Dashboard
Het dashboard is het instrumentenpaneel voor je neus met meters, schermen en controlelampjes die je tijdens het rijden informeren over snelheid, systemen en storingen. Je leest hier wat je direct moet doen bij lampjes en wat je bij speciale voertuigen kunt tegenkomen.
Voor je zie je minimaal een snelheidsmeter en controlelampjes. Vaak zijn er ook een toerenteller, brandstofmeter of acculading, richtingaanwijzers en verlichting. Moderne auto’s tonen dit op een digitaal scherm, oudere modellen met wijzers of een mix. Sommige auto’s projecteren extra info op de voorruit met een head up display. De exacte pictogrammen verschillen per merk, maar de kleurcodes zijn vrijwel overal hetzelfde.
Kleuren vertellen hoe dringend iets is. Groen of blauw is informatief. Een functie staat aan, zoals grootlicht of cruisecontrol. Geel of oranje vraagt aandacht maar meestal geen direct stoppen, bijvoorbeeld bij bandenspanning, motorstoring of weinig ruitenvloeistof. Rood is kritiek. Rood voor oliedruk, koelvloeistoftemperatuur, laadsysteem of een algemene remstoring betekent veilig stoppen en eerst dat probleem oplossen. Andere rode lampjes, zoals een niet vastgeklikte gordel, een aangetrokken parkeerrem of een open deur, los je op vóór je vertrekt of zodra het kan.
Bij het inschakelen van het contact doen de meeste auto’s een lampjestest. Symbolen lichten kort op en doven. Blijft een lampje branden of knippert het, volg dan wat het symbool aangeeft. Een rood oliekannetje duidt op te lage oliedruk. Een rood thermometersymbool betekent een te heet koelsysteem. Het rode acculampje hoort bij het 12 volt laadsysteem. Een oranje ABS lampje betekent dat ABS niet beschikbaar is. De basisremmen werken meestal nog, maar je hebt geen antiblokkeerhulp. Rijd je elektrisch, dan zie je een laadstatus in plaats van een brandstofmeter en vaak een melding dat het voertuig rij klaar is. Vertrouw niet op geluid, want de aandrijving kan stil zijn.
Kijk tijdens het rijden alleen kort naar het dashboard. Houd je aandacht bij de weg. Bedien menu’s, navigatie en infotainment het liefst als je stilstaat. Weet wat de belangrijkste symbolen betekenen. Staat iets je niet duidelijk, check dan de handleiding van jouw auto. In sommige bedrijfsauto’s met een geheel of gedeeltelijk drukluchtremsysteem zie je op het dashboard manometers per remkring. Die meters horen stabiel een voldoende druk te tonen. Bij een controle kan men remkringen afzonderlijk ontluchten. De druk in de niet ontluchte kringen moet op peil blijven, zodat je nog remkracht hebt bij een lekkage. Dat zie je direct aan de manometers. Personenauto’s hebben meestal hydraulische remmen en geen luchtdrukmeters op het dashboard.
Wat je moet onthouden
- Rood waarschuwingslampje voor oliedruk, koelvloeistoftemperatuur, laadsysteem of remsysteem betekent veilig stoppen en eerst dat probleem oplossen. Rijd niet door met zo’n lampje aan.
- Geel of oranje waarschuwingslampje vraagt om tijdige actie. Controleer de oorzaak en plan onderhoud of herstel. Rijd rustiger en met extra marge als het om remmen, banden of stabiliteitshulp gaat.
- Na het aanzetten van het contact moeten controlelampjes die alleen de lampjestest laten zien vanzelf doven. Doen ze dat niet, zoek de oorzaak voordat je gaat rijden.
- Bij uitval van ABS blijft je basisrem werken maar zonder antiblokkeerfunctie. Vergroot je volgafstand en laat het systeem zo snel mogelijk controleren.
- Elektrische auto’s en hybrides kunnen stil wegrijden. Controleer of het voertuig rij klaar meldt. Gebruik het dashboard om snelheid en rijmodus te bewaken.
- In bedrijfsauto’s met een geheel of gedeeltelijk drukluchtremsysteem horen er meetpunten te zijn om de druk naar de remcilinders per as te kunnen meten en een meetpunt vóór elke remkrachtregelaar. De controle kan met manometers of met de meters op het dashboard, terwijl de remkringen om en om worden ontlucht. De druk die overblijft in de niet ontluchte kringen moet van een redelijk niveau zijn.
- In zulke bedrijfsauto’s is een goed werkend meerkringsbeveiligingsventiel verplicht wanneer het voertuig na 30 september 1975 in gebruik is genomen. Dit ventiel zorgt dat een lekkage in één kring de andere kringen niet leeg trekt.
- Drukluchtremkrachtregelaars in bedrijfsauto’s moeten goed functioneren. Wanneer het kan, wordt ook gecontroleerd of de regelaar de volle druk kan doorsturen.
- Bij bedrijfsauto’s met drukluchtremkrachtregelaars die na 30 september 1981 in gebruik zijn genomen, moet een plaat met de afstelling aanwezig zijn. De aanwezige regelaars moeten globaal volgens die vermelde afstelling staan. Bij controle mag de gemeten afstelling hooguit 0,5 bar afwijken. Er wordt in elk geval gecontroleerd of de stand voor de vastgestelde aslast klopt en, indien mogelijk zonder demontage, of de regelaar volle druk doorstuurt.
Misverstanden
- Denken dat een lampje alleen een advies is. Rood betekent onmiddellijk handelen en vaak stoppen. Dat is geen optie maar noodzaak.
- Aannemen dat het rode acculampje iets zegt over de tractiebatterij van een elektrische auto. Het gaat om het 12 volt laadsysteem. Problemen daarmee kunnen ook een EV stilzetten.
