Snelheidscontrole

snelheidscontrole in het verkeer

Snelheidscontrole is het meten of jij je aan de geldende maximumsnelheid houdt. Dat gebeurt met vaste flitsers, mobiele metingen en trajectcontrole, op basis van de limiet die past bij jouw voertuig en de plek waar je rijdt.

Snelheidscontrole kom je tegen binnen en buiten de bebouwde kom, op wegen met bord G1 of G3 en op trajecten. Er wordt gecontroleerd met vaste camera’s, mobiele radar of laser, onopvallende politievoertuigen en trajectcontrole die je gemiddelde snelheid meet tussen twee meetpunten. Je hoeft de techniek niet te kennen om fouten te vermijden. Het gaat erom dat je nauwkeurig rijdt binnen de limiet die daar geldt. Kijk vooruit, check je snelheidsmeter en anticipeer op borden A1 en A2.

Welke limiet voor jou geldt, hangt af van het wegtype en van je voertuig. Voor motorvoertuigen gelden andere maxima dan voor bromfietsen. Een snorfiets is een soort bromfiets met een lagere maximumsnelheid. Gehandicaptenvoertuigen met motor hebben eigen maxima en die hangen sterk af van waar zij rijden, zoals rijbaan, fietspad, fiets/bromfietspad of trottoir. Let erop dat borden A1 en A2 de plaatselijke limiet bepalen en dus vóór de algemene snelheden gaan. Buiten de bebouwde kom verschillen de maxima voor motorvoertuigen per wegsoort. Verder zijn er bijzondere maxima voor voertuigen met aanhangwagen en voor specifieke categorieën zoals vrachtauto’s, T100-bussen, brommobielen en snorfietsen.

Zie je een controle, rem niet abrupt. Controleer je snelheid en pas die geleidelijk en veilig aan. Bij trajectcontrole telt je gemiddelde over het hele traject, niet alleen bij de camera’s. Op wegen met bord G1 of G3 mag je alleen rijden met een motorvoertuig dat ten minste 60 respectievelijk 50 km per uur mag en kan rijden. Dat is een geschiktheidseis en geen verplichte minimumsnelheid. Rijd langzamer wanneer omstandigheden dat vragen en hinder het overige verkeer niet onnodig.

Wat je moet onthouden

  • Borden A1 en A2 bepalen de plaatselijke maximumsnelheid en gaan vóór de algemene snelheden.
  • Binnen de bebouwde kom: motorvoertuigen maximaal 50 km per uur.
  • Binnen de bebouwde kom: bromfietsen en gehandicaptenvoertuigen met motor op het fiets/bromfietspad maximaal 30 km per uur, op de rijbaan maximaal 45 km per uur, op het fietspad voor deze gehandicaptenvoertuigen maximaal 30 km per uur.
  • Op trottoir of voetpad: gehandicaptenvoertuigen met motor en snorfietsen maximaal 6 km per uur, alleen waar zij daar mogen komen.
  • Buiten de bebouwde kom: motorvoertuigen maximaal 130 km per uur op wegen met bord G1, 100 km per uur op wegen met bord G3 en 80 km per uur op andere wegen, tenzij A1 of A2 anders aangeeft.
  • Buiten de bebouwde kom: bromfietsen en gehandicaptenvoertuigen met motor op het fiets/bromfietspad maximaal 40 km per uur, op de rijbaan maximaal 45 km per uur, op het fietspad voor deze gehandicaptenvoertuigen maximaal 40 km per uur.
  • Bijzondere maxima: kampeerwagens die volgens het kenteken als bedrijfsauto zijn ingeschreven en meer dan 3500 kg toegestane maximummassa hebben, vrachtauto’s en autobussen zonder T100 maximaal 80 km per uur.
  • T100-bus: maximaal 100 km per uur.
  • Brommobielen: maximaal 45 km per uur.
  • Snorfietsen: maximaal 25 km per uur.
  • Personenauto’s, bestelauto’s, motorfietsen, driewielige motorvoertuigen en T100-bussen met een aanhangwagen van niet meer dan 3500 kg: maximaal 90 km per uur.
  • Andere motorvoertuigen met aanhangwagen: maximaal 80 km per uur.
  • Landbouw en soortgelijke voertuigen: in principe maximaal 25 km per uur. Zij mogen 40 km per uur rijden buiten de bebouwde kom en binnen de bebouwde kom op wegen met een vrijliggend fietspad of fiets/bromfietspad, op wegen die gesloten zijn voor fietsers of waar 70 km per uur geldt, voor zover geen lagere limiet geldt.
  • Toegangseis G1 en G3: alleen voor motorvoertuigen die ten minste 60 respectievelijk 50 km per uur mogen en kunnen rijden. Dit is geen verplichte minimumsnelheid.
  • Bij trajectcontrole telt je gemiddelde snelheid over het hele traject.

Misverstanden

  • Denken dat één limiet voor iedereen geldt. De limiet hangt af van voertuig en weggedeelte.
  • Een bromfiets als motorvoertuig zien. Bromfietsen hebben eigen maxima en plaats op de weg.
  • Snorfiets en bromfiets door elkaar halen. Een snorfiets mag maximaal 25 km per uur en heeft andere plaatsregels.
  • Vergeten dat A1 en A2 de algemene snelheden kunnen vervangen.
  • Aannemen dat je op wegen met bord G1 of G3 altijd minimaal 60 of 50 moet rijden. Het is een geschiktheidseis, geen verplichte minimumsnelheid.
  • Hard remmen zodra je een flitser ziet. Pas je snelheid geleidelijk en veilig aan.
  • Denken dat trajectcontrole alleen aan het begin of het einde meet. Het gaat om je gemiddelde over het hele traject.
  • Niet beseffen dat aanhangwagens de maximumsnelheid verlagen naar 90 of 80, afhankelijk van het trekkende voertuig.
  • Aannemen dat landbouwvoertuigen altijd 25 rijden. In bepaalde gevallen mag 40.
  • Vergeten dat voor gehandicaptenvoertuigen met motor de maximumsnelheid afhangt van rijbaan, fietspad, fiets/bromfietspad of trottoir.

