Veerpont
Een veerpont is een varende schakel in je route die mensen en voertuigen over water zet. Je rijdt via een klep of rijplaat het dek op en aan de overkant er weer af.
Veren verschillen sterk: er zijn kleine pontjes voor voetgangers en fietsers en grote veren die ook personenauto’s, motorfietsen, aanhangwagens, vrachtauto’s en bussen meenemen. Sommige varen op een vaste dienstregeling, andere pendelen zodra er verkeer is. Je ziet vaak wachtrijen en markeringen aan de oever. Let op informatie over vaartijden, storingen en beperkingen voor lengte, breedte, hoogte of massa van voertuigen. Een veerpont kan deel uitmaken van een doorgaande route, ook als er in de buurt een brug of tunnel ligt. Bij drukte, harde wind, ijs of dichte mist kan de vaart worden vertraagd of tijdelijk gestaakt.
Naderen en oprijden vragen om extra aandacht. De oprit kan steil zijn en natte metalen platen kunnen glad zijn. Het schip kan bewegen, vooral bij golven of afgaand water. Rijd stapvoets, houd ruime volgafstand en volg verkeerslichten, bebording en aanwijzingen van personeel of een verkeersregelaar. Vaak is de opstelling aan boord ingedeeld per voertuigsoort. Personenauto’s en vrachtauto’s gaan meestal naar het hoofddek. Bromfietsen zijn geen motorvoertuigen; snorfietsen zijn een soort bromfiets. Zij krijgen vaak een eigen vak of sluiten aan bij fietsers. Gehandicaptenvoertuigen volgen het voetgangersgedeelte of een aangewezen route. Reken bij het laden en lossen op voetgangers en fietsers die kruisen.
Aan boord zet je de auto stabiel neer: parkeerrem of stand P, bij handgeschakeld zo nodig de eerste versnelling of de achteruit en wielen recht. Met een aanhangwagen zet je de handrem van de aanhanger aan indien aanwezig, borg je de koppeling en controleer je de losbreekkabel; je lading moet de bewegingen van het schip kunnen weerstaan. Vaak geldt dat de motor uit moet tijdens de overtocht; doe dat op aanwijzing. Inhalen, keren of onnodig wisselen van vak op het dek is niet toegestaan. Houd noodpaden, slangen en brandblusmiddelen vrij. Je krijgt een sein of groen licht om te vertrekken. Bij het afrijden let je op borden, verkeerslichten en haaientanden. Met haaientanden verleen je voorrang. Als er niets is geregeld, gelden de normale voorrangsregels en voeg je voorzichtig in. Let op de overgang van de klep naar het wegdek en op mogelijke hoogte- of diepteverschillen; metalen platen kunnen glad zijn.
Wat je moet onthouden
- Volg altijd aanwijzingen van personeel, verkeerslichten en plaatselijke markeringen.
- Rijd stapvoets op en af, stuur rustig over metalen platen en houd ruime afstand.
- Plaats voertuigen in de aangewezen vakken. Niet inhalen, keren of onnodig van vak wisselen op het dek.
- Zet aan boord de parkeerrem of stand P; bij handgeschakeld zo nodig de eerste versnelling of de achteruit. Laat op aanwijzing de motor uit.
- Brom- en snorfietsen zijn bromfietsen en dus geen motorvoertuigen; gebruik de daarvoor aangewezen vakken of route.
- Gehandicaptenvoertuigen gebruiken het voetgangersgedeelte of een lokaal aangewezen deel.
- Met aanhangwagen: zet de handrem van de aanhanger aan indien aanwezig, borg de koppeling, controleer de losbreekkabel en zekering van de lading.
- Wacht op een sein of groen licht voordat je oprijdt of afrijdt; kruisende voetgangers en fietsers gaan voor waar dat is aangegeven.
- Bij het afrijden: let op haaientanden, borden en verkeerslichten. Als er niets is geregeld, pas je de normale voorrangsregels toe en voeg je voorzichtig in.
Misverstanden
- Een veerpont is er alleen waar geen brug of tunnel is. Fout: er varen ook veren naast een brug of tunnel.
- Wie van de pont afrijdt, heeft vanzelf voorrang. Fout: je hebt alleen voorrang als borden of haaientanden dat regelen.
- Bromfietsen horen bij de motorvoertuigen op het hoofddek. Fout: brom- en snorfietsen zijn bromfietsen en geen motorvoertuigen; zij volgen vaak een eigen vak of route.
- De motor mag altijd stationair blijven draaien aan boord. Fout: vaak moet de motor uit op aanwijzing.
- Je mag aan boord inhalen of even van rijstrook wisselen als er ruimte is. Fout: blijf binnen je vak en wacht op het vertreksein.
- Je kunt bij elke pont op elk moment oprijden. Fout: wacht altijd op het sein of de instructie van personeel of verkeerslichten.
Niet verwarren met
- viaducten Hier gaat het om een boot die voertuigen en personen over een waterweg zet op een plek zonder brug of tunnel, dus geen vaste constructie.
Waar dit bij hoort
Dit begrip komt aan bod in Bijzondere wegen, weggedeelten en manoeuvres, hoofdstuk 3 van de gratis theoriecursus.
Andere begrippen
Ook een rijschool nodig?
Dit begrip hoort bij de theorie. Die leer je hier gratis, voor de rijlessen heb je een rijschool nodig. Op Ribba vergelijk je rijscholen op het slagingspercentage van het CBR, het prijsniveau en de beoordelingen van eerdere leerlingen.
Rijscholen vergelijken