Uitrit
Een uitrit verbindt erf, oprit, parkeerterrein of bedrijfsterrein met de openbare weg. Uit een uitrit wegrijden is een bijzondere manoeuvre. Je moet al het verkeer voor laten gaan. Voor laten gaan betekent wachten op de ander.
Een uitrit verbindt een particulier of afgesloten terrein met de openbare weg. Denk aan de uitrit van een parkeerterrein. Vaak zie je een uitritconstructie meteen. Het trottoir en soms het fietspad lopen door, met hetzelfde materiaal en op gelijke hoogte. De oprit ligt lager of is anders bestraat. Niet elke zijweg is een uitrit. Is de zijweg als kruispunt ingericht en ontbreekt een doorlopend trottoir of fietspad? Dan gelden de gewone voorrangsregels van een kruispunt.
Rijd je een uitrit uit? Dan moet je iedereen op de weg en op de aanliggende paden voor laten gaan. Dat geldt voor elke bestuurder. Een bestuurder is wie een voertuig bestuurt, ook een fietser. Het gaat om motorvoertuigen, fietsers, bromfietsers, snorfietsers, bestuurders van een gehandicaptenvoertuig en trams. Ook voetgangers op het trottoir hebben voorrang. Rijd stapvoets, kijk beide kanten op en stop zo nodig twee keer. Eerst vóór het trottoir of fietspad. Daarna vóór de rand van de rijbaan. Rij pas door als je zeker weet dat je niemand hindert en dat je in één keer veilig kunt invoegen.
Vanuit de weg een inrit inrijden is ook een bijzondere manoeuvre. Geef op tijd richting aan en pas je snelheid aan. Je moet het overige verkeer op de rijbaan voor laten gaan. Kruis je een fietspad of trottoir, stop dan zo nodig zodat fietsers en voetgangers ongehinderd door kunnen. Achteruit rijden in of uit een uitrit blijft een bijzondere manoeuvre. Je ziet minder en moet extra voorzichtig zijn. Gebruik zo mogelijk een opstelplek op het terrein om vooruit weg te rijden. Vraag anders hulp bij beperkt zicht.
Parkeren en uitritten gaan niet samen. Voor een inrit of uitrit parkeren mag niet, want je belemmert de toegang en neemt zicht weg. Parkeren is stilstaan anders dan de tijd die nodig is voor het onmiddellijk in- of uitstappen van passagiers. Of voor het onmiddellijk laden of lossen. Kort stilstaan voor dat directe doel mag. Dat mag alleen als je niemand hindert en het echt onmiddellijk is. Motor laten draaien of blijven zitten verandert daar niets aan. Voorbeeld: een taxi mag iemand direct laten uitstappen en daarna meteen wegrijden. Wachten tot iemand nog moet aankomen of eerst spullen pakt telt als parkeren en is vóór een uitrit verboden.
Wat je moet onthouden
- Verlaat je een uitrit, dan moet je al het verkeer voor laten gaan, ook voetgangers op het trottoir en fietsers op het fietspad.
- Rijd stapvoets bij een uitrit, stop zo nodig eerst vóór het trottoir of fietspad en daarna vóór de rijbaan; ga pas door als je zeker niemand hindert.
- Rijd je van de weg een inrit op, dan is dat een bijzondere manoeuvre: je laat het overige verkeer op de rijbaan voor laten gaan en geeft ruimte aan fietsers en voetgangers die je kruist.
- Achteruit rijden in of uit een uitrit mag alleen als het veilig kan. Jij wacht en voorkomt gevaar of hinder.
- Parkeer niet vóór een inrit of uitrit. Kort stilstaan voor onmiddellijk in- of uitstappen of voor onmiddellijk laden of lossen mag als je niemand belemmert en direct weer wegrijdt.
- Herken een uitrit aan een doorlopend trottoir en fietspad op gelijke hoogte. Ontbreekt die uitritconstructie en is het een gewone zijweg, dan gelden de gewone kruispuntregels.
- Zet je voertuig zo neer dat het niet uitsteekt in trottoir, fietspad of rijbaan en dat je het zicht bij uitritten niet belemmert.
