Heupgordel
Een heupgordel is een tweepunts veiligheidsgordel die alleen over je heupen loopt en je bekken op de stoel houdt bij een botsing of hard remmen.
Een heupgordel, ook wel schootgordel, heeft één band over je heupbeenderen en klikt vast in een sluiting naast je. Er zit geen schouderband bij, anders dan bij een driepuntsgordel. Het doel is je onderlichaam op de stoel te houden en doorschuiven onder de gordel te voorkomen. Je ziet ze vooral in oudere auto’s, vaak op de middelste plek van een doorlopende achterbank.
Draag een heupgordel laag en strak over de harde delen van je heupen. Loopt hij te hoog over je buik, dan komt bij een botsing de kracht op zacht weefsel en neemt de kans op ernstig letsel toe. Check of de band niet gedraaid zit en of de sluiting goed vastklikt. Heeft hij een oprolmechanisme, dan moet de gordel na omdoen tegen je lichaam aanliggen en bij een korte, stevige ruk blokkeren.
Een heupgordel beschermt minder dan een driepuntsgordel, omdat je bovenlichaam en schouders geen schouderband hebben die afremt. Toch is een heupgordel veel beter dan geen gordel. Of een zitplaats een gordel moet hebben, hangt af van het voertuig en van wanneer de auto voor het eerst in gebruik is genomen. Het gaat dus niet om het bouwjaar maar om de datum van eerste toelating of registratie, wanneer de auto echt is gaan rijden. Bij een doorlopende achterbank is er een bijzonderheid voor het middelste deel als daar helemaal geen gordel zit.
Wat je moet onthouden
- In personenauto’s die na 30 september 2000 in gebruik zijn genomen, moeten alle naar voren en naar achteren gerichte zitplaatsen een gordel hebben. Een heupgordel voldoet waar hij volgens de typegoedkeuring is toegepast.
- In personenauto’s die tussen 1 januari 1990 en 30 september 2000 in gebruik zijn genomen, moeten alle naar voren gerichte zitplaatsen een gordel hebben.
- In personenauto’s die tussen 2 januari 1971 en 31 december 1989 in gebruik zijn genomen, moeten in elk geval de zitplaats van de bestuurder en de naastgelegen zitplaatsen aan een portier gordels hebben.
- Heeft het middelste deel van een doorlopende bank geen gordel, dan telt dat deel niet als zitplaats en hoeft daar dus ook geen gordel te zitten. Dit gaat om het ontbreken van elke gordel, niet speciaal om alleen een heupgordel.
- Klapstoelen, zitplaatsen die alleen zijn bedoeld voor gebruik terwijl de auto stilstaat, en personenauto’s met in het kentekenregister een maximumconstructiesnelheid van niet meer dan 25 km/h vallen niet onder de verplichtingen hierboven.
- In een kampeerwagen kijkt de technische controle naar de voorste zitplaatsen en naar overige zitplaatsen voor zover die van gordels zijn voorzien.
- Gordels moeten deugdelijk vastzitten en mogen niet beschadigd zijn. Pluizen van de band geldt niet als beschadiging.
- De sluiting en de blokkering van de gordel moeten goed werken. Het oprolmechanisme zorgt dat de gordel na omdoen tegen het lichaam aanligt en bij een plotselinge trek of tijdens remmen blokkeert.
- Bij personenauto’s die na 31 december 2017 in gebruik zijn genomen, mag de waarschuwingsinrichting van het gordelspansysteem en het gordelkrachtbegrenzingssysteem geen defect melden.
Misverstanden
- Aannemen dat het bouwjaar bepaalt of gordels verplicht zijn. Het gaat om de datum waarop de auto in gebruik is genomen.
- Aannemen dat het middelste deel van een doorlopende bank altijd een heupgordel moet hebben. Is daar helemaal geen gordel, dan geldt dat deel niet als zitplaats.
- Denken dat een heupgordel even veilig is als een driepuntsgordel. Een heupgordel beschermt minder, vooral voor het bovenlichaam.
- De regels voor personenauto’s toepassen op andere voertuigcategorieën. Voor bussen, vrachtauto’s en bestelauto’s kunnen andere eisen gelden.
- Uitgaan van afkeur bij elke rafel aan de band. Pluizen telt niet direct als beschadiging als de constructieve sterkte niet is aangetast.
