Medeweggebruiker

medeweggebruiker in het verkeer

Een medeweggebruiker is elke andere weggebruiker met wie jij tegelijk de weg en verkeersruimte deelt. Denk daarbij aan voetgangers én alle soorten bestuurders.

Medeweggebruiker is een verzamelwoord voor iedereen die samen met jou aan het verkeer deelneemt. Het RVV maakt onderscheid tussen weggebruikers en bestuurders. Weggebruikers zijn onder meer voetgangers, fietsers, bromfietsers, bestuurders van een gehandicaptenvoertuig, bestuurders van motorvoertuigen en trams, ruiters, geleiders van rij- of trekdieren of vee en bestuurders van bespannen of onbespannen wagens. Bestuurders zijn alle weggebruikers behalve voetgangers. Voor je examen is dit onderscheid belangrijk: regels kunnen voor voetgangers anders zijn dan voor bestuurders. Zie medeweggebruikers dus altijd breder dan alleen andere auto’s. Je deelt de ruimte met heel verschillende deelnemers, met verschillende snelheden, afmetingen en kwetsbaarheid.

Niet alle medeweggebruikers vallen onder dezelfde voertuigcategorie of hebben dezelfde mogelijkheden. Een bromfiets is géén motorvoertuig en valt daardoor onder andere regels dan een auto of motorfiets. Een snorfiets is een bromfiets met een lagere constructiesnelheid. Een speed-pedelec is juridisch een bromfiets. Een gehandicaptenvoertuig is weer een aparte categorie met eigen regels over plaats op de weg en snelheid. Trams kunnen niet uitwijken, grote voertuigen hebben dode hoeken en langere remwegen, en kwetsbare groepen zoals voetgangers, fietsers, brom- en snorfietsers en bestuurders van gehandicaptenvoertuigen hebben weinig bescherming. Die verschillen bepalen hoeveel ruimte en tijd jij moet geven, hoe je snelheid kiest en waar je je auto positioneert.

Verkeersveiligheid is samenspel. Lees medeweggebruikers door vooruit te kijken, hun positie, richtingaanwijzers, snelheid en lichaamstaal te beoordelen en de omgeving mee te nemen. Voorbeelden: kinderen bij geparkeerde auto’s kunnen plots oversteken, een fietser die omkijkt kan gaan uitvoegen, bij een bestelbus met open laadklep kunnen mensen op de rijbaan lopen, elektrische voertuigen hoor je later. Maak jezelf voorspelbaar: geef tijdig richting aan, positioneer vroeg, houd ruime volg- en zijdelingse afstand en reken op fouten van anderen. Kies veiligheid boven gelijk. Jouw doel is dat iedereen ongehinderd en zonder schrikmomenten verder kan.

Wat je moet onthouden

  • Verleen voorrang aan een voorrangsvoertuig dat optische én geluidssignalen voert en maak zo nodig vrije doorgang.
  • Bij een voetgangersoversteekplaats laat je voetgangers én bestuurders van gehandicaptenvoertuigen die zich op de oversteekplaats bevinden voorgaan; nader zodanig dat je tijdig kunt stoppen.
  • Als je afslaat, laat je verkeer dat op dezelfde weg rechtdoor gaat voorgaan; dit geldt ook voor voetgangers en bestuurders van gehandicaptenvoertuigen die oversteken.
  • Bij invoegen laat je bestuurders op de doorgaande rijbaan voorgaan; pas je snelheid aan en maak pas een gat als het veilig kan.
  • Binnen de bebouwde kom laat je een lijnbus die richting aangeeft wegrijden van een halteplaats voorgaan.
  • Doorsnijd een militaire colonne of een uitvaartstoet van motorvoertuigen niet; laat de stoet als één geheel passeren.
  • Pas je snelheid en zijafstand aan bij kwetsbare medeweggebruikers zoals voetgangers, fietsers, brom- en snorfietsers en bestuurders van gehandicaptenvoertuigen.
  • Gebruik een busbaan of busstrook alleen als jij daartoe behoort en het is toegestaan.
  • Controleer altijd je dode hoek vóór wegrijden, rijstrook wisselen en afslaan; let extra op fietsers en bromfietsers op een fietsstrook of fiets/bromfietspad.

Misverstanden

  • Denken dat medeweggebruikers alleen andere auto’s zijn; het gaat om alle weggebruikers die de ruimte met jou delen.
  • Aannemen dat een bromfiets een motorvoertuig is; dat is niet zo en leidt tot verkeerde regels in je hoofd.
  • Vergeten dat op de voetgangersoversteekplaats óók bestuurders van gehandicaptenvoertuigen moeten kunnen oversteken.
  • Geloven dat je bij afslaan altijd eerst mag gaan als je richting hebt aangegeven; rechtdoorgaand verkeer op dezelfde weg gaat voor.
  • Uitgaan van “gelijk hebben is gelijk krijgen”; kies veiligheid, maak oogcontact en geef desnoods extra ruimte of tijd.

Niet verwarren met

  • weggebruiker Medeweggebruiker sluit jouzelf uit: het gaat om de anderen met wie je de weg en verkeersruimte deelt.
  • tegenpartij Medeweggebruiker is iedere andere deelnemer om je heen, niet specifiek degene met wie je een conflict of aanrijding hebt.
  • passagier Medeweggebruiker is iemand buiten jouw voertuig die zelfstandig aan het verkeer deelneemt.

Waar dit bij hoort

Dit begrip komt aan bod in Je auto in orde: banden, verlichting en onderhoud, hoofdstuk 9 van de gratis theoriecursus.

Andere begrippen

Ook een rijschool nodig?

Dit begrip hoort bij de theorie. Die leer je hier gratis, voor de rijlessen heb je een rijschool nodig. Op Ribba vergelijk je rijscholen op het slagingspercentage van het CBR, het prijsniveau en de beoordelingen van eerdere leerlingen.

Rijscholen vergelijken