Landbouwvoertuig

landbouwvoertuig in het verkeer

Een landbouwvoertuig is een landbouw- of bosbouwtrekker, een motorrijtuig met beperkte snelheid of een mobiele machine. Met of zonder aanhangwagen gelden dezelfde maximumsnelheden, ongeacht bouw of gebruik.

Onder landbouwvoertuig vallen drie categorieën: landbouw- en bosbouwtrekkers, motorrijtuigen met beperkte snelheid en mobiele machines. Bijvoorbeeld een trekker. Het gaat om de voertuigsoort, niet om het gebruik. Rijdt een mobiele machine in de bouw of bij reiniging, dan hoort hij hier toch bij. Dat geldt met aanhangwagen of getrokken werktuig, en ook zonder.

Je ziet ze op het platteland, in dorpen en in steden. Ze zijn vaak breed en zwaar, met een grote draaicirkel. Ze trekken traag op en volgen soms een afwijkende bochtlijn. Zeker bij een combinatie met aanhangwagen. Houd als automobilist extra afstand en kijk ver vooruit. Let op afslaan naar inritten, landbouwwegen en percelen. In oogst- of werkperioden kan modder op de rijbaan liggen. Dat vergroot je remweg.

De maximumsnelheid voor landbouwvoertuigen is laag. De basis is 25 km/uur. Soms mag 40 km/uur, als weg en situatie dat toelaten. Buiten de bebouwde kom mag 40 km/uur, tenzij al een lagere limiet geldt. Binnen de bebouwde kom mag 40 km/uur alleen op enkele wegen. Dat kan op wegen met een vrijliggend fietspad of fiets/bromfietspad. Of op wegen met een geslotenverklaring voor fietsers. Geslotenverklaring is een verbodsbord voor een bepaalde groep. Of op wegen waar 70 km/uur geldt. In alle andere straten binnen de kom blijft 25 km/uur de grens. Staat er een lagere limiet? Die gaat altijd vóór.

Wat je moet onthouden

  • Een landbouwvoertuig is een landbouw- of bosbouwtrekker, een motorrijtuig met beperkte snelheid of een mobiele machine, met of zonder aanhangwagen.
  • Basissnelheid is 25 km/uur, tenzij op die plek al een lagere maximumsnelheid geldt door borden of andere regels.
  • Buiten de bebouwde kom mag je 40 km/uur, zolang er niet al een lagere limiet geldt.
  • Binnen de bebouwde kom mag 40 km/uur alleen op wegen met een vrijliggend fietspad of fiets/bromfietspad, op wegen met een geslotenverklaring voor fietsers, of op wegen waar 70 km/uur geldt; anders binnen de kom maximaal 25 km/uur.
  • Deze snelheden gelden ook als het voertuig niet speciaal voor landbouw is gebouwd; de voertuigcategorie telt, niet het gebruiksdoel.
  • Verandert onderweg de situatie, pas je snelheid direct aan de regels ter plaatse aan.

Misverstanden

  • Alleen een trekker is een landbouwvoertuig. Fout: ook motorrijtuigen met beperkte snelheid en mobiele machines horen erbij, met of zonder aanhangwagen.
  • Buiten de bebouwde kom mag je met een landbouwvoertuig altijd 40 km/uur, ook als er borden iets anders zeggen. Fout: een lagere, apart aangegeven limiet gaat altijd vóór.
  • Binnen de bebouwde kom mag 40 km/uur zodra er een fietsstrook ligt. Fout: een fietsstrook is geen vrijliggend fietspad; zonder vrijliggend fietspad, geslotenverklaring voor fietsers of een limiet van 70 km/uur blijft het 25 km/uur.
  • Zonder aanhangwagen mag je sneller dan met aanhangwagen. Fout: de snelheidslimieten zijn hetzelfde met of zonder aanhangwagen.
  • Een mobiele machine die voor bouw of reiniging is bedoeld valt niet onder deze snelheidsregels. Fout: ook dan gelden dezelfde limieten als hij in de genoemde voertuigcategorie valt.
  • Een bromfiets of brommobiel valt onder de landbouwvoertuigen. Fout: een bromfiets is geen motorvoertuig in deze zin en valt niet onder deze regels; een brommobiel is een bromfietssoort en valt er ook niet onder.

