Busstrook
Een busstrook is een gemarkeerd deel van de rijbaan met het woord BUS of LIJNBUS op het wegdek. Het opschrift en eventuele onderborden bepalen wie de strook mag gebruiken.
Wat is een busstrook? Het is een door doorgetrokken of onderbroken strepen afgebakend gedeelte van de rijbaan, met op het wegdek het woord BUS of LIJNBUS. Zonder dat opschrift is het géén busstrook. Een busstrook ligt op dezelfde rijbaan als het overige verkeer. Dat verschilt van een busbaan: een busbaan is een aparte rijbaan, los van de rijstroken voor het overige verkeer. Staat er BUS op het wegdek, dan mogen alle autobussen rijden, dus ook touringcars. Staat er LIJNBUS, dan is de strook bestemd voor lijnbussen van het openbaar vervoer.
Naast het opschrift kunnen borden en onderborden andere categorieën expliciet toestaan, zoals taxi’s en soms ook fietsers, bromfietsers, snorfietsers, gehandicaptenvoertuigen of bestemmingsverkeer. Staat jouw categorie er niet bij, dan hoor je er niet te rijden. Let er op dat een bromfiets en een snorfiets géén motorvoertuigen zijn, en een gehandicaptenvoertuig weer een aparte categorie is; zij mogen dus niet ‘automatisch’ op de busstrook. Je mag een busstrook alleen kruisen waar de markering of de weginrichting dat toelaat, bijvoorbeeld op een kruispunt of waar de belijning onderbroken is. Gebruik een busstrook niet om voor te sorteren, in te halen of file te omzeilen als jij daar niet mag rijden.
Bij bus- en tramlijnen zie je vaak aparte tram/buslichten met wit licht. Wit betekent doorgaan, geel of rood betekent stoppen, net als bij gewone lichten. Deze lichten gelden voor trams en voor lijnbussen. Ze gelden óók voor bestuurders van andere voertuigen die rechtmatig op de betreffende busstrook of busbaan rijden. Rij jij niet op de busstrook of hoor je daar niet te zijn, dan volg je de normale verkeerslichten en niet de witte tram/buslichten. Het witte vaste of knipperende licht geldt alleen voor de aangegeven richting.
Stilstaan en parkeren vragen extra aandacht. Op de rijbaan langs een busstrook mag je niet stilstaan. Niet even, ook niet om iemand snel te laten in- of uitstappen. Bij een bushalte mag je ter hoogte van de blokmarkering, of anders binnen een korte afstand van het haltebord, niet stilstaan; uitsluitend het onmiddellijk laten in- of uitstappen is daar toegestaan. Die halte-uitzondering heft het verbod naast een busstrook niet op: staat er een busstrook naast, dan blijft stilstaan op de naastliggende rijstrook verboden. Verder gebruik je verdrijvingsvlakken en puntstukken niet. Alleen als je rechtmatig een busstrook volgt die een splitsing of samenvoeging passeert, mag je over zo’n vlak rijden om de busstrook te blijven volgen.
Wat je moet onthouden
- Een busstrook herken je aan BUS of LIJNBUS op het wegdek; zonder opschrift is het geen busstrook.
- BUS betekent dat alle autobussen de strook mogen gebruiken; LIJNBUS is voor lijnbussen.
- Andere categorieën mogen de busstrook alleen gebruiken als dat ter plekke met borden of onderborden is toegestaan.
- Rijd je daar niet rechtmatig, dan gebruik je de busstrook niet als rijstrook; je mag haar alleen kruisen waar de markering of weginrichting dit toelaat.
- Tram/buslichten met wit licht gelden voor trams en lijnbussen, en ook voor bestuurders die rechtmatig op de bijbehorende busstrook of busbaan rijden; anders volg je de gewone lichten.
- Je mag niet stilstaan op de rijbaan langs een busstrook.
- Bij een bushalte mag je ter hoogte van de blokmarkering of binnen de aangegeven zone niet stilstaan, behalve voor onmiddellijk in- of uitstappen; dit maakt stilstaan naast een busstrook niet toegestaan.
- Verdrijvingsvlakken en puntstukken gebruik je niet, behalve wanneer je rechtmatig een busstrook volgt die langs een splitsing of samenvoeging loopt.