Misverstanden
- Denken dat je bij het verlaten van je eigen oprit voorrang hebt omdat er geen borden staan. Bij een uitrit moet je altijd het verkeer voor laten gaan.
- Aannemen dat je nooit zelfs maar kort mag stoppen vóór een uitrit. Parkeren is verboden, maar kort stoppen voor onmiddellijk in- of uitstappen of onmiddellijk laden of lossen mag als je niemand hindert.
- Alleen letten op auto’s en motorfietsen. Je moet ook fietsers, bromfietsers, snorfietsers, bestuurders van een gehandicaptenvoertuig, trams en voetgangers voor laten gaan.
- Elke zijweg met een verlaagde stoeprand als uitrit zien. Zonder duidelijke uitritconstructie kan het een gewoon kruispunt zijn, met de gewone voorrangsregels.
- Achteruit uit de uitrit steken omdat ze toch wel stoppen. Achteruitrijden is een bijzondere manoeuvre: jij wacht tot het veilig is en je niemand hindert.
Niet verwarren met
- uitvoegstrook Een uitrit is de aansluiting van een erf, terrein of inrit op de weg waarbij je altijd al het overige verkeer laat voorgaan.
- uitrijstrook Een uitrit is geen rijstrook langs de hoofdrijbaan, maar een aansluiting vanaf een erf of terrein op de weg waarbij je iedereen laat voorgaan.
- haaientanden Bij een uitrit moet je ook zonder haaientanden altijd al het overige verkeer laten voorgaan.
Bron: Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (RVV 1990), artikel 241 De bestuurder mag zijn voertuig niet parkeren: a. bij een kruispunt op een afstand van minder dan vijf meter daarvan; b. voor een inrit of een uitrit; c. buiten de bebouwde kom op de rijbaan van een voorrangsweg; d. op een parkeergelegenheid: 1°. voor zover zijn voertuig niet behoort tot de op het bord of op het onderbord aangegeven voertuigcategorie of groep voertuigen; 2°. op een andere wijze of met een ander doel dan op het bord of op het onderbord is aangegeven; 3°. op dagen of uren waarop dit blijkens het onderbord is verboden; e. langs een gele onderbroken streep; f. op een gelegenheid bestemd voor het onmiddellijk laden en lossen van goederen; g. op een parkeerplaats voor vergunninghouders, aangeduid door verkeersbord E9 van bijlage I , indien voor zijn voertuig geen vergunning tot parkeren op die plaats is verleend. 2 Indien onder de verkeersborden E4 tot en met E8, E12 en E13 van bijlage 1 , op een onderbord dagen of uren zijn vermeld, gelden de uit het bord of onderbord voortvloeiende geboden of verboden slechts gedurende de aangegeven dagen of uren. 3 De bestuurder mag zijn voertuig niet dubbel parkeren. 4 Indien een parkeergelegenheid, aangeduid met een van de verkeersborden E4 tot en met E10, E12 of E13 van bijlage 1 , is voorzien van parkeervakken, mag slechts in die vakken worden geparkeerd. Lees het artikel op wetten.overheid.nl Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (RVV 1990), artikel 54Bestuurders die een bijzondere manoeuvre uitvoeren, zoals wegrijden, achteruitrijden, uit een uitrit de weg oprijden, van een weg een inrit oprijden, keren, van de invoegstrook de doorgaande rijbaan oprijden, van de doorgaande rijbaan de uitrijstrook oprijden en van rijstrook wisselen, moeten het overige verkeer voor laten gaan. Lees het artikel op wetten.overheid.nl
Waar dit bij hoort
Dit begrip komt aan bod in Gebruik van de weg, hoofdstuk 1 van de gratis theoriecursus.
Andere begrippen
Ook een rijschool nodig?
Dit begrip hoort bij de theorie. Die leer je hier gratis, voor de rijlessen heb je een rijschool nodig. Op Ribba vergelijk je rijscholen op het slagingspercentage van het CBR, het prijsniveau en de beoordelingen van eerdere leerlingen.
Rijscholen vergelijken