Berm
De berm is de strook naast de verharding die bij de weg hoort maar niet bij de rijbaan, het fietspad, het fiets/bromfietspad of het trottoir. Hij is geen gewone rijruimte en vraagt extra oplettendheid.
De berm is de ruimte direct naast de verharding, vaak gras, aarde, grind of een smalle randverharding. Juridisch hoort de berm bij de weg. Je ziet er vaak reflectorpalen, hectometerbordjes of kolken. De berm zorgt voor afwatering en afstand tot obstakels. Omdat een berm vaak zachter of lager is dan het asfalt, is hij niet bedoeld als normale rijruimte: je banden kunnen wegzakken en je kunt de controle verliezen.
Wie mag de berm gebruiken? Voetgangers kiezen eerst het trottoir of voetpad. Als die er niet zijn, gebruiken zij het fietspad of het fiets/bromfietspad. Pas als ook die ontbreken, mogen zij de berm gebruiken of anders de uiterste rechterzijde van de rijbaan. Ruiters gebruiken het ruiterpad; ontbreekt dat, dan mogen zij de berm of de rijbaan gebruiken. Personen die zich verplaatsen met behulp van voorwerpen die geen voertuigen zijn, zoals skeelers of een skateboard, gebruiken het fietspad, het fiets/bromfietspad, het trottoir of het voetpad. Als al die voorzieningen ontbreken, gebruiken zij de rijbaan, niet de berm.
Langs autosnelwegen en autowegen is de regel streng: berm, vluchtstrook en vluchthaven zijn uitsluitend voor noodgevallen. Op de rijbaan zelf stilstaan mag daar ook niet. Als een vluchtstrook tijdelijk als rijstrook is opengesteld, is die dan onderdeel van de rijbaan; de berm blijft daarbuiten en is niet voor gebruik, behalve bij nood.
Voor bestuurders op gewone wegen geldt: rij niet onnodig de berm in. Moet je uitwijken, stuur rustig, geef geen groot stuurcommando en kom gecontroleerd terug op de verharding. Houd rekening met weggebruikers in de berm, zoals voetgangers, ruiters of vee: verlaag tijdig je snelheid en geef ruime zijdelingse afstand.
Stilstaan en parkeren in de berm: buiten autosnelwegen en autowegen mag je in sommige situaties geheel of gedeeltelijk in de berm stilstaan of parkeren, als borden, markeringen of plaatselijke regels dat toelaten en het veilig kan. Een parkeerhaven of parkeerstrook is bedoeld voor stilstaande of geparkeerde voertuigen en is iets anders dan de berm. Controleer altijd of de ondergrond sterk genoeg is en of je het overige verkeer niet hindert.
Wat je moet onthouden
- De berm hoort bij de weg, maar is geen rijbaan, fietspad, fiets/bromfietspad of trottoir.
- Voetgangers: eerst trottoir of voetpad; als die ontbreken het fietspad of fiets/bromfietspad; ontbreken die ook, dan de berm of de uiterste rechterzijde van de rijbaan.
- Ruiters gebruiken het ruiterpad; ontbreekt dat, dan de berm of de rijbaan.
- Personen met skeelers, skateboard of een niet-gemotoriseerde step gebruiken het fietspad, het fiets/bromfietspad, het trottoir of het voetpad; ontbreken die allemaal, dan de rijbaan, niet de berm.
- Op autosnelwegen en autowegen gebruik je berm, vluchtstrook en vluchthaven alleen bij noodgevallen; op de rijbaan stilstaan mag daar niet.
- Buiten autosnelwegen en autowegen mag je alleen in de berm stilstaan of parkeren als borden, markeringen of plaatselijke regels dat toelaten en het veilig kan.
- Een parkeerhaven of parkeerstrook is niet de berm en heeft een andere bestemming.
Misverstanden
- Denken dat je nooit (deels) in de berm mag stilstaan of parkeren buiten autosnelwegen en autowegen. Dat mag soms wel als borden of plaatselijke regels het toestaan en het veilig is.