Niet verwarren met

  • maximumsnelheid Hier gaat het om handhaving via metingen of camera's, niet om de toegestane snelheid zelf.
  • politiecontrole Hier gaat het om een gerichte snelheidsmeting, niet om een algemene staandehouding voor uiteenlopende zaken.
  • cruise control Hier gaat het om toezicht van buitenaf, niet om een rijhulpsysteem dat jouw snelheid vasthoudt.

Bron: Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (RVV 1990), artikel 20Binnen de bebouwde kom gelden de volgende maximumsnelheden: a. voor motorvoertuigen 50 km per uur; b. voor bromfietsen en gehandicaptenvoertuigen, uitgerust met een motor: 1. op het fiets/bromfietspad 30 km per uur; 2. op de rijbaan 45 km per uur; 3. op het fietspad, voor de hier bedoelde gehandicaptenvoertuigen, 30 km per uur; c. voor gehandicaptenvoertuigen, uitgerust met een motor, en snorfietsen als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel e, subonderdeel d, van de wet op het trottoir of het voetpad 6 km per uur. Lees het artikel op wetten.overheid.nl Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (RVV 1990), artikel 21Buiten de bebouwde kom gelden de volgende maximumsnelheden: a. voor motorvoertuigen op autosnelwegen 130 km per uur, op autowegen 100 km per uur en op andere wegen 80 km per uur; b. voor bromfietsen en gehandicaptenvoertuigen, uitgerust met een motor: 1. op het fiets/bromfietspad 40 km per uur; 2. op de rijbaan 45 km per uur; 3. op het fietspad, voor de hier bedoelde gehandicaptenvoertuigen, 40 km per uur; c. voor gehandicaptenvoertuigen, uitgerust met een motor, en snorfietsen als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel e, subonderdeel d, van de wet op het trottoir of het voetpad 6 km per uur. Lees het artikel op wetten.overheid.nl Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (RVV 1990), artikel 22Voor zover niet ingevolge andere artikelen van dit besluit een lagere maximumsnelheid geldt, gelden voor de volgende voertuigen de volgende bijzondere maximumsnelheden: a. voor kampeerwagens die volgens het kentekenbewijs behoren tot de categorie bedrijfsauto’s en waarvan de toegestane maximummassa meer bedraagt dan 3500 kg, vrachtauto’s en autobussen, niet zijnde T100-bussen, 80 km per uur; b. voor T100-bussen 100 km per uur; c. voor brommobielen 45 km per uur; d. voor snorfietsen 25 km per uur; e. voor personenauto’s, bestelauto’s, motorfietsen, driewielige motorvoertuigen en T100-bussen, die een aanhangwagen met een toegestane maximummassa van niet meer dan 3500 kg voortbewegen, 90 km per uur; f. voor andere dan de in onderdeel e genoemde motorvoertuigen met aanhangwagen 80 km per uur. Lees het artikel op wetten.overheid.nl Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (RVV 1990), artikel 22a1 Voor zover niet ingevolge andere artikelen van dit besluit een lagere maximumsnelheid geldt, geldt als maximumsnelheid voor landbouw- en bosbouwtrekkers, motorrijtuigen met beperkte snelheid en mobiele machines, al dan niet met aanhangwagen: 25 km per uur. 2 In afwijking van het eerste lid geldt, voor zover niet ingevolge andere artikelen van dit besluit een lagere maximumsnelheid geldt, als maximumsnelheid voor landbouw- en bosbouwtrekkers, motorrijtuigen met beperkte snelheid en mobiele machines, al dan niet met aanhangwagen, op wegen: a. buiten de bebouwde kom; en b. binnen de bebouwde kom: 1°. die zijn voorzien van een vrijliggend fietspad of fiets/bromfietspad; 2°. die gesloten zijn voor fietsers; of 3°. waar een maximumsnelheid van 70 km per uur geldt: 40 km per uur. § 9. Stilstaan Lees het artikel op wetten.overheid.nl Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (RVV 1990), artikel 421 Het gebruik van de autosnelweg is slechts toegestaan voor bestuurders van een motorvoertuig waarmee met een snelheid van ten minste 60 km per uur mag en kan worden gereden. 2 Het gebruik van de autoweg is slechts toegestaan voor bestuurders van een motorvoertuig waarmee met een snelheid van ten minste 50 km per uur mag en kan worden gereden. Lees het artikel op wetten.overheid.nl

Waar dit bij hoort

Dit begrip komt aan bod in Gebruik van de weg, hoofdstuk 1 van de gratis theoriecursus.

Andere begrippen

Ook een rijschool nodig?

Dit begrip hoort bij de theorie. Die leer je hier gratis, voor de rijlessen heb je een rijschool nodig. Op Ribba vergelijk je rijscholen op het slagingspercentage van het CBR, het prijsniveau en de beoordelingen van eerdere leerlingen.

Rijscholen vergelijken