Hoofdstuk 8 van 11

Voertuigkennis

Voertuigkennis: een Nederlandse verkeerssituatie vanuit de bestuurdersstoel

Je voertuig en onderdelen moeten officieel zijn goedgekeurd en voertuigen op de weg moeten aan gestelde eisen voldoen, inclusief een geldig en leesbaar keuringsbewijs. Voor autosnelweg en autoweg geldt een minimale snelheidscapaciteit en het RVV bevat regels over verlichting en het voorbijrijden van een stilstaande tram of bus.

Waar het CBR naar vraagt: De eisen die aan de auto gesteld worden zoals lading en verlichting, en kennis van bijvoorbeeld dashboardsymbolen en gebruik van spiegels.

Niveau K. Je benoemt of herkent een feit of regel. Bijvoorbeeld: wat betekent dit bord?

De borden bij dit hoofdstuk

Klik op een bord voor de betekenis en wat je moet doen.

Goedkeuring vooraf voor voertuigen en onderdelen

Je mag voertuigen, onderdelen en voorzieningen pas op de markt brengen na goedkeuring. Dat geldt ook voor bescherming van inzittenden en kwetsbare weggebruikers, tenzij je een ontheffing, vrijstelling of vergunning hebt.

Je mag voertuigen, systemen, onderdelen, technische eenheden, voertuigdelen, uitrustingsstukken en voorzieningen pas aanbieden of verhandelen na goedkeuring. Of je hebt daarvoor een ontheffing, vrijstelling of vergunning. De goedkeuring kan EU-typegoedkeuring of individuele EU-goedkeuring zijn, en ook nationale typegoedkeuring of een individuele nationale goedkeuring. Daarnaast bestaat VN/ECE-goedkeuring. Veranderen de voorwaarden, dan gelden aanvullende regels. Een ministeriële regeling kan uitzonderingen op de goedkeuringsplicht aanwijzen.

In een bromfietszaak zie je een felle LED-koplamp zonder keurmerk. Je vraagt om bewijs van goedkeuring en koopt niets. Want zonder goedkeuring, ontheffing, vrijstelling of vergunning mag niemand dat aanbieden of verhandelen.

Op een onderdelenmarkt spreekt een handelaar je aan met remblokken zonder keurmerk. Je vraagt naar EU- of VN/ECE-goedkeuring en loopt door. Want zonder goedkeuring of ontheffing mag hij ze niet verhandelen.

Je denkt dat alleen complete voertuigen een keur nodig hebben. Ook losse systemen, onderdelen en uitrustingsstukken vallen hieronder. Haal markttoelating niet door elkaar met regels voor gebruik.

Bron: Wegenverkeerswet 1994, artikel 211 Voertuigen en systemen, onderdelen, technische eenheden, voertuigdelen, uitrustingsstukken en voorzieningen die voor dergelijke voertuigen en aanhangwagens daarvan zijn ontworpen en gebouwd en voorzieningen die ter bescherming van inzittenden van voertuigen en kwetsbare weggebruikers zijn ontworpen en gebouwd worden slechts op de markt aangeboden of in de handel gebracht nadat ze zijn goedgekeurd, nadat ze zijn goedgekeurd met een ontheffing of vrijstelling of nadat hiervoor een vergunning is verleend. 2 De goedkeuring, bedoeld in het eerste lid, kan zijn verleend als: a. EU-typegoedkeuring of individuele EU-goedkeuring indien wordt voldaan aan de daaraan gestelde eisen in de desbetreffende EU-verordening of -richtlijn in verband met de goedkeuring motorvoertuigen; b. nationale typegoedkeuring of -individuele goedkeuring indien dit bij ministeriële regeling is bepaald en wordt voldaan aan de daaraan gestelde eisen in artikel 23, derde lid ; of c. VN/ECE-goedkeuring indien wordt voldaan aan de daaraan gestelde eisen in de desbetreffende geharmoniseerde technische reglementen als bedoeld in de Overeenkomst van 1958. 3 Een ontheffing, vrijstelling of vergunning als bedoeld in het eerste lid kan zijn verleend als: a. een ontheffing, vrijstelling of vergunning in verband met EU-typegoedkeuring of individuele EU-goedkeuring indien wordt voldaan aan de daaraan gestelde voorwaarden in de desbetreffende EU-verordening in verband met de goedkeuring van motorvoertuigen; of b. een ontheffing, vrijstelling of vergunning in verband met een nationale typegoedkeuring of -individuele goedkeuring voor zover dit bij ministeriële regeling is bepaald. 4 In afwijking van het eerste lid, worden voertuigen na wijziging van de voorwaarden voor goedkeuring, slechts op de markt aangeboden of in de handel gebracht: a. indien het betreft een EU-typegoedkeuring of individuele EU-goedkeuring, zolang wordt voldaan aan de daaraan gestelde voorwaarden op grond in de desbetreffende EU-verordening of -richtlijn in verband met de goedkeuring van motorvoertuigen; b. indien het betreft een nationale typegoedkeuring of -individuele goedkeuring, zolang wordt voldaan aan de daaraan bij ministeriële regeling gestelde voorwaarden; of c. indien het betreft een VN/ECE-goedkeuring zolang wordt voldaan aan de daaraan gestelde voorwaarden in de desbetreffende geharmoniseerde technische reglement als bedoeld in de Overeenkomst van 1958. 5 In afwijking van het eerste lid, worden bij ministeriële regeling gevallen genoemd waarin voertuigen, systemen, onderdelen, technische eenheden, voertuigdelen, uitrustingsstukken en voorzieningen niet aan goedkeuring onderhevig zijn voordat ze op de markt mogen worden aangeboden of in de handel mogen worden gebracht. Lees het artikel op wetten.overheid.nl