- Aannemen dat voetgangers zonder trottoir direct de berm moeten gebruiken, terwijl zij eerst het fietspad of fiets/bromfietspad kiezen als dat er is.
- Met skeelers, skateboard of niet-gemotoriseerde step de berm gebruiken terwijl er geen trottoir is; zij horen dan op fietspad, fiets/bromfietspad, trottoir of voetpad, en anders op de rijbaan.
- De vluchtstrook verwarren met de berm. Het zijn verschillende weggedeelten; op autosnelwegen en autowegen zijn ze allebei alleen voor noodgevallen.
- De berm gebruiken op een autosnelweg of autoweg om even te bellen, navigatie in te stellen of te pauzeren zonder noodgeval.
- Denken dat een parkeerhaven of parkeerstrook hetzelfde is als de berm en altijd op dezelfde manier gebruikt mag worden.
Niet verwarren met
- vluchtstrook De berm is geen rij- of noodstrook en is niet bedoeld om op te rijden of stil te staan.
- trottoir De berm is geen voetpad en is niet ingericht als looproute.
- fietspad De berm is geen pad voor fietsers en heeft geen markering of bestemming voor fietsverkeer.
Bron: Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (RVV 1990), artikel 41 Voetgangers gebruiken het trottoir of het voetpad. 2 Zij gebruiken het fietspad of het fiets/bromfietspad indien trottoir en voetpad ontbreken. 3 Zij gebruiken de berm of de uiterste zijde van de rijbaan, indien ook een fietspad of een fiets/bromfietspad ontbreekt. 4 In afwijking van het eerste en het tweede lid gebruiken personen die zich verplaatsen met behulp van voorwerpen, niet zijnde voertuigen, het fietspad, het fiets/bromfietspad, het trottoir of het voetpad. Zij gebruiken de rijbaan indien een fietspad, een fiets/bromfietspad, een trottoir of een voetpad ontbreekt. Lees het artikel op wetten.overheid.nl Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (RVV 1990), artikel 81 Ruiters gebruiken het ruiterpad. 2 Zij gebruiken de berm of de rijbaan indien een ruiterpad ontbreekt. Lees het artikel op wetten.overheid.nl Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (RVV 1990), artikel 431 Het is de bestuurders verboden op een autosnelweg of autoweg hun voertuig te keren of achteruit te rijden. 2 Het is de bestuurders voorts verboden op de rijbaan van een autosnelweg of autoweg hun voertuig te laten stilstaan. 3 Behoudens in noodgevallen is het de weggebruikers verboden op een autosnelweg of autoweg gebruik te maken van de vluchtstrook, de vluchthaven of de berm. 4 Op een autosnelweg is het bestuurders van een samenstel van voertuigen met een totale lengte van meer dan 7 meter en van een vrachtauto verboden op een rijbaan met drie of meer rijstroken enig andere dan de twee meest rechts gelegen rijstroken te gebruiken. Het verbod geldt niet voor het geval zij moeten voorsorteren. § 17. Erven Lees het artikel op wetten.overheid.nl Wegenverkeerswet 1994, artikel 11 In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt, tenzij anders blijkt, verstaan onder: a. Onze Minister: Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat; b. wegen: alle voor het openbaar verkeer openstaande wegen of paden met inbegrip van de daarin liggende bruggen en duikers en de tot die wegen behorende paden en bermen of zijkanten; c. motorrijtuigen: alle voertuigen, bestemd om anders dan langs spoorstaven te worden voortbewogen uitsluitend of mede door een mechanische kracht, op of aan het voertuig zelf aanwezig dan wel door elektrische tractie met stroomtoevoer van elders, met uitzondering van fietsen met trapondersteuning; d. aanhangwagen: voertuig dat kennelijk is bestemd om te worden voortbewogen door een