Weggebruiker
Weggebruiker is iedereen die een weg gebruikt. Dus voetgangers, rijders, ruiters en menners met wagens. Het woord zegt op wie een verkeersregel geldt.
Weggebruiker is iedereen op of langs de weg, rijdend of stilstaand. Denk aan voetgangers, fietsers, bromfietsers en snorfietsers. Ook mensen in een gehandicaptenvoertuig, op een motorfiets of in een ander motorvoertuig. Verder trambestuurders en ruiters. Ook geleiders van rij- of trekdieren of vee, en mensen met een bespannen of onbespannen wagen. Bestuurder is elke weggebruiker behalve een voetganger. Het begrip is breder dan alleen auto of fiets. Eerst kijk je of een regel jou aanspreekt als weggebruiker. Dan weet je of die regel voor jou geldt.
Belangrijk onderscheid: sommige regels gelden voor alle weggebruikers, andere voor bestuurders. Een ruiter, geleider van dieren of menner van een wagen telt ook als bestuurder. Fietsers, bromfietsers en automobilisten ook. Loop je te voet met een fiets, bromfiets of motor aan de hand? Dan tel je als voetganger. Let op voertuigcategorieën in de vragen. Een bromfiets is geen motorvoertuig. Een snorfiets is een soort bromfiets. Een gehandicaptenvoertuig is een aparte categorie. Staat er 'motorvoertuig', dan geldt de regel niet voor bromfietsen of gehandicaptenvoertuigen. Staat er 'weggebruikers', dan geldt die juist voor iedereen.
Lees regels scherp. Staat er 'weggebruikers', dan geldt het voor iedereen, ook te voet of te paard. Je doorsnijdt geen militaire colonne of een uitvaartstoet van motorvoertuigen. Op autosnelwegen en autowegen gebruik je vluchtstrook, vluchthaven of berm alleen bij noodgevallen. Je moet bestuurders van een voorrangsvoertuig voor laten gaan. Staat er 'bestuurders', dan horen voetgangers daar niet bij. Sommige regels gelden alleen voor bepaalde bestuurders. Vrachtauto's en combinaties langer dan 7 meter blijven op autosnelwegen met drie of meer rijstroken op de twee meest rechterrijstroken. Behalve als zij moeten voorsorteren. Zo voorkom je instinkers op het examen.
Wat je moet onthouden
- Je doorsnijdt geen militaire colonne of uitvaartstoet van motorvoertuigen.
- Op autosnelwegen en autowegen gebruik je de vluchtstrook, vluchthaven of berm alleen bij noodgevallen.
- Je moet bestuurders van een voorrangsvoertuig voor laten gaan.
Misverstanden
- Denken dat voetgangers geen weggebruikers zijn.
- Bestuurder verwarren met automobilist. Een bestuurder is elke weggebruiker behalve een voetganger, dus ook ruiters, geleiders van dieren en menners met wagens.
- Denken dat alleen bestuurders van motorvoertuigen een voorrangsvoertuig voor laten gaan, terwijl alle weggebruikers moeten meewerken.
- De vluchtstrook nemen om te bellen of pauzeren. Dat mag alleen bij noodgevallen.
- Denken dat een bromfiets een motorvoertuig is. Een bromfiets is eigen categorie, een snorfiets is een soort bromfiets, en een gehandicaptenvoertuig is weer iets anders.
Niet verwarren met
- medeweggebruiker Weggebruiker is de overkoepelende term voor iedereen op of langs de weg, dus inclusief jezelf, niet alleen de anderen in het verkeer.
- passagier Een weggebruiker neemt zelf actief aan het verkeer deel op of langs de weg, niet iemand die uitsluitend wordt vervoerd.
Bron: Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (RVV 1990), artikel 16Weggebruikers mogen militaire colonnes en uitvaartstoeten van motorvoertuigen niet doorsnijden. § 7. Afslaan Lees het artikel op wetten.overheid.nl Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (RVV 1990), artikel 431 Het is de bestuurders verboden op een autosnelweg of autoweg hun voertuig te keren of achteruit te rijden. 2 Het is de bestuurders voorts verboden op de rijbaan van een autosnelweg of autoweg hun voertuig te laten stilstaan. 3 Behoudens in noodgevallen is het de weggebruikers verboden op een autosnelweg of autoweg gebruik te maken van de vluchtstrook, de vluchthaven of de berm. 4 Op een autosnelweg is het bestuurders van een samenstel van voertuigen met een totale lengte van meer dan 7 meter en van een vrachtauto verboden op een rijbaan met drie of meer rijstroken enig andere dan de twee meest rechts gelegen rijstroken te gebruiken. Het verbod geldt niet voor het geval zij moeten voorsorteren. § 17. Erven Lees het artikel op wetten.overheid.nl Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (RVV 1990), artikel 50Weggebruikers moeten bestuurders van een voorrangsvoertuig voor laten gaan. § 21. Loslopend vee Lees het artikel op wetten.overheid.nl
Waar dit bij hoort
Dit begrip komt aan bod in Gebruik van de weg, hoofdstuk 1 van de gratis theoriecursus.
Andere begrippen
Ook een rijschool nodig?
Dit begrip hoort bij de theorie. Die leer je hier gratis, voor de rijlessen heb je een rijschool nodig. Op Ribba vergelijk je rijscholen op het slagingspercentage van het CBR, het prijsniveau en de beoordelingen van eerdere leerlingen.
Rijscholen vergelijken