Reflector

reflector in het verkeer

Een reflector, ook wel retroreflector, kaatst invallend licht terug richting de bron. Daardoor ben jij of je voertuig zonder eigen lamp al beter zichtbaar.

Een reflector werkt passief: er zit geen lampje in en hij verbruikt geen stroom. Wordt hij beschenen door koplampen, dan stuurt hij een groot deel van dat licht bijna terug naar de bestuurder die schijnt. Dat is anders dan een gewone spiegel, die het licht in een andere richting wegstuurt. Reflectoren vind je op personenauto’s, aanhangwagens, fietsen, bromfietsen en gehandicaptenvoertuigen, maar ook los op paaltjes of hekken langs de weg.

Reflectoren helpen je om te zien en om gezien te worden, vooral in het donker, bij regen of tegenlicht. Ze zijn geen vervanging van verlichting: zonder belichting zie je ze niet. Hoek, afstand, vuil of beschadiging hebben veel invloed. In achterlichten van auto’s en bromfietsen zit vaak een rood reflectorvlak. Op aanhangwagens zie je rode driehoeken achter en oranje aan de zijkant. Op fietsen en sommige wielen zitten retroreflecterende delen die, als het wiel draait, bewegende lichtflitsjes geven. Dat maakt een rijdend of stilstaand object sneller herkenbaar.

Voor retroreflectoren die in of aan een wiel zitten gelden technische minimumeisen. Ze moeten een bepaalde minimale lichtsterkte halen, gemeten volgens een vaste methode en onder voorgeschreven hoeken. Die ondergrens hangt af van de binnendiameter van het reflecterende deel in centimeters. Is die binnendiameter kleiner dan 42 cm, dan wordt bij de beoordeling gerekend met 42 cm. De reflectie rondom het wiel moet bovendien redelijk gelijkmatig zijn: binnen een boog van 30 graden mag het felste deel hooguit drie keer zo sterk zijn als het minst felle deel, en tussen verschillende bogen mag het gemiddelde niet meer dan tien keer verschillen. Na duurzaamheidsproeven moet de reflector nog minstens 60% van de voorgeschreven minimale lichtsterkte halen, geen zichtbare veranderingen vertonen en er mag geen water in zitten. De bevestiging aan het wiel moet stevig zijn, de ingestelde stand vasthouden en mag na de voorgeschreven corrosieproef geen zichtbare roest tonen.

Wat je moet onthouden

  • Een reflector geeft zelf geen licht en vervangt nooit verplichte verlichting. Je ziet hem alleen wanneer hij wordt aangelicht en onder een gunstige kijkhoek.
  • Houd reflectoren schoon, onbedekt en onbeschadigd. Vuil, stickers, barsten of losse montage verminderen de zichtbaarheid sterk.
  • Voor wielretroreflectoren gelden minimale lichtsterktes die worden gemeten volgens een vaste methode en onder voorgeschreven hoeken.
  • De ondergrens voor die lichtsterkte hangt af van de binnendiameter van het reflecterende deel (D, in cm). Is D kleiner dan 42 cm, dan wordt bij de normering uitgegaan van D = 42.
  • De reflectie mag niet te veel schommelen: binnen een boog van 30 graden mag de verhouding tussen de hoogste en laagste gemeten waarde niet groter zijn dan 3:1.
  • Het gemiddelde van metingen over verschillende bogen van 30 graden mag onderling niet meer verschillen dan 10:1.
  • Bij het bepalen van de gemiddelde lichtsterkte wordt het wiel over een boog van 30 graden zó gedraaid dat een constante waarde ontstaat.
  • Na de voorgeschreven beproevingen moet de reflector nog minstens 60% van de minimale lichtsterkte halen.
  • Na die beproevingen mag de reflector geen zichtbare verandering vertonen en er mag geen water in zichtbaar zijn.
  • De bevestiging aan het wiel moet deugdelijk zijn, de ingestelde stand behouden en na de corrosiebeproeving geen zichtbare corrosie hebben.

Misverstanden

  • Een reflector is hetzelfde als een lamp. Onjuist: hij brandt niet en werkt alleen als er licht op valt.
  • Hoe feller je koplamp, hoe altijd beter je elke reflector ziet. Onjuist: hoek, afstand, vuil, regen en beschadiging kunnen de reflectie sterk verminderen.
  • Alle voertuigen hebben dezelfde reflectoren en eisen. Onjuist: de regels verschillen per toepassing en voertuigsoort; wielreflectoren hebben eigen technische eisen.
  • Een fel puntje ergens op het wiel is genoeg. Onjuist: de norm eist een redelijk gelijkmatige reflectie rondom het wiel.
  • Bevestigen met een willekeurige tie-wrap is prima. Onjuist: de bevestiging moet stevig zijn, de stand vasthouden en na de test geen zichtbare corrosie tonen.

