Linkerbuitenspiegel

linkerbuitenspiegel in het verkeer

De linkerbuitenspiegel zit links buiten aan je auto en toont verkeer links en schuin achter. Hij is verplicht op personenauto’s. Verplichte spiegels mogen ook vervangen zijn door een goedwerkend camera‑monitorsysteem.

Je gebruikt de linkerbuitenspiegel bij wegrijden, rijstrook wisselen, invoegen, uitvoegen, inhalen en ritsen. De spiegel verkleint je dode hoek links, maar die blijft bestaan. Kijk dus altijd kort over je linkerschouder vóór je van positie verandert. Stel hem zo af dat je slechts een smal randje van je auto ziet. De naastliggende rijstrook staat duidelijk in beeld. Je kijkt ook recht naar achteren en ziet de horizon. Een licht bolle spiegel verkleint objecten. Wat je ziet lijkt verder weg dan het is.

Welke spiegels verplicht zijn, hangt af van de datum van ingebruikname en het zicht via de binnenspiegel. Auto’s na 25 januari 2010 hebben links en rechts een buitenspiegel én een binnenspiegel. Geeft de binnenspiegel onvoldoende zicht naar achteren, dan mag die ontbreken. Bijvoorbeeld door een afgeschermd achterraam of een dichte lading of aanhanger. Auto’s van vóór 26 januari 2010 hebben minimaal een linkerbuitenspiegel en een binnenspiegel. Is via de binnenspiegel het zicht onvoldoende, dan is ook een rechterbuitenspiegel verplicht. Geeft de binnenspiegel helemaal geen zicht, dan mag die bij deze oudere auto’s ontbreken. Verplichte spiegels mogen worden vervangen door goedwerkende camera‑monitorsystemen. Die systemen moeten deugdelijk vastzitten en betrouwbaar werken.

De linkerbuitenspiegel moet zo geplaatst en afgesteld zijn dat je het vereiste gezichtsveld hebt. Voor motorvoertuigen, behalve motorfietsen, geldt het volgende. Vanuit de bestuurderspositie zie je op het wegdek een punt 10,00 meter achter je oogpunten en 2,50 meter naast het meest links gelegen punt van voertuig, lading of aanhanger. Je ziet ook een deel van de linkerzijde van de lading of aanhanger. Je neemt de horizon waar en kunt recht naar achteren kijken. Rijd je met een aanhanger of brede lading, richt de spiegel dan zo dat links een smalle strook zichtbaar blijft. Deze eisen gelden niet voor motorfietsen. Een bromfiets is geen motorvoertuig en valt hier dus ook niet onder.

Let op staat en bevestiging. Verplichte spiegels moeten deugdelijk vastzitten. Het glas van verplichte spiegels vertoont geen breuk en is niet in ernstige mate verweerd. Is je spiegel los, beschadigd, dof, beslagen of vuil, herstel of reinig dit direct. Goed zicht is veiligheidskritisch en wordt bij keuringen visueel gecontroleerd. Gebruik tijdens het rijden een vaste kijkvolgorde. Bijvoorbeeld: linkerbuitenspiegel, binnenspiegel, richting aangeven, schoudercontrole, en dan pas verplaatsen.

Wat je moet onthouden

  • Personenauto’s in gebruik genomen na 25 januari 2010: linker- en rechterbuitenspiegel en een binnenspiegel verplicht. Geeft de binnenspiegel onvoldoende zicht naar achteren, dan mag die ontbreken.
  • Personenauto’s in gebruik genomen vóór 26 januari 2010: linkerbuitenspiegel en binnenspiegel verplicht. Is via de binnenspiegel het zicht onvoldoende, dan is een rechterbuitenspiegel verplicht. Geeft de binnenspiegel helemaal geen zicht, dan mag die ontbreken.
  • Verplichte spiegels mogen worden vervangen door goedwerkende camera‑monitorsystemen. Die systemen moeten deugdelijk bevestigd zijn en betrouwbaar werken.
  • De linkerbuitenspiegel staat zo af dat je: 1) op het wegdek een punt 10,00 m achter je oogpunten en 2,50 m naast het meest linkse punt van voertuig, lading of aanhanger ziet; 2) een deel van de linkerzijde van lading of aanhanger ziet; 3) de horizon ziet; en 4) recht naar achteren kunt kijken. Dit geldt voor motorvoertuigen, niet voor motorfietsen.
  • Verplichte spiegels zitten deugdelijk vast; het spiegelglas heeft geen breuk en is niet in ernstige mate verweerd. Keuring en controle zijn visueel.

