Richtingaanwijzer

richtingaanwijzer in het verkeer

De richtingaanwijzer is het ambergele knipperlicht van je voertuig en laat zien dat je van richting of rijstrook wilt veranderen. Een armteken is iets anders; dat is geen richtingaanwijzer.

Richting aangeven maakt je rijgedrag voorspelbaar. In auto, vrachtauto, autobus of motorfiets bedien je de richtingaanwijzer met de hendel bij het stuur. Dezelfde pijl knippert op je dashboard. Bromfietsen en snorfietsen hebben vaak ook knipperlichten. Fietsen mogen richtingaanwijzers hebben, maar dat is niet verplicht. Kun je geen knipperlicht gebruiken? Dan geef je soms een armteken. Dat is een afzonderlijk teken, niet de richtingaanwijzer zelf. Geef tijdig en duidelijk teken en houd het aan tot je inzet. Schakel het knipperlicht daarna meteen uit, anders misleid je anderen.

Wanneer je moet tekenen hangt af van je voertuig en de manoeuvre. Iedereen die wil afslaan geeft vooraf een teken: richtingaanwijzer of arm. Bestuurders van motorvoertuigen gebruiken bij wegrijden, inhalen en rijstrook wisselen altijd de richtingaanwijzer. Ook bij het oprijden en verlaten van de doorgaande rijbaan, en bij andere belangrijke zijdelingse verplaatsingen. Een armteken is in een motorvoertuig daar niet voldoende. Bromfietsers en snorfietsers geven bij diezelfde manoeuvres een teken met richtingaanwijzer of arm. Fietsers en bestuurders van een gehandicaptenvoertuig geven in elk geval vóór afslaan een duidelijk teken. Bij andere zijdelingse verplaatsingen is tekenen verstandig, maar niet verplicht.

Bij afslaan hoort ook juist voorsorteren. Ga je rechtsaf, sorteer dan tijdig zoveel mogelijk rechts voor. Ga je linksaf, sorteer dan tijdig zoveel mogelijk tegen de wegas. Op een rijbaan met één richting ga je zoveel mogelijk links. Houd deze volgorde aan. Spiegelen, richting aangeven, schoudercheck, uitvoeren, en daarna je richtingaanwijzer uitzetten. Binnen de bebouwde kom geef je een autobus de gelegenheid van de halte weg te rijden zodra de chauffeur met de richtingaanwijzer vertrek aangeeft. Dit geldt niet voor voertuigen in een militaire colonne of een uitvaartstoet van motorvoertuigen. Sommige aangewezen motorvoertuigen mogen onder bepaalde omstandigheden extra richtingaanwijzers voeren. Waarschuwingsknipperlichten zijn niet bedoeld om richting aan te geven. Op de fiets mag je hoogstens twee ambergele richtingaanwijzers vóór en twee achter voeren en verder niet meer lichten dan toegestaan. Bij nacht of bij slecht zicht voer je de verplichte fietsverlichting.

Wat je moet onthouden

  • Iedere bestuurder die wil afslaan geeft vooraf een duidelijk teken: richtingaanwijzer of arm.
  • Bestuurders van motorvoertuigen gebruiken bij wegrijden, inhalen, oprijden en verlaten van de doorgaande rijbaan en rijstrook wisselen altijd de richtingaanwijzer. Ook bij andere belangrijke zijdelingse verplaatsingen; een armteken is daar niet voldoende.
  • Bromfietsers en snorfietsers geven bij diezelfde manoeuvres een teken met de richtingaanwijzer of de arm.
  • Voorsorteren: rechtsaf tijdig zoveel mogelijk rechts; linksaf tijdig zoveel mogelijk tegen de wegas of, bij een rijbaan met één richting, zoveel mogelijk links.
  • Binnen de bebouwde kom geef je een autobus de gelegenheid van de halte weg te rijden zodra deze met de richtingaanwijzer vertrek aangeeft; niet van toepassing op voertuigen in een militaire colonne of een uitvaartstoet van motorvoertuigen.
  • Fietsen mogen twee ambergele richtingaanwijzers vóór en twee achter voeren; extra lichten zijn niet toegestaan. Bij nacht of slecht zicht voer je de verplichte fietsverlichting.
  • Zet je richtingaanwijzer tijdig aan, houd het teken aan tot je de manoeuvre inzet en schakel het daarna meteen uit.

Misverstanden

  • Denken dat een armteken hetzelfde is als de richtingaanwijzer; het zijn twee verschillende manieren van tekenen.
  • In een auto of andere motorvoertuigen een armteken gebruiken in plaats van de richtingaanwijzer bij wegrijden, wisselen van rijstrook of inhalen.
  • Aannemen dat je met een knipperlicht automatisch voorrang krijgt. Richting aangeven verandert niets aan de voorrangsregels.
  • Het knipperlicht na de manoeuvre niet uitzetten, waardoor anderen worden misleid.
  • Op de fiets denken dat richtingaanwijzers verplicht zijn; ze mogen, maar hoeven niet. Vóór afslaan geef je wel een duidelijk teken.
  • Uitgaan van ‘de bus mag altijd als hij knippert’. De plicht om ruimte te geven geldt alleen binnen de bebouwde kom en niet voor militaire colonnes of een uitvaartstoet.
  • Waarschuwingsknipperlichten gebruiken om richting aan te geven.
  • Niet voorsorteren omdat je al richting aangeeft; beide horen bij goed en voorspelbaar rijden.

