K11 · Bewegwijzering
Voorsorteren op niet-autosnelweg. Bord met interlokale doelen, routenummers en verwijzing naar autosnelweg
Je kiest nog vóór het kruispunt de juiste rijstrook voor je bestemming op een niet‑autosnelweg, met daarbij altijd een duidelijke richting naar de autosnelweg via het rode A‑routenummer.
Wat doe je als je dit bord ziet?
Kijk ruim vooruit, lees de plaatsnamen en de routenummers en vergelijk die met jouw bestemming. Kies op tijd de rijstrook met de pijl die past bij waar jij heen wilt en pas je snelheid aan. Geef richting aan als je de afslaande pijl volgt en controleer spiegels en schouder. Blijf in de gekozen rijstrook tot na het kruispunt, tenzij je ruim op tijd en waar het mag nog veilig moet wisselen.
Waar kom je dit bord tegen?
Je komt dit bord tegen op drukke niet‑autosnelwegen bij grote kruispunten waar je kunt doorrijden naar interlokale doelen of afslaan richting een autosnelweg. Dit kan binnen of buiten de bebouwde kom zijn, bijvoorbeeld bij de aansluiting naar een oprit van een A‑weg. Het staat vóór het kruispunt zodat je kunt voorsorteren. Soms volgt dichter bij het kruispunt nog een herhaling met dezelfde keuzes.
De regel uitgelegd
Dit is een voorsorteerbord op een niet‑autosnelweg. Het toont per rijstrook een pijl met daarboven interlokale doelen en routenummers. Het gele schild met een N‑nummer verwijst naar een niet‑autosnelweg (bijvoorbeeld N212). Het rode schild met een A‑nummer verwijst naar de autosnelweg (bijvoorbeeld A12). Bij deze variant staat de verwijzing naar de autosnelweg er altijd op: je ziet dus minimaal één richting met een rood A‑nummer.
De pijlen geven aan welke beweging bij elke rijstrook hoort. Een rechte pijl betekent rechtdoor; een afbuigende pijl betekent afslaan in de aangegeven richting. Jij kiest vóór het punt waar rijstroken zich splitsen de juiste strook. Waar de markering doorgetrokken is, wissel je niet meer van rijstrook; bij blokmarkering mag het nog, mits het veilig kan en je niemand hindert.
Gebruik de informatie op twee manieren: volg óf je plaatsnaam (bijvoorbeeld Den Haag of Utrecht), óf het routenummer als je op nummer rijdt. Zie je jouw A‑weg, dan kies je de strook met de afslaande pijl naar die A‑weg. Rijd je verder over een N‑weg of naar een ander interlokaal doel, dan volg je de strook met de pijl voor rechtdoor of de andere aangegeven richting.
Voorsorteren is meer dan alleen de goede pijl kiezen. Kijk ver vooruit, bepaal je keuze, pas tijdig je snelheid aan en communiceer met richtingaanwijzer. Let op overige markeringen zoals busbaan of busstrook en fietsstrook: die horen niet bij jouw rijbaan tenzij dat expliciet is toegestaan. Kom je toch verkeerd uit, forceer niets; ga waar jouw pijl je heen stuurt en corrigeer je route daarna veilig.
Fouten die vaak gemaakt worden
- Denken dat dit alleen een algemene wegwijzer is en de pijlen per rijstrook negeren, waardoor je te laat wisselt.
- Aannemen dat de snelwegverwijzing optioneel is; bij dit bord hoort de verwijzing naar een autosnelweg altijd bij de keuzes.
- Routekleuren door elkaar halen: rood A‑nummer is autosnelweg, geel N‑nummer is niet‑autosnelweg; verkeerd lezen leidt tot de verkeerde strook.
- Op het laatste moment nog over een doorgetrokken streep van rijstrook wisselen of zonder tijdig richting aan te geven afslaan.
Niet verwarren met
- K5 , voorwegwijzer langs niet-autosnelweg, met interlokale doelen, routenummers, viaductsymbool en aanduiding industrieterrein . Op mijn bord staan rijstrookpijlen en een apart aftakkingspaneel voor directe voorsortering.
- K6 , beslissingswegwijzer langs niet-autosnelweg met interlokale doelen en routenummer niet-autosnelweg . Mijn bord kondigt vóór het kruispunt de rijstrookkeuze aan en bevat vaak ook een verwijzing naar de autosnelweg.
- K4 , hoge beslissingswegwijzer langs autosnelweg met rijstrookpaneel voor de doorgaande richting en aftakkingspaneel voor de afgaande richting, met interlokale doelen, routenummers autosnelwegen en europes . Mijn bord staat langs een niet-autosnelweg en gebruikt N-routenummers met slechts een verwijzing naar de autosnelweg.
Op het theorie-examen
Je moet herkennen dat dit een voorsorteerbord op een niet‑autosnelweg is en dat er altijd een richting naar de autosnelweg op staat. Verwacht vragen over het kiezen van de juiste rijstrook aan de hand van plaatsnamen en het verschil tussen A‑ en N‑routenummers.
Bron: Bijlage 1 RVV
Andere borden in deze groep
-
K8
Wegwijzer voor fietsers en bromfietsers (stapelbord), met interlokale doelen en een via een alternatieve route te bereiken doel (cursief)
-
K9
Omleiding. Maatregel op voorwegwijzer langs niet-autosnelweg
-
K10
Voorwegwijzer binnen de bebouwde kom met interlokaal doel, lokaal doel, een dagrecreatiecentrum, objecten en stadsroutenummers
-
K12
Wijkwegwijzer binnen de bebouwde kom, met wijknamen (in verkeersgebieden)
-
K13
Wijkwegwijzer binnen de bebouwde kom, met wijknummers (in verkeersgebieden)
-
K14
Route voor het vervoer van bepaalde gevaarlijke stoffen
Ook een rijschool nodig?
Dit bord is examenstof. De theorie leer je hier gratis, voor de rijlessen heb je een rijschool nodig. Op Ribba vergelijk je rijscholen op het slagingspercentage van het CBR, het prijsniveau en de beoordelingen van eerdere leerlingen.
Rijscholen vergelijken