Buitenspiegel
Een buitenspiegel is de linker of rechter spiegel aan de buitenkant van je voertuig waarmee je verkeer naast je en schuin achter je ziet. Een deugdelijk bevestigd camera‑monitorsysteem mag een buitenspiegel vervangen.
Met je buitenspiegels controleer je wat er naast en schuin achter je gebeurt. Je gebruikt ze bij wegrijden, rijstrook wisselen, inhalen, afslaan en parkeren. ‘Zijspiegel’ is een synoniem voor één buitenspiegel: het kan dus de linker of de rechter zijn, niet allebei samen.
Goed afstellen en gebruiken is essentieel. Zit rechtop in normale rijhouding. Stel elke buitenspiegel zo af dat je slechts een smalle strook van je eigen voertuig ziet, én vooral de naastgelegen rijstrook en de horizon. Kijk regelmatig vooruit en in je spiegels, en neem vlak vóór je echt van positie verandert nog een korte schouderblik om de dode hoek te checken. Hulpsystemen zoals dodehoekwaarschuwing helpen, maar vervangen jouw observatie niet.
Niet elk voertuig valt onder dezelfde meeteisen. Voor personenauto’s zijn er geen vaste meters genoemd; je spiegels moeten wél zo staan dat je in normale rijhouding voldoende overzicht opzij en naar achteren hebt. Voor bedrijfsauto’s, bussen en voor landbouw‑ en mobiele machines gelden precieze zichtvelden met vaste afstanden naast en achter het voertuig. Steeds vaker worden spiegels vervangen door camera’s met monitors; dat mag, mits deugdelijk bevestigd en met hetzelfde vereiste gezichtsveld.
Wat je moet onthouden
- Een deugdelijk bevestigd camera‑monitorsysteem telt als buitenspiegel.
- Linker‑ en rechterbuitenspiegel moeten zo zijn geplaatst dat je in normale rijhouding het vereiste gezichtsveld hebt: je ziet een deel van de voertuigzijde, de horizon en je kunt recht naar achteren kijken.
- Personenauto: geen vaste meters, maar de spiegels moeten je in normale rijhouding voldoende zicht opzij en naar achteren geven.
- Bedrijfsauto met een toegestane maximummassa van niet meer dan 3.500 kg, in gebruik genomen na 25‑01‑2011: linker‑ en rechterbuitenspiegel geven zicht op grondpunten op 20,00 m achter en 4,00 m naast, én op 4,00 m achter en 1,00 m naast de voertuigzijde; daarnaast zie je een deel van de voertuigzijde, de horizon en recht naar achteren.
- Bedrijfsauto met een toegestane maximummassa van meer dan 3.500 kg, in gebruik genomen na 25‑01‑2008: linkerbuitenspiegel geeft zicht op 30,00 m achter en 5,00 m naast, én op 4,00 m achter en 1,00 m naast; je ziet ook een deel van de linkerzijde, de horizon en recht naar achteren.
- Bedrijfsauto met een toegestane maximummassa van meer dan 3.500 kg, in gebruik genomen na 25‑01‑2008: rechterbuitenspiegel geeft zicht op 30,00 m achter en 5,00 m naast, én op 4,00 m achter en 1,00 m naast; je ziet ook een deel van de rechterzijde, de horizon en recht naar achteren.
- Bus, in gebruik genomen na 25‑01‑2008: de rechterbuitenspiegel geeft zicht op 30,00 m achter en 5,00 m naast, én op 4,00 m achter en 1,00 m naast; je ziet ook een deel van de rechterzijde, de horizon en recht naar achteren. Dit geldt voor bussen ongeacht de massa.
- Bus met een toegestane maximummassa van niet meer dan 3.500 kg, in gebruik genomen na 25‑01‑2011: de linkerbuitenspiegel geeft zicht op 30,00 m achter en 5,00 m naast, én op 4,00 m achter en 1,00 m naast; je ziet ook een deel van de linkerzijde, de horizon en recht naar achteren.
- Bedrijfsauto met een technisch toegestane maximummassa van niet meer dan 2.000 kg, in gebruik genomen tussen 01‑10‑1988 en 25‑01‑2011: de rechterbuitenspiegel geeft in elk geval zicht op een punt op 20,00 m achter en 4,00 m naast, en daarnaast op een deel van de rechterzijde, de horizon en recht naar achteren.
