Vluchthaven
Een vluchthaven is een korte, met een doorgetrokken streep van de rijbaan afgescheiden uitwijkplek langs een weg met G1 of G3, bedoeld voor noodgevallen. Je gebruikt een vluchthaven alleen als doorrijden niet veilig kan of niet mogelijk is.
Een vluchthaven hoort bij wegen met G1 of G3. Het is een korte inham naast de rijbaan, gescheiden door een doorgetrokken streep. Anders dan soms wordt gedacht kan een vluchthaven rechts of links van de rijbaan liggen. Een vluchthaven is bedoeld voor noodgevallen, bijvoorbeeld bij pech of een acute medische situatie. Waar een doorlopende vluchtstrook ontbreekt, kom je vaak om de zoveel honderd meter een vluchthaven tegen, bijvoorbeeld bij bruggen, viaducten of smalle weggedeelten. Verwar dit niet met een parkeerhaven of parkeerstrook. Parkeerhavens en parkeerstroken zijn bedoeld voor regulier stilstaan of parkeren; een vluchthaven niet.
Gebruik een vluchthaven alleen als het echt niet anders kan. Op wegen met G1 of G3 mag je op de rijbaan niet stilstaan en is keren of achteruitrijden verboden. Gebruik van vluchtstrook, vluchthaven of berm is verboden, behalve bij een noodgeval. Is de vluchtstrook tijdelijk opengesteld als spitsstrook, dan is dat een rijstrook en stoppen mag daar niet. Je mag de doorgetrokken streep overschrijden om een vluchthaven, vluchtstrook of spitsstrook te bereiken of te verlaten. Kom je tot stilstand, zet je voertuig zo ver mogelijk buiten de rijbaan, schakel de waarschuwingsknipperlichten in, laat inzittenden zo veel mogelijk aan de veilige zijde uitstappen en achter de vangrail plaatsnemen, en vraag hulp via pechhulp of hulpdiensten.
Let op de verlichting als je stilstaat. Sta je buiten de bebouwde kom stil met een motorvoertuig op meer dan twee wielen op de rijbaan of op langs wegen met G1 of G3 gelegen parkeerstroken, parkeerhavens, vluchtstroken of vluchthavens, dan voer je bij nacht en bij ernstig belemmerd zicht overdag stadslicht en achterlicht. Dit geldt dus voor bijvoorbeeld personenauto’s, bestelauto’s en autobussen. Het geldt niet voor motorfietsen op twee wielen. Voor stilstaande aanhangwagens op die plaatsen geldt dat de aanhangwagen bij nacht en bij ernstig belemmerd zicht overdag zijn achterlicht en het voorgeschreven stadslicht moet voeren, ook als de trekauto er niet meer bij staat. Bromfietsen en snorfietsen zijn geen motorvoertuigen en horen niet op wegen met G1 of G3. Gehandicaptenvoertuigen horen daar evenmin.
Wat je moet onthouden
- Een vluchthaven of vluchtstrook gebruik je uitsluitend in noodgevallen.
- Op de rijbaan van wegen met G1 of G3 mag je niet stilstaan, keren of achteruitrijden.
- Gebruik van vluchtstrook, vluchthaven of berm op wegen met G1 of G3 is verboden, behalve bij een noodgeval.
- Je mag een doorgetrokken streep overschrijden om een naastgelegen vluchthaven, vluchtstrook of spitsstrook te bereiken of te verlaten.
- Is de vluchtstrook opengesteld als spitsstrook, dan is het een rijstrook en stoppen is daar verboden.
- Buiten de bebouwde kom: staat een motorvoertuig op meer dan twee wielen stil op de rijbaan of op een langs wegen met G1 of G3 gelegen parkeerstrook, parkeerhaven, vluchtstrook of vluchthaven, voer dan bij nacht en bij ernstig belemmerd zicht overdag stadslicht en achterlicht.
- Buiten de bebouwde kom: een stilstaande aanhangwagen op die plaatsen moet bij nacht en bij ernstig belemmerd zicht overdag zijn achterlicht en het voorgeschreven stadslicht voeren.
Misverstanden
- Een vluchthaven ligt altijd rechts van de rijbaan. Fout: hij kan rechts of links liggen.
