Rechterdimlicht

rechterdimlicht in het verkeer

Het rechterdimlicht is de gedimde koplamp rechtsvoor op je auto. Het licht de weg voor je uit zonder tegenliggers te verblinden.

Rechterdimlicht is de rechterhelft van je dimlicht, de standaardverlichting bij schemer of donker. Elke auto heeft links en rechts een dimlicht; samen vormen ze vóór de auto een gelijkmatige bundel. Het rechterdeel verlicht vooral de rechterkant van de rijbaan. Je ziet zo stoeprand, berm, fietsstroken en borden aan die kant beter. De lamp kan halogeen, xenon of led zijn, afhankelijk van je auto.

Dimlicht heet zo omdat het lichtbeeld is gedimd en afgekapt. Zo verblind je anderen niet, maar houd je zelf goed zicht. Het beeld is niet helemaal symmetrisch. Rechts loopt het vaak iets hoger op. Daardoor zie je rechts iets verder vooruit zonder tegenliggers te hinderen. Het rechterdimlicht helpt je zo tijdig obstakels aan die kant te zien. Denk aan paaltjes, geparkeerde auto’s, voetgangers die willen oversteken, of een uitrit die je anders pas laat opmerkt.

Je herkent dimlicht aan het symbool met een koplamp en schuine strepen omlaag op de schakelaar. Op het dashboard brandt meestal een groen lampje als dimlicht aan staat. Wil je het rechterdimlicht controleren, zet de auto stil en schakel de verlichting in. Kijk dan naar de weerkaatsing op een muur of een geparkeerde auto. Links en rechts horen even brede, duidelijke lichtstroken te staan. Is rechts opvallend donker of knippert het, dan is de lamp of module defect of er is een slechte verbinding. Bij moderne auto’s kan er in het instrumentenpaneel een melding verschijnen.

Wat betekent dit voor jou als bestuurder? Bestuurder ben je zodra je een voertuig bestuurt. Met een goed werkend rechterdimlicht zie je de rechterwegrand en wat daar kan gebeuren beter. Dat geeft rust tijdens het rijden. Valt het rechterdimlicht uit, dan mis je rechts diepte en details. Dat is onveilig, zeker op onverlichte wegen of bij regen. Stop waar het veilig kan, controleer je verlichting en los het op. Plaats zo mogelijk een reservelamp. Controleer na vervanging het lichtbeeld, zodat links en rechts weer gelijk zijn. Bij twijfel over afstelling of toegang tot de lamp, laat het nakijken.

Wat je moet onthouden

  • Controleer vaak of beide dimlichten werken, bijvoorbeeld voor een muur; links en rechts moeten even fel en gelijkmatig branden.
  • Gebruik bij somber weer, schemer of duisternis je dimlicht, zodat je beter ziet en beter zichtbaar bent.
  • Vervang een kapotte lamp snel en controleer daarna of links en rechts weer hetzelfde lichtbeeld geven.
  • Kom je er niet bij of klopt de afstelling niet, laat het controleren, zodat je niemand verblindt en zelf goed zicht houdt.

Misverstanden

  • Denken dat één werkend dimlicht genoeg is, terwijl je aan één kant zicht en zichtbaarheid mist.
  • Dagrijverlichting aanzien voor dimlicht; je bent vóór wel zichtbaar, maar de weg wordt nauwelijks verlicht en achterlichten branden vaak niet.
  • Grootlicht inzetten als vervanging voor een kapot dimlicht, waardoor je anderen kunt verblinden.

Niet verwarren met

  • linkerdimlicht Dit is de gedimde koplamp rechtsvoor, niet de gedimde koplamp linksvoor.
  • dagrijlicht Dit is gedimd rijlicht rechtsvoor om de weg te verlichten, niet het dagrijlicht dat je overdag voert.

Waar dit bij hoort

Dit begrip komt aan bod in Veilig rijden en reageren in noodsituaties, hoofdstuk 4 van de gratis theoriecursus.

Andere begrippen

Ook een rijschool nodig?

Dit begrip hoort bij de theorie. Die leer je hier gratis, voor de rijlessen heb je een rijschool nodig. Op Ribba vergelijk je rijscholen op het slagingspercentage van het CBR, het prijsniveau en de beoordelingen van eerdere leerlingen.

Rijscholen vergelijken