motorrijtuig. In het bepaalde krachtens deze wet kan onder aanhangwagen tevens worden verstaan een voertuig dat door een ander voertuig wordt voortbewogen of kennelijk is bestemd om door een ander voertuig te worden voortbewogen; e. bromfiets: a. motorrijtuig op twee wielen, met een door de constructie bepaalde maximumsnelheid van niet meer dan 45 km/h, uitgerust met een verbrandingsmotor met een cilinderinhoud van niet meer dan 50 cm 3 of een elektromotor met een nominaal continu maximumvermogen van niet meer dan 4 kW, niet zijnde een gehandicaptenvoertuig of een motorrijtuig als bedoeld in subonderdeel d; b. motorrijtuig op drie wielen, met een door de constructie bepaalde maximumsnelheid van niet meer dan 45 km/h, niet zijnde een gehandicaptenvoertuig of een motorrijtuig als bedoeld in subonderdeel d, uitgerust met: 1°. een motor met elektrische ontsteking met een cilinderinhoud van niet meer dan 50 cm 3 , 2°. een motor met inwendige verbranding en een netto maximumvermogen van niet meer dan 4 kW voor andere dan onder 1° genoemde motoren, of 3°. een elektromotor met een nominaal continu maximumvermogen van niet meer dan 4 kW; dan wel c. motorrijtuig op vier wielen, niet zijnde een gehandicaptenvoertuig of een motorrijtuig als bedoeld in subonderdeel d, met een door de constructie bepaalde maximumsnelheid van niet meer dan 45 km/h en een ledige massa van minder dan 350 kg, de massa van de batterijen in elektrische voertuigen niet inbegrepen, uitgerust met: 1°. een motor met elektrische ontsteking met een cilinderinhoud van niet meer dan 50 cm 3 , 2°. een motor met inwendige verbranding en een netto maximumvermogen van niet meer dan 4 kW voor andere dan onder 1° genoemde motoren, of 3°. een elektromotor met een nominaal continu maximumvermogen van niet meer dan 4 kW; d. een motorrijtuig met een door de constructie bepaalde maximumsnelheid van niet meer dan 25 km/h, uitgerust met een elektromotor met een nominaal continu maximumvermogen van niet meer dan 4 kW, niet zijnde een gehandicaptenvoertuig, waarvoor geen typegoedkeuring overeenkomstig in het kader van de Europese Unie tot stand gekomen voorschriften vereist is; In ieder geval wordt als bromfiets aangemerkt een voertuig dat blijkens het afgegeven kentekenbewijs als bromfiets is aangeduid; ea. fietsen met trapondersteuning: fietsen die zijn voorzien van een elektrische hulpmotor met een nominaal continu vermogen van maximaal 0,25 kW en waarvan de aandrijfkracht geleidelijk vermindert en tenslotte wordt onderbroken wanneer het voertuig een snelheid van 25 km/h bereikt, of eerder, indien de bestuurder ophoudt met trappen; f. verordening (EU) 167/2013: Verordening (EU) nr. 167/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 5 februari 2013 inzake de goedkeuring van en het markttoezicht op landbouw- en bosbouwvoertuigen (PbEU 2013, L 60) en de op die verordening gebaseerde uitvoeringshandelingen en gedelegeerde handelingen; fa. verordening (EU) 168/2013: Verordening (EU) nr. 168/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 15 januari 2013 betreffende de goedkeuring van en het markttoezicht op twee- of driewielige voertuigen en vierwielers (PbEU 2013, L 60) en de op die verordening gebaseerde uitvoeringshandelingen en gedelegeerde handelingen; fb. verordening (EU) 2018/858: Verordening (EU) nr. 2018/858 van het Europees Parlement en de Raad van 30 mei 2018 betreffende de goedkeuring van en het markttoezicht op motorvoertuigen en aanhangwagens daarvan en systemen, onderdelen en technische eenheden die voor dergelijke voertuigen zijn bestemd, tot