Niet verwarren met

  • waarschuwingslichten Een richtingaanwijzer gebruik je links of rechts om je voorgenomen afslag of zijdelingse verplaatsing aan te geven, niet om beide richtingaanwijzers tegelijk te laten knipperen als waarschuwing.
  • knippersignaal Met een richtingaanwijzer laat je het oranje lampje herhaaldelijk knipperen om je geplande richtingwijziging te tonen, niet een kort seintje met de koplampen te geven.

Bron: Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (RVV 1990), artikel 171 Bestuurders die willen afslaan, mogen voorsorteren door: a. indien zij naar rechts willen afslaan tijdig zoveel mogelijk aan de rechterzijde te gaan rijden; b. indien zij naar links willen afslaan tijdig zoveel mogelijk tegen de wegas te rijden of bij rijbanen bestemd voor bestuurders in één richting daarop zoveel mogelijk links te houden. 2 Bestuurders moeten alvorens af te slaan een teken met hun richtingaanwijzer of met hun arm geven. Lees het artikel op wetten.overheid.nl Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (RVV 1990), artikel 30a1 Bestuurders van de in artikel 29, eerste lid , bedoelde motorvoertuigen mogen onder nader aan te geven omstandigheden extra richtingaanwijzers voeren. 2 Bij ministeriële regeling kunnen voorschriften worden vastgesteld betreffende de in het eerste lid bedoelde richtingaanwijzers en de omstandigheden waarin deze worden gebruikt. Lees het artikel op wetten.overheid.nl Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (RVV 1990), artikel 351 Fietsers voeren tijdens het rijden bij nacht of bij dag indien het zicht ernstig wordt belemmerd, verlichting overeenkomstig het tweede tot en met het vierde lid. 2 Een fiets op twee wielen en een fiets op drie wielen met één voorwiel moeten zijn voorzien van een wit of geel licht dat aan de voorzijde wordt gevoerd, tenzij de bestuurder een wit of geel licht voert op zijn borst. 3 Op een fiets op meer dan twee wielen met twee voorwielen moeten aan de voorzijde twee witte of twee gele symmetrisch links en rechts van het midden bevestigde lichten worden gevoerd. 4 Een fiets moet zijn voorzien van een rood achterlicht dat aan de achterzijde wordt gevoerd, tenzij de bestuurder of een achter de bestuurder gezeten passagier een rood licht voert op zijn rug. 5 Een fiets mag zijn voorzien van twee ambergeel licht stralende richtingaanwijzers aan de voorzijde en twee aan de achterzijde. 6 Er mogen niet meer lichten worden gevoerd op een fiets, door de bestuurder daarvan of door een achter de bestuurder gezeten passagier dan de in het tweede tot en met vijfde lid genoemde lichten. Lees het artikel op wetten.overheid.nl Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (RVV 1990), artikel 55Bestuurders van een motorvoertuig respectievelijk bromfietsers moeten een teken met hun richtingaanwijzer geven respectievelijk een teken met hun richtingaanwijzer of met hun arm geven, indien zij willen wegrijden, andere bestuurders van een motorvoertuig willen inhalen, de doorgaande rijbaan willen oprijden en verlaten en indien zij van rijstrook willen wisselen alsmede bij alle andere belangrijke zijdelingse verplaatsingen. Lees het artikel op wetten.overheid.nl Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (RVV 1990), artikel 561 Binnen de bebouwde kom moeten bestuurders aan bestuurders van een autobus de gelegenheid geven van een bushalte weg te rijden, wanneer de bestuurder van die autobus door het geven van een teken met zijn richtingaanwijzer zijn voornemen om weg te rijden kenbaar maakt. 2 Het eerste lid geldt niet voor bestuurders van een motorvoertuig dat behoort tot een militaire colonne of een uitvaartstoet van motorvoertuigen. § 25. Onnodig geluid Lees het artikel op wetten.overheid.nl

Waar dit bij hoort

Dit begrip komt aan bod in Gebruik van de weg, hoofdstuk 1 van de gratis theoriecursus.

Andere begrippen

Ook een rijschool nodig?

Dit begrip hoort bij de theorie. Die leer je hier gratis, voor de rijlessen heb je een rijschool nodig. Op Ribba vergelijk je rijscholen op het slagingspercentage van het CBR, het prijsniveau en de beoordelingen van eerdere leerlingen.

Rijscholen vergelijken