Driepuntsgordel
Een driepuntsgordel is een veiligheidsgordel met een heupband en een diagonale schouderband, vast op drie punten. Hij houdt je bij een botsing in je stoel en verdeelt de krachten over bekken en borst.
Een driepuntsgordel bestaat uit een heupband laag over het bekken en een diagonale schouderband over borst en schouder. De band zit op drie plaatsen vast: bij de oprolautomaat laag naast de stoel, boven bij de geleider en bij de sluiting naast je heup. De oprolautomaat rolt de band op tijdens normaal rijden en blokkeert bij een plotselinge ruk of harde vertraging. In veel voertuigen helpen gordelspanners de speling in milliseconden weg te nemen, waarna een belastingbegrenzer iets band kan vrijgeven om je borst te ontzien.
Goed dragen is cruciaal. Klik de sluiting hoorbaar vast. Leg de heupband laag en strak over het harde bekken, niet op je buik. Leid de schouderband midden over je schouder en borst, niet langs de hals of onder je arm. Stel zo nodig de hoogte van de bovenste geleider af zodat de band recht over je schouder loopt. Haal verdraaiingen of slagen uit de band en vermijd dikke jassen of harde voorwerpen tussen gordel en lichaam. Zwanger? Draag de heupband onder de buik, strak over het bekken, en de schouderband tussen de borsten langs de zijkant van de buik.
Waarom werkt dit zo goed? De gordel houdt je in de stoel, zodat je niet tegen stuur, dashboard of ruit slaat en je niet uit het voertuig wordt geslingerd. De krachten worden verdeeld over de sterke delen van je lichaam. Airbags zijn aanvullend en werken het best met een correct gedragen gordel. In moderne personenauto’s heeft vrijwel elke zitplaats een driepuntsgordel. Soms is de middelste achterzitplaats alleen met een heupgordel uitgerust; als je kunt kiezen, is een driepuntsgordel veiliger.
Gebruiksplicht per voertuigcategorie. In motorvoertuigen zoals personenauto’s, bestelauto’s en vrachtauto’s draag je op elke zitplaats met gordel de gordel, voorin en achterin. In autobussen: als er gordels aanwezig zijn, gebruiken de bestuurder en zittende passagiers die. In touringcars en T100-bussen zijn gordels gebruikelijk; staan mag daar waar dat is ingericht, maar staand draag je geen gordel. Bromfietsen en snorfietsen hebben normaal geen gordel. Een brommobiel is een bromfiets met carrosserie; die heeft gordels en die draag je. Op motorfietsen draag je doorgaans geen gordel, behalve op modellen met een veiligheidscel en een aangebrachte gordel; dan moet je die gordel wel gebruiken.
Kinderen hebben extra bescherming nodig. Kinderen tot 18 jaar die kleiner zijn dan 1,35 m gebruiken een goedgekeurd kinderzitje of zittingverhoger, bevestigd met de driepuntsgordel of met ISOFIX volgens de instructies. Boven 1,35 m dragen kinderen de autogordel. In gehandicaptenvoertuigen geldt niet dezelfde algemene gordelplicht als in personenauto’s; zijn er wel gordels of rolstoelriemen aanwezig, gebruik die volgens de aanwijzingen. Na een aanrijding laat je gordel, sluiting en eventuele gordelspanners controleren en zo nodig vervangen.
Wat je moet onthouden
- Draag in motorvoertuigen op elke zitplaats met gordel de gordel, zowel voorin als achterin.
- In autobussen: zijn er gordels, dan gebruiken de bestuurder en zittende passagiers die.
- In een brommobiel draag je de aanwezige gordel.
- Op motorfietsen gebruik je alleen een gordel als het voertuig een veiligheidscel heeft en een gordel is aangebracht; anders niet.
- Kinderen tot 18 jaar kleiner dan 1,35 m gebruiken een goedgekeurd kinderzitje of zittingverhoger; vanaf 1,35 m dragen zij de autogordel.
- Als alleen een heupgordel aanwezig is, gebruik je die; heb je keuze, kies de driepuntsgordel.
- Leg de heupband laag en strak over het bekken en de schouderband midden over schouder en borst; geen band onder de arm of achter de rug.
- Zwangere bestuurders en passagiers dragen de gordel: heupband onder de buik, schouderband tussen de borsten.
- Na een botsing laat je gordel, sluiting en spanners controleren en doorgaans vervangen.
Misverstanden
- “Een airbag vervangt de gordel.” Onjuist: airbag is aanvullend en werkt juist samen met de gordel.
- “Achterin hoef je geen gordel.” Onjuist: op elke zitplaats met gordel is dragen verplicht.
- “Op motorfietsen gebruik je nooit een gordel.” Onjuist: als er een veiligheidscel en gordel aanwezig zijn, moet je die gebruiken.
- “Een kind mag op schoot met de gordel eromheen.” Onveilig en verboden: kinderen gebruiken een passend kinderzitje of zittingverhoger.
- “Zwangeren mogen de gordel weglaten.” Onjuist: de gordel moet juist goed worden aangelegd, met de heupband onder de buik.
- “Een korte rit of lage snelheid is zonder gordel wel prima.” Onjuist: de meeste ernstige letsels ontstaan juist bij alledaagse snelheden.
- “Een dikke jas onder de gordel is geen probleem.” Onjuist: dat vergroot de speling en vermindert de werking van de gordel.
Niet verwarren met
- autogordel Een driepuntsgordel is de variant met drie bevestigingspunten en een schouderband naast de heupband.
- heupgordel Een driepuntsgordel loopt ook over je schouder en houdt zowel je bovenlichaam als je heupen op hun plek.
Waar dit bij hoort
Dit begrip komt aan bod in Veilig rijden en reageren in noodsituaties, hoofdstuk 4 van de gratis theoriecursus.
Andere begrippen
Ook een rijschool nodig?
Dit begrip hoort bij de theorie. Die leer je hier gratis, voor de rijlessen heb je een rijschool nodig. Op Ribba vergelijk je rijscholen op het slagingspercentage van het CBR, het prijsniveau en de beoordelingen van eerdere leerlingen.
Rijscholen vergelijken