11 hoofdstukken, 134 onderwerpen Gratis
Gratis theorie leren voor je rijbewijs B
-
1 Gebruik van de weg 14 Gebruik de rijbaan en houd zoveel mogelijk rechts, haal in principe links in en ken de maximumsnelheden, plus de regels voor stilstaan en parkeren. Weet ook wat veelvoorkomende wegtermen betekenen zodat je situaties beter herkent. -
2 Voorrang en voor laten gaan 12 Op kruispunten geldt: rechts gaat voor, met uitzondering voor verkeer op de verharde weg en voor trams, en bij afslaan laat je het verkeer op dezelfde weg voorgaan. Voetgangers op een zebra en kwetsbare voetgangers laat je voorgaan, voorrangsvoertuigen laat je altijd voorgaan, je doorsnijdt geen colonnes of uitvaartstoeten, en je blokkeert geen kruispunt. -
3 Bijzondere wegen, weggedeelten en manoeuvres 11 Op autosnelwegen en autowegen gelden strikte verboden voor keren, achteruitrijden, stilstaan en gebruik van de vluchtstrook, en bij bijzondere manoeuvres laat je altijd al het overige verkeer voorgaan. In een erf rijd je stapvoets en parkeer je alleen waar dat is aangegeven, op rotondes mag je vlak ervoor en erop anders dan rechts rijden en zelfs rechts inhalen, en binnen de bebouwde kom moet je bussen laten wegrijden behalve als je in een militaire colonne of uitvaartstoet rijdt. -
4 Veilig rijden en reageren in noodsituaties 11 Gebruik alleen signalen om gevaar af te wenden, zet de juiste lichten aan bij nacht, slecht zicht, mist en bij stilstaan, en zorg dat iedereen correct is vastgemaakt met gordel of kinderzitje. In nood zet je waarschuwingslichten aan of plaats je een gevarendriehoek volgens de regels. -
5 Verkeerstekens en aanwijzingen 11 Volg aanwijzingen van bevoegden en alle verkeerstekens met een gebod of verbod; botst een regel met een teken dan geldt het teken, en bij voorrang gaan verkeerslichten boven die tekens. Ken de betekenissen van lichten, borden en wegmarkeringen en let op beperkingen per rijstrook, zone en onderbord. -
6 Verantwoorde verkeersdeelname en milieubewust rijden 15 Veilig deelnemen aan het verkeer begint met geen gevaar of hinder veroorzaken en met het vermijden van gedragingen die als zwaar verkeersonveilig gelden. Rijden onder invloed, straatracen, zonder geldige bevoegdheid rijden en wegrijden na een ongeval zijn verboden, en je houdt rekening met de plek van fietsers en bromfietsers. -
7 Wetgeving 12 Je hebt een geldig, leesbaar rijbewijs nodig dat past bij het voertuig, en je moet bij controle je documenten tonen en meewerken aan onderzoeken. In bepaalde gevallen kan je rijbewijs direct worden ingevorderd en gelden er duidelijke regels over kosten, identificatie en teruggave. -
8 Voertuigkennis 10 Je voertuig en onderdelen moeten officieel zijn goedgekeurd en voertuigen op de weg moeten aan gestelde eisen voldoen, inclusief een geldig en leesbaar keuringsbewijs. Voor autosnelweg en autoweg geldt een minimale snelheidscapaciteit en het RVV bevat regels over verlichting en het voorbijrijden van een stilstaande tram of bus. -
9 Je auto in orde: banden, verlichting en onderhoud 13 Je auto en de onderdelen erop moeten goedgekeurd zijn en voor een auto met kenteken moet er een geldig, leesbaar keuringsbewijs zijn. Jij herkent dashboard-symbolen en controleert zelf basiszaken zoals banden, vloeistoffen, spiegels en accessoires, zodat je veilig met alle medeweggebruikers rijdt. -
10 Pech, ongeval en je eigen toestand 14 Bij pech en ongevallen zorg je voor veiligheid, waarschuw je andere weggebruikers en blijf je bij een ongeval ter plekke als er letsel of schade is. Rijden onder invloed en doorrijden bij rijontzegging of ongeldig rijbewijs is verboden, en bij controles moet je meewerken aan blaastest, speekseltest en ademanalyse. -
11 Rijhulpsystemen (ADAS) 11 Rijhulpsystemen ondersteunen je, maar jij blijft altijd verantwoordelijk voor wat er op de weg gebeurt. Begrijp per systeem wat het doet, wat het niet doet en wanneer het kan falen.
Erbij opzoeken