Rijvaardigheid

rijvaardigheid in het verkeer

Rijvaardigheid is je vermogen om een voertuig veilig, vlot en met inzicht te besturen en te begeleiden. Je kijkt vooruit, maakt de juiste keuzes en voert die gecontroleerd uit.

Rijvaardigheid gaat om het complete proces van waarnemen, begrijpen, kiezen en uitvoeren. Je kijkt ver vooruit en om je heen, herkent risico’s op tijd en past je rijgedrag daarop aan. Je kiest een goede plaats op de weg, houdt passende volgafstand en snelheid, en geeft duidelijk richting aan. Je bedient het voertuig soepel, anticipeert op fouten van anderen en blijft rustig bij drukte of onverwachte situaties. Hulpsystemen kunnen helpen, maar jij blijft altijd verantwoordelijk voor wat het voertuig doet.

Er is ook een juridische kant. Rijden, laten rijden of begeleiden is verboden als je onder zodanige invloed van een stof verkeert waarvan je weet of redelijkerwijs moet weten dat die de rijvaardigheid kan verminderen, dat je niet meer tot behoorlijk besturen of begeleiden in staat moet worden geacht. Denk aan alcohol, drugs en bepaalde medicijnen. Voor alcohol gelden extra, harde meetgrenzen. Ga je daaroverheen, dan is rijden, laten rijden of begeleiden altijd verboden, ongeacht hoe nuchter je je voelt. De algemene alcoholgrens geldt voor iedereen die een voertuig bestuurt. Daarnaast is er een lagere grens voor beginnende bestuurders op motorrijtuigen waarvoor een rijbewijs is vereist. Een bromfiets en snorfiets zijn motorrijtuigen, maar geen motorvoertuigen. Een gehandicaptenvoertuig is weer een aparte categorie en is meestal niet rijbewijsplichtig.

Het CBR beoordeelt je rijvaardigheid bij het praktijkexamen en volgt daarvoor landelijke richtlijnen. Later kan het CBR opnieuw beoordelen als er een vermoeden is dat je rijvaardigheid of geschiktheid tekortschiet. Het CBR kan een educatieve maatregel of een onderzoek opleggen, de geldigheid van je rijbewijs schorsen en een rijbewijs ongeldig verklaren. Als de politie een melding doet in aangewezen gevallen, beslist het CBR snel. In bepaalde situaties wordt de geldigheid van je rijbewijs direct geschorst totdat er een definitief besluit is en moet je je rijbewijs inleveren. Lesauto’s en examenvoertuigen moeten aan extra eisen voldoen, zoals dubbele bediening en extra spiegels.

Wat je moet onthouden

  • Je mag niet rijden, iemand laten rijden of begeleiden als je door een stof zó onder invloed bent dat je niet meer tot behoorlijk besturen of begeleiden in staat moet worden geacht.
  • Algemene alcohollimiet voor iedereen die een voertuig bestuurt: hoger dan 220 µg/l uitgeademde lucht of hoger dan 0,5 mg/ml bloed is altijd verboden om te rijden, te laten rijden of te begeleiden.
  • Lagere alcohollimiet voor beginnende bestuurders van motorrijtuigen waarvoor een rijbewijs is vereist, én voor iedereen die zo’n motorrijtuig zonder rijbewijs bestuurt: hoger dan 88 µg/l of hoger dan 0,2 mg/ml is verboden.
  • Wanneer ben je beginnend bestuurder voor deze lagere grens: 7 jaar vanaf je eerste AM of T als je dat vóór je 18e kreeg; 5 jaar vanaf je eerste rijbewijs als je dat op of na je 18e kreeg; 5 jaar vanaf je eerste rijbewijs B als je dat vóór je 18e kreeg. Had je al AM of T vóór je 18e, dan blijft de 7-jaarstermijn vanaf dat eerste rijbewijs gelden.
  • De lagere alcohollimiet geldt niet voor fietsers of bestuurders van een gehandicaptenvoertuig. Zij vallen onder de algemene limiet.
  • Het CBR beoordeelt rijvaardigheid en medische geschiktheid, kan educatieve maatregelen en onderzoeken opleggen, de geldigheid van rijbewijzen schorsen en rijbewijzen ongeldig verklaren, en werkt volgens landelijke richtlijnen.
  • Na een politieduiding in aangewezen gevallen beslist het CBR snel. In bepaalde gevallen wordt de geldigheid van je rijbewijs meteen geschorst tot het definitieve besluit en moet je het rijbewijs inleveren. Is er geen schorsing maar is je rijbewijs eerder ingenomen, dan moet het worden teruggegeven.
  • Voertuigen die voor rijles of een officiële rijproef worden gebruikt, moeten aan extra technische eisen voldoen, zoals dubbele bediening en extra spiegels.
  • Bij rijles met dubbele bediening of tijdens een officiële rijproef geldt de instructeur of toezichthouder in juridische zin als bestuurder van een motorvoertuig voor de toepasselijke regels.