Misverstanden
- Een busstrook is uitsluitend voor lijnbussen. Onjuist: bij BUS mogen alle autobussen rijden; bij LIJNBUS alleen lijnbussen, tenzij borden/onderborden meer toestaan.
- Witte buslichten gelden ook voor mij als ik op de naastliggende rijstrook rijd. Onjuist: ze gelden alleen voor trams, lijnbussen en bestuurders die rechtmatig op de betreffende busstrook of busbaan rijden.
- Je mag altijd even over de busstrook om rechtsaf te slaan. Onjuist: dat mag alleen als jouw categorie is toegestaan of als je de strook slechts kruist waar de markering of weginrichting dit toelaat.
- Fietsers, bromfietsers en snorfietsers mogen standaard op de busstrook. Onjuist: dat kan alleen als het ter plekke uitdrukkelijk is aangegeven.
- Je mag kort stilstaan op de rijbaan naast een busstrook om iemand uit te laten stappen. Onjuist: stilstaan naast een busstrook is verboden.
- Busbaan en busstrook zijn hetzelfde. Onjuist: een busbaan is een aparte rijbaan; een busstrook is een gemarkeerd deel van de rijbaan.
Niet verwarren met
- busbaan Een busstrook ligt als gemarkeerde strook op de bestaande rijbaan en is niet een aparte, fysiek gescheiden rijbaan.
- fietsstrook Een busstrook is uitsluitend gereserveerd voor lijnbussen en is met BUS-markering en borden aangegeven, niet voor fietsers.
- spitsstrook Een busstrook is een permanente rijstrook voor lijnbussen en niet een tijdelijke extra rijstrook die alleen bij drukte wordt opengesteld.
Bron: Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (RVV 1990), artikel 231 De bestuurder mag zijn voertuig niet laten stilstaan: a. op een kruispunt of een overweg; b. op een fietsstrook of op de rijbaan langs een fietsstrook; c. op een oversteekplaats of binnen een afstand van vijf meter daarvan; d. in een tunnel; e. bij een bord bushalte ter hoogte van de geblokte markering dan wel, ingeval die markering niet is aangebracht, op een afstand van minder dan 12 meter van het bord; f. op de rijbaan langs een busstrook en g. langs een gele doorgetrokken streep. 2 Onderdeel e van het eerste lid geldt niet voor het onmiddellijk laten in- en uitstappen van passagiers. § 10. Parkeren Lees het artikel op wetten.overheid.nl Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (RVV 1990), artikel 701 Bij tram/buslichten betekent: a. wit licht of wit knipperlicht: doorgaan; b. geel licht: stop; voor bestuurders die het licht zo dicht genaderd zijn dat stoppen redelijkerwijs niet meer mogelijk is: doorgaan; c. rood licht: stop. 2 Het witte licht en het witte knipperlicht gelden slechts voor de aangegeven richtingen. 3 De tram/buslichten gelden voor bestuurders van een tram en van een lijnbus, die de richting volgen waarop het licht betrekking heeft. 4 De tram/buslichten gelden tevens voor bestuurders van voertuigen, niet zijnde een lijnbus, die een busbaan of een busstrook gebruiken waarop het licht betrekking heeft. Lees het artikel op wetten.overheid.nl Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (RVV 1990), artikel 771 Bestuurders mogen verdrijvingsvlakken en puntstukken niet gebruiken. 2 Het eerste lid is niet van toepassing wanneer bestuurders een spitsstrook volgen die een splitsing of samenvoeging van wegen, rijstroken of rijbanen passeert. 3 Het eerste lid is niet van toepassing wanneer bestuurders rechtmatig een busbaan of busstrook volgen die een splitsing of samenvoeging van wegen, rijstroken of rijbanen passeert. Lees het artikel op wetten.overheid.nl
Waar dit bij hoort
Dit begrip komt aan bod in Gebruik van de weg, hoofdstuk 1 van de gratis theoriecursus.
Andere begrippen
Ook een rijschool nodig?
Dit begrip hoort bij de theorie. Die leer je hier gratis, voor de rijlessen heb je een rijschool nodig. Op Ribba vergelijk je rijscholen op het slagingspercentage van het CBR, het prijsniveau en de beoordelingen van eerdere leerlingen.
Rijscholen vergelijken