Niet verwarren met

  • dagrijlicht Een reflector zendt zelf geen licht uit maar kaatst invallend licht terug naar de bron.
  • mistachterlicht Een reflector is niet te bedienen en kan niet verblinden, hij werkt altijd passief door licht terug te kaatsen.
  • gevarendriehoek Een reflector is een vast onderdeel op of aan je voertuig en geen los waarschuwingsmiddel.

Bron: Regeling voertuigen, artikel 131. De lichtsterktecoëfficiënt van de retroreflector, te meten volgens de methode zoals omschreven in CIE-publicatie nr. 54 (TC 2–3) 1982, moet, uitgedrukt in millicandela/lux (mcd/lux), ten minste voldoen aan de in tabel 3 gestelde eisen. 2. De referentie-as voor de meting mag evenwijdig aan de as van het wiel worden verplaatst. 3. De verhouding tussen de hoogste en de laagste lichtsterktecoëfficiënt, gemeten over bogen van 30° bij een waarnemingshoek α van 0°20’ en een invalshoek ß2 van 5° en van 30°, mag niet groter zijn dan 3:1. 4. De verhouding tussen de gemiddelde lichtsterktecoëfficiënten, gemeten over verschillende bogen van 30° bij een waarnemingshoek α van 0°20’ en een invalshoek ß2 van 5° en van 30°, mag niet groter zijn dan 10:1. 5. De gemiddelde lichtsterktecoëfficiënt wordt bepaald door het wiel achter een opening met een boog van 30° zodanig te laten draaien dat een constante waarde wordt verkregen. Tabel 3. Waarnemingshoek Invalshoek Lichtsterktecoëfficiënt met standaard lichtbron α ß1 ß2 A (in mcd/lux) 0°20' 0° +/– 5° >= 16 D 0°20' 0° +/– 20° >= 14 D 0°20' 0° +/– 40° >= 4,7 D 0°20' 0° +/– 50° >= 14 D 1°30' 0° +/– 5° >= 1,1 D 1°30' 0° +/– 20° >= 1,0 D 1°30' 0° +/– 40° >= 0,65 D 1°30' 0° +/– 50° >= 0,2 D D = binnendiameter retroreflecterend gedeelte in cm. Indien binnendiameter kleiner is dan 42 cm, wordt aangehouden: D = 42. Lees het artikel op wetten.overheid.nl Regeling voertuigen, artikel 14Nadat de retroreflector de beproevingen zoals vermeld in de onderdelen A en E van annex 2 heeft ondergaan, mag de lichtsterktecoëfficiënt van de retroreflector, te meten bij een waarnemingshoek α van 0°20’ en een invalshoek ß2 van 5°, niet minder zijn dan 60% van de minimumwaarde vermeld in artikel 13. Lees het artikel op wetten.overheid.nl Regeling voertuigen, artikel 15Nadat de retroreflector de beproevingen zoals vermeld in de onderdelen A tot en met E van annex 2 heeft ondergaan, mag: a. de retroreflector geen zichtbare verandering vertonen; b. in de retroreflector geen water waarneembaar zijn. Lees het artikel op wetten.overheid.nl Regeling voertuigen, artikel 171. De retroreflector moet deugdelijk aan het wiel kunnen worden bevestigd. 2. De bevestiging moet zodanig zijn uitgevoerd dat de ingestelde stand blijft gehandhaafd. 3. De bevestiging van de retroreflector mag nadat, een beproeving volgens onderdeel G van annex 2, is uitgevoerd geen zichtbare corrosie vertonen. Lees het artikel op wetten.overheid.nl

Waar dit bij hoort

Dit begrip komt aan bod in Je auto in orde: banden, verlichting en onderhoud, hoofdstuk 9 van de gratis theoriecursus.

Andere begrippen

Ook een rijschool nodig?

Dit begrip hoort bij de theorie. Die leer je hier gratis, voor de rijlessen heb je een rijschool nodig. Op Ribba vergelijk je rijscholen op het slagingspercentage van het CBR, het prijsniveau en de beoordelingen van eerdere leerlingen.

Rijscholen vergelijken