielen als een wiel beschouwd, indien de afstand tussen de middens van de contactvlakken van deze wielen met de grond kleiner is dan 460 mm. 4 In afwijking van het eerste lid worden motorrijtuigen, ingericht voor het vervoer van ten hoogste 8 personen, de bestuurder daaronder niet begrepen, waarvan de toegestane maximum massa als gevolg van een aan het voertuig aangebrachte bepantsering meer dan 3500 kg bedraagt, begrepen onder de rijbewijscategorie B. 5 In afwijking van het eerste lid, onderdeel k, onder I, wordt onder de rijbewijscategorie B mede begrepen het samenstel van een motorrijtuig van die categorie en een door dat motorrijtuig voortbewogen aanhangwagen of oplegger waarvan de toegestane maximum massa meer bedraagt dan 750 kg, waarbij de toegestane maximum massa van het samenstel van trekkend motorrijtuig en aanhangwagen of oplegger meer bedraagt dan 3.500 kg, maar niet meer bedraagt dan 4.250 kg en het rijbewijs van de bestuurder is voorzien van een bij ministeriële regeling vastgestelde codering waaruit blijkt dat de houder is geslaagd voor het examen dat de bevoegdheid geeft tot het besturen van zo'n samenstel. 6 In afwijking van het eerste lid, onderdeel k, onder II, wordt onder de rijbewijscategorie E bij C1 mede begrepen een motorrijtuig van de rijbewijscategorie B met een aanhangwagen of oplegger waarvan de toegestane maximum massa meer bedraagt dan 3500 kg, mits de toegestane maximum massa van het samenstel niet meer bedraagt dan 12.000 kg. 7 In afwijking van het eerste lid, onderdelen b, c en d, kan in Nederland met het in deze onderdelen bedoelde rijbewijs een motorrijtuig van de desbetreffende categorie worden bestuurd waaraan een aanhangwagen is gekoppeld. Met het in de eerste volzin bedoelde rijbewijs wordt gelijkgesteld een rijbewijs dat geldig is voor een of meer van de rijbewijscategorieën A1, A2 of A, afgegeven door het daartoe bevoegde gezag buiten Nederland. 8 In afwijking van het eerste lid, onderdeel e, kan in Nederland met het in dit onderdeel bedoelde rijbewijs een motorrijtuig worden bestuurd indien dit voertuig aangedreven wordt door alternatieve brandstoffen als bedoeld in artikel 2 van Richtlijn 96/53/EG van de Raad en: a. een toegestane maximummassa van meer dan 3.500 kg, maar niet meer dan 4.250 kg heeft; b. niet wordt gebruikt in combinatie met een aanhangwagen; en c. wordt bestuurd door een bestuurder die in het bezit is van een rijbewijs voor de categorie B dat ten minste twee jaar daarvoor voor de eerste keer is afgegeven. Lees het artikel op wetten.overheid.nl Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (RVV 1990), artikel 22Voor zover niet ingevolge andere artikelen van dit besluit een lagere maximumsnelheid geldt, gelden voor de volgende voertuigen de volgende bijzondere maximumsnelheden: a. voor kampeerwagens die volgens het kentekenbewijs behoren tot de categorie bedrijfsauto’s en waarvan de toegestane maximummassa meer bedraagt dan 3500 kg, vrachtauto’s en autobussen, niet zijnde T100-bussen, 80 km per uur; b. voor T100-bussen 100 km per uur; c. voor brommobielen 45 km per uur; d. voor snorfietsen 25 km per uur; e. voor personenauto’s, bestelauto’s, motorfietsen, driewielige motorvoertuigen en T100-bussen, die een aanhangwagen met een toegestane maximummassa van niet meer dan 3500 kg voortbewegen, 90 km per uur; f. voor andere dan de in onderdeel e genoemde motorvoertuigen met aanhangwagen 80 km per uur. Lees het artikel op wetten.overheid.nl

Medeweggebruikers en toezicht op de weg

Je herkent uiteenlopende medeweggebruikers en weet dat politiecontrole, snelheidscontrole en een oproep naar een politiebureau kunnen voorkomen, en dat er een Educatieve maatregel gedrag en verkeer (EMG) bestaat.

Je ziet veel soorten medeweggebruikers: skeelers op het fietspad, een motorrijder en een speed-pedelec die sneller is dan een e-bike. Ook een langzaam landbouwvoertuig, een grote touringcar of een veegwagen. Een politieauto kan een politiecontrole uitvoeren. Soms vraagt de politie je om naar een politiebureau te komen voor verdere afhandeling. Een snelheidscontrole meet je snelheid. De Educatieve maatregel gedrag en verkeer (EMG) is een maatregel met lessen en opdrachten, bedoeld om rijgedrag te verbeteren.

In een woonstraat met fietspad rijdt links van je een speed-pedelec, terwijl achter je een politieauto je laat stoppen. Je remt af en laat de speed-pedelec passeren. Daarna parkeer je op een veilige plek en volg je de aanwijzingen van de agent. Dat doe je omdat de politie toezicht op de weg heeft en de controle daar afhandelt.

Je haalt snelheidscontrole en EMG nog wel eens door elkaar. Je snelheid meten is een controle; de EMG bevat lessen en opdrachten over rijgedrag.

Had je hier iets aan?

Laat het weten met een cijfer van één tot vijf.

Je oordeel over deze pagina

Vraag het aan ChatGPT

Snap je iets niet, of wil je een voorbeeld? Schrijf je vraag op, dan gaat deze pagina er als bron bij mee.

Ook een rijschool nodig?

De theorie leer je hier gratis. Voor de rijlessen heb je een rijschool nodig. Op Ribba vergelijk je rijscholen op het slagingspercentage van het CBR, het prijsniveau en de beoordelingen van eerdere leerlingen.

Rijscholen vergelijken

Deze pagina op je eigen site

Plak deze code waar je hem wilt tonen, inclusief de regel onder het kaartje.

Hulp nodig met plakken?

Zo ziet het eruit

Gratis theorie op Ribba Lees het hoofdstuk