Hoofdstuk 3 van 11

Bijzondere wegen, weggedeelten en manoeuvres

Bijzondere wegen, weggedeelten en manoeuvres: een Nederlandse verkeerssituatie vanuit de bestuurdersstoel

Op autosnelwegen en autowegen gelden strikte verboden voor keren, achteruitrijden, stilstaan en gebruik van de vluchtstrook, en bij bijzondere manoeuvres laat je altijd al het overige verkeer voorgaan. In een erf rijd je stapvoets en parkeer je alleen waar dat is aangegeven, op rotondes mag je vlak ervoor en erop anders dan rechts rijden en zelfs rechts inhalen, en binnen de bebouwde kom moet je bussen laten wegrijden behalve als je in een militaire colonne of uitvaartstoet rijdt.

Waar het CBR naar vraagt: Onder andere over rijden op een autosnelweg of in een erf. En wat je wel en niet mag doen bij bijvoorbeeld een militaire colonne of tijdens een bijzondere manoeuvre.

Niveau K+. Je neemt een juiste beslissing in een situatie en laat zien dat je begrijpt hoe de regel werkt. Bijvoorbeeld: wie laat je hier voorgaan?

De borden bij dit hoofdstuk

Klik op een bord voor de betekenis en wat je moet doen.

Autosnelweg en autoweg: wat mag niet

Op autosnelwegen en autowegen mag je niet keren, niet achteruitrijden, niet stilstaan op de rijbaan, en gebruik je vluchtstrook, vluchthaven of berm alleen bij nood.

Op een autosnelweg of autoweg keer je niet en rij je niet achteruit. Laat je voertuig nooit stilstaan op de rijbaan. Gebruik vluchtstrook, vluchthaven of berm alleen bij noodgevallen. Rijd je met een vrachtauto of combinatie langer dan 7 meter op een rijbaan met drie of meer rijstroken, gebruik je alleen de twee rechter rijstroken, behalve bij voorsorteren.

Je rijdt op een autosnelweg en mist je afrit. Je rijdt door naar de volgende afrit, omdat keren of achteruitrijden verboden is op een autosnelweg of autoweg.

Een parkeerplaats of tankstation langs de autosnelweg of autoweg hoort niet bij die weg; daar mag je stoppen. De beperking tot de twee rechter rijstroken geldt alleen op een autosnelweg. Zonder noodgeval gebruik je geen vluchtstrook.

Je rijdt op een autosnelweg. Je neemt de eerstvolgende parkeerplaats en stopt daar, omdat je op de rijbaan niet mag stilstaan en de vluchtstrook alleen bij noodgevallen gebruikt.

Bron: Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (RVV 1990), artikel 431 Het is de bestuurders verboden op een autosnelweg of autoweg hun voertuig te keren of achteruit te rijden. 2 Het is de bestuurders voorts verboden op de rijbaan van een autosnelweg of autoweg hun voertuig te laten stilstaan. 3 Behoudens in noodgevallen is het de weggebruikers verboden op een autosnelweg of autoweg gebruik te maken van de vluchtstrook, de vluchthaven of de berm. 4 Op een autosnelweg is het bestuurders van een samenstel van voertuigen met een totale lengte van meer dan 7 meter en van een vrachtauto verboden op een rijbaan met drie of meer rijstroken enig andere dan de twee meest rechts gelegen rijstroken te gebruiken. Het verbod geldt niet voor het geval zij moeten voorsorteren. § 17. Erven Lees het artikel op wetten.overheid.nl

Bijzondere manoeuvres: altijd voor laten gaan

Als je een bijzondere manoeuvre uitvoert, moet je al het overige verkeer voor laten gaan.

Bijzondere manoeuvres zijn wegrijden, achteruitrijden, uitrit uitrijden de weg op. Ook inrit inrijden, keren, invoegen vanaf de invoegstrook, uitvoegen naar de uitrijstrook en rijstrook wisselen. Dat zijn risicohandelingen.

Bij al deze handelingen laat je het overige verkeer voorgaan.

Bij een uitrit naar een woonstraat rijdt een fietser op de rijbaan en komt links een auto. Je stopt bij de uitrit en vertrekt pas als beiden voorbij zijn. Je voert een bijzondere manoeuvre uit, dus je laat al het verkeer voorgaan.

Rijstrook wisselen wordt soms niet als bijzondere manoeuvre gezien. Toch laat jij verkeer op de doorgaande rijbaan altijd eerst voorgaan.