Niet verwarren met

  • motorvoertuig Dit begrip gaat alleen over voertuigen die specifiek voor landbouw of terreinwerk zijn gebouwd, dus een smallere categorie dan alle motorvoertuigen.
  • voorrangsvoertuig Een landbouwvoertuig is geen voorrangsvoertuig en krijgt dus geen extra voorrang, ook niet als het oranje zwaailichten voert.

Bron: Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (RVV 1990), artikel 22a1 Voor zover niet ingevolge andere artikelen van dit besluit een lagere maximumsnelheid geldt, geldt als maximumsnelheid voor landbouw- en bosbouwtrekkers, motorrijtuigen met beperkte snelheid en mobiele machines, al dan niet met aanhangwagen: 25 km per uur. 2 In afwijking van het eerste lid geldt, voor zover niet ingevolge andere artikelen van dit besluit een lagere maximumsnelheid geldt, als maximumsnelheid voor landbouw- en bosbouwtrekkers, motorrijtuigen met beperkte snelheid en mobiele machines, al dan niet met aanhangwagen, op wegen: a. buiten de bebouwde kom; en b. binnen de bebouwde kom: 1°. die zijn voorzien van een vrijliggend fietspad of fiets/bromfietspad; 2°. die gesloten zijn voor fietsers; of 3°. waar een maximumsnelheid van 70 km per uur geldt: 40 km per uur. § 9. Stilstaan Lees het artikel op wetten.overheid.nl Regeling voertuigen, artikel 1Begripsbepalingen In deze bijlage wordt verstaan onder: hoofdonderdelen van een voertuig met een volledig dragend of semi-dragend chassis: chassis, aandrijflijn en carrosserie; hoofdonderdelen van een voertuig voorzien van een volledig zelfdragende carrosserie: carrosserie en aandrijflijn; hoofdonderdelen van een voertuig voorzien van een frame: frame en aandrijflijn; hoofdonderdelen van een aanhangwagen: chassis of chassis en carrosserie; hoofdonderdelen van een landbouw- of bosbouwtrekker, motorrijtuig met beperkte snelheid of mobiele machine waarvan de voor- en achterzijde ten opzichte van elkaar verticaal scharnierend zijn of waarvan de bovenbouw en het onderstel ten opzichte van elkaar meer dan 180° draaibaar zijn: motor en het deel of delen waarin het voertuigidentificatienummer is ingeslagen; hoofdonderdelen van een landbouw- of bosbouwtrekker, motorrijtuig met beperkte snelheid of mobiele machine waarvan de voor- en achterzijde ten opzichte van elkaar niet verticaal scharnierend zijn of waarvan de bovenbouw en het onderstel ten opzichte van elkaar niet meer dan 180° draaibaar zijn: motor en, indien het betreffende voertuig is voorzien van een chassis, chassis; samengesteld voertuig: voertuig waarvan één of meerdere hoofdonderdelen afkomstig zijn van twee of meer voertuigen, dan wel waarvan niet vastgesteld kan worden dat de hoofdonderdelen afzonderlijk tot één voertuigidentificatienummer zijn te herleiden; model: voertuigbenaming volgens aanduiding van de voertuigfabrikant, met dien verstande dat voertuigen niet onder eenzelfde model vallen, indien zij verschillen ten aanzien van een of meer van de volgende kenmerken: a. voertuigfabrikant; b. merk; c. voertuigclassificatie; d. fundamentele uiterlijke en technische kenmerken van het chassis e. fundamentele uiterlijke en technische kenmerken van het frame; f. fundamentele uiterlijke en technische kenmerken van de carrosserie, en g. fundamentele technische kenmerken van de aandrijflijn; voertuigidentificatienummer: gestructureerde combinatie van tekens die de voertuigfabrikant oorspronkelijk aan een voertuig heeft toegekend en heeft ingeslagen, dan wel dat door de Dienst Wegverkeer is ingeslagen, met het doel om, zonder gebruikmaking van verdere informatie, het voertuig eenduidig te identificeren. § 2. Voertuigen Lees het artikel op wetten.overheid.nl

Waar dit bij hoort

Dit begrip komt aan bod in Je auto in orde: banden, verlichting en onderhoud, hoofdstuk 9 van de gratis theoriecursus.

Andere begrippen

Ook een rijschool nodig?

Dit begrip hoort bij de theorie. Die leer je hier gratis, voor de rijlessen heb je een rijschool nodig. Op Ribba vergelijk je rijscholen op het slagingspercentage van het CBR, het prijsniveau en de beoordelingen van eerdere leerlingen.

Rijscholen vergelijken