Vertraging
Vertragen is snelheid verliezen. Gebeurt dat vooral door je remmen, dan heet het remvertraging.
Vertragen is dat je auto minder hard gaat dan eerst. Dat kan door gas los te laten. Je kunt ook terugschakelen en zo de motorrem gebruiken. Met de bedrijfsrem vertraag je actief via de remmen. Bergop rijden laat je snelheid vanzelf afnemen. Remvertraging is vertraging die je remsysteem veroorzaakt. Je ziet de snelheidsmeter dalen en bij hard remmen duikt de neus.
Achteropkomers moeten jouw vertraging kunnen inschatten. In de meeste auto’s gaan je remlichten branden als je het rempedaal indrukt. Sommige moderne, vooral elektrische en hybride, doen dat ook bij sterke vertraging zonder pedaal. De oorzaak is krachtige regeneratie. Weet hoe jouw auto dit regelt. Vertraag je vooral op de motor? Tik het rempedaal kort aan. Dan branden je remlichten zonder hard te remmen.
Vertraag slim: voorspelbaar en geleidelijk. Kijk ver vooruit, laat op tijd gas los en bouw remdruk rustig op. Is er een uitrijstrook, pas je snelheid daar aan, niet op de doorgaande rijbaan. Op nat of glad wegdek doseer je rustiger, zodat je banden grip houden. ABS helpt vooral met sturen tijdens krachtig remmen. Het verkort niet altijd je remweg.
Technisch gezien kun je remvertraging meten. Bij een keuring gaat je auto op een rollenremtestbank of een platenremtestbank. Het systeem meet per as de remkracht en vergelijkt die met het voertuiggewicht. Zo krijg je het percentage relatieve beremming. Ook de benodigde pedaalkracht telt mee. Zijn de waarden niet duidelijk, dan volgt op de weg een remproef met een remvertragingsmeter. De parkeerrem krijgt een aparte beoordeling en moet de auto op zijn plaats houden.
Je maximale vertraging hangt af van remmen, banden, belading en aanhangwagen. Een zwaarder beladen auto of combinatie heeft meer afstand nodig. Dezelfde snelheid afbouwen kost dan meer meters. Neem extra marge en rem eerder en gelijkmatiger. Een aanhangwagen met oplooprem reageert anders dan een losse auto. Abrupt remmen kan dan onrust in de combinatie geven. Voor de theorie: brom- en snorfietsen zijn geen motorvoertuigen. Deze rem- en keuringsregels gelden voor personenauto’s en andere motorvoertuigen, niet voor brom- of snorfietsen.
Wat je moet onthouden
- Meld je vertraging op tijd en gebruik je remlichten bewust; rem je vooral op de motor, tik kort het rempedaal, tenzij jouw auto dit bij sterke vertraging al zelf doet.
- Kijk in binnen- en buitenspiegels vóór je duidelijk vertraagt en pas je vertraging aan op wat er achter je gebeurt.
- Vertraag gelijkmatig en vooruitziend: laat op tijd gas los en bouw remdruk rustig op, zodat achteropkomend verkeer niet schrikt.
- Heeft de weg een uitrijstrook, pas je snelheid daar aan, niet op de doorgaande rijbaan.
- Gebruik op lange afdalingen de motorrem door op tijd terug te schakelen, zo ontzie je de bedrijfsrem en voorkom je fading.
- Vergroot je volgafstand bij regen, sneeuw, ijs of gravel en rem rustiger opbouwend; ABS helpt met sturen maar verkort niet altijd de remweg.
- Rijd je met een aanhangwagen of ben je zwaar beladen, begin eerder met vertragen en doseer rustiger; reken op een langere remweg en mogelijke schuifkrachten.
Misverstanden
- Denken dat remlichten nooit branden bij motorremmen: sommige moderne, vooral elektrische, laten ze wel branden bij sterke vertraging.
- Vertragen op de doorgaande rijbaan terwijl er een uitrijstrook is: pas je snelheid juist op die strook aan.
