Verkeerssituatie

verkeerssituatie in het verkeer

Een verkeerssituatie is het complete plaatje van weg, tekens, weggebruikers en omstandigheden op die plek en dat moment. Jij leest dat geheel en handelt ernaar, met de juiste volgorde: eerst aanwijzingen, dan lichten, dan tekens, dan de algemene regels.

Met verkeerssituatie bedoelen we alles wat je op dat moment beïnvloedt: de weginrichting (rijbaan, rijstroken, bochten, drempels), markeringen (fietsstrook, haaientanden, verdrijvingsvlak, puntstuk), bijzondere weggedeelten (invoegstrook, uitrijstrook, busbaan of busstrook, parkeerhaven of parkeerstrook, vluchtstrook en vluchthaven) en de omstandigheden (zicht, weer, wegwerkzaamheden, tijdstip, drukte). Ook tijdelijke maatregelen zoals pionnen, afzettingen en matrixsignalen horen erbij. De situatie verandert voortdurend; je kijkt dus steeds opnieuw, koppelt wat je ziet aan de regels en past je plan direct aan.

Wie doen er mee? Verkeer is alle weggebruikers. Bestuurders zijn alle weggebruikers behalve voetgangers: dus ook fietsers, bromfietsers en snorfietsers, bestuurders van een gehandicaptenvoertuig, van een motorvoertuig of van een tram, ruiters en geleiders van rij- of trekdieren of vee. Let op voertuigsoorten: een motorvoertuig is elk gemotoriseerd voertuig, behalve bromfietsen, fietsen met trapondersteuning en gehandicaptenvoertuigen. Een snorfiets is een soort bromfiets. Dit verschil is belangrijk voor de toegestane snelheid, de plaats op de weg en het gebruik van stroken.

Zo lees je de situatie: kijk ver vooruit en breed, herken conflictpunten zoals zijstraten, uitritten, oversteken en in- of uitvoegers. Scan wegdek en randen: zie je haaientanden, rijstrookpijlen, blokmarkering, een fietsstrook of een puntstuk? Check spiegels en dode hoek voor elke koers- of snelheidswijziging. Koppel wat je ziet aan vaste patronen: invoegers moeten inschikken, op een uitrijstrook gaat verkeer eraf, een parkeerhaven is voor stilstaan of parkeren, een busstrook is meestal niet voor jou. Houd rekening met kwetsbaren: fietsers, voetgangers en bestuurders van een gehandicaptenvoertuig.

Wat gaat voor wat? In een samengestelde situatie volg je een vaste volgorde. Aanwijzingen van bevoegde personen (bijvoorbeeld politie of verkeersregelaars) gaan altijd voor. Daarna komen verkeerslichten. Dan volgen verkeerstekens, zoals borden en markeringen op het wegdek. Pas als er geen van die drie iets regelt, gelden de algemene regels. Voorbeelden: bij wegwerkzaamheden met een verkeersregelaar volg je die aanwijzingen ook als het licht rood of groen anders suggereert. Een spitsstrook gebruik je alleen als die geopend is; anders is het een vluchtstrook en dus voor noodgevallen. Een busbaan of busstrook gebruik je alleen als jouw voertuigcategorie is toegestaan. Een parkeerstrook gebruik je niet als doorgaande rijstrook. Over een puntstuk met een doorgetrokken randlijn rijd je niet; heeft het een onderbroken rand, dan mag je het alleen gebruiken als dat nodig en veilig is. Een verdrijvingsvlak is geen rijoppervlak: daar blijf je vanaf.

Wat je moet onthouden

  • Volgorde bij tegenstrijdigheid: 1) aanwijzingen van bevoegde personen, 2) verkeerslichten, 3) verkeerstekens (borden en wegmarkeringen), 4) algemene regels.
  • Herken en respecteer haaientanden: jij verleent voorrang aan het kruisende verkeer als ze voor jou op het wegdek staan.
  • Bestuurders op een invoegstrook verlenen voorrang aan verkeer op de doorgaande rijbaan; wissel pas van strook na spiegelen, richting aangeven en veiligheidscheck.
  • Gebruik een vluchtstrook of vluchthaven alleen bij een noodgeval of wanneer deze als rijstrook is opengesteld; anders niet rijden, niet stilstaan.
  • Rij niet over een verdrijvingsvlak en niet over een puntstuk met doorgetrokken rand. Een puntstuk met onderbroken rand mag je alleen gebruiken als het nodig, toegestaan en veilig is.
  • Gebruik een busbaan of busstrook alleen als jouw voertuigcategorie volgens de tekens is toegestaan; markeringen zoals BUS of LIJNBUS betekenen niet dat jij daar automatisch mag rijden.
  • Een fietsstrook is voor fietsers. Met doorgetrokken streep rijd je er niet met de auto. Is de streep onderbroken, dan kan voorsorteren soms, mits toegestaan en zonder fietsers te hinderen.
  • Een parkeerhaven of parkeerstrook is bestemd voor stilstaan of parkeren. Gebruik deze niet als doorgaande rijstrook.
  • Een geslotenverklaring betekent dat je die weg niet mag gebruiken, behalve als een uitzondering op het bord op jou van toepassing is, zoals bestemmingsverkeer.
  • Pas snelheid, volgafstand en positie aan zicht, weer, wegdek en drukte aan; bij twijfel meer ruimte en minder snelheid.

Misverstanden

  • Denken dat een bestuurder alleen iemand is die een voertuig bedient; ook ruiters en geleiders van dieren zijn bestuurders. Voetgangers niet.
  • Aannemen dat je altijd de tekens volgt; aanwijzingen van bevoegde personen gaan voor, daarna lichten, dan tekens.
  • Een bromfiets als motorvoertuig zien of een snorfiets niet als bromfiets; dit leidt tot fouten bij snelheid en plaats op de weg.
  • Over een puntstuk of verdrijvingsvlak rijden om nog snel af te slaan of in te voegen.
  • De vluchtstrook gebruiken om file te omzeilen of even te bellen; dat mag alleen bij nood of wanneer officieel opengesteld.
  • De busstrook nemen omdat die leeg is, zonder te checken of jouw categorie daar mag rijden.
  • Haaientanden of subtiele markeringen over het hoofd zien en daardoor onterecht voorrang nemen of geven.
  • Een parkeerstrook als rijstrook gebruiken of stilhouden waar dat de doorstroming belemmert.
  • Een geslotenverklaring negeren met het idee dat ‘ik er bijna moet zijn’, zonder dat je onder de uitzondering valt.
  • Wisselen van rijstrook zonder volledige kijkroutine: spiegels, schouder, richting aangeven, controleren en pas dan gaan.

Niet verwarren met

  • weersomstandigheden Een verkeerssituatie omvat alle factoren op die plaats en dat moment, niet alleen het weer.
  • maximumsnelheid Een verkeerssituatie is de concrete context die bepaalt wat in dat moment verstandig en toegestaan is, niet één vaste grens op zichzelf.

Waar dit bij hoort

Dit begrip komt aan bod in Gebruik van de weg, hoofdstuk 1 van de gratis theoriecursus.

Andere begrippen

Ook een rijschool nodig?

Dit begrip hoort bij de theorie. Die leer je hier gratis, voor de rijlessen heb je een rijschool nodig. Op Ribba vergelijk je rijscholen op het slagingspercentage van het CBR, het prijsniveau en de beoordelingen van eerdere leerlingen.

Rijscholen vergelijken