- Landbouw‑ of bosbouwtrekker of mobiele machine: linkerbuitenspiegel toont óf op grondniveau een punt op 10,00 m achter en 2,50 m naast, plus een deel van de linkerzijde, de horizon en recht naar achteren; óf op 1,00 m hoogte een horizontaal vlak van minstens 5,00 m breed vanaf 30,00 m achter en 1,00 m breed vanaf 4,00 m achter, naast het voertuig tot aan de horizon.
- Landbouw‑ of bosbouwtrekker of mobiele machine: rechterbuitenspiegel toont óf op grondniveau een punt op 30,00 m achter en 3,50 m naast, plus een deel van de rechterzijde, de horizon en recht naar achteren; óf op 1,00 m hoogte een horizontaal vlak van minstens 5,00 m breed vanaf 30,00 m achter en 1,00 m breed vanaf 4,00 m achter, naast het voertuig tot aan de horizon.
Misverstanden
- ‘Zijspiegel’ is synoniem voor één buitenspiegel, niet voor beide spiegels samen.
- Het 30/5‑ en 4/1‑zichtveld voor de rechterbuitenspiegel van bussen geldt al voor bussen die na 25‑01‑2008 in gebruik zijn genomen, ongeacht de massa.
- Hulpsystemen (dodehoekwaarschuwing, parkeersensoren) vervangen het kijken in spiegels en de schouderblik niet.
- Een losse dashcam of achteruitrijcamera zonder deugdelijk monitorsysteem is geen vervanger van een verplichte buitenspiegel.
- Te veel van je eigen auto in de spiegel laten zien is geen goede afstelling en vergroot de dode hoek.
Niet verwarren met
- linkerbuitenspiegel Hier gaat het niet specifiek om de linkerzijde, maar om een buitenspiegel links of rechts.
- rechterbuitenspiegel Hier gaat het niet specifiek om de rechterzijde, maar om een buitenspiegel links of rechts.
- zijspiegel Hier bedoelen we één afzonderlijke buitenspiegel, niet de algemene benaming voor beide samen.
Bron: Regeling voertuigen, artikel 133aVoor de toepassing van deze titel wordt onder spiegel tevens verstaan deugdelijk bevestigde camera-monitorsystemen. § 1. Linker- en rechterbuitenspiegel Lees het artikel op wetten.overheid.nl Regeling voertuigen, artikel 134De linker- en rechterbuitenspiegel moeten zo zijn geplaatst dat de bestuurder in normale rijhouding het vereiste gezichtsveld heeft. Lees het artikel op wetten.overheid.nl Regeling voertuigen, artikel 1361. De linkerbuitenspiegel van de bedrijfsauto of bus met een toegestane maximummassa van meer dan 3.500 kg die in gebruik is genomen voor 26 januari 2008, of van de bedrijfsauto met een toegestane maximummassa van niet meer dan 3.500 kg die in gebruik is genomen voor 26 januari 2011 moet zodanig zijn geplaatst dat de bestuurder hiermee het gezichtsveld op grondniveau kan overzien, zoals weergegeven in figuur 39, waarbij de bestuurder: a. een punt op het wegdek, gelegen op 10,00 m achter de oogpunten van de bestuurder en 2,50 m naast het verlengde van de linkerzijde van het voertuig kan zien; b. een deel van de linkerzijde van het voertuig kan zien; c. de horizon kan zien, en d. tevens recht naar achteren kan kijken. 2. De linkerbuitenspiegel van de bedrijfsauto met een toegestane maximummassa van niet meer dan 3.500 kg die in gebruik is genomen na 25 januari 2011, is zodanig geplaatst dat de bestuurder hiermee het gezichtsveld op grondniveau kan overzien, zoals weergegeven in figuur 40, waarbij de bestuurder: a. een punt op het wegdek, gelegen op 20,00 m achter de oogpunten van de bestuurder en 4,00 m naast het verlengde van de linkerzijde van het voertuig kan zien; b. een punt op het wegdek, gelegen op 4,00 m achter de oogpunten van de bestuurder en 1,00 m naast het verlengde van de linkerzijde van het voertuig kan zien; c. en een deel van de linkerzijde van het voertuig kan zien; d. de horizon kan zien, en e. tevens recht naar achteren kan kijken. 