Parkeergelegenheid

parkeergelegenheid in het verkeer

Een parkeergelegenheid is een plek met bord of markering om te parkeren. Meestal mag je ook langs de weg parkeren. Geldt er een beperking door borden, strepen of algemene verboden? Dan niet.

Je herkent een parkeergelegenheid aan borden E4 of E8 en vaak aan vakken. Op een onderbord lees je voor welke voertuigen de plek is, hoe je parkeert en wanneer dat geldt. Zijn er vakken, dan parkeer je binnen de vakken. Buiten zulke plaatsen mag je meestal langs de weg parkeren, zolang er geen verbod geldt en je geen andere regels schendt. Een parkeerstrook of parkeerhaven naast de rijbaan is daar juist voor. Borden E12 en E13 duiden ook bijzondere parkeergelegenheden aan. Lees dan extra goed wat er op het onderbord staat.

Wat mag niet? Ook op een parkeergelegenheid gelden de gewone parkeerverboden. Parkeer niet binnen vijf meter van een kruispunt en niet voor een inrit of uitrit. Buiten de bebouwde kom parkeer je niet op de rijbaan van een voorrangsweg. Langs een gele onderbroken streep parkeer je niet. Een plek voor onmiddellijk laden en lossen gebruik je alleen voor direct in- of uitladen, niet om te parkeren. Dubbel parkeren mag niet. Staat er een beperking op het onderbord, dan parkeer je alleen met de juiste voertuigcategorie, op de voorgeschreven manier of voor het aangegeven doel. Je doet dat binnen de genoemde dagen of uren.

Bijzondere gebieden vragen extra aandacht. In een parkeerschijf-zone parkeer je alleen op aangeduide plaatsen of op plekken met een blauwe streep. Op een blauwe streep gebruikt een motorvoertuig op meer dan twee wielen een goed zichtbare parkeerschijf. Heeft het voertuig een voorruit, dan leg je de schijf daarachter. Je stelt de aankomsttijd in en mag afronden naar boven op het eerstvolgende hele of halve uur. Overschrijd de toegestane parkeertijd niet. Dagen en uren op een onderbord bepalen wanneer deze schijfregels gelden. Binnen een erf parkeer je uitsluitend op parkeerplaatsen die als zodanig zijn aangeduid of aangegeven. Borden E12 en E13 zijn geen zoneborden en staan los van de parkeerschijf-zone. Volg daar wat op bord en onderbord staat.

Wat je moet onthouden

  • Je mag in principe langs de weg parkeren, tenzij borden, markeringen of algemene verboden het beperken.
  • Volg bij E4, E8, E12 en E13 altijd bord en onderbord: juiste voertuigcategorie, juiste wijze of doel, en binnen de aangegeven tijden.
  • Als een parkeergelegenheid parkeervakken heeft, parkeer je uitsluitend binnen die vakken.
  • Parkeer niet binnen vijf meter van een kruispunt.
  • Parkeer niet voor een inrit of uitrit.
  • Buiten de bebouwde kom parkeer je niet op de rijbaan van een voorrangsweg.
  • Langs een gele onderbroken streep mag je niet parkeren.
  • Parkeer niet op een plaats voor onmiddellijk laden en lossen (zoals bij E7).
  • Parkeer niet waar een parkeerverbod of stilstandverbod geldt (E1 of E2).
  • Dubbel parkeren is verboden.
  • In een parkeerschijf-zone parkeer je alleen op aangeduide plaatsen of op plekken met een blauwe streep.
  • Op een blauwe streep gebruikt een motorvoertuig op meer dan twee wielen een goed zichtbare parkeerschijf. Heeft het voertuig een voorruit, dan leg je die achter de voorruit.
  • Stel de parkeerschijf in op het aankomsttijdstip. Afronden naar boven mag op het eerstvolgende hele of halve uur.
  • Overschrijd de maximale parkeerduur niet.
  • Staan er dagen of uren op een onderbord, dan gelden de beperkingen alleen op die dagen of uren.
  • Binnen een erf mag je uitsluitend parkeren op parkeerplaatsen die zijn aangeduid of aangegeven.

Misverstanden

  • Denken dat je alleen mag parkeren waar borden of vakken staan. In werkelijkheid mag je parkeren tenzij het is verboden of beperkt.
  • Aannemen dat E12 en E13 zoneborden zijn of iets zeggen over de parkeerschijf-zone. Ze staan los van de parkeerschijf-zone.
  • E1 (parkeerverbod) verwarren met E2 (stilstandverbod). Bij E2 mag je niet eens kort stilstaan.
  • Denken dat je op een plek voor onmiddellijk laden en lossen (E7) even mag parkeren. Dat mag niet.
  • Buiten de vakken parkeren ‘als er toch plek is’. Je moet binnen de vakken staan.
  • Aannemen dat de parkeerschijf altijd voor ieder voertuig geldt. Op de blauwe streep geldt schijfplicht voor motorvoertuigen op meer dan twee wielen, niet voor bromfietsen of gehandicaptenvoertuigen.
  • Een parkeerschijf gebruiken die automatisch doorloopt. Dat is niet toegestaan.
  • Vergeten dat beperkingen op onderborden alleen gelden op de genoemde dagen en uren, en daarbuiten niet.
  • Denken dat je even voor een inrit of binnen vijf meter van een kruispunt kunt parkeren als je blijft zitten. Dat mag niet.
  • Aannemen dat je binnen een erf overal kort kunt parkeren. Dat mag alleen op aangeduide of aangegeven parkeerplaatsen.

