K5 · Bewegwijzering
Voorwegwijzer langs niet-autosnelweg, met interlokale doelen, routenummers, viaductsymbool en aanduiding industrieterrein
Je krijgt vooruitblik op de komende routekeuzes op een niet‑autosnelweg, met interlokale doelen, de te volgen N‑route, de aanwezigheid van een viaduct en de route naar een industrieel terrein, zodat je tijdig kunt kiezen en voorsorteren.
Wat doe je als je dit bord ziet?
Kijk vroeg naar de pijlen, plaatsnamen en de kleurvlakken met A‑ en N‑nummers, en bepaal jouw richting. Pas je snelheid aan zodat je zonder haast kunt spiegelen, richting aangeven en voorsorteren. Volg de pijl naar het gewenste doel (bijvoorbeeld A12 richting Arnhem of Utrecht, of rechtdoor op de N‑route). Houd rekening met verkeer dat het industrieterrein op of af rijdt.
Waar kom je dit bord tegen?
Je komt dit bord tegen op niet‑autosnelwegen, vlak vóór een belangrijk keuzepunt waar je links of rechts naar een autosnelweg kunt of rechtdoor een N‑route vervolgt. Vaak staat het nabij een ongelijkvloerse situatie met een viaduct en in de buurt van een industrieterrein. Je ziet het buiten de bebouwde kom en aan de randen van plaatsen waar interlokale stromen en bestemmingsverkeer naar bedrijven samenkomen.
De regel uitgelegd
Dit is een voorwegwijzer langs een niet‑autosnelweg. Het bord kondigt een keuzemoment aan en helpt je om ruim op tijd je richting te bepalen. Het toont altijd interlokale doelen, routenummers en, verplicht, zowel het viaductsymbool als de aanduiding van een industrieterrein. Daarmee weet je dat je een kruispunt of knooppunt nadert waar je verschillende richtingen op kunt, inclusief een route naar een bedrijventerrein.
Lees de elementen systematisch. Een rood vlak met A‑nummer wijst naar een autosnelweg (bijvoorbeeld A12), een geel vlak met N‑nummer geeft de niet‑autosnelweg aan die je volgt of kunt kiezen (zoals N225). De pijlen geven de rijrichting per bestemming. De witte naamstrook met het fabriekssymbool is het industrieterrein dat via dit punt bereikbaar is; dat is geen woonplaats, maar een bedrijventerrein.
Het viaductsymbool midden op het schema vertelt dat de situatie ongelijkvloers is: er is een viaduct aanwezig, waardoor wegen op verschillende niveaus liggen. Reken op beperkte zichtlijnen, bochten of korte aansluitingen en op- of afritten rond het viaduct. Daardoor kan verkeer van richting wisselen en kunnen snelheidsverschillen groter zijn; anticipeer daarop.
Rijtechnisch betekent dit dat je al vóór het volgende kruispunt of de volgende splitsing je keuze maakt. Controleer vroeg je spiegels, neem tijdig de juiste rijstrook en geef richting aan wanneer je daadwerkelijk van richting verandert. Houd extra afstand tot voertuigen die naar de autosnelweg of het industrieterrein willen; vrachtverkeer kan hier vaker in- en uitvoegen. Blijf de N‑ en A‑nummers volgen die bij jouw route horen, zodat je niet onnodig hoeft te keren.
Fouten die vaak gemaakt worden
- Denken dat het viaductsymbool of de aanduiding van het industrieterrein hier optioneel is; op dit bord horen ze er juist altijd bij.
- Aannemen dat dit bord langs een autosnelweg staat; het staat langs een niet‑autosnelweg.
- De kleuren door elkaar halen: rood met A‑nummer is autosnelweg, geel met N‑nummer is niet‑autosnelweg.
- De bedrijventerrein‑naam zien als plaatsnaam en daardoor de verkeerde richting kiezen; het is een bestemming binnen een industrieterrein.
Niet verwarren met
- K6 , beslissingswegwijzer langs niet-autosnelweg met interlokale doelen en routenummer niet-autosnelweg . Dit is een voorwegwijzer vóór het kruispunt, met eventueel viaductsymbool en aanduiding van een industrieterrein, niet het beslispunt zelf.
- K11 , voorsorteren op niet-autosnelweg. bord met interlokale doelen, routenummers en verwijzing naar autosnelweg . Dit bord toont geen rijstrookpijlen of voorsorteervakken, het is een algemene voorwegwijzer die ook een viaduct- of bedrijventerreinsymbool kan bevatten.
- K9 , omleiding. maatregel op voorwegwijzer langs niet-autosnelweg . Dit is een reguliere voorwegwijzer zonder omleidingskader, lettercode of tijdelijke routeaanduiding.
Op het theorie-examen
Je moet kleuren, pijlen en nummers kunnen lezen en kunnen aangeven welke richting je kiest voor de genoemde doelen. Reken erop dat gevraagd wordt wat het viaductsymbool betekent en dat dit bord verplicht ook een industrieterrein aanduidt.
Bron: Bijlage 1 RVV
Andere borden in deze groep
-
K2
Voorwegwijzer langs autosnelweg voor de afgaande richting, met afstandaanduiding, afritnummer, interlokale doelen (bovenste doel = afritnaam), verwijzing naar vliegveld/luchthaven en routenummer niet-
-
K3
Beslissingswegwijzer langs autosnelweg voor de afgaande richting naar een verzorgingsplaats, met de naam van de parkeerplaats en symbolen die de aard van de voorzieningen aangeven
-
K4
Hoge beslissingswegwijzer langs autosnelweg met rijstrookpaneel voor de doorgaande richting en aftakkingspaneel voor de afgaande richting, met interlokale doelen, routenummers autosnelwegen en Europes
-
K6
Beslissingswegwijzer langs niet-autosnelweg met interlokale doelen en routenummer niet-autosnelweg
-
K7
Wegwijzer voor fietsers en bromfietsers (handwijzer), met lokaal doel, interlokaal doel, stedelijk fietsroutenummer (boven), en met interlokale doelen en interlokaal fietsroutenummer (onder)
-
K8
Wegwijzer voor fietsers en bromfietsers (stapelbord), met interlokale doelen en een via een alternatieve route te bereiken doel (cursief)
-
K9
Omleiding. Maatregel op voorwegwijzer langs niet-autosnelweg
Ook een rijschool nodig?
Dit bord is examenstof. De theorie leer je hier gratis, voor de rijlessen heb je een rijschool nodig. Op Ribba vergelijk je rijscholen op het slagingspercentage van het CBR, het prijsniveau en de beoordelingen van eerdere leerlingen.
Rijscholen vergelijken