3. De linkerbuitenspiegel van de bedrijfsauto met een toegestane maximummassa van meer dan 3.500 kg die in gebruik is genomen na 25 januari 2008 en van de bus met een toegestane maximummassa van niet meer dan 3.500 kg die in gebruik is genomen na 25 januari 2011 is zodanig geplaatst dat de bestuurder hiermee het gezichtsveld op grondniveau kan overzien, zoals weergeven in figuur 41, waarbij de bestuurder: a. een punt op het wegdek, gelegen op 30,00 m achter de oogpunten van de bestuurder en 5,00 m naast het verlengde van de linkerzijde van het voertuig kan zien; b. een punt op het wegdek, gelegen op 4,00 m achter de oogpunten van de bestuurder en 1,00 m naast het verlengde van de linkerzijde van het voertuig kan zien; c. een deel van de linkerzijde van het voertuig kan zien; d. de horizon kan zien, en e. tevens recht naar achteren kan kijken. Figuur 39. Linkerbuitenspiegel. Figuur 40. Linkerbuitenspiegel en rechterbuitenspiegel. Figuur 41. Linkerbuitenspiegel en rechterbuitenspiegel. Lees het artikel op wetten.overheid.nl Regeling voertuigen, artikel 1371. De rechterbuitenspiegel van de bus of de bedrijfsauto met een toegestane maximummassa van meer dan 3.500 kg die in gebruik is genomen na 25 januari 2008, moet zodanig zijn geplaatst dat de bestuurder hiermee het gezichtsveld op grondniveau kan overzien, zoals weergegeven in figuur 41, waarbij de bestuurder: a. een punt op het wegdek, gelegen op 30,00 m achter de oogpunten van de bestuurder en 5,00 m naast het verlengde van de rechterzijde van het voertuig kan zien; b. een punt op het wegdek, gelegen op 4,00 m achter de oogpunten van de bestuurder en 1,00 m naast het verlengde van de rechterzijde van het voertuig kan zien; c. een deel van de rechterzijde van het voertuig kan zien; d. de horizon kan zien, en e. tevens recht naar achteren kan kijken. 2. De rechterbuitenspiegel van de bedrijfsauto met een toegestane maximummassa van niet meer dan 3.500 kg die in gebruik is genomen na 25 januari 2011 is zodanig geplaatst dat de bestuurder hiermee het gezichtsveld op grondniveau kan overzien, zoals weergegeven in figuur 40, waarbij de bestuurder: a. een punt op het wegdek, gelegen op 20,00 m achter de oogpunten van de bestuurder en 4,00 m naast het verlengde van de rechterzijde van het voertuig kan zien; b. een punt op het wegdek, gelegen op 4,00 m achter de oogpunten van de bestuurder en 1,00 m naast het verlengde van de rechterzijde van het voertuig kan zien; c. en een deel van de rechterzijde van het voertuig kan zien; d. de horizon kan zien, en e. tevens recht naar achteren kan kijken. 3. De rechterbuitenspiegel van de bedrijfsauto met een technisch toegestane maximummassa van niet meer dan 2.000 kg die in gebruik is genomen na 30 september 1988 doch voor 26 januari 2011 moet zodanig zijn geplaatst dat de bestuurder hiermee het gezichtsveld op grondniveau kan overzien, zoals weergegeven in figuur 42, waarbij de bestuurder: a. een punt op het wegdek, gelegen op 20,00 m achter de oogpunten van de bestuurder en 4,00 m naast het verlengde van de rechterzijde van het voertuig kan zien; b. een deel van de rechterzijde van het voertuig kan zien; c. de horizon kan zien, en d. tevens recht naar achteren kan kijken. 4. De rechterbuitenspiegel van de bedrijfsauto met een technisch toegestane maximummassa van niet meer dan 2.000 kg die in gebruik is genomen vóór 1 oktober 1988 moet zodanig zijn geplaatst dat de bestuurder hiermee het gezichtsveld op grondniveau kan overzien, zoals weergegeven in figuur 43, waarbij de bestuurder: a. een punt op het wegdek, gelegen op 30,00 m achter de oogpunten van de bestuurder en 3,50 m naast het verlengde van de rechterzijde van het voertuig kan zien; b. een deel van de rechterzijde van het voertuig kan zien; c. de horizon kan zien, en d. tevens recht naar achteren kan kijken. 