Misverstanden

  • Onder invloed is altijd verboden. Correctie: pas verboden als je daardoor niet meer behoorlijk kunt besturen of begeleiden. Boven de alcohollimieten is het wél altijd verboden, ongeacht je gevoel.
  • De beginnerslimiet geldt voor alle voertuigen. Correctie: alleen voor motorrijtuigen waarvoor een rijbewijs is vereist, niet voor fietsers of bestuurders van een gehandicaptenvoertuig.
  • Een bromfiets is een motorvoertuig. Correctie: een bromfiets en snorfiets zijn motorrijtuigen, geen motorvoertuigen. Ze zijn wel rijbewijsplichtig, dus de lagere alcohollimiet kan gelden.
  • Alleen de feitelijke bestuurder kan worden aangepakt. Correctie: ook wie laat rijden of wie begeleidt, valt onder dezelfde verboden en kan maatregelen krijgen.
  • Het CBR kan je rijbewijs zomaar innemen. Correctie: het CBR kan de geldigheid schorsen en je verplichten het rijbewijs in te leveren. Direct innemen op straat gebeurt door de politie in hun bevoegdheid.
  • Een lesauto zonder dubbele bediening mag als je instructeur naast je zit. Correctie: voor rijonderricht en examens zijn extra voorzieningen zoals dubbele bediening verplicht.

Niet verwarren met

  • rijbevoegdheid Rijvaardigheid gaat over wat je daadwerkelijk kunt in de auto, niet over of je volgens de wet mag rijden.
  • rijgedrag Rijvaardigheid beschrijft je technische en cognitieve beheersing van voertuig en verkeershandelingen, los van de keuzes die je in je rijstijl maakt.
  • reactievermogen Rijvaardigheid is breder dan alleen snel en juist reageren en omvat ook voertuigbeheersing en verkeersinzicht.

