Hoofdstuk 11 van 11
Rijhulpsystemen (ADAS)
Rijhulpsystemen ondersteunen je, maar jij blijft altijd verantwoordelijk voor wat er op de weg gebeurt. Begrijp per systeem wat het doet, wat het niet doet en wanneer het kan falen.
Waar het CBR naar vraagt: De principes en werking van het elektronisch systeem, oftewel de rijhulpsystemen in moderne auto's.
Niveau K. Je benoemt of herkent een feit of regel. Bijvoorbeeld: wat betekent dit bord?
Rijhulpsystemen: wat en waarom
Rijhulpsystemen helpen je, maar jij rijdt en blijft verantwoordelijk voor veilig en vlot verkeer.
Moderne auto’s hebben ADAS, rijhulpsystemen die je helpen bij kijken, remmen en sturen. Voor het theorie-examen ken je de principes en werking van dit elektronische systeem. De wet verbiedt gevaar of hinder veroorzaken; je rijdt altijd zo dat je binnen je zicht kunt stoppen. Systemen nemen jouw verantwoordelijkheid niet over.
Op een natte hoofdweg waarschuwt je auto voor een plots stilstaand voertuig. Je neemt gas los, remt zelf en vergroot je volgafstand. Je doet dit omdat jij altijd binnen je zicht moet kunnen stoppen en geen gevaar of hinder mag veroorzaken; systemen helpen, maar jij blijft verantwoordelijk.
Verwarring ontstaat als je dichterop rijdt omdat een systeem ingrijpt; dat mag niet. Het elektronische systeem gaat hier niet over infotainment.
Soms wordt een melding als vrijbrief gezien. Jij blijft zelf snelheid en volgafstand kiezen, zodat je binnen je zicht kunt stoppen en geen gevaar veroorzaakt.
Bron: Regeling eisen theorie-examen rijbewijscategorie B, artikel 3De aanvrager van het theorie-examen moet blijk geven kennis te bezitten van de hierna genoemde veiligheidsaspecten die van belang zijn bij deelneming aan het verkeer: a. algemene regels voor de door een bestuurder te volgen gedragslijn bij ongevallen (plaatsen van gevarendriehoek, waarschuwingslichten) en maatregelen die hij kan nemen om hulp te verlenen aan verkeersslachtoffers; b. de mechanische onderdelen die voor de rijveiligheid van belang zijn: in staat zijn de meest voorkomende defecten te ontdekken die zich met name kunnen voordoen aan stuurinrichting, claxon, ophanging, remming, banden, verlichting en richtingaanwijzers, reflectoren, achteruitkijkspiegels, ruitensproeiers en ruitenwissers, uitlaat en veiligheidsgordels; c. de principes en werking van het elektronisch systeem; d. veiligheidsinrichtingen van de voertuigen, in het bijzonder het gebruik van de veiligheidsgordels, hoofdsteunen en veiligheidsvoorzieningen voor kinderen; e. veiligheidseisen met betrekking tot het voertuig, de lading en de passagiers. Lees het artikel op wetten.overheid.nl Wegenverkeerswet 1994, artikel 5Het is een ieder verboden zich zodanig te gedragen dat gevaar op de weg wordt veroorzaakt of kan worden veroorzaakt of dat het verkeer op de weg wordt gehinderd of kan worden gehinderd. Lees het artikel op wetten.overheid.nl Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (RVV 1990), artikel 19De bestuurder moet in staat zijn zijn voertuig tot stilstand te brengen binnen de afstand waarover hij de weg kan overzien en waarover deze vrij is. Lees het artikel op wetten.overheid.nl
Hoe werken ze technisch in het kort
Rijhulpsystemen meten met sensoren en software, waarschuwen je en helpen sturen of remmen.
Camera's herkennen rijstrooklijnen, voertuigen en verkeersborden, radar meet ook afstand en snelheidsverschillen. Ultrasone sensoren detecteren obstakels dichtbij tijdens parkeren.
De computer in je auto combineert gegevens en geeft je een waarschuwing of korte hulp. Dat kan gas loslaten, even kort remmen of sturen betekenen.
Slecht weer, laagstaande zon, tegenlicht en onduidelijke wegmarkering beperken de werking. Ook een vuile of bedekte sensor kan het systeem uitschakelen.
Je denkt soms dat een melding altijd klopt en dat hulp lang doorgaat. Je blijft bestuurder van een motorvoertuig. Stuur en rem zelf wanneer de omstandigheden twijfelachtig zijn.
Je rijdt op een autoweg in regen met opspattend water. De auto piept en remt kort. Jij vergroot de afstand en remt zelf, want hulp is kort en het weer beperkt sensoren.