- Veronderstellen dat in een kampeerwagen elke zitplaats een gordel moet hebben of standaard wordt gecontroleerd. De controle gaat om de voorste zitplaatsen en om overige zitplaatsen die van gordels zijn voorzien.
- Rijden met een auto van recente datum terwijl een storingslampje van het gordelsysteem brandt. Bij auto’s die na 2017 in gebruik zijn genomen mag die waarschuwing niet op een defect wijzen.
Niet verwarren met
- autogordel Een heupgordel is een tweepuntsgordel die alleen over je heupen loopt en geen schouderband heeft.
- driepuntsgordel Een heupgordel heeft slechts twee bevestigingspunten en loopt niet over je schouder.
Bron: Regeling voertuigen, artikel 5.2.47Eisen Wijze van Keuren 1. Personenauto’s die na 30 september 2000 in gebruik zijn genomen, moeten zijn voorzien van gordels voor alle naar voren en naar achteren gerichte zitplaatsen. Leden 1 en 2: visuele controle. Indien in het middelste gedeelte van een doorlopende bank geen (heup)gordel aanwezig is, wordt dit gedeelte niet aangemerkt als zitplaats en behoeft geen (heup)gordel te zijn aangebracht. In geval van een kampeerwagen is de controle beperkt tot de voorste zitplaatsen en tot de overige zitplaatsen voor zover deze zijn voorzien van gordels. 2. Personenauto’s die na 31 december 1989 doch voor 1 oktober 2000 in gebruik zijn genomen, moeten zijn voorzien van gordels voor alle naar voren gerichte zitplaatsen. 3. Personenauto’s die na 1 januari 1971 doch voor 1 januari 1990 in gebruik zijn genomen, moeten zijn voorzien van gordels voor de zitplaats van de bestuurder en de naast deze plaats aanwezige zitplaatsen, voor zover deze aan een portier grenzen. Leden 3 en 4: visuele controle. 4. Het eerste, tweede en derde lid zijn niet van toepassing op klapstoelen, zitplaatsen die uitsluitend zijn bestemd voor gebruik in stilstaande personenauto’s en personenauto’s met een in het kentekenregister of op het kentekenbewijs vermelde maximumconstructiesnelheid van niet meer dan 25 km/h. 5. De gordels moeten deugdelijk zijn bevestigd en mogen niet zijn beschadigd. Het pluizen van de gordel wordt niet gezien als een beschadiging. Indien sprake is van corrosie, is het bepaalde in bijlage VIII, hoofdstuk 1, titel 2, afdelingen 1, 2 en 3 , van toepassing. Visuele controle, waarbij een eventuele rolgordel volledig wordt uitgetrokken. 6. De gordels moeten zijn voorzien van een goed werkende sluiting en een goed werkende blokkering. Oprolmechanismen moeten zodanig functioneren dat de gordel aanligt na het omdoen ervan. Visuele controle. Hierbij wordt de gordel in de sluiting gebracht. Indien de gordel is voorzien van een oprolmechanisme, wordt de gordel omgedaan. De blokkering wordt gecontroleerd door te trekken aan de gordel; indien dit geen uitsluitsel biedt, wordt tijdens een remproef op de weg het blokkeren van de gordel gecontroleerd. 7. De waarschuwingsinrichting van het gordelspansysteem en gordelkrachtbegrenzingssysteem van personenauto’s in gebruik genomen na 31 december 2017, mag geen defect aangeven. Leden 7 en 8: visuele en auditieve controle. Wanneer na het starten van de motor een optisch of akoestisch waarschuwingssignaal wordt afgegeven dat het systeem niet goed functioneert, wordt ervan uitgegaan dat niet aan deze eis is voldaan. In geval van twijfel wordt een rijproef uitgevoerd. 8. De waarschuwingsinrichting van het airbagsysteem van personenauto’s in gebruik genomen na 31 december 2017, mag geen defect aangeven. Lees het artikel op wetten.overheid.nl
Waar dit bij hoort
Dit begrip komt aan bod in Veilig rijden en reageren in noodsituaties, hoofdstuk 4 van de gratis theoriecursus.
Andere begrippen
Ook een rijschool nodig?
Dit begrip hoort bij de theorie. Die leer je hier gratis, voor de rijlessen heb je een rijschool nodig. Op Ribba vergelijk je rijscholen op het slagingspercentage van het CBR, het prijsniveau en de beoordelingen van eerdere leerlingen.
Rijscholen vergelijken