L5 · Informatie
Einde rijstrook
Je rijstrook houdt op. Je voegt veilig in op de naastgelegen doorgaande rijstrook en stemt snelheid en positie daarop af.
Wat doe je als je dit bord ziet?
Kijk vroeg in je spiegels en over je schouder. Geef richting aan en zoek actief een gat om in te voegen. Pas je snelheid aan zodat je vloeiend aansluit, zonder hard te remmen. In langzaam rijdend verkeer rits je vlak voor het einde: laat op de doorgaande rijstrook één voertuig toe en rij daarna zelf door.
Waar kom je dit bord tegen?
Je ziet dit bord vaak op autosnelwegen en autowegen waar een rijstrook verdwijnt, tijdelijk of vast. Ook bij wegwerkzaamheden, het sluiten van een extra spits- of plusstrook, en bij knooppunten waar een weefvak ophoudt. In de stad staat het op meerstrookswegen waar de buitenste rijstrook eindigt door versmalling of een busstrook.
De regel uitgelegd
De pijlen tonen welke rijstroken doorlopen en welke ophoudt. De gebogen pijl laat zien vanaf welke kant je moet invoegen. Op de afbeelding stopt de linkerstrook en ga je naar rechts; er zijn ook varianten waar juist de rechterstrook stopt.
Zie het bord als het startsein om je invoegactie te plannen. Check spiegels, kijk over je schouder en geef op tijd richting aan. Houd je snelheid gelijkmatig, zodat achteropkomers snappen wat je doet. Versnel of vertraag licht om ruimte te maken.
Wissel je van rijstrook, dan moet je verkeer op de doorgaande rijstrook voor laten gaan. Voor laten gaan betekent dat jij wacht. Voorrang verlenen is hetzelfde. In langzaam rijdend verkeer geldt de ritsafspraak: benut beide rijstroken tot vlak voor het einde en voeg dan om en om samen. Rij je al op de doorgaande rijstrook, laat ruimte voor precies één voertuig en houd de doorstroming erin.
Vlak voor het einde zie je vaak markeringen die de versmalling tonen. Rijd niet over verdrijvingsvlakken of doorgetrokken strepen om laat nog te wisselen. Rem niet onnodig hard en stop alleen als het verkeer voor je al stilstaat. Houd voldoende zijdelingse afstand, vooral naast lange of brede voertuigen.
Het bord kan tijdelijk zijn bij werkzaamheden of vast bij een structurele versmalling. Let ook op pijlen en teksten op het wegdek en op aanvullende borden verderop, zodat je niet wordt verrast door een extra rijstrook die sluit.
Fouten die vaak gemaakt worden
- Denken dat verkeer op de doorgaande rijstrook jou moet laten voorgaan. Bij rijstrookwisselen moet jij voorrang verlenen.
- Te vroeg naar de andere rijstrook gaan, met onnodig remmen en files. In drukte juist beide stroken tot bijna het einde benutten en dan ritsen.
- Geen richting aangeven of de schoudercheck overslaan, met een bijna-botsing in de dode hoek.
- Op het laatste moment toch over een verdrijvingsvlak of doorgetrokken streep sturen om ertussen te komen.
Niet verwarren met
- L4 , voorsorteren . Hier eindigt een rijstrook en moet je invoegen, niet vooraf een richting kiezen.
- L6 , splitsing . Hier valt één rijstrook weg terwijl de rijbaan zelf niet in twee takken uiteenloopt.
- L7 , aantal doorgaande rijstroken . Hier wordt het verdwijnen van een rijstrook gemeld in plaats van alleen het aantal doorgaande rijstroken.
Op het theorie-examen
Je herkent welke rijstrook ophoudt en weet wat jij dan doet: spiegels, richting aangeven, snelheid aanpassen en invoegen. Reken op vragen over ritsen in file en wie er voorrang heeft bij het wisselen van rijstrook.
Bron: Bijlage 1 RVV
Waar dit bord bij hoort
Dit bord komt aan bod in Bijzondere wegen, weggedeelten en manoeuvres, hoofdstuk 3 van de gratis theoriecursus.
Andere borden in deze groep
Ook een rijschool nodig?
Dit bord is examenstof. De theorie leer je hier gratis, voor de rijlessen heb je een rijschool nodig. Op Ribba vergelijk je rijscholen op het slagingspercentage van het CBR, het prijsniveau en de beoordelingen van eerdere leerlingen.
Rijscholen vergelijken