Bij rijstrook wisselen denken sommigen dat ruimte krijgen gelijkstaat aan voorrang. Dat klopt niet, want jij verandert van rijstrook en voert de manoeuvre uit. Bij invoegen en uitvoegen ontstaat dezelfde verwarring. Je krijgt misschien een seintje. Je wacht tot er echt plek is en gaat dan pas.

Bron: Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (RVV 1990), artikel 54Bestuurders die een bijzondere manoeuvre uitvoeren, zoals wegrijden, achteruitrijden, uit een uitrit de weg oprijden, van een weg een inrit oprijden, keren, van de invoegstrook de doorgaande rijbaan oprijden, van de doorgaande rijbaan de uitrijstrook oprijden en van rijstrook wisselen, moeten het overige verkeer voor laten gaan. Lees het artikel op wetten.overheid.nl

Richting aangeven: wanneer je knipperlicht aan moet

Je geeft richting aan bij wegrijden, inhalen, de doorgaande rijbaan oprijden of verlaten, bij rijstrook wisselen en bij andere belangrijke zijwaartse verplaatsingen.

Gebruik de richtingaanwijzer bij wegrijden en bij het inhalen van andere motorvoertuigen. Rijd je de doorgaande rijbaan op of verlaat je die? Zet hem aan bij wisselen van rijstrook.

Geef richting aan bij andere belangrijke zijdelingse verplaatsingen op de weg.

Rij je op een bromfiets? Gebruik je richtingaanwijzer of je arm.

Soms wordt inhalen van motorvoertuigen verward met voorbijrijden van een fietser. Motorvoertuig inhalen? Je geeft richting aan. Om een fietser heen opschuiven? Je geeft richting aan. Alleen bij drukte richting geven is onjuist.

In een woonstraat sta je rechts geparkeerd. Je kijkt, zet links richting aan en rijdt weg. Dat moet, want je wegrijdt en de rijbaan oprijdt: belangrijke zijdelingse verplaatsingen.

Langs een stadsweg met twee rijstroken staat rechts in jouw rijstrook een bestelauto. Je wijkt naar links om erlangs te gaan. Je zet links richting aan, want dit is een belangrijke zijdelingse verplaatsing.

Bron: Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (RVV 1990), artikel 55Bestuurders van een motorvoertuig respectievelijk bromfietsers moeten een teken met hun richtingaanwijzer geven respectievelijk een teken met hun richtingaanwijzer of met hun arm geven, indien zij willen wegrijden, andere bestuurders van een motorvoertuig willen inhalen, de doorgaande rijbaan willen oprijden en verlaten en indien zij van rijstrook willen wisselen alsmede bij alle andere belangrijke zijdelingse verplaatsingen. Lees het artikel op wetten.overheid.nl

Rijden en parkeren in een erf

In een erf mogen voetgangers de hele weg gebruiken, rijd je maximaal 15 km/h en parkeer je alleen op aangewezen plaatsen.

Langs een woonstraat die als erf is aangeduid lopen voetgangers over de rijbaan en speelt een kind rechts. Je blijft onder 15 km per uur en sluit achter de voetganger aan. Dat doe je omdat hier maximaal 15 geldt en voetgangers de hele breedte mogen gebruiken.

Verwar parkeren met een auto niet met fietsen: je parkeert met een motorvoertuig alleen in aangeduide vakken.

Bron: Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (RVV 1990), artikel 44Voetgangers mogen wegen gelegen binnen een erf over de volle breedte gebruiken. Lees het artikel op wetten.overheid.nl Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (RVV 1990), artikel 45Bestuurders mogen binnen een erf niet sneller rijden dan 15 km per uur. Lees het artikel op wetten.overheid.nl Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (RVV 1990), artikel 461 Het is bestuurders van een motorvoertuig verboden binnen een erf te parkeren anders dan op parkeerplaatsen die als zodanig zijn aangeduid of aangegeven. 2 Indien het erf tevens is aangeduid als parkeerschijf-zone, zijn ten aanzien van het parkeren van voertuigen artikel 25 en 26 van toepassing. § 18. Rotondes Lees het artikel op wetten.overheid.nl

Rotondes: positie op de rijbaan en rechts inhalen

Vlak voor of op rotondes hoef je niet rechts te houden en mag je rechts inhalen.

Volg je de rijbaan met motorvoertuig of bromfiets, hoef je vlak voor of op rotondes niet rechts te houden. Vlak voor of op rotondes mag je rechts inhalen.

Je denkt snel dat dit ook voor fietsers op het fietspad geldt. Niet waar: het gaat om motorvoertuigen en bromfietsers op de rijbaan. Neem 'vlak voor' niet te ruim; eerder geldt deze uitzondering niet.