Niet verwarren met

  • E1 , parkeerverbod Hier gaat het juist om een aangewezen plek waar parkeren is toegestaan, vaak met voorwaarden op een onderbord.
  • E2 , verbod stil te staan Hier gaat het om parkeren, dus je voertuig neerzetten en eventueel achterlaten volgens de regels, niet om even kort stoppen.
  • E7 , gelegenheid bestemd voor het onmiddellijk laden en lossen van goederen Hier mag je je voertuig laten staan zonder direct te laden of te lossen, zolang je de aangegeven parkeervoorwaarden volgt.

Bron: Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (RVV 1990), artikel 241 De bestuurder mag zijn voertuig niet parkeren: a. bij een kruispunt op een afstand van minder dan vijf meter daarvan; b. voor een inrit of een uitrit; c. buiten de bebouwde kom op de rijbaan van een voorrangsweg; d. op een parkeergelegenheid: 1°. voor zover zijn voertuig niet behoort tot de op het bord of op het onderbord aangegeven voertuigcategorie of groep voertuigen; 2°. op een andere wijze of met een ander doel dan op het bord of op het onderbord is aangegeven; 3°. op dagen of uren waarop dit blijkens het onderbord is verboden; e. langs een gele onderbroken streep; f. op een gelegenheid bestemd voor het onmiddellijk laden en lossen van goederen; g. op een parkeerplaats voor vergunninghouders, aangeduid door verkeersbord E9 van bijlage I , indien voor zijn voertuig geen vergunning tot parkeren op die plaats is verleend. 2 Indien onder de verkeersborden E4 tot en met E8, E12 en E13 van bijlage 1 , op een onderbord dagen of uren zijn vermeld, gelden de uit het bord of onderbord voortvloeiende geboden of verboden slechts gedurende de aangegeven dagen of uren. 3 De bestuurder mag zijn voertuig niet dubbel parkeren. 4 Indien een parkeergelegenheid, aangeduid met een van de verkeersborden E4 tot en met E10, E12 of E13 van bijlage 1 , is voorzien van parkeervakken, mag slechts in die vakken worden geparkeerd. Lees het artikel op wetten.overheid.nl Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (RVV 1990), artikel 251 Het is verboden in een parkeerschijf-zone te parkeren, behalve op parkeerplaatsen die als zodanig zijn aangeduid of aangegeven of plaatsen die zijn voorzien van een blauwe streep. 2 Op plaatsen die zijn voorzien van een blauwe streep is het parkeren van een motorvoertuig op meer dan twee wielen slechts toegestaan indien het motorvoertuig is voorzien van een duidelijk zichtbare parkeerschijf. Indien het motorvoertuig is voorzien van een voorruit, wordt de parkeerschijf achter de voorruit geplaatst. 3 Op de parkeerschijf staat aan de getoonde zijde slechts één cijferreeks, die een aanduiding geeft van de kalenderuren, en die vanaf het begin van het parkeren in duidelijk leesbare cijfers tegen een contrasterende achtergrond in hele of halve uren het tijdstip weergeeft waarop met het parkeren is begonnen. Een parkeerschijf voorzien van een mechanisme dat tijdens het parkeren het tijdstip van aankomst automatisch verschuift, mag niet worden gebruikt. 4 Bij het instellen mag het tijdstip van aankomst naar boven worden afgerond op het eerstvolgende hele of halve uur. De toegestane parkeerduur mag niet zijn verstreken. 5 Indien op een onderbord dagen of uren zijn vermeld, gelden het tweede tot en met het vierde lid slechts gedurende die dagen of uren. Lees het artikel op wetten.overheid.nl Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (RVV 1990), artikel 461 Het is bestuurders van een motorvoertuig verboden binnen een erf te parkeren anders dan op parkeerplaatsen die als zodanig zijn aangeduid of aangegeven. 2 Indien het erf tevens is aangeduid als parkeerschijf-zone, zijn ten aanzien van het parkeren van voertuigen artikel 25 en 26 van toepassing. § 18. Rotondes Lees het artikel op wetten.overheid.nl

Waar dit bij hoort

Dit begrip komt aan bod in Gebruik van de weg, hoofdstuk 1 van de gratis theoriecursus.

Andere begrippen

Ook een rijschool nodig?

Dit begrip hoort bij de theorie. Die leer je hier gratis, voor de rijlessen heb je een rijschool nodig. Op Ribba vergelijk je rijscholen op het slagingspercentage van het CBR, het prijsniveau en de beoordelingen van eerdere leerlingen.

Rijscholen vergelijken