Veegwagen

veegwagen in het verkeer

Een veegwagen is een werkvoertuig dat met borstels en zuiginstallatie rijbanen, fietsstroken en soms trottoirs schoonmaakt. Hij rijdt langzaam, maakt korte stuurbewegingen en kan water sproeien om stof te binden.

Je herkent een veegwagen aan de ronddraaiende borstels laag bij de grond, een zuigmond en vaak opvallende striping met oranje zwaai- of knipperlichten. Hij rijdt dicht langs de stoeprand, stopt vaak bij putten en hoeken en kan ineens een stukje naar links of rechts sturen om randen te raken. Achter de veegwagen kan het wegdek nat, zanderig of gladder zijn dan je verwacht. Reken dus op een langere remweg en minder grip vlak na het passeren.

Verkeersrechtelijk gedraagt een veegwagen zich als een gewoon voertuig op de weg, tenzij er verkeerstekens, verlichte aanwijzingen of een verkeersregelaar iets anders aangeven. Oranje zwaailichten waarschuwen alleen, ze geven geen voorrang. De witte tram/buslichten gelden voor trams en lijnbussen, en ook voor bestuurders die de busbaan of busstrook gebruiken waarop het licht betrekking heeft. Een veegwagen valt daar alleen onder als hij daadwerkelijk op die baan of strook rijdt. Bestuurders zijn alle weggebruikers behalve voetgangers; dus ook ruiters en geleiders van dieren of wagens. Iedereen die geen voetganger is moet zich dus als bestuurder correct gedragen rond een veegwagen.

Rij anticiperend. Houd ruim afstand omdat steentjes of water kunnen opspatten en omdat de veegwagen onverwacht kan stoppen of uitwijken rond geparkeerde auto’s en putdeksels. Inhalen mag alleen als het veilig kan en toegestaan is: zorg voor veel zijruimte omdat borstels en slangen kunnen uitsteken. Kruip niet tussen de veegwagen en de stoeprand, zeker niet op de fiets of met een bromfiets. Gebruik geen verdrijvingsvlak, puntstuk of doorgetrokken streep om erlangs te komen. Gebruik een fietsstrook niet om met de auto in te halen. Op smalle wegen is het vaak beter om geduldig te wachten tot er ruimte is of tot de veegwagen zelf plaats maakt. Let op mensen die rond de veegwagen werken en volg tijdelijke borden en verlichte pijlen op het voertuig. Bij haaientanden en andere voorrangssituaties gelden de normale regels: een veegwagen krijgt niet automatisch voorrang.

Wat je moet onthouden

  • Geef altijd gevolg aan verkeerstekens met een gebod of verbod, ook bij tijdelijke werkborden en verlichte pijlen op werkvoertuigen.
  • De witte tram/buslichten gelden niet voor jou of de veegwagen, behalve wanneer je op de busbaan of busstrook rijdt waarop die lichten van toepassing zijn.
  • Oranje zwaailichten van een veegwagen zijn een waarschuwing, geen vrijbrief en geen voorrang.
  • Haal een veegwagen alleen in met goed zicht, voldoende zijruimte en zonder een doorgetrokken streep, verdrijvingsvlak, puntstuk of fietsstrook te gebruiken.
  • Houd extra volgafstand; reken op plotseling stoppen, keren of uitwijken en op opspattend water of steentjes.
  • Verwacht een veranderd wegdek achter de veegwagen: nat, zanderig of glad, met een langere remweg.
  • Let op personen die rondom het voertuig werken en volg aanwijzingen van een verkeersregelaar.
  • Bij voorrangssituaties en kruispunten gelden de normale regels; een veegwagen krijgt niet vanzelf voorrang.

Misverstanden

  • Denken dat een veegwagen voorrang heeft omdat hij aan het werk is of oranje zwaailichten voert.
  • De witte tram/buslichten volgen terwijl je niet op de bijbehorende busbaan of busstrook rijdt.
  • Inhalen via een fietsstrook, over een doorgetrokken streep of over een verdrijvingsvlak of puntstuk.
  • Te weinig zijruimte laten bij het inhalen, terwijl borstels of slangen kunnen uitsteken.
  • Kort achter de veegwagen blijven hangen en schrikken van water, stof of steentjes die opspatten.
  • Tussen de veegwagen en de stoeprand door willen rijden, vooral riskant voor fietsers en bromfietsers.
  • Vergeten dat bestuurders alle weggebruikers zijn behalve voetgangers; ook ruiters en geleiders moeten anticiperen op het onvoorspelbare werktempo van de veegwagen.

Niet verwarren met

  • voorrangsvoertuig Een veegwagen heeft geen wettelijke voorrangsstatus en werkt meestal met gele waarschuwingslichten tijdens het reinigen.
  • landbouwvoertuig Een veegwagen is bedoeld voor het reinigen van wegdek en trottoirs in de bebouwde kom en op wegen, niet voor werkzaamheden op het land.
  • wegwerkzaamheden Een veegwagen is het specifieke reinigingsvoertuig; het gaat hier dus om het voertuig zelf en niet om de tijdelijke werkzaamheden of afsluitingen.

Bron: Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (RVV 1990), artikel 62Weggebruikers zijn verplicht gevolg te geven aan de verkeerstekens die een gebod of verbod inhouden. Lees het artikel op wetten.overheid.nl Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (RVV 1990), artikel 701 Bij tram/buslichten betekent: a. wit licht of wit knipperlicht: doorgaan; b. geel licht: stop; voor bestuurders die het licht zo dicht genaderd zijn dat stoppen redelijkerwijs niet meer mogelijk is: doorgaan; c. rood licht: stop. 2 Het witte licht en het witte knipperlicht gelden slechts voor de aangegeven richtingen. 3 De tram/buslichten gelden voor bestuurders van een tram en van een lijnbus, die de richting volgen waarop het licht betrekking heeft. 4 De tram/buslichten gelden tevens voor bestuurders van voertuigen, niet zijnde een lijnbus, die een busbaan of een busstrook gebruiken waarop het licht betrekking heeft. Lees het artikel op wetten.overheid.nl

Waar dit bij hoort

Dit begrip komt aan bod in Je auto in orde: banden, verlichting en onderhoud, hoofdstuk 9 van de gratis theoriecursus.

Andere begrippen

Ook een rijschool nodig?

Dit begrip hoort bij de theorie. Die leer je hier gratis, voor de rijlessen heb je een rijschool nodig. Op Ribba vergelijk je rijscholen op het slagingspercentage van het CBR, het prijsniveau en de beoordelingen van eerdere leerlingen.

Rijscholen vergelijken