Een veelgemaakte verwisseling is dat radar borden leest of lijnen volgt. Dat doet juist de camera. Radar schat afstand en snelheid.
Cruise control en adaptive cruise control
Cruise control houdt je snelheid vast en adaptive cruise control bewaakt afstand, maar je moet altijd binnen je zicht kunnen stoppen.
Cruise control, snelheidsvasthouden, houdt je ingestelde snelheid vast. Dat geeft stabiel rijden. Adaptive cruise control regelt ook je tempo om afstand te houden tot je voorligger. Bij regen, mist of scherpe bochten meet het systeem minder zeker, dus grijp je in. Je bent verplicht binnen je zicht te kunnen stoppen.
Vaak wordt ACC gezien als autopiloot die altijd genoeg afstand houdt. Dat is onjuist: bij kort zicht of krappe bochten verlaag je zélf het tempo.
In een bochtige autoweg met motregen volg je met ACC een bestelauto. Je schakelt ACC uit en verlaagt je snelheid. Zo neem je zelf de marge, want je moet kunnen stoppen binnen de afstand die je ziet.
Neem de ingestelde volgafstand niet als genoeg in dichte mist, motregen of krappe bochten. Die zekerheid heb je niet, dus verlaag je zelf tijdig je snelheid en houd rekening met stoppen binnen je zicht.
Bron: Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (RVV 1990), artikel 19De bestuurder moet in staat zijn zijn voertuig tot stilstand te brengen binnen de afstand waarover hij de weg kan overzien en waarover deze vrij is. Lees het artikel op wetten.overheid.nl
Rijstrookassistent en lane keep assist
Deze systemen houden je met waarschuwingen of lichte stuurhulp binnen de lijnen. Zonder duidelijke belijning werken ze slecht.
Rijstrookassistent waarschuwt zodra je onbedoeld over de strepen dreigt te gaan. Lane keep assist stuurt kort en licht bij, zodat je binnen de rijstrook blijft. Als de belijning ontbreekt of onduidelijk is, of bij sneeuw en fel tegenlicht, kan het systeem uitvallen of verkeerde lijnen kiezen. Handen aan het stuur en ogen op de weg.
Bij een afrit op een autosnelweg is de belijning versleten en begint een uitrijstrook. Je blijft op je rijstrook en corrigeert het korte bijsturen. Dat doe je omdat lane keep assist alleen licht helpt; jij kiest je koers.
Veel verwarren waarschuwen met bijsturen: rijstrookassistent piept of trilt, lane keep assist stuurt kort bij. Handen los is fout. Lijnen zijn onduidelijk, dus jij stuurt.
Bij een bocht op een autoweg is er fel tegenlicht en slechte strepen. Je stuurt zelf door de bocht. Want lane keep assist helpt kort en kan verkeerde lijnen kiezen.
Automatische noodrem
Automatische noodrem kan een botsing helpen voorkomen of de impact verkleinen, je blijft verantwoordelijk om op tijd te remmen.
De automatische noodrem kijkt vooruit en herkent aanrijdingsgevaar als je niet tijdig ingrijpt. Rem je niet op tijd, dan grijpt het systeem in.
Het systeem kan eerst waarschuwen en daarna remdruk opbouwen of remmen om de klap te verminderen.
Bij slecht zicht, een vuile camera of een onverwachte situatie kan de herkenning misgaan. Blijf opletten en rijd zo dat je binnen je zicht kunt stoppen.
Na een bocht in een woonstraat stapt tussen geparkeerde auto's een kind naar voren. Jij laat gas los en zet je voet boven het pedaal. Je remt meteen, want je moet kunnen stoppen binnen je zicht.
Sommigen denken dat automatische noodrem altijd tot stilstand brengt. Soms vermindert het alleen de klap. Jij blijft zo rijden dat je zelfstandig binnen je zicht kunt stoppen.
Voor je stopt het verkeer op een autoweg. Je remt direct, ook als de auto waarschuwt en ingrijpt. Je remt zelf, want je moet kunnen stoppen binnen je zicht.
Bron: Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (RVV 1990), artikel 19De bestuurder moet in staat zijn zijn voertuig tot stilstand te brengen binnen de afstand waarover hij de weg kan overzien en waarover deze vrij is. Lees het artikel op wetten.overheid.nl
Dodehoekdetectie, parkeersensor en achteruitrijcamera
Deze hulpmiddelen zien wat jij kunt missen naast en achter de auto, maar je blijft zelf kijken en controleren.
Dodehoekdetectie waarschuwt voor voertuigen naast je die je spiegels vaak missen.
Parkeersensor meet afstand tot obstakels dichtbij en piept of toont dat. Achteruitrijcamera geeft zicht achter de auto.