Aan het einde van een tweestrooksweg nader je een rotonde. Je blijft op de rechterstrook en passeert rechts. Dat mag, want vlak voor of op rotondes mag je rechts inhalen.

Vlak voor een rotonde op een tweestrooksrijbaan rijd je als bromfiets op de rijbaan. Jij blijft rechts en passeert de auto links naast je, want vlak voor of op rotondes mag dit als je de rijbaan volgt.

Denk niet dat je al op de aanrijroute vrij mag rechts inhalen; de uitzondering hoort bij de rotonde, niet daarvoor.

Bron: Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (RVV 1990), artikel 47Het is bestuurders van een motorvoertuig en bromfietsers die de rijbaan volgen toegestaan vlak voor of op rotondes anders dan aan de rechterzijde van de rijbaan te rijden. Lees het artikel op wetten.overheid.nl Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (RVV 1990), artikel 48Het is bestuurders toegestaan vlak voor of op rotondes rechts in te halen. § 19. Voetgangers Lees het artikel op wetten.overheid.nl

Bus van halte laten wegrijden binnen de bebouwde kom

Binnen de bebouwde kom laat je een autobus van de halte wegrijden zodra hij met de richtingaanwijzer richting aangeeft, behalve als je in een militaire colonne of uitvaartstoet van motorvoertuigen rijdt.

Binnen de bebouwde kom laat je een autobus van de halte wegrijden zodra hij met de richtingaanwijzer richting aangeeft. Rijd je in een militaire colonne of in een uitvaartstoet van motorvoertuigen? Dan geldt deze plicht niet. Voor de bushalte in een woonstraat staat een lijnbus klaar en hij knippert links. Je mindert vaart en laat hem invoegen, want binnen de bebouwde kom moet je een bus met richtingaanwijzer de gelegenheid geven weg te rijden. Buiten de bebouwde kom geldt deze plicht niet. Geldt alleen bij een autobus die richting aangeeft; niet bij een tram, en niet zonder richtingaanwijzerlicht.

Naast een halte in een centrumstraat knippert een lijnbus links. Jij laat hem invoegen, omdat binnen de bebouwde kom die plicht geldt.

Tram wordt vaak met bus verward. Een tram hoef je niet te laten wegrijden. Zonder richtingaanwijzer geen plicht; militaire colonnes en uitvaartstoeten zijn uitgezonderd.

Bron: Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (RVV 1990), artikel 561 Binnen de bebouwde kom moeten bestuurders aan bestuurders van een autobus de gelegenheid geven van een bushalte weg te rijden, wanneer de bestuurder van die autobus door het geven van een teken met zijn richtingaanwijzer zijn voornemen om weg te rijden kenbaar maakt. 2 Het eerste lid geldt niet voor bestuurders van een motorvoertuig dat behoort tot een militaire colonne of een uitvaartstoet van motorvoertuigen. § 25. Onnodig geluid Lees het artikel op wetten.overheid.nl

Onnodig geluid voorkomen

Je veroorzaakt met een motorvoertuig, bromfiets of snorfiets geen onnodig geluid.

Als bestuurder van motorvoertuig, bromfiets of snorfiets maak je geen onnodig geluid. Bestuurder: je bestuurt. Rij zo dat je omgeving niet onnodig stoort.

Een woonstraat in de avond. Je rijdt op een bromfiets. Je laat op tijd gas los, kiest een hogere versnelling en trekt rustig op. Je doet dit omdat je geen onnodig geluid mag veroorzaken; zo stoor je niemand.

Het woord onnodig wordt soms verkeerd gelezen. Niet elk luid motorgeluid is fout; het gaat om geluid zonder verkeersdoel. Jij voorkomt dit door geen nodeloos gas te geven bij stilstand en tijdig op te schakelen.

Verkeerslicht in een woonstraat bij een kruising. Je staat vooraan te wachten. Je geeft geen gasstoten en rijdt bij groen rustig weg, schakelt snel op. Dat doe je omdat je met je voertuig geen onnodig geluid mag veroorzaken.

Er wordt gedacht dat dit alleen ’s avonds geldt. Nee, de regel geldt altijd.

Bron: Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (RVV 1990), artikel 57Bestuurders van een motorvoertuig, bromfietsers en snorfietsers mogen met hun voertuig geen onnodig geluid veroorzaken. § 26. Gevarendriehoek Lees het artikel op wetten.overheid.nl

Turborotonde: wat is het en hoe herken je het

Een turborotonde heeft gescheiden rijstroken; je kiest vooraf de juiste rijstrook en rijdt zo conflictvrij door.