Bron: Wegenverkeerswet 1994, artikel 81 Het is een ieder verboden een voertuig te besturen, als bestuurder te doen besturen of als begeleider op te treden, terwijl hij verkeert onder zodanige invloed van een stof, waarvan hij weet of redelijkerwijs moet weten, dat het gebruik daarvan - al dan niet in combinatie met het gebruik van een andere stof - de rijvaardigheid kan verminderen, dat hij niet tot behoorlijk besturen of tot behoorlijk te begeleiden in staat moet worden geacht. 2 Het is een ieder verboden een voertuig te besturen, als bestuurder te doen besturen of als begeleider op te treden na zodanig gebruik van alcoholhoudende drank, dat: a. het alcoholgehalte in zijn adem bij een onderzoek hoger blijkt te zijn dan 220 microgram alcohol per liter uitgeademde lucht, dan wel b. het alcoholgehalte in zijn bloed bij een onderzoek hoger blijkt te zijn dan 0,5 milligram alcohol per milliliter bloed. 3 In afwijking van het tweede lid is het de bestuurder van een motorrijtuig voor het besturen waarvan een rijbewijs is vereist, verboden dat motorrijtuig te besturen of als bestuurder te doen besturen na zodanig gebruik van alcoholhoudende drank, dat: a. het alcoholgehalte van zijn adem bij een onderzoek hoger blijkt te zijn dan 88 microgram alcohol per liter uitgeademde lucht, dan wel b. het alcoholgehalte van zijn bloed bij een onderzoek hoger blijkt te zijn dan 0,2 milligram per milliliter bloed, indien: 1° sedert de datum waarop hem voor de eerste maal een rijbewijs voor de categorie AM of T is afgegeven nog geen zeven jaren zijn verstreken en hij op het tijdstip van afgifte van dat rijbewijs de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt, 2°. sedert de datum waarop hem voor het eerst een rijbewijs is afgegeven nog geen vijf jaren zijn verstreken en hij op het tijdstip van afgifte van dat rijbewijs de leeftijd van ten minste achttien jaar heeft bereikt, dan wel 3°. indien sedert de datum waarop hem voor het eerst een rijbewijs voor de categorie B is afgegeven nog geen vijf jaren zijn verstreken en hij op het tijdstip van afgifte van het rijbewijs voor de categorie B nog niet de leeftijd van achttien jaar heeft bereikt, ongeacht of hij op dat tijdstip van afgifte van het rijbewijs voor de categorie B al in het bezit was van een rijbewijs voor de categorie AM of T. 4 Het derde lid is van overeenkomstige toepassing op een ieder die zonder dat aan hem een rijbewijs is afgegeven een motorrijtuig bestuurt voor het besturen waarvan een rijbewijs vereist is. 5 Het is een ieder verboden een voertuig te besturen, als bestuurder te doen besturen of als begeleider op te treden na gebruik van een of meer van de bij algemene maatregel van bestuur aangewezen stoffen als bedoeld in het eerste lid, waardoor het gehalte in zijn bloed van de bij de stof vermelde meetbare stof, of in geval van gebruik van meer stoffen als bedoeld in het eerste lid die bij algemene maatregel van bestuur aangewezen zijn als groep, het totale gehalte in zijn bloed van de bij die stoffen vermelde meetbare stoffen, bij een onderzoek hoger blijkt te zijn dan de daarbij vermelde grenswaarde. Indien een van de bij algemene maatregel van bestuur aangewezen stoffen of alcohol in combinatie wordt gebruikt met een of meer andere van deze aangewezen stoffen of met een van de stoffen als bedoeld in het eerste lid die niet bij deze algemene maatregel van bestuur zijn aangewezen, geldt voor iedere aangewezen stof of alcohol afzonderlijk een bij algemene maatregel van bestuur vast te stellen grenswaarde. Die grenswaarde is gelijk aan de laagst meetbare hoeveelheid van die stof of alcohol die niet op natuurlijke wijze in het bloed aanwezig kan zijn. 6 Het is verboden een motorrijtuig als bestuurder te doen besturen door een persoon waarvan men weet of redelijkerwijs moet weten dat deze verkeert in een toestand als in het eerste, tweede, derde of vijfde lid is omschreven. 