- Aannemen dat ABS altijd korter remt: het geeft vooral bestuurbaarheid tijdens hard remmen.
- Niet spiegelen vóór je duidelijk vertraagt: daarmee laat je achteropkomers schrikken.
- Rekenen op dezelfde remweg met volle auto of aanhangwagen als leeg: extra massa vraagt meer afstand en tijd.
- Bromfiets als motorvoertuig behandelen: rem- en keuringsregels voor auto’s gelden niet voor brom- en snorfietsen.
Niet verwarren met
- remweg Hier gaat het om het afnemen van je snelheid, niet om de afstand die je tijdens het remmen aflegt.
- stopafstand Hier gaat het om trager worden, niet om de totale afstand van zien tot stilstaan.
- doorstroming Hier gaat het om jouw voertuig dat vertraagt, niet om hoe vlot het totale verkeer doorrijdt.
Bron: Regeling voertuigen, artikel 57Wijze van bepaling remvertraging personenauto’s, bedrijfsauto’s, bussen en aanhangwagens 1. De controle van de remvertraging van personenauto’s, bedrijfsauto’s, bussen en aanhangwagens vindt plaats door middel van een beproeving op de weg met behulp van een zelfregistrerende remvertragingsmeter dan wel door middel van een beproeving van het voertuig op een platenremtestbank of een rollenremtestbank. 2. Bij het gebruik van de meetmiddelen, genoemd in het eerste lid, wordt de pedaalkracht alleen in geval van twijfel gemeten met een pedaalkrachtmeter. 3. Tijdens de periodieke keuring ten behoeve van de afgifte van een keuringsbewijs moet, in afwijking van het eerste lid, bij voertuigen met een toegestane maximummassa van niet meer dan 3.500 kg de controle van de remvertraging plaatsvinden door middel van de in paragraaf 3 van deze afdeling omschreven beproeving van het voertuig op een platenremtestbank of door middel van de in paragraaf 2.1 van deze afdeling omschreven beproeving van het voertuig op een rollenremtestbank. 4. Tijdens de periodieke keuring ten behoeve van de afgifte van een keuringsbewijs moet, in afwijking van het eerste lid, bij voertuigen met een toegestane maximummassa van meer dan 3.500 kg alsmede bij aanhangwagens met een toegestane maximummassa van meer dan 3.500 kg de controle van de remvertraging plaatsvinden door middel van de in paragraaf 2.1, respectievelijk paragraaf 2.2 van deze afdeling omschreven beproeving van het voertuig op een rollenremtestbank. 5. Het derde en vierde lid zijn niet van toepassing op voertuigen waarbij het om technische redenen niet mogelijk is het voertuig op een rollenremtestbank of platenremtestbank te remmen. Hieronder worden onder andere verstaan: a. voertuigen die breder zijn dan 2,60 m; b. voertuigen met een zodanig kleine wieldiameter dat beproeving niet mogelijk is; c. voertuigen die zijn voorzien van een permanente, niet automatische of met de hand uitschakelbare aandrijving op meer dan één as; d. aanhangwagens met een toegestane maximummassa van meer dan 3.500 kg met één of meerdere achter elkaar gelegen aslijnen en waarbij één of meerdere aslijnen bestaan uit twee in elkaars verlengde gelegen enkele assen. Lees het artikel op wetten.overheid.nl Regeling voertuigen, artikel 59Bepalen van de remvertraging 1. Voor het bepalen van de remvertraging: a. moeten per as de maximale remkrachten aan de wielen met, indien vereist, de bijbehorende pedaalkrachten worden vastgesteld; b. moeten de remkrachten van de voorste en achterste as of het achterste asstel bij elkaar worden