Uitwijkplaats

uitwijkplaats in het verkeer

Een uitwijkplaats is een korte verbreding naast een smalle weg waar één voertuig even kan wachten, zodat jij en een tegenligger elkaar veilig kunnen passeren. Gebruik hem alleen om ruimte te geven en rijd daarna weer door.

Je komt uitwijkplaatsen vooral tegen op smalle dijken, polderwegen en boswegen. Het is meestal een verhard of halfverhard vak naast de rijbaan, soms met paaltjes of reflectoren eromheen. Er is geen vast verkehrsbord uit de bijlage dat elke uitwijkplaats aanduidt; soms staat er alleen een tekstbordje. Het doel is steeds hetzelfde: botsingen voorkomen wanneer twee voertuigen elkaar niet ruim kunnen passeren op de rijbaan. Zie een uitwijkplaats niet als parkeerhaven of vluchtstrook, maar als tijdelijk wachtvak om elkaar de ruimte te geven.

Zo pak je het praktisch aan. Kijk ver vooruit en schat vroeg in wie de uitwijkplaats gebruikt. Meestal kiest degene die er het dichtst bij is of aan wiens kant hij ligt. Verminder ruim op tijd je snelheid, geef richting aan bij het naar rechts uitwijken, en stuur volledig de uitwijkplaats in. Positioneer zo dat de tegenligger zonder risico’s kan passeren, ook met spiegels en aanhanger. Wacht tot de ander helemaal voorbij is, inclusief eventuele aanhanger of uitstekende lading. Keer daarna rustig terug naar de rijbaan: geef richting aan, kijk goed over je schouder en rijd pas weg als het veilig kan. Bij grind, natte randen of een smalle verhardingsstrook rijd je stapvoets in en uit om slippen of afslaan van de verhardingsrand te voorkomen. Kom je tegelijk met een tegenligger aan, maak kort oogcontact of geef een klein handgebaar; dwing elkaar nooit de berm in.

Voorrang los je hier vooral met gezond verstand op. Sta je stil in de uitwijkplaats en wil je weer wegrijden, dan voer je een bijzondere manoeuvre uit: je moet al het overige verkeer voor laten gaan. Dat geldt voor alle bestuurders, dus ook voor fietsers, bromfietsers, snorfietsers en bestuurders van gehandicaptenvoertuigen. Achteruitrijden om een uitwijkplaats te bereiken of te verlaten is óók een bijzondere manoeuvre; wacht dan tot de weg vrij is. In uitzonderingen kun je een uitwijkplaats of brede uitwijkmogelijkheid aan de linkerkant gebruiken als dat duidelijk veiliger is en je niemand hindert. Bedenk wel dat je dan een zijdelingse verplaatsing maakt: geef richting aan, controleer goed op tegemoetkomend en achteropkomend verkeer en ga pas als het kan. Gebruik een uitwijkplaats niet als pauze- of parkeerplek; houd hem vrij zodat anderen er veilig gebruik van kunnen maken, zeker bij drukte, schemer of slecht zicht.

Wat je moet onthouden

  • Houd uitwijkplaatsen vrij; gebruik ze kort om verkeer te laten passeren en rijd daarna door. Parkeren of onnodig blijven staan is onwenselijk en kan gevaar opleveren.
  • Kijk ver vooruit, verminder tijdig snelheid en spreek impliciet af wie de uitwijkplaats gebruikt; meestal degene die er het dichtst bij zit of aan wiens kant hij ligt.
  • Geef richting aan bij het uitwijken naar rechts en opnieuw bij het terugkeren naar de rijbaan; controleer spiegels en dode hoek.
  • Stuur volledig de uitwijkplaats in, wacht tot de tegenligger geheel voorbij is en rijd pas weg als het weer veilig kan.
  • Wie wegrijdt uit stilstand of achteruitrijdt voert een bijzondere manoeuvre uit en moet al het overige verkeer voor laten gaan, inclusief fietsers, bromfietsers, snorfietsers en bestuurders van gehandicaptenvoertuigen.
  • Gebruik een uitwijkplaats aan de linkerkant alleen als dat veiliger is en je niemand hindert; geef richting aan en laat doorgaand verkeer op de rijbaan eerst gaan.
  • Dwing niemand de berm in; los het rustig en duidelijk op met lage snelheid, oogcontact en voldoende ruimte.

Misverstanden

  • De zwaarste of grootste voertuigen hebben voorrang bij een uitwijkplaats. Onjuist: er is geen automatische voorrang; kies de veiligste oplossing en laat wie een bijzondere manoeuvre uitvoert het overige verkeer voor laten gaan.
  • Een uitwijkplaats is hetzelfde als een parkeerhaven. Onjuist: hij is bedoeld voor kort wachten om te laten passeren; parkeren of pauzeren belemmert het verkeer.
  • Je moet iemand die een bijzondere manoeuvre doet juist voor laten gaan. Onjuist: degene die de bijzondere manoeuvre uitvoert moet al het overige verkeer voor laten gaan.
  • Je mag nooit een uitwijkplaats links gebruiken. Onjuist: het kan als dat duidelijk veiliger is en je niemand hindert; geef wel richting aan en ga pas als het vrij is.
  • Als een fietser of bromfietser in de uitwijkplaats staat, moeten auto’s die altijd voor laten gaan. Onjuist: wie wegrijdt uit stilstand laat het overige verkeer voor, ongeacht voertuigsoort.

Niet verwarren met

  • vluchthaven Hier gaat het om een korte verbreding op een smalle weg om elkaar te laten passeren, niet om een noodplek langs een autosnelweg of autoweg.
  • vluchtstrook Hier gebruik je een korte passeerplek op een smalle weg, niet de doorlopende strook langs een autosnelweg.
  • parkeergelegenheid Hier sta je slechts heel kort om een tegenligger door te laten, niet om je voertuig te parkeren.

Waar dit bij hoort

Dit begrip komt aan bod in Pech, ongeval en je eigen toestand, hoofdstuk 10 van de gratis theoriecursus.

Andere begrippen

Ook een rijschool nodig?

Dit begrip hoort bij de theorie. Die leer je hier gratis, voor de rijlessen heb je een rijschool nodig. Op Ribba vergelijk je rijscholen op het slagingspercentage van het CBR, het prijsniveau en de beoordelingen van eerdere leerlingen.

Rijscholen vergelijken