Rijrichting

rijrichting in het verkeer

Rijrichting is de kant waarin bestuurders zich op een weg, rijbaan of rijstrook horen te verplaatsen. Die richting wordt bepaald door weginrichting, markeringen, verkeerslichten en borden.

Rijrichting bepaalt hoe het verkeer over de weg beweegt. Op een tweerichtingsweg gaan de stromen in tegengestelde kanten, vaak gescheiden door een asmarkering. Op eenrichtingswegen is er één ingestelde stroom. Per rijstrook kunnen pijlen op het wegdek en pijlverkeerslichten aangeven waar je vanaf die strook naartoe mag. Soms is de richting tijdelijk of dynamisch, bijvoorbeeld met matrixborden boven de weg of bij wegwerkzaamheden. Rijrichting geldt voor bestuurders: dat zijn alle weggebruikers behalve voetgangers, dus ook ruiters, bestuurders van een bespannen of onbespannen wagen, fietsers, bromfietsers en bestuurders van motorvoertuigen. Je herkent de ingestelde kant aan de belijning, pijlen, verkeerslichten en aan borden zoals C1, C2, C3 en D2 tot en met D7.

Voor veilig rijden lees je de rijrichting vroegtijdig. Kijk ver vooruit naar belijning, pijlen en borden boven of naast de weg. Kies op tijd de rijstrook die past bij jouw gewenste richting en volg de pijl op je strook. Controleer spiegels en dode hoek vóór je van strook wisselt of afslaat, geef richting aan en voer de actie vloeiend uit zonder anderen te hinderen. Bij opritten, in smalle straten en bij afzettingen controleer je extra of je niet per ongeluk tegen de ingestelde kant in gaat rijden. Op wegen met meerdere rijstroken in dezelfde richting houd je waar mogelijk rechts om de stroom ordelijk te houden; wissel alleen als dat nodig is en het veilig kan.

Let op uitzonderingen. Soms geldt een andere rijrichting voor een bepaalde categorie bestuurders, bijvoorbeeld op een busbaan of voor fietsers in een straat met eenrichtingsverkeer. Dat staat dan met borden en onderborden aangegeven; een uitzondering voor fietsen geldt niet automatisch voor bromfietsen of snorfietsen, en een gehandicaptenvoertuig kan weer andere regels hebben. Rijrichting is geen voorrang: de kant waarin jij mag rijden zegt niets over wie eerst mag. Keren is niet overal verboden; het mag alleen als het kan en mag zonder gevaar of hinder en als er geen verbodstekens of markeringen zijn die het uitsluiten. Op autosnelwegen en autowegen is keren en achteruitrijden verboden. Twijfel je aan de juiste kant, stop dan op een veilige plek en corrigeer voordat je verder rijdt.

Wat je moet onthouden

  • Volg de ingestelde rijrichting op jouw rijbaan of rijstrook; let op pijlen, belijning, verkeerslichten en borden (zoals C1, C2, C3 en D2 t/m D7).
  • Kies tijdig de juiste voorsorteerstrook; eenmaal op een strook volg je de bijbehorende pijl en aanwijzingen van pijlverkeerslichten.
  • Wissel of verander van richting alleen als het kan en mag: kijk, beoordeel de ruimte, geef richting aan en voer de manoeuvre uit zonder te hinderen.
  • Houd waar mogelijk rechts op wegen met meerdere stroken in dezelfde rijrichting; haal links in en ga na het inhalen weer naar rechts als dat kan.
  • Rijd nooit tegen de ingestelde rijrichting in; bij twijfel direct stoppen op een veilige plek en omkeren of een andere route kiezen.
  • Keren mag alleen waar dat is toegestaan en veilig kan; het is verboden op autosnelwegen en autowegen en waar borden of markeringen het verbieden.
  • Let op categorie-uitsluitingen en -uitzonderingen op borden en onderborden; een uitzondering voor fietsen geldt niet automatisch voor bromfietsen of snorfietsen, en gehandicaptenvoertuigen hebben eigen regels.

Misverstanden

  • Denken dat ‘bestuurder’ alleen iemand in een motorvoertuig is. Bestuurders zijn alle weggebruikers behalve voetgangers.
  • Aannemen dat keren op elke rijbaan verboden is. Het hangt af van situatie, veiligheid en eventuele verbodstekens; op autosnelwegen en autowegen is het wel altijd verboden.
  • Rijrichting verwarren met voorrang. De toegestane kant van rijden zegt niets over wie eerst mag.
  • Pijlen op het wegdek of pijlverkeerslichten zien als vrijblijvende aanwijzingen. Ze sturen per strook welke richtingen zijn toegestaan.
  • Vergeten dat uitzonderingen per categorie verschillen. Een onderbord dat fietsen toestaat zegt niets over bromfietsen of snorfietsen.
  • In een laat stadium nog van strook willen wisselen of een andere richting kiezen, waardoor je doorsneden maakt of anderen hindert.

Niet verwarren met

  • eenrichtingsweg Hier gaat het om de actuele richting van de verkeersstroom op jouw rijbaan of rijstrook, niet om of een hele weg slechts één kant op mag.
  • richtingaanwijzer Rijrichting is de feitelijke richting waarin jij rijdt, niet je voorgenomen afslag of manoeuvre die je met de richtingaanwijzer laat zien.
  • linkerrijstrook Rijrichting beschrijft de bewegingsrichting van het verkeer, niet de keuze voor de meest linkse rijstrook binnen die richting.

Waar dit bij hoort

Dit begrip komt aan bod in Voorrang en voor laten gaan, hoofdstuk 2 van de gratis theoriecursus.

Andere begrippen

Ook een rijschool nodig?

Dit begrip hoort bij de theorie. Die leer je hier gratis, voor de rijlessen heb je een rijschool nodig. Op Ribba vergelijk je rijscholen op het slagingspercentage van het CBR, het prijsniveau en de beoordelingen van eerdere leerlingen.

Rijscholen vergelijken