Misverstanden

  • Denken dat de linkerbuitenspiegel altijd een fysieke spiegel moet zijn. Verplichte spiegels mogen ook vervangen zijn door een goedwerkend camera‑monitorsysteem.
  • Aannemen dat de binnenspiegel altijd verplicht is. Biedt hij geen of onvoldoende zicht naar achteren, dan mag hij ontbreken; soms is dan een rechterbuitenspiegel verplicht.
  • Rijden met een oudere auto zonder rechterbuitenspiegel terwijl de binnenspiegel onvoldoende zicht geeft. In dat geval is de rechterbuitenspiegel verplicht.
  • De linkerbuitenspiegel zo afstellen dat je veel van je eigen auto ziet. Dat vergroot je dode hoek en beperkt het zicht op de naastliggende rijstrook.
  • Alleen in de spiegel kijken zonder schoudercontrole. De dode hoek blijft bestaan, dus kijk altijd óók kort over je linkerschouder.
  • Doorrijden met een gescheurde, loszittende of sterk verweerde spiegel of met beslagen of vuile spiegels. Dit is onveilig en niet toegestaan voor verplichte spiegels.
  • Tijdelijke oplossingen gebruiken, zoals tape of plakspiegels, als vaste reparatie. Verplichte spiegels en camerasystemen moeten deugdelijk en blijvend bevestigd zijn.
  • Met aanhanger de linkerbuitenspiegel niet zo afstellen dat je links een strook van de aanhanger ziet. Daardoor mis je cruciale informatie bij inhalen en rijstrookwissels.

Niet verwarren met

  • rechterbuitenspiegel Hier gaat het om de spiegel links buiten het voertuig waarmee je links en schuin achter je kijkt.
  • zijspiegel Dit begrip duidt uitsluitend de linker zijspiegel aan in plaats van beide.
  • buitenspiegel Dit begrip gaat specifiek over de linker buitenspiegel en niet over de algemene term voor de spiegels aan de buitenkant.

Bron: Regeling voertuigen, artikel 5.2.45Eisen Wijze van Keuren 1. Personenauto’s in gebruik genomen na 25 januari 2010, moeten zijn voorzien van een linkerbuitenspiegel, een rechterbuitenspiegel en een binnenspiegel. Leden 1 tot en met 6: visuele controle. 2. Indien met de in het eerste lid bedoelde binnenspiegel het achter het voertuig gelegen weggedeelte niet voldoende kan worden overzien, behoeft deze niet aanwezig te zijn. 3. Personenauto’s in gebruik genomen vóór 26 januari 2010, moeten zijn voorzien van een linkerbuitenspiegel en een binnenspiegel. 4. De in het derde lid bedoelde personenauto’s moeten zijn voorzien van een rechterbuitenspiegel, indien met de binnenspiegel het achter het voertuig gelegen weggedeelte niet voldoende kan worden overzien. Indien de binnenspiegel geen zicht naar achteren mogelijk maakt, behoeft deze niet aanwezig te zijn. 5. De spiegels moeten deugdelijk zijn bevestigd. 6. Het spiegelglas van de verplichte spiegels mag geen verschijnselen van breuk vertonen en mag niet in ernstige mate zijn verweerd. 7. In afwijking van het eerste, derde en vierde lid mogen verplichte spiegels zijn vervangen door goedwerkende camera-monitorsystemen. Indien spiegels vervangen zijn door camera-monitorsystemen, dan moeten deze systemen deugdelijk bevestigd zijn. Visuele controle Lees het artikel op wetten.overheid.nl Regeling voertuigen, artikel 138De linkerbuitenspiegel van het motorvoertuig, met uitzondering van een motorfiets, moet zodanig zijn geplaatst dat de bestuurder hiermee het gezichtsveld op grondniveau kan overzien, zoals weergegeven in figuur 44 of 45, waarbij de bestuurder: a. een punt op het wegdek, gelegen op 10,00 m achter de oogpunten van de bestuurder en 2,50 m naast het meest links gelegen punt van de lading of aanhangwagen; b. een deel van de linkerzijde van de lading of aanhangwagen, en c. de horizon kan zien, en hij tevens recht naar achteren kan kijken. Figuur 44. Linkerbuitenspiegel. Figuur 45. Linkerbuitenspiegel. Lees het artikel op wetten.overheid.nl

Waar dit bij hoort

Dit begrip komt aan bod in Je auto in orde: banden, verlichting en onderhoud, hoofdstuk 9 van de gratis theoriecursus.

Andere begrippen

Ook een rijschool nodig?

Dit begrip hoort bij de theorie. Die leer je hier gratis, voor de rijlessen heb je een rijschool nodig. Op Ribba vergelijk je rijscholen op het slagingspercentage van het CBR, het prijsniveau en de beoordelingen van eerdere leerlingen.

Rijscholen vergelijken