Wie verleent de goedkeuringen

De Dienst Wegverkeer kan goedkeuringen, ontheffingen, vrijstellingen en vergunningen verlenen en onder voorwaarden goedkeuringen uit andere landen erkennen.

De Dienst Wegverkeer verleent de genoemde goedkeuringen. Nationale goedkeuringen uit andere EU-lidstaten en EER-landen kunnen onder voorwaarden gelijkstaan. Dat geldt ook voor landen met de overeenkomst met Zwitserland. Bevoegde instanties uit andere landen verlenen ook EU- of VN/ECE-goedkeuringen. Bij een garage laat je koplampen monteren. Je kiest een set met VN/ECE-goedkeuring van een fabrikant uit Italië. Je doet dat, want ook de bevoegde instantie van een andere staat verleent VN/ECE-goedkeuring. Je verwart soms nationale goedkeuring met EU-typegoedkeuring. Je denkt dat gelijkstelling automatisch geldt, maar die geldt alleen onder EU-voorwaarden. Je onthoudt dat een instantie van een andere lidstaat EU-goedkeuringen verleent.

Bij een accessoireshop wil je een trekhaak laten monteren. Je wacht met monteren en vraagt naar de nationale goedkeuring uit het EER-land. Dat doe je omdat alleen de Dienst Wegverkeer gelijkstelt als aan EU-voorwaarden is voldaan.

Regelmatig zie je VN/ECE aan voor EU-typegoedkeuring; het zijn aparte besluiten.

Bron: Wegenverkeerswet 1994, artikel 221 Een goedkeuring als bedoeld in artikel 21, eerste lid , of een ontheffing, vrijstelling of vergunning, bedoeld in artikel 21, derde lid, kan op aanvraag door de Dienst Wegverkeer worden verleend. 2 Een nationale typegoedkeuring of -individuele goedkeuring die is afgegeven door een goedkeuringsinstantie van een andere lidstaat van de Europese Unie wordt door de Dienst Wegverkeer gelijkgesteld met een nationale typegoedkeuring of -individuele goedkeuring indien wordt voldaan aan de voor gelijkstelling gestelde voorwaarden in de betreffende EU-verordening in verband met de goedkeuring van motorvoertuigen. 3 Het tweede lid is van overeenkomstige toepassing op een nationale typegoedkeuring of -individuele goedkeuring die is verleend door het bevoegd gezag van een andere staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte of die is verleend door het daartoe bevoegde gezag in Zwitserland indien dit voortvloeit uit de op 21 juni 1999 te Luxemburg tot stand gekomen Overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en de Zwitserse Bondsstaat inzake de wederzijdse erkenning van de overeenstemmingsbeoordeling (PbEG L 114). 4 Een EU-typegoedkeuring of individuele EU-goedkeuring, als bedoeld in artikel 21, tweede lid, onderdeel a , of een ontheffing, vrijstelling of vergunning, bedoeld in artikel 21, derde lid, onderdeel a, kan ook zijn verleend door een goedkeuringsinstantie van een andere lidstaat van de Europese Unie als bedoeld in een EU-verordening in verband met de goedkeuring van motorvoertuigen. 5 Een VN/ECE goedkeuring kan ook zijn verleend door het daartoe bevoegde gezag in een Staat die partij is bij de Overeenkomst van 1958. Lees het artikel op wetten.overheid.nl