- Je mag een vluchthaven gebruiken om even te bellen, navigatie in te stellen of te pauzeren. Fout: alleen bij noodgevallen.
- Op een geopende spitsstrook mag je bij pech meteen stoppen. Fout: een geopende spitsstrook is een rijstrook; rij zo mogelijk door naar een vluchthaven of afrit.
- Een doorgetrokken streep mag je nooit overschrijden. Fout: je mag die overschrijden om een vluchthaven, vluchtstrook of spitsstrook te bereiken of te verlaten.
- De lichtplicht bij stilstaan geldt voor alle voertuigen. Fout: deze geldt voor motorvoertuigen op meer dan twee wielen en voor stilstaande aanhangwagens; niet voor motorfietsen op twee wielen. Brom- en snorfietsen horen niet op wegen met G1 of G3.
Niet verwarren met
- vluchtstrook Een vluchthaven is een korte, afzonderlijke uitwijkplek en geen doorlopende strook naast de rijbaan.
- parkeergelegenheid Een vluchthaven is uitsluitend voor noodgevallen en dus niet om te parkeren, pauzeren of rusten.
Bron: Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (RVV 1990), artikel 38Bestuurders van een motorvoertuig op meer dan twee wielen, die buiten de bebouwde kom stilstaan op de rijbaan en op langs autosnelwegen en autowegen gelegen parkeerstroken, parkeerhavens, vluchtstroken en vluchthavens moeten bij dag, indien het zicht ernstig wordt belemmerd, en bij nacht stadslicht en achterlicht voeren. Lees het artikel op wetten.overheid.nl Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (RVV 1990), artikel 39Stilstaande aanhangwagens moeten buiten de bebouwde kom op de rijbaan en op langs autosnelwegen en autowegen gelegen parkeerstroken, parkeerhavens, vluchtstroken en vluchthavens bij dag, indien het zicht ernstig wordt belemmerd, en bij nacht achterlicht en het in de Regeling voertuigen voorgeschreven stadslicht voeren. Lees het artikel op wetten.overheid.nl Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (RVV 1990), artikel 431 Het is de bestuurders verboden op een autosnelweg of autoweg hun voertuig te keren of achteruit te rijden. 2 Het is de bestuurders voorts verboden op de rijbaan van een autosnelweg of autoweg hun voertuig te laten stilstaan. 3 Behoudens in noodgevallen is het de weggebruikers verboden op een autosnelweg of autoweg gebruik te maken van de vluchtstrook, de vluchthaven of de berm. 4 Op een autosnelweg is het bestuurders van een samenstel van voertuigen met een totale lengte van meer dan 7 meter en van een vrachtauto verboden op een rijbaan met drie of meer rijstroken enig andere dan de twee meest rechts gelegen rijstroken te gebruiken. Het verbod geldt niet voor het geval zij moeten voorsorteren. § 17. Erven Lees het artikel op wetten.overheid.nl Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (RVV 1990), artikel 761 Een doorgetrokken streep die zich niet langs de rand van de rijbaanverharding bevindt, mag niet worden overschreden. Bestuurders mogen zich niet links van een doorgetrokken streep bevinden, indien die streep is aangebracht tussen rijstroken of paden met verkeer in beide richtingen. 2 Het eerste lid is niet van toepassing: a. indien de streep wordt overschreden om een naast de gevolgde rijstrook gelegen vluchthaven, vluchtstrook of spitsstrook te bereiken of te verlaten; b. indien aan de zijde vanwaar men de streep overschrijdt een onderbroken streep is aangebracht; c. op bestuurders die een fietsstrook mogen gebruiken, indien er tussen die fietsstrook en de ernaast gelegen rijstrook een doorgetrokken streep is aangebracht. Lees het artikel op wetten.overheid.nl
Waar dit bij hoort
Dit begrip komt aan bod in Bijzondere wegen, weggedeelten en manoeuvres, hoofdstuk 3 van de gratis theoriecursus.
Andere begrippen
Ook een rijschool nodig?
Dit begrip hoort bij de theorie. Die leer je hier gratis, voor de rijlessen heb je een rijschool nodig. Op Ribba vergelijk je rijscholen op het slagingspercentage van het CBR, het prijsniveau en de beoordelingen van eerdere leerlingen.
Rijscholen vergelijken