wijziging van Verordeningen (EG) nr. 715/2007 en (EG) nr. 595/2009 en tot intrekking van Richtlijn 2007/46/EG (PbEU 2018, L 151) en de op die verordening gebaseerde uitvoeringshandelingen en gedelegeerde handelingen; fc. EU-kaderverordening in verband met de goedkeuring van motorvoertuigen: verordening (EU) 167/2013, verordening (EU) 168/2013 of verordening (EU) 2018/858; fd. EU-harmonisatieverordening in verband met de goedkeuring van motorvoertuigen: bij ministeriële regeling aangewezen EU-verordening en de op die verordening gebaseerde uitvoeringshandelingen en gedelegeerde handelingen die als doel heeft harmonisatievoorschriften vast te stellen over een specifiek onderwerp, zoals brandstofgebruik, emissies, technische eisen of veiligheidsvoorschriften, die relevant zijn in het kader van de goedkeuring, op de markt aanbieden, in de handel brengen, registreren en in gebruik nemen van voertuigen en systemen, onderdelen, technische eenheden, voertuigdelen, uitrustingsstukken en voorzieningen die voor dergelijke voertuigen en aanhangwagens daarvan zijn ontworpen en gebouwd of van voorzieningen die ter bescherming van inzittenden van voertuigen en kwetsbare weggebruikers zijn ontworpen en gebouwd; fe. EU-verordening in verband met de goedkeuring van motorvoertuigen: EU-kaderverordening in verband met de goedkeuring van motorvoertuigen of EU-harmonisatieverordening in verband met de goedkeuring van motorvoertuigen; ff. EU-richtlijn in verband met de goedkeuring van motorvoertuigen: bij ministeriële regeling aangewezen richtlijn en op die richtlijn gebaseerde uitvoeringshandelingen en gedelegeerde handelingen in verband met de goedkeuring van motorvoertuigen; fg. verordening (EU) 2019/1020: Verordening (EU) 2019/1020 van het Europees Parlement en de Raad van 20 juni 2019 betreffende markttoezicht en conformiteit van producten en tot wijziging van Richtlijn 2004/42/EG en de Verordeningen (EG) nr. 765/2008 en (EU) nr. 305/2011 (PbEU 2019, L 169); fh. verordening (EU) 2020/740: Verordening (EU) 2020/740 van het Europees Parlement en de Raad van 25 mei 2020 inzake de etikettering van banden met betrekking tot hun brandstofefficiëntie en andere parameters, tot wijziging van Verordening (EU) 2017/1369 en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1222/2009 (PbEU 2020, L 177); fi. marktdeelnemer: fabrikant, vertegenwoordiger van de fabrikant, importeur, distributeur of, indien van toepassing, hetgeen onder marktdeelnemer wordt verstaan in de in de onderdelen f, fa, fb, fd of fg bedoelde verordeningen; fj. Overeenkomst van 1958: Overeenkomst betreffende de vaststelling van geharmoniseerde technische reglementen van de Verenigde Naties voor voertuigen op wielen en voor uitrustingsstukken en onderdelen die daarop kunnen worden gemonteerd en/of gebruikt, en betreffende de voorwaarden voor wederzijdse erkenning van goedkeuringen die krachtens die reglementen van de Verenigde Naties zijn verleend (Trb. 1959/83); g. kenteken: kenteken als bedoeld in artikel 36 of artikel 37, derde lid ; h. kentekenbewijs: kentekenbewijs als bedoeld in artikel 36 dan wel een kentekenbewijs, afgegeven ter zake van de opgave van een kenteken als bedoeld in artikel 37, derde lid ; i. kentekenregister: register, bedoeld in artikel 42 ; j. keuringsbewijs: keuringsbewijs als bedoeld in artikel 72 ; k. keuringsrapport: keuringsbewijs of een beschikking tot weigering van de afgifte van een keuringsbewijs; l. kwalificatiekaart bestuurder: kwalificatiekaart bestuurder als bedoeld in artikel 151b, onderdeel i ; m. rijbewijs: rijbewijs, bedoeld