Waarover gaan de nationale goedkeuringsregels

Een ministeriële regeling geeft nadere regels voor nationale goedkeuringen. Voldoe je aan die eisen, dan verleent de Dienst Wegverkeer goedkeuring, tenzij dat tot ernstig gevaar leidt.

Je krijgt regels over goedkeuringseisen voor voertuigen en onderdelen, certificaten van overeenstemming, goedkeuringsmerken en toegang tot boorddiagnose en onderhoudsinformatie. Over de wijze van goedkeuren. En borging en controle van productconformiteit, met vereiste medewerking.

Als je aan die eisen en eventuele EU-harmonisatie-eisen voldoet, verleent de Dienst Wegverkeer nationale goedkeuring. Ontstaat daarmee ernstig gevaar voor gezondheid, verkeersveiligheid, milieu of andere publieke belangen, dan niet.

Op een parkeerplaats bij een accessoireswinkel zie je een lichtbalk zonder markering. De verkoper zegt dat hij op elke auto past. Je vraagt om een certificaat van overeenstemming of een goedkeuringsmerk. Want onderdelen en voorzieningen die voor voertuigen zijn ontworpen moeten zijn goedgekeurd en gemarkeerd; zonder dat volgt geen nationale goedkeuring. Je laat de lichtbalk liggen, omdat hij geen markering of certificaat heeft.

Bron: Wegenverkeerswet 1994, artikel 231 Bij ministeriële regeling worden in verband met nationale typegoedkeuringen en -individuele goedkeuring nadere regels gesteld. 2 De in het eerste lid bedoelde regels kunnen in elk geval betrekking hebben op: a. de goedkeuringseisen voor voertuigen en systemen, onderdelen, technische eenheden, voertuigdelen, uitrustingsstukken en voorzieningen die voor dergelijke voertuigen en aanhangwagens daarvan zijn ontworpen en gebouwd of die ter bescherming van inzittenden van voertuigen en kwetsbare weggebruikers zijn ontworpen en gebouwd; b. de aanwezigheid van certificaten van overeenstemming; c. het aanbrengen van platen of goedkeuringsmerken; d. de toegang tot informatie uit het boorddiagnosesysteem en de reparatie- en onderhoudsinformatie; e. de wijze van goedkeuren; en f. de wijze waarop de conformiteit van de productie wordt geborgd, de controle hierop en de medewerking die daarvoor bij de noodzakelijke werkzaamheden wordt verlangd. 3 De Dienst Wegverkeer verleent een nationale typegoedkeuring of -individuele goedkeuring indien een voertuig of systeem, onderdeel, technische eenheid, voertuigdeel, uitrustingsstuk of voorziening voor een voertuig of aanhangwagen daarvan of voorziening ter bescherming van inzittenden van voertuigen en kwetsbare weggebruikers, voldoet aan de op grond van het eerste lid gestelde eisen en, indien van toepassing, aan de daaraan gestelde eisen in een EU-harmonisatieverordening in verband met de goedkeuring van motorvoertuigen tenzij de Dienst Wegverkeer van oordeel is deze goedkeuring zal leiden tot een ernstig gevaar voor de gezondheid, verkeersveiligheid, het milieu of andere aspecten van de bescherming van het openbaar belang. Lees het artikel op wetten.overheid.nl

Tests door technische diensten

Bij nationale goedkeuring mag de Dienst Wegverkeer voor noodzakelijke tests aangewezen technische diensten gebruiken.

Vraag je een nationale typegoedkeuring of individuele goedkeuring aan? De Dienst Wegverkeer kan voor de nodige tests gebruikmaken van technische diensten die de EU onder een kaderverordening heeft aangewezen.

Na ombouw van je auto ga je naar het keuringsstation. Je vraagt individuele goedkeuring aan; tests lopen via een aangewezen technische dienst. Jij laat die tests uitvoeren, want zo gebruikt de Dienst Wegverkeer technische diensten voor deze goedkeuring.