Smalle objecten, een vieze of beslagen lens en slecht weer kunnen de werking beperken. Blijf je spiegels gebruiken en kijk over je schouder.
Langs een meerstrooksweg rijdt rechts een scooter naast je achterportier. Je wilt naar rechts, controleert spiegels, kijkt over je schouder en wacht tot hij voorbij is. Daarna stuur je in. Dat doe je omdat dodehoekdetectie kan missen en je altijd zelf controleert.
Verwacht geen zekerheid van piepsignalen of achteruitrijcamera. Smalle objecten of een vuile lens kunnen ontbreken in beeld.
Je leest een piepsignaal soms verkeerd als toestemming om door te sturen. Dat is het niet; het meldt alleen nabijheid. Je verwart dodehoekdetectie wel eens met parkeersensoren, maar die meten alleen dichtbij obstakels.
Verkeersbordherkenning en ISA
Verkeersbordherkenning leest borden en ISA helpt met de snelheidslimiet. Je bewaakt zelf de juiste snelheid en interpretatie.
Verkeersbordherkenning leest borden en toont snelheidsborden op je display. ISA is intelligent speed assistance. Het waarschuwt of beperkt het motorvermogen zodat je binnen de limiet blijft. Tijdelijke, onduidelijke of afgedekte borden en slecht licht geven fouten. Vertrouw niet blind op wat er in beeld staat.
Langs werkzaamheden op een autoweg staat een tijdelijk snelheidsbord. Je display toont de oude waarde en ISA grijpt niet in. Jij remt en volgt de lagere limiet, omdat het bord geldt, niet de weergave op het scherm.
Het schermpje is niet de regel. Parkeerplaatsen langs een autosnelweg horen niet tot de autosnelweg. Jij volgt de borden daar.
Tanken langs de autosnelweg, je verlaat de rijbaan en rijdt het terrein op. Het display toont nog de snelweglimiet. Je volgt het lagere snelheidsbord, omdat dit terrein niet tot de autosnelweg hoort.
Schermweergave is geen verkeersteken. De borden bepalen je snelheid.
ESP en ABS
ESP helpt bij wegglijden en ABS voorkomt blokkeren bij hard remmen, maar natuurkundige grenzen blijven gelden.
Het elektronisch stabiliteitsprogramma, ESP, helpt je auto stabiel te blijven bij slipgevaar. Het grijpt dan per wiel in. Het antiblokkeersysteem, ABS, voorkomt blokkerende wielen als je hard remt. Zo kun je blijven sturen tijdens het remmen. Rij altijd met genoeg marge, zodat je binnen je zicht kunt stoppen. Ook als deze systemen actief zijn.
Natte landweg met een tractor voor je. Jij houdt afstand, laat op tijd gas los en remt krachtig. ABS laat je sturen tijdens het remmen, en ESP helpt de auto stabiel te houden. Je kiest die marge, want je moet kunnen stoppen binnen wat je ziet.
Je haalt ABS en ESP soms door elkaar. Niet later remmen; je stopt binnen je zicht.
Later remmen omdat ABS of ESP helpt is fout. Jij houdt marge zodat je binnen je zicht kunt stoppen. Je rekent dan op techniek in plaats van afstand.
Bron: Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (RVV 1990), artikel 19De bestuurder moet in staat zijn zijn voertuig tot stilstand te brengen binnen de afstand waarover hij de weg kan overzien en waarover deze vrij is. Lees het artikel op wetten.overheid.nl
Vermoeidheidsdetectie en head-up display
Vermoeidheidsdetectie herkent moeheid en head-up display toont info in je blikveld, maar ze vervangen je aandacht niet.
Vermoeidheidsdetectie volgt je stuurgedrag en rijpatroon en kan pauze aanraden. Een head-up display toont snelheid en waarschuwingen in je blikveld, zodat je minder naar beneden kijkt. Beide functies helpen je alert te blijven, maar te veel kijken of erop vertrouwen leidt af. Bij storingen of onjuiste afstelling werken ze slechter.
Tijdens een lange rit over een autoweg, achter een bus, verschijnt een pauzeadvies, terwijl je met het head-up display je snelheid ziet. Je neemt een parkeerplaats, stopt en zet het display lager. Zo volg je het advies en voorkom je afleiding, want te veel kijken of een onjuiste afstelling werkt slechter.
Denken dat je nooit meer naar meters kijkt is fout. Een pauzeadvies blijft een advies; jij beslist, koppel het aan je rijgedrag. Niet elk bericht staat in je blikveld. Staat het head-up display te hoog of uit, dan mis je meldingen. Controleer ook het dashboard.
Wanneer werkt het niet goed
Je rijhulpsystemen kunnen falen bij slecht weer, vuile of geblokkeerde sensoren, onduidelijke wegmarkering.