7 Voor de toepassing van het derde lid wordt onder een rijbewijs mede verstaan een rijbewijs, afgegeven door het daartoe bevoegde gezag buiten Nederland en wordt voor de toepassing van het derde lid, aanhef en onderdelen 1° en 3°, met een rijbewijs voor de categorie AM of T gelijk gesteld een rijbewijs voor de categorie A1, afgegeven door het daartoe bevoegde gezag in een andere lidstaat van de Europese Unie, een andere staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte of Zwitserland aan een persoon die op het tijdstip van afgifte nog niet de leeftijd van achttien jaar had bereikt. Lees het artikel op wetten.overheid.nl Wegenverkeerswet 1994, artikel 4z1 Er is een Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen, in het maatschappelijk verkeer aangeduid als CBR. Het bureau bezit rechtspersoonlijkheid en is gevestigd te Rijswijk. 2 Op het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen is de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen van toepassing, met uitzondering van artikel 15 van die wet . Lees het artikel op wetten.overheid.nl Wegenverkeerswet 1994, artikel 110a1 Bij algemene maatregel van bestuur worden eisen vastgesteld met betrekking tot motorrijtuigen waarmee: a. rijonderricht in de zin van de Wet rijonderricht motorrijtuigen 1993 wordt gegeven; b. in het kader van een door of vanwege de overheid ingesteld onderzoek naar de rijvaardigheid of geschiktheid een rijproef wordt afgelegd. 2 Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels ter uitvoering van het eerste lid worden vastgesteld. Lees het artikel op wetten.overheid.nl Wegenverkeerswet 1994, artikel 1311 Indien een schriftelijke mededeling als bedoeld in artikel 130, eerste lid , is gedaan, besluit het CBR in de bij ministeriële regeling aangegeven gevallen, respectievelijk tot: a. oplegging van een educatieve maatregel ter bevordering van de rijvaardigheid of geschiktheid, of b. een onderzoek naar de rijvaardigheid of de geschiktheid. Het besluit wordt zo spoedig mogelijk, maar uiterlijk binnen vier weken na ontvangst van de mededeling, genomen. 2 Bij het besluit, bedoeld in het eerste lid, wordt: a. in de gevallen, bedoeld in artikel 130, derde lid , de geldigheid van het rijbewijs van betrokkene voor één of meer categorieën van motorrijtuigen geschorst tot de dag waarop het in artikel 134, vierde of zevende lid , bedoelde besluit van kracht wordt; b. indien de geldigheid van het rijbewijs van betrokkene overeenkomstig onderdeel a wordt geschorst, en diens rijbewijs niet overeenkomstig artikel 130, tweede lid , is ingevorderd, bepaald dat betrokkene zijn rijbewijs dient in te leveren bij het CBR; c. indien de geldigheid van het rijbewijs van betrokkene niet overeenkomstig onderdeel a, wordt geschorst, doch diens rijbewijs wel overeenkomstig artikel 130, tweede lid , is ingevorderd, bepaald dat het rijbewijs onverwijld aan betrokkene wordt teruggegeven. 3 Bij ministeriële regeling worden nadere regels vastgesteld ter uitvoering van het eerste lid. 4 Voor de toepassing van het tweede lid wordt onder rijbewijs mede verstaan een rijbewijs afgegeven door het daartoe bevoegde gezag buiten Nederland, waarvan de houder in Nederland woonachtig is. Lees het artikel op wetten.overheid.nl

Waar dit bij hoort

Dit begrip komt aan bod in Verantwoorde verkeersdeelname en milieubewust rijden, hoofdstuk 6 van de gratis theoriecursus.

Andere begrippen

Had je hier iets aan?

Laat het weten met een cijfer van één tot vijf.

Je oordeel over deze pagina

Vraag het aan ChatGPT

Snap je iets niet, of wil je een voorbeeld? Schrijf je vraag op, dan gaat deze pagina er als bron bij mee.

Ook een rijschool nodig?

Dit begrip hoort bij de theorie. Die leer je hier gratis, voor de rijlessen heb je een rijschool nodig. Op Ribba vergelijk je rijscholen op het slagingspercentage van het CBR, het prijsniveau en de beoordelingen van eerdere leerlingen.

Rijscholen vergelijken

Deze pagina op je eigen site

Plak deze code waar je hem wilt tonen, inclusief de regel onder het kaartje.

Hulp nodig met plakken?

Zo ziet het eruit

Gratis theorie op Ribba Lees de uitleg