Verwar een aangewezen technische dienst niet met je eigen garage. Alleen diensten die de Dienst Wegverkeer aanwijst tellen. Haal nationale typegoedkeuring en individuele goedkeuring niet door elkaar.

Na montage van andere stoelen rijd je naar het keuringsstation. De keurmeester verwijst je voor metingen naar een aangewezen technische dienst. Jij plant de test daar, laat de metingen uitvoeren en levert het rapport in bij je aanvraag, omdat voor individuele goedkeuring noodzakelijke tests via aangewezen technische diensten lopen.

Bron: Wegenverkeerswet 1994, artikel 24De Dienst Wegverkeer kan met het oog op het door hem verlenen van een nationale typegoedkeuring of -individuele goedkeuring voor de voor die goedkeuring noodzakelijke tests gebruik maken van de op grond van een EU-kaderverordening in verband met de goedkeuring van motorvoertuigen door hem aangewezen technische diensten. Lees het artikel op wetten.overheid.nl

Medewerking aan controle en toezicht

Wie een nationale typegoedkeuring of VN/ECE-goedkeuring heeft, moet alle noodzakelijke medewerking verlenen aan productcontroles, onderzoeken voor besluiten en markttoezicht.

Deze medewerking betreft controle op de conformiteit van de productie, onderzoek ten behoeve van besluiten op grond van artikel 26 en het markttoezicht als bedoeld in artikel 158a. Jij moet meewerken als je een nationale typegoedkeuring of VN/ECE-goedkeuring hebt. Typegoedkeuring is toestemming voor een type voertuig of onderdeel. Conformiteit van de productie betekent dat je produceert volgens die toestemming.

Stel: je importeert een aanhangwagenmodel en werkt vanuit een magazijn. Een toezichthouder vraagt voertuigen en documenten. Jij geeft toegang en informatie, omdat jij als houder alle noodzakelijke medewerking moet geven.

Dit is geen plicht voor elke bestuurder; het geldt alleen voor houder van de goedkeuring.

Langs een bedrijventerrein spreek je een controleteam van de toezichthouder. Jij toont een voertuig, serienummers en je productiedossier, omdat jij als houder van de typegoedkeuring alle noodzakelijke medewerking moet verlenen.

Hier ontstaat vaak verwarring tussen bestuurder en houder van de goedkeuring. Rijd jij alleen, dan geldt deze plicht niet.

Bron: Wegenverkeerswet 1994, artikel 25Degene aan wie een nationale typegoedkeuring of een VN/ECE-goedkeuring is verleend, is gehouden alle noodzakelijke medewerking te verlenen ten behoeve van controle op de conformiteit van de productie, bedoeld in artikel 23, tweede lid, onderdeel f , het onderzoek ten behoeve van besluiten op grond van artikel 26 , en het markttoezicht, bedoeld in artikel 158a . Lees het artikel op wetten.overheid.nl

Eisen voor voertuigen op de weg

Een ministeriële regeling stelt eisen aan voertuigen op de weg. Voertuigen waarmee je rijdt moeten voldoen aan eisen voor goedkeuring en aan aangewezen gebruikseisen uit EU-harmonisatieverordeningen.

De regels geven onder meer eisen voor voertuigen waarmee je rijdt en voor hun inrichting op de weg. Ze gaan over voertuigen op de weg. Ook voor de afgifte van een keuringsbewijs en voor het uitvoeren van onderhoud.

Naast deze regels voldoen voertuigen waarmee je op de weg rijdt aan eisen voor goedkeuring. En aan gebruikseisen uit bij ministeriële regeling aangewezen artikelen van EU-harmonisatieverordeningen.

Soms verwar je goedkeuring met gebruikseisen. Goedkeuring gaat over het voertuig; gebruikseisen over het gebruik. Vergeet niet dat er inrichtingseisen gelden voor stilstaande voertuigen. Alleen goedkeuring is niet genoeg.

Vlak voor de oprit naar een autoweg rijd je met een geleende bestelauto en aanhangwagen. Je controleert alles en gaat pas rijden. Dat moet, want voertuigen op de weg voldoen aan inrichtingseisen, goedkeuring en gebruikseisen.