Sneeuw, modder, insecten of een trekhaakdrager hinderen je sensoren en camera’s. Sterke regen, mist, laagstaande zon of donkerte verminderen herkenning en nauwkeurigheid van je systemen. Onleesbare of ontbrekende belijning, wegwerkzaamheden en ongewone situaties geven je systeem foutmeldingen of onjuiste ingrepen.
Tijdelijke pylonnen staan op een autoweg; stukken belijning ontbreken. Jij houdt zelf koers en snelheid en schakelt rijstrookassistent uit. Want bij onleesbare belijning en werkzaamheden kan het systeem verkeerd ingrijpen; daarom neem je over.
Je vergeet dat een aanhangwagen (getrokken voertuig) of trekhaakdrager sensoren afdekt. Ook laagstaande zon en donkerte worden onderschat; meldingen betekenen juist dat jij het stuur en tempo bepaalt.
Ochtendspits op een autosnelweg met werkzaamheden; pylonnen verleggen rijstroken en stukken belijning ontbreken. Je rijdt met een aanhangwagen tussen vrachtwagens en personenauto’s. Jij schakelt rijstrookassistent en cruise control uit en verlaagt je snelheid. Want onduidelijke markering en afgedekte sensoren maken ingrepen onzeker; jij stuurt en doseert zelf.
Slim en verantwoord gebruiken
Gebruik rijhulpsystemen als hulp, houd altijd je handen aan het stuur en rij zonder iemand te hinderen of in gevaar te brengen.
Controleer waarschuwingen en storingslampjes, en houd ruiten en sensoren schoon. Werkt een systeem storend of onvoorspelbaar? Schakel het uit.
Kijk vooruit en anticipeer, en verandert de situatie, neem direct de controle. Reageert het systeem anders dan je verwacht? Neem dan het stuur.
Je kennis van deze systemen telt mee op het examen. Op de weg geldt altijd je plicht. Voorkom gevaar en hinder. Kun je binnen je zicht stoppen? Dat moet kunnen.
Autosnelweg met remmend verkeer na een bocht. Je rijhulpsysteem houdt afstand, maar je zicht is kort. Je neemt gas los, remt zelf en zet de assistent uit, omdat je gevaar en hinder moet voorkomen en binnen jouw zichtafstand moet kunnen stoppen.
Waarschuwen verwarren met besturen komt voor. Een melding is geen vrijbrief. Jij blijft verantwoordelijk voor stoppen binnen je zicht.
Tunneluitrit met remmend verkeer. Je neemt over en remt bij. Want je stopt binnen je zicht.
Bron: Regeling eisen theorie-examen rijbewijscategorie B, artikel 3De aanvrager van het theorie-examen moet blijk geven kennis te bezitten van de hierna genoemde veiligheidsaspecten die van belang zijn bij deelneming aan het verkeer: a. algemene regels voor de door een bestuurder te volgen gedragslijn bij ongevallen (plaatsen van gevarendriehoek, waarschuwingslichten) en maatregelen die hij kan nemen om hulp te verlenen aan verkeersslachtoffers; b. de mechanische onderdelen die voor de rijveiligheid van belang zijn: in staat zijn de meest voorkomende defecten te ontdekken die zich met name kunnen voordoen aan stuurinrichting, claxon, ophanging, remming, banden, verlichting en richtingaanwijzers, reflectoren, achteruitkijkspiegels, ruitensproeiers en ruitenwissers, uitlaat en veiligheidsgordels; c. de principes en werking van het elektronisch systeem; d. veiligheidsinrichtingen van de voertuigen, in het bijzonder het gebruik van de veiligheidsgordels, hoofdsteunen en veiligheidsvoorzieningen voor kinderen; e. veiligheidseisen met betrekking tot het voertuig, de lading en de passagiers. Lees het artikel op wetten.overheid.nl Wegenverkeerswet 1994, artikel 5Het is een ieder verboden zich zodanig te gedragen dat gevaar op de weg wordt veroorzaakt of kan worden veroorzaakt of dat het verkeer op de weg wordt gehinderd of kan worden gehinderd. Lees het artikel op wetten.overheid.nl Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (RVV 1990), artikel 19De bestuurder moet in staat zijn zijn voertuig tot stilstand te brengen binnen de afstand waarover hij de weg kan overzien en waarover deze vrij is. Lees het artikel op wetten.overheid.nl
Ook een rijschool nodig?
De theorie leer je hier gratis. Voor de rijlessen heb je een rijschool nodig. Op Ribba vergelijk je rijscholen op het slagingspercentage van het CBR, het prijsniveau en de beoordelingen van eerdere leerlingen.
Rijscholen vergelijken