in artikel 107 ; n. rijbewijzenregister: register, bedoeld in artikel 126 ; o. bestuurder van een motorrijtuig: degene die het motorrijtuig bestuurt of degene die, overeenkomstig de bij algemene maatregel van bestuur gestelde voorwaarde, wordt geacht het motorrijtuig onder zijn onmiddellijk toezicht te doen besturen; p. houder van een motorrijtuig of een aanhangwagen: degene die het voertuig: 1°. op grond van een overeenkomst van huurkoop onder zich heeft, 2°. in vruchtgebruik heeft, of 3°. anderszins, anders dan als eigenaar of bezitter, tot duurzaam gebruik onder zich heeft; q. Dienst Wegverkeer: de in artikel 4a bedoelde dienst; r. het CBR: het in artikel 4z bedoelde bureau; s. nationale typegoedkeuring of -individuele goedkeuring: goedkeuring als bedoeld in artikel 21, tweede lid, onderdeel b ; t. VN/ECE-goedkeuring: goedkeuring als bedoeld in artikel 21, tweede lid, onderdeel c ; ta. kwetsbare weggebruikers: niet-gemotoriseerde weggebruikers, zoals fietsers en voetgangers en weggebruikers die gebruik maken van gemotoriseerde voertuigen zoals twee- of driewielers; u. schadevoertuig: voertuig dat ten gevolge van een beschadiging niet langer deugdelijk van bouw en inrichting is; v. basiserkenning: basiserkenning als bedoeld in artikel 4aua, eerste lid ; w. erkenning voor specifieke handelingen: erkenning als bedoeld in artikel 4aud, eerste lid ; x. erkenninghouder: natuurlijke persoon of rechtspersoon waaraan een basiserkenning in combinatie met één of meer erkenningen voor specifieke handelingen is verleend; y. bewegwijzering: verkeerstekens die worden geplaatst of verwijderd teneinde weggebruikers in staat te stellen hun afstand tot of route naar een bestemming te bepalen; z. begeleiden: het actief coachen, het geven van suggesties ter verbetering van het rijgedrag, het wijzen op fouten en onzorgvuldigheden in het rijgedrag van de bestuurder van een motorrijtuig van de rijbewijscategorie B die op de leeftijd van zeventien jaren zijn rijbewijs B heeft behaald totdat die bestuurder de leeftijd van achttien jaren heeft bereikt; za. begeleider: op de begeleiderspas vermelde persoon die is gezeten op de zitplaats naast de bestuurder die de bestuurder van een motorrijtuig van de rijbewijscategorie B die overeenkomstig artikel 111a, eerste lid , zijn rijbewijs B heeft verkregen begeleidt; zb. begeleiderspas: pas die aan een persoon is afgegeven die op de leeftijd van zeventien jaren zijn rijbewijs B heeft behaald en waarop de naam van zijn begeleiders is vermeld. 2 Indien de eigenaar van een motorrijtuig of een aanhangwagen niet tevens bezitter is, treedt de bezitter voor de toepassing van het bepaalde bij of krachtens deze wet voor de eigenaar in de plaats. 3 Degene aan wie een kenteken is opgegeven voor een motorrijtuig of een aanhangwagen wordt, tenzij anders blijkt, voor de toepassing van het bepaalde bij of krachtens deze wet beschouwd als eigenaar of houder van dat motorrijtuig of die aanhangwagen. 4 Voor de toepassing van de hoofdstukken III tot en met V van deze wet worden vennootschappen zonder rechtspersoonlijkheid mede als rechtspersoon aangemerkt. Lees het artikel op wetten.overheid.nl
Waar dit bij hoort
Dit begrip komt aan bod in Gebruik van de weg, hoofdstuk 1 van de gratis theoriecursus.
Andere begrippen
Ook een rijschool nodig?
Dit begrip hoort bij de theorie. Die leer je hier gratis, voor de rijlessen heb je een rijschool nodig. Op Ribba vergelijk je rijscholen op het slagingspercentage van het CBR, het prijsniveau en de beoordelingen van eerdere leerlingen.
Rijscholen vergelijken