L16 · Informatie
Noodtelefoon
Hier bel je bij nood direct met de hulpdiensten via een vaste noodtelefoon.
Wat doe je als je dit bord ziet?
Krijg je pech of zie je een ongeval, stop zo ver mogelijk rechts op de vluchtstrook of in een pech- of vluchthaven. Zet je alarmlichten aan. Stap via de passagierszijde uit. Ga achter de vangrail staan en loop langs de veilige zijde naar de telefoon. Volg de aanwijzingen van de centralist en wacht op een veilige plek op hulp. Gebruik deze telefoon alleen bij noodgevallen, niet voor routinezaken.
Waar kom je dit bord tegen?
Je ziet dit bord vooral langs autosnelwegen en autowegen, vaak bij pechhavens en op regelmatige afstanden. In tunnels staat het ook, voor snel contact met de verkeerscentrale. Soms staat het bij een servicelocatie in de berm of op de wand van een tunnelbuis. Het markeert de plek van de noodtelefoon, of heel dichtbij.
De regel uitgelegd
Een noodtelefoon schakelt in nood snel en duidelijk hulp in. De lijn gaat direct naar een centrale die je locatie kent of snel bepaalt. Handig als je mobiel geen bereik heeft, leeg is, of plaatsbepaling lastig is. Omdat hij vast is geïnstalleerd, kan de centralist meekijken naar verkeer en veiligheidsmaatregelen in de omgeving.
Gebruik de noodtelefoon alleen bij pech, gevaar of een ongeval. Kun je veilig doorrijden naar een afrit, tankstation of pechhaven, doe dat liever dan onnodig stilstaan op de vluchtstrook. Moet je stoppen, zorg eerst voor je eigen veiligheid. Zet alarmlichten aan, plaats zo nodig een gevarendriehoek, stap via de passagierszijde uit en ga achter de vangrail staan. Steek nooit de rijbaan over naar een telefoon aan de overkant.
Bij het bellen vraagt de centralist wat er speelt, waar je staat en of er gewonden zijn. Kijk naar herkenningspunten zoals hectometerpaaltjes, een tunnelsectie of de aanduiding op de kast. Meld hoeveel personen betrokken zijn en of er gevaar is, zoals rook of lekkage. Wacht daarna op een veilige plek en ga niet zelf sleutelen als dat onveilig is.
Soms staan er meerdere veiligheidsvoorzieningen dicht bij elkaar, zoals een brandblusser of een vluchthaven. Dit bord geeft specifiek aan dat er een noodtelefoon is. Andere borden in de buurt kunnen andere voorzieningen markeren. Kijk dus goed naar het symbool, zodat je meteen naar de juiste hulpbron loopt.
Fouten die vaak gemaakt worden
- De noodtelefoon gebruiken voor niet-dringende vragen of om iemand op te halen, zonder nood.
- Oversteken naar de telefoon aan de overkant in plaats van in je eigen rijrichting te blijven.
- Eerst bellen en pas daarna je voertuig veiligstellen; veiligheid gaat altijd voor de melding.
- Denken dat een noodtelefoon een brandblusser is en zo tijd verliezen bij brand.
Niet verwarren met
- L18 , noodtelefoon en brandblusapparaat . Hier wordt uitsluitend een noodtelefoon aangegeven, niet samen met een brandblusapparaat.
- L15 , vluchthaven voorzien van een noodtelefoon en brandblusapparaat . Hier gaat het om een noodtelefoon zonder aanduiding van een vluchthaven of extra voorzieningen.
- L17 , brandblusapparaat . Hier bel je voor noodhulp, het gaat niet om een brandblusser.
Op het theorie-examen
Je herkent het symbool en weet dat je dit alleen bij pech of een ongeval gebruikt. Reken op situatieschetsen waarin je kiest voor veilig stoppen, uitstappen en bellen via de noodtelefoon.
Bron: Bijlage 1 RVV
Andere borden in deze groep
-
L13
verkeerstunnel
-
L14
Vluchthaven
-
L15
Vluchthaven voorzien van een noodtelefoon en brandblusapparaat
-
L17
Brandblusapparaat
-
L18
Noodtelefoon en brandblusapparaat
-
L19
Dichtstbijzijnde uitgang of twee dichtstbijzijnde uitgangen in de op het bord aangegeven richting en afstand
-
L20
Uitwijkplaats rechts van de weg
Ook een rijschool nodig?
Dit bord is examenstof. De theorie leer je hier gratis, voor de rijlessen heb je een rijschool nodig. Op Ribba vergelijk je rijscholen op het slagingspercentage van het CBR, het prijsniveau en de beoordelingen van eerdere leerlingen.
Rijscholen vergelijken