Een turborotonde heeft minstens twee rijstroken, door hoge lijnen of kleine betonnen randen gescheiden. Kies vóór je de rotonde oprijdt met borden en pijlen de juiste rijstrook, zodat je daar niet wisselt. Dat maakt het rijden voorspelbaarder en vermindert weefbewegingen.

Stel je nadert een turborotonde op een stadsweg; twee rijstroken met randen ertussen. Je wilt de eerste afslag en ziet de pijlen al. Je sorteert vóór de rotonde rechts en blijft die pijl volgen, omdat je hier vooraf kiest en op de rotonde niet wisselt.

Je verwart een turborotonde soms met een gewone rotonde. Denk niet dat je nog kunt wisselen; kijk eerder naar borden en pijlen.

Voor je ligt een turborotonde met verkeer dat rechtdoor wil. Je kiest vóór de rotonde de pijl linksaf. Op de rotonde wissel je niet; je kiest vooraf en volgt pijlen. Je verwart pijlen met binnen kiezen; je kiest vooraf.

Routenummer, afritnummer en hectometerbordje

Routenummer, afritnummer en hectometerbordje helpen je positie en route te vinden en te communiceren.

Het routenummer is het nummer van een weg en staat op borden langs de weg. Voorbeeld: A- of N-nummers helpen je om je route te plannen. Het afritnummer is het nummer dat bij een afrit hoort. Je gebruikt het om de juiste afslag te herkennen. Een hectometerbordje is een klein bordje langs de weg met afstand in hectometers op een traject, vaak met routenummer. Handig: bij pech je locatie doorgeven, of een route volgen.

Na een rit over een autosnelweg verschijnt een splitsing met plaatsnamen en nummers. Je kiest de afslag op het afritnummer en volgt het A-nummer tot daar. Dat doe je omdat het routenummer de weg aangeeft en het afritnummer de afslag.

Bij het kiezen van een afslag verwar je snel beide nummers. Een hectometerbordje telt in hectometers; bij pech noem je dat nummer met het routenummer.

Regelmatig raakt het verschil zoek: afslag kies je op het afritnummer.

Omleidingen en alternatieven: omleidingsroute, wegomleiding en uitwijkroute

Bij een omleiding volg je een tijdelijke routeaanduiding. Een uitwijkroute kies je om een drukte of blokkade te mijden.

Een omleidingsroute, ook wel wegomleiding, is een tijdelijke route met borden. Je volgt die, omdat de normale route dicht is door werkzaamheden of een afsluiting. Een uitwijkroute is een alternatief om een opstopping of incident te mijden. Je kiest die zelf, of je volgt een advies. Let op borden en pijlen voor tijdelijke routes. Zo blijf je veilig en rijd je vlot door.

Na de afzetting op een wijkweg staan gele borden rechtsaf. Voor je slaat verkeer al af. Je volgt die pijlen, ook al stuurt je navigatie rechtdoor. Je doet dit omdat een omleidingsroute bij afsluiting de richting aangeeft.

Vaak gaat het mis tussen omleidingsroute en uitwijkroute. De eerste volg je via borden; de tweede kies je zelf. Rijd je een geslotenverklaring voorbij, een verbod om die weg te gebruiken, dan negeer je tijdelijke borden.

Viaduct en veerpont

Een viaduct is een brug over weg of spoor en een veerpont een boot die jou en je voertuig over water zet.

Een viaduct laat een weg over een andere weg, spoorlijn of water heen lopen. Zo kruisen ze niet, wat de doorstroming en de veiligheid verbetert.

Een veerpont zet jou en soms je voertuig over een waterkering. Je gaat naar de overkant, vaak op een route zonder brug.

Volg de aanwijzingen en borden ter plaatse bij viaduct of veerpont. Pas je rijgedrag aan de situatie aan.

Sommigen denken dat je verkeer onder een viaduct voorrang moet geven, maar die wegen kruisen niet. Bij een veerpont volg je plaatselijke aanwijzingen en borden.

Verwarring ontstaat tussen viaduct en kruispunt. Voorrang regel je op kruispunten. Wegen bij een viaduct kruisen niet. Bij een veerpont bepalen borden en personeel de volgorde, niet jij zelf.

Je nadert een veerpont aan een smalle oever met wachtrij. Een medewerker laat eerst de voertuigen van de pont afrijden. Je wacht, omdat je de borden en aanwijzingen ter plaatse volgt.

Ook een rijschool nodig?

De theorie leer je hier gratis. Voor de rijlessen heb je een rijschool nodig. Op Ribba vergelijk je rijscholen op het slagingspercentage van het CBR, het prijsniveau en de beoordelingen van eerdere leerlingen.

Rijscholen vergelijken