Goedkeuring lijkt genoeg. Op de parkeerplaats langs een autoweg parkeer je een aanhangwagen. Je controleert en parkeert pas, omdat ook gebruikseisen en inrichtingseisen gelden.

Bron: Wegenverkeerswet 1994, artikel 711 Bij ministeriële regeling worden regels gesteld omtrent: a. de eisen waaraan voertuigen moeten voldoen waarmee over de weg wordt gereden, waarbij onderscheid kan worden gemaakt tussen verschillende wegen; b. de inrichting van voertuigen die op de weg staan; c. de eisen waaraan voertuigen moeten voldoen voor de afgifte van een keuringsbewijs; d. de eisen waaraan ter uitvoering van verdragen of van besluiten van volkenrechtelijke organisaties of van één of meer instellingen van de Europese Unie, al dan niet gezamenlijk, moet worden voldaan met betrekking tot het uitvoeren van onderhoud aan voertuigen. 2 Onverminderd het eerste lid voldoen voertuigen waarmee over de weg wordt gereden, aan de eisen voor goedkeuring als bedoeld in artikel 21 en aan het gebruik verbonden eisen in de bij ministeriële regeling aangeduide artikelen van een EU-harmonisatieverordening in verband met de goedkeuring van motorvoertuigen. Lees het artikel op wetten.overheid.nl

Verplicht keuringsbewijs

Voor een motorrijtuig of aanhangwagen met kenteken is een keuringsbewijs verplicht dat aan RDW-eisen voldoet, geldig en leesbaar is, en bij overtreding ben je als eigenaar of houder en bij rijden ook als bestuurder aansprakelijk.

Heeft je motorrijtuig of aanhangwagen een kenteken, of moet dat hebben? Dan moet er een keuringsbewijs zijn afgegeven. Dat keuringsbewijs moet voldoen aan eisen van de Dienst Wegverkeer voor inrichting en uitvoering, geldig zijn en goed leesbaar. Bij een overtreding ben je als eigenaar of houder aansprakelijk; rijd je ermee, dan ben je als bestuurder aansprakelijk. Bestuurder: iemand die een voertuig bestuurt.

Woonstraat, je stapt in een auto met aanhangwagen. Het keuringsbewijs blijkt onleesbaar. Je rijdt niet weg en vraagt eerst om een geldig, leesbaar bewijs. Want voor voertuigen met kenteken is dat verplicht; rijd je toch, dan ben jij als bestuurder ook aansprakelijk.

Begrijp de reikwijdte goed: de plicht hangt aan kentekenplicht. Vergeet leesbaarheid niet. Rij je met een aanhangwagen, dan ben jij als bestuurder aansprakelijk.

Verwar keuringsbewijs niet met kentekenbewijs of verzekeringspapieren. Leesbaarheid zelf is een eis. Onleesbaar geldt dus als niet in orde.

Bron: Wegenverkeerswet 1994, artikel 721 Voor een motorrijtuig of een aanhangwagen, waarvoor een kenteken is opgegeven dan wel dient te zijn opgegeven, dient een keuringsbewijs te zijn afgegeven. 2 Het keuringsbewijs dient: a. te voldoen aan de door de Dienst Wegverkeer vastgestelde eisen inzake inrichting en uitvoering, b. zijn geldigheid niet te hebben verloren, en c. behoorlijk leesbaar te zijn. 3 Voor overtreding van het eerste lid en het bepaalde bij of krachtens het tweede lid zijn aansprakelijk: a. voor zover het betreft een motorrijtuig, de eigenaar of houder, alsmede in het geval dat met dat motorrijtuig over de weg wordt gereden, de bestuurder, en b. voor zover het betreft een aanhangwagen, de eigenaar of houder, alsmede in het geval dat de aanhangwagen met een motorrijtuig over de weg wordt voortbewogen, de bestuurder van dat motorrijtuig. Lees het artikel op wetten.overheid.nl

Gebruik van lichten tijdens het rijden

Het RVV bevat een paragraaf over het gebruik van lichten tijdens het rijden in de artikelen 32 tot en met 37.

Het RVV 1990 geeft je een aparte paragraaf hierover: artikelen 32 tot en met 37. Die paragraaf regelt welk licht je voert tijdens het rijden.

Avondschemer op een buitenweg, een tegenligger nadert met snelheid. Jij kiest de wettelijk voorgeschreven verlichting en past die tijdig aan. Dat doe je omdat deze regels bepalen welk licht je wanneer gebruikt.