5. De rechterbuitenspiegel van de bus, of de bedrijfsauto met een toegestane maximummassa van meer dan 3.500 kg die in gebruik is genomen voor 26 januari 2008 en de rechterbuitenspiegel van de bedrijfsauto met een toegestane maximummassa van meer dan 2.000 kg maar niet meer dan 3.500 kg die in gebruik is genomen voor 26 januari 2011 is zodanig geplaatst dat de bestuurder hiermee het gezichtsveld op grondniveau kan overzien, zoals weergegeven in figuur 43a, waarbij de bestuurder: a. een punt op het wegdek, gelegen op 4,00 m achter de oogpunten van de bestuurder en 0,75 m naast het verlengde van de rechterzijkant van het voertuig kan zien; b. een punt op het wegdek, gelegen op 30,00 m achter de oogpunten van de bestuurder en 3,50 m naast het verlengde van de rechterzijkant van het voertuig kan zien; c. een deel van de rechterzijde van het voertuig kan zien; d. de horizon kan zien, en e. tevens recht naar achteren kan kijken. Figuur 42. Rechterbuitenspiegel. Figuur 43. Rechterbuitenspiegel. Figuur 43a. Rechterbuitenspiegel. Lees het artikel op wetten.overheid.nl Regeling voertuigen, artikel 136aDe linkerbuitenspiegel van een landbouw- of bosbouwtrekker of mobiele machine moet zodanig zijn geplaatst dat de bestuurder hiermee: a. op grondniveau, zoals weergegeven in figuur 39: 1°. een punt op het wegdek, gelegen op 10,00 m achter de oogpunten van de bestuurder en 2,50 m naast het verlengde van de linkerzijde van het voertuig kan zien; 2°. een deel van de linkerzijde van het voertuig kan zien; 3°. de horizon kan zien; en 4°. recht naar achteren kan kijken; of b. op een hoogte van 1,00 m boven het wegdek, zoals weergegeven in figuur 39a: 1°. een ten minste 5,00 m breed, plat, horizontaal gedeelte, naast het verlengde van het voertuig, dat zich uitstrekt tot de horizon vanaf 30,00 m achter de oogpunten van de bestuurder kan overzien; en 2°. een ten minste 1,00 m breed, plat, horizontaal gedeelte, naast het verlengde van het voertuig, dat zich uitstrekt tot de horizon vanaf 4,00 m achter de oogpunten van de bestuurder kan overzien. Figuur 39a. Linkerbuitenspiegel Lees het artikel op wetten.overheid.nl Regeling voertuigen, artikel 137aDe rechterbuitenspiegel van een landbouw- of bosbouwtrekker of mobiele machine moet zodanig zijn geplaatst dat de bestuurder hiermee: a. op grondniveau, zoals weergegeven in figuur 43, waarbij de bestuurder: 1°. een punt op het wegdek, gelegen op 30,00 m achter de oogpunten van de bestuurder en 3,50 m naast het verlengde van de rechterzijde van het voertuig kan zien; 2°. een deel van de rechterzijde van het voertuig kan zien; 3°. de horizon kan zien; en 4°. recht naar achteren kan kijken; of b. op een hoogte van 1,00 m boven het wegdek, zoals weergegeven in figuur 43b: 1°. een ten minste 5,00 m breed, plat, horizontaal gedeelte, naast het verlengde van het voertuig, dat zich uitstrekt tot de horizon vanaf 30,00 m achter de oogpunten van de bestuurder kan overzien; en 2°. een ten minste 1,00 m breed, plat, horizontaal gedeelte, naast het verlengde van het voertuig, dat zich uitstrekt tot de horizon vanaf 4,00 m achter de oogpunten van de bestuurder kan overzien. Figuur 43b. Rechterbuitenspiegel. Lees het artikel op wetten.overheid.nl
Waar dit bij hoort
Dit begrip komt aan bod in Je auto in orde: banden, verlichting en onderhoud, hoofdstuk 9 van de gratis theoriecursus.
Andere begrippen
Ook een rijschool nodig?
Dit begrip hoort bij de theorie. Die leer je hier gratis, voor de rijlessen heb je een rijschool nodig. Op Ribba vergelijk je rijscholen op het slagingspercentage van het CBR, het prijsniveau en de beoordelingen van eerdere leerlingen.
Rijscholen vergelijken