opgeteld en vervolgens worden gedeeld door de in het kentekenregister vermelde massa in rijklare toestand. Indien de massa in rijklare toestand niet in het kentekenregister is vermeld, moet gerekend worden met de in het kentekenregister vermelde massa ledig voertuig, vermeerderd met 100 kg. De uitkomst wordt met een factor 10 vermenigvuldigd en het resultaat wordt gelezen als procenten ‘relatieve beremming’; c. moet met behulp van de gevonden waarden ‘relatieve beremming’ en ‘pedaalkracht op de voorste as’ aan de hand van de bij dit artikel behorende tabel 2 worden beoordeeld of de remwerking voldoende is; d. moet, indien de gevonden waarden niet leiden tot een directe beslissing, een remproef op de weg plaatsvinden. 2. Bij de beoordeling van het eerste lid, onderdeel d, wordt gebruik gemaakt van een geschikte remvertragingsmeter, indien deze aanwezig is. De remvertraging met de bijbehorende pedaalkracht wordt beoordeeld even voor het moment van blokkeren van één of meer wielen van het voertuig. 3. Voertuigen in gebruik genomen vóór 1 juli 1967, waarop tabel 2 niet van toepassing is, moeten voldoen aan de voor het betrokken voertuig bepaalde remvertraging. REMTEST OP EEN ROLLENREMTESTBANK REMWERKING VOLDOET REMWERKING VOLDOET NIET NADER ONDERZOEK relatieve beremming pedaalkracht op voorste as relatieve beremming pedaalkracht op voorste as remproef op de weg bij waarden, niet leidend tot directe beslissing Personenauto's, in gebruik genomen na 30-06-1967 en voor 1-1-2012 ** ≥ 40% en ≥ 52% en ** ≤ 400 N ≤ 500 N < 52% en > 500 N ja Personenauto's, in gebruik genomen na 31-12-2011 ** ≥ 45% en ≥ 58% en ** ≤ 400 N ≤ 500 N < 58% en > 500 N ja Bedrijfsauto's*, in gebruik genomen na 30-06-1967 en voor 1-1-1998 ≥ 40% en ≤ 700 N < 40% en > 700 N ja Bedrijfsauto's*, in gebruik genomen na 31-12-1997 en voor 1-1-2012 ≥ 45% en ≤ 700 N < 45% en > 700 N ja Bedrijfsauto's*, in gebruik genomen na 31-12-2011 ≥ 50% en ≤ 700 N < 50% en > 700 N ja Bussen*, in gebruik genomen na 30-06-1967 en voor 1-1-2012 ≥ 45% en ≤ 700 N < 45% en > 700 N ja Bussen*, in gebruik genomen na 31-12-2011 ≥ 50% en ≤ 700 N < 50% en > 700 N ja * Maximum toegestane massa ≤ 3500 kg ** Indien VROEGTIJDIG één of beide wielen van de voorste as van het voertuig blokkeren of de rollenremtestbank afslaat. (≥ betekent: groter of gelijk aan) (≤ betekent: kleiner of gelijk aan) Lees het artikel op wetten.overheid.nl Regeling voertuigen, artikel 63Bepalen remvertraging parkeerrem Voor het bepalen van de remvertraging van de parkeerrem moet de bij de remproef behaalde remkrachten aan de wielen worden gedeeld door de in het kentekenregister vermelde massa in rijklare toestand. Indien de massa in rijklare toestand niet in het kentekenregister is vermeld, moet hiervoor gerekend worden met de in het kentekenregister vermelde massa van het ledig voertuig, vermeerderd met 100 kg. § 2.2. Voertuig met een toegestane maximummassa van meer dan 3.500 kg, met uitzondering van een aanhangwagen met elektrisch bekrachtigde remmen Lees het artikel op wetten.overheid.nl
Andere begrippen
Ook een rijschool nodig?
Dit begrip hoort bij de theorie. Die leer je hier gratis, voor de rijlessen heb je een rijschool nodig. Op Ribba vergelijk je rijscholen op het slagingspercentage van het CBR, het prijsniveau en de beoordelingen van eerdere leerlingen.
Rijscholen vergelijken