L2 · Informatie
Voetgangersoversteekplaats
Je nadert een zebrapad. Je geeft voetgangers en bestuurders van een gehandicaptenvoertuig die willen oversteken voorrang. Zo nodig stop je. Bestuurder is wie een voertuig bestuurt.
Wat doe je als je dit bord ziet?
Laat op tijd het gas los en kijk ver vooruit. Wees remklaar. Kijk links en rechts of iemand wil oversteken. Maak zo nodig oogcontact. Stop ruim vóór de strepen als iemand wil gaan. Rijd pas door als de oversteek vrij is. Haal geen voertuigen in bij het naderen of op het zebrapad.
Waar kom je dit bord tegen?
Je ziet dit bord vaak in winkelstraten, bij scholen en in woonwijken met veel voetgangers. Ook bij bushaltes, treinstations, parkeerterreinen en drukke kruisingen. Op brede wegen met meerdere rijstroken zie je het vaak samen met een middeneiland, zodat mensen in twee etappes kunnen oversteken.
De regel uitgelegd
Het bord kondigt een zebrapad aan. Daar mindeer je uit jezelf snelheid en moet je voetgangers en bestuurders van een gehandicaptenvoertuig voor laten gaan als ze op het punt staan over te steken of al bezig zijn. Rem op tijd en geef duidelijkheid. Rijd pas verder als de hele rijbaan voor jouw richting vrij is.
‘Op het punt staan over te steken’ betekent dat iemand duidelijk wil gaan, bijvoorbeeld door bij de rand te stoppen en naar het verkeer te kijken of een voet te zetten. Wil iemand oversteken? Jij stopt. Houd rekening met kinderen, ouderen en mensen die trager starten of lopen. Neem geen risico’s en voorkom twijfel.
Inhalen is hier extra gevaarlijk en daarom verboden vlak vóór en op een zebrapad. Een auto voor je kan stoppen voor iemand die jij nog niet ziet. Door in te halen breng je die persoon in gevaar. Houd ruime volgafstand, zodat je niet hoeft uit te wijken of hard te remmen als je voorganger stopt.
Blokkeer het zebrapad nooit. In filevorming laat je de strepen vrij zodat mensen kunnen oversteken. Stilstaan of parkeren op de strepen is niet toegestaan. Stop met voldoende ruimte voor de eerste streep, zodat overstekers zicht houden op jou en jij op hen.
Fietsers die rijdend het zebrapad oversteken hebben geen automatische voorrang; als ze afstappen en lopen, zijn ze voetganger. Een gehandicaptenvoertuig dat op het trottoir rijdt en wil oversteken, behandel je als voetganger. Zijn er verkeerslichten bij het zebrapad, dan volg je die signalen en rijd je het vak alleen in als je het ook volledig kunt verlaten.
Fouten die vaak gemaakt worden
- Denken dat je pas stopt als iemand al op de strepen staat; je wacht ook voor iemand die duidelijk wil gaan.
- Inhalen van een voertuig dat bij een zebrapad afremt.
- Het zebrapad blokkeren in de file of er op stilstaan om te laden of lossen.
- Aannemen dat rijdende fietsers op een zebrapad dezelfde voorrang hebben als voetgangers.
Niet verwarren met
Op het theorie-examen
Je krijgt vragen over wie voorrang heeft en wat je doet als iemand bij de stoeprand staat. Let op zaken als niet inhalen bij het naderen en het vrijhouden van de strepen in de file.
Bron: Bijlage 1 RVV
Waar dit bord bij hoort
Dit bord komt aan bod in Voorrang en voor laten gaan, hoofdstuk 2 van de gratis theoriecursus.
Andere borden in deze groep
Ook een rijschool nodig?
Dit bord is examenstof. De theorie leer je hier gratis, voor de rijlessen heb je een rijschool nodig. Op Ribba vergelijk je rijscholen op het slagingspercentage van het CBR, het prijsniveau en de beoordelingen van eerdere leerlingen.
Rijscholen vergelijken