De term dag wordt vaak gezien als gewoon goed zicht. In deze regels betekent dag: tussen zonsopgang en zonsondergang. Kies je verlichting op basis van die begrippen, niet op gevoel.

Ochtendschemer op een landweg zonder straatverlichting, er komt verkeer je tegemoet. Je voert de voorgeschreven verlichting voor buiten de dag en schakelt tijdig terug zodra de tegenligger nadert. Dat doe je omdat deze regels je lichtgebruik koppelen aan dag of geen dag, en aan naderend verkeer. Na passeren kies je weer het licht dat op dat moment is toegestaan.

Bron: Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (RVV 1990), artikel 31§ 13 Gebruik van lichten tijdens het rijden (Artikelen 32-37) Lees het artikel op wetten.overheid.nl

Toegang tot autosnelweg en autoweg

De autosnelweg is alleen toegestaan voor motorvoertuigen waarmee je ten minste 60 km per uur mag en kunt rijden, en de autoweg alleen voor motorvoertuigen waarmee je ten minste 50 km per uur mag en kunt rijden.

Het gaat om mogen én kunnen: je voertuig en het gebruik moeten die snelheden toelaten. Autosnelweg vraagt een motorvoertuig dat minstens 60 km/h mag en kan rijden; autoweg vraagt 50 km/h. Borden G1 en G3 geven dat aan. Vaak draai je 60 en 50 om, of denk je dat alleen kunnen telt.

Aan het begin van een autoweg met bord G3 rijd je in een brommobiel. Je gaat die weg niet op, want alleen motorvoertuigen die minstens 50 km/h mogen en kunnen zijn toegestaan; een brommobiel is een bromfiets, dus geen motorvoertuig.

Veel denken dat een aanhangwagen de toegang blokkeert. De regel gaat over het motorvoertuig; je moet daarmee ten minste 60 of 50 mogen en kunnen rijden. Sta je op een oprit bij bord G1 en haalt je auto door pech 45, dan ga je niet de snelweg op. Dat moet, omdat je voertuig geen 60 kan halen.

Bron: Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (RVV 1990), artikel 421 Het gebruik van de autosnelweg is slechts toegestaan voor bestuurders van een motorvoertuig waarmee met een snelheid van ten minste 60 km per uur mag en kan worden gereden. 2 Het gebruik van de autoweg is slechts toegestaan voor bestuurders van een motorvoertuig waarmee met een snelheid van ten minste 50 km per uur mag en kan worden gereden. Lees het artikel op wetten.overheid.nl

Voorbijrijden van een stilstaande tram of bus

Rijd je een stilstaande tram of autobus aan de instap- of uitstapzijde voorbij, dan geef je passagiers de gelegenheid.

Laat in- en uitstappende passagiers eerst veilig in- of uitstappen aan die zijde. Pas daarna rijd je aan die zijde voorbij.

Bushalte langs een woonstraat, de bus staat stil en mensen stappen uit. Je stopt achter de bus en laat iedereen in- en uitstappen. Je rijdt daarna pas voorbij, omdat jij aan de instapzijde passeert.

Veel bestuurders denken dat je ook verplicht wacht als je aan de andere zijde voorbijgaat. Die plicht geldt alleen aan de instapzijde van een stilstaande tram of autobus. Sommigen denken ook dat het alleen trams betreft, maar het geldt net zo voor een autobus. Instapzijde is de deurkant, niet jouw links of rechts. Zie je niemand in- of uitstappen, dan hoef je aan die zijde niet te wachten.

Tramhalte langs een rijbaan met trambaan, de tram staat stil met open deuren. Jij rijdt ernaast dezelfde kant op. Jij wacht, want jij passeert aan de instapzijde.

Bron: Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (RVV 1990), artikel 52Bestuurders die een stilstaande tram of autobus willen voorbijrijden aan de zijde waar passagiers in- en uitstappen, moeten aan hen daartoe gelegenheid geven. § 23. Slepen Lees het artikel op wetten.overheid.nl

Ook een rijschool nodig?

De theorie leer je hier gratis. Voor de rijlessen heb je een rijschool nodig. Op Ribba vergelijk je rijscholen op het slagingspercentage van het CBR, het prijsniveau en de beoordelingen van eerdere leerlingen.

Rijscholen vergelijken