- Verwachten dat elke auto luchtdrukmeters voor de remmen heeft. Dat zie je alleen bij bepaalde bedrijfsauto’s met een luchtremsysteem. Personenauto’s hebben meestal hydraulische remmen.
- Tijdens het rijden lang naar menu’s of navigatie kijken. Dat leidt af. Stel dit in als je stilstaat en beperk het kijken tot korte blikken.
- Denken dat alle lampjes na de lampjestest mogen blijven branden. Alleen functies die je bewust aan hebt gezet mogen blijven branden, zoals grootlicht of mistlampen indien toegestaan door de situatie.
- Verwarren van kleuren. Groen of blauw is informatief, geel of oranje vraagt aandacht, rood is kritiek. Handel daar ook naar.
Niet verwarren met
- navigatiesysteem Hier gaat het om het hele instrumentenpaneel; een navigatiescherm is hooguit één onderdeel daarvan.
- waarschuwingslichten Het dashboard is het paneel in het interieur met meters en controlelampjes, niet de knipperende lichten aan de buitenkant van de auto.
- toerental Het dashboard is de drager van meerdere meters en lampjes; het toerental is slechts één van de waarden die je daar kunt aflezen.
Bron: Regeling voertuigen, artikel 5.3.35Eisen Wijze van Keuren 1. Bedrijfsauto’s met een geheel of gedeeltelijk drukluchtremsysteem moeten zijn voorzien van: a. drukmeetpunten waarmee de drukken die worden ingestuurd in de drukluchtremcilinders op iedere as, kunnen worden gemeten; b. een drukmeetpunt waarmee de druk vóór elke drukluchtremkrachtregelaar kan worden gemeten, en – Onderdelen a en b: visuele controle, terwijl de bedrijfsauto zich boven een inspectieput of op een hefinrichting bevindt. – Onderdeel c: visuele controle met behulp van manometers of de dashboardmeter(s), waarbij de bedrijfsremkringen beurtelings worden ontlucht. De resterende druk in de niet ontluchte kringen moet van een redelijk niveau zijn. c. een goed functionerend meerkringsbeveiligingsventiel indien het voertuig in gebruik is genomen na 30 september 1975. 2. Drukluchtremkrachtregelaars moeten goed functioneren. Visuele controle met behulp van manometers, terwijl de bedrijfsauto zich boven een inspectieput of op een hefinrichting bevindt, waarbij de rem in werking wordt gesteld. Indien mogelijk wordt de controle ook uitgevoerd wanneer de drukluchtremkrachtregelaar de volle druk doorstuurt. Controle op het goed functioneren kan achterwege blijven, indien een controle is uitgevoerd volgens het derde lid. 3. Bedrijfsauto’s met drukluchtremkrachtregelaars, in gebruik genomen na 30 september 1981, moeten zijn voorzien van een plaat waarop duidelijk leesbaar de afstelling van de drukluchtremkrachtregelaars is vermeld. De vermelde drukluchtremkrachtregelaars moeten aanwezig zijn en moeten globaal zijn afgesteld zoals voor de beladingstoestand van het voertuig is vermeld op de plaat. – Visuele controle op de aanwezigheid, waarbij het merk en type van de drukluchtremkrachtregelaar mag afwijken. – Indien ter plaatse de daadwerkelijke aslast of veerbalgdruk kan worden vastgesteld, vindt de controle van de afstelling van de drukluchtremkrachtregelaars plaats met behulp van manometers, terwijl de bedrijfsauto zich boven een inspectieput of op een hefinrichting bevindt. Hierbij wordt de rem in werking gesteld waarbij de afstelling ten hoogste 0,5 bar mag afwijken van de gegevens op de plaat. De volgende twee afstellingen moeten ten minste worden gecontroleerd: a. de stand waarin de regelaar zich bevindt behorende bij de vastgestelde aslast, en b. wanneer de regelaar de volle druk doorstuurt, voor zover dit mogelijk is zonder demontage. – Indien ter plaatse de daadwerkelijke aslast of veerbalgdruk niet kan worden vastgesteld, vindt een globale controle van de afstelling van de drukluchtremkrachtregelaars plaats met behulp van manometers, terwijl de bedrijfsauto zich boven een inspectieput of op een hefinrichting bevindt. Hierbij wordt de rem in werking gesteld. Bij een niet maximaal belaste as wordt de werking van de regelaar gecontroleerd door: a. de druk te meten die de regelaar doorstuurt in de stand waarin deze zich dan bevindt; b. de afstelling te meten van de stand waarin de regelaar de volle druk doorstuurt, voor zover dit mogelijk is zonder demontage. De onder punt b gemeten druk moet hoger zijn dan de druk vastgesteld onder punt a. Indien de betreffende as nagenoeg maximaal is belast, mag de onder punt b gemeten druk gelijk zijn aan de vastgestelde druk onder a. 4. De ontwateringsventielen van reservoirs moeten goed functioneren. Visuele controle, waarbij het ontwateringsventiel, indien mogelijk, moet worden bediend. Lees het artikel op wetten.overheid.nl
Waar dit bij hoort
Dit begrip komt aan bod in Je auto in orde: banden, verlichting en onderhoud, hoofdstuk 9 van de gratis theoriecursus.
Andere begrippen
Ook een rijschool nodig?
Dit begrip hoort bij de theorie. Die leer je hier gratis, voor de rijlessen heb je een rijschool nodig. Op Ribba vergelijk je rijscholen op het slagingspercentage van het CBR, het prijsniveau en de beoordelingen van eerdere leerlingen.
Rijscholen vergelijken