Gehandicaptenvoertuig

gehandicaptenvoertuig in het verkeer

Een gehandicaptenvoertuig is vervoer bij een lichamelijke beperking. Op de weg gelden eigen regels voor plek en snelheid.

Een gehandicaptenvoertuig laat je met een beperking zelfstandig aan het verkeer meedoen. Het is speciaal ontworpen of aangepast voor die mobiliteit. Het is kleiner en kwetsbaarder dan gewone motorvoertuigen. Daarom heeft het op de weg een bijzondere positie in de regels.

Als bestuurder van een gehandicaptenvoertuig mag je meerdere weggedeelten gebruiken. Bestuurder is wie het voertuig bestuurt. Je mag op trottoir, voetpad, fietspad, fiets/bromfietspad of rijbaan rijden. Kies wat op dat moment veilig en praktisch is. Op trottoir of voetpad gelden voor jou de regels voor voetgangers. Dat geldt ook bij oversteken tussen twee stoepen of voetpaden.

Binnen de bebouwde kom gelden per weggedeelte andere maxima voor motorische gehandicaptenvoertuigen. Op trottoir en voetpad is de snelheid laag, passend tussen voetgangers. Op fietspad en fiets/bromfietspad mag je sneller, in de stroom daar. Rijd je op de rijbaan, dan ligt de limiet hoger dan op fietspaden. Je blijft daar wel een langzaam en kwetsbaar voertuig tussen sneller verkeer.

Andere weggebruikers moeten rekening houden met jouw wisselende plek op de weg. Je kunt hen op trottoirs, fietspaden of op de rijbaan tegenkomen. Geef ruimte en haal alleen in als het veilig kan. Pas snelheid en positie aan. Rijd je zelf zo’n voertuig, wees zichtbaar en voorspelbaar. Kies het weggedeelte dat op dat moment het veiligst en prettigst is.

Wat je moet onthouden

  • Als bestuurder van een gehandicaptenvoertuig mag je trottoir, voetpad, fietspad, fiets/bromfietspad of rijbaan gebruiken (RVV 7).
  • Binnen de bebouwde kom gelden voor gehandicaptenvoertuigen met motor deze maxima: trottoir of voetpad 6 km/h, fietspad en fiets/bromfietspad 30 km/h, rijbaan 45 km/h (RVV 20).
  • Gebruik je trottoir of voetpad, dan gelden voor jou de regels voor voetgangers, ook bij oversteken tussen twee stoepen of voetpaden (RVV 2).
  • Een fietsstrook met doorgetrokken streep is verboden voor andere bestuurders, maar niet voor fietsers en bestuurders van een gehandicaptenvoertuig (RVV 10).

Misverstanden

  • Denken dat je altijd het fietspad moet nemen. Je mag ook trottoir of rijbaan kiezen als dat veiliger is.
  • De snelheden binnen de bebouwde kom als overal geldend zien. Buiten de kom kunnen andere regels gelden die hier niet staan.
  • Aannemen dat je niet op een fietsstrook met doorgetrokken streep mag rijden. Dat verbod geldt niet voor gehandicaptenvoertuigen.

Niet verwarren met

  • brommobiel Een gehandicaptenvoertuig is speciaal voor mensen met een beperking en heeft eigen plaatsingskeuzes (trottoir, fietspad of rijbaan) met bijbehorende snelheidslimieten.
  • snorfiets Een gehandicaptenvoertuig valt in een eigen categorie en mag, afhankelijk van de situatie, ook op het trottoir rijden met andere snelheidslimieten per weggedeelte.
  • motorvoertuig Een gehandicaptenvoertuig is in de verkeersregels een aparte categorie en valt niet onder de algemene regels voor motorvoertuigen, met eigen plaatsings- en snelheidsregels.

Bron: Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (RVV 1990), artikel 21 De regels van dit besluit betreffende voetgangers zijn mede van toepassing op bestuurders van een gehandicaptenvoertuig, indien zij van een voetpad of trottoir gebruik maken of van het ene naar het andere voetpad of trottoir oversteken. 2 De regels van dit besluit betreffende voetgangers zijn voorts mede van toepassing op personen die te voet een motorfiets, bromfiets of fiets aan de hand meevoeren, alsmede op personen die zich verplaatsen met behulp van voorwerpen, niet zijnde voertuigen. 3 De regels van dit besluit betreffende wagens zijn mede van toepassing op door voetgangers gevormde colonnes, optochten en uitvaartstoeten voor zover deze de rijbaan volgen. Lees het artikel op wetten.overheid.nl Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (RVV 1990), artikel 7Bestuurders van een gehandicaptenvoertuig gebruiken het trottoir, het voetpad, het fietspad, het fiets/bromfietspad of de rijbaan. Lees het artikel op wetten.overheid.nl Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (RVV 1990), artikel 101 Andere bestuurders dan die genoemd in de artikelen 5 tot en met 8 gebruiken de rijbaan. Deze bestuurders en voetgangers die een aanhangwagen voortbewegen die kennelijk bestemd is om door een motorvoertuig te worden voortbewogen, mogen voor het parkeren van hun voertuig tevens andere weggedeelten gebruiken, behalve het trottoir, het voetpad, het fietspad, het fiets/bromfietspad of het ruiterpad. 2 Andere bestuurders dan fietsers en bestuurders van een gehandicaptenvoertuig mogen fietsstroken met doorgetrokken strepen niet gebruiken. § 2. Inhalen Lees het artikel op wetten.overheid.nl Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (RVV 1990), artikel 20Binnen de bebouwde kom gelden de volgende maximumsnelheden: a. voor motorvoertuigen 50 km per uur; b. voor bromfietsen en gehandicaptenvoertuigen, uitgerust met een motor: 1. op het fiets/bromfietspad 30 km per uur; 2. op de rijbaan 45 km per uur; 3. op het fietspad, voor de hier bedoelde gehandicaptenvoertuigen, 30 km per uur; c. voor gehandicaptenvoertuigen, uitgerust met een motor, en snorfietsen als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel e, subonderdeel d, van de wet op het trottoir of het voetpad 6 km per uur. Lees het artikel op wetten.overheid.nl

Waar dit bij hoort

Dit begrip komt aan bod in Gebruik van de weg, hoofdstuk 1 van de gratis theoriecursus.

Andere begrippen

Ook een rijschool nodig?

Dit begrip hoort bij de theorie. Die leer je hier gratis, voor de rijlessen heb je een rijschool nodig. Op Ribba vergelijk je rijscholen op het slagingspercentage van het CBR, het prijsniveau en de beoordelingen van eerdere leerlingen.

Rijscholen vergelijken