Toerental
Toerental is het aantal omwentelingen dat de motor per minuut maakt, afgelezen op de toerenteller (in duizendtallen omw/min). Het is niet hetzelfde als je rijsnelheid.
Toerental laat zien hoe vaak de krukas draait. Op de toerenteller staat 2,5 meestal voor 2.500 omw/min. Een hoger toerental geeft doorgaans meer trekkracht en snellere gasreactie, maar ook meer brandstofverbruik en geluid. Je snelheid op de weg hangt af van de gekozen versnelling én het toerental samen: in dezelfde versnelling is meer toerental meer snelheid, maar in een lagere versnelling kun je bij lage snelheid toch een hoog toerental hebben.
We onderscheiden stationair toerental en verhoogd toerental. Stationair toerental is draaien zonder gas geven. Verhoogd toerental is elk toerental boven stationair. In de praktijk rijd je soepel en zuinig door tijdig op te schakelen en onnodig hoge toerentallen te vermijden. Te laag toerental kan de motor laten bokken of zelfs laten afslaan; schakel dan terug. Voor vlot invoegen of inhalen helpt een wat hoger toerental binnen het veilige bereik. In auto’s met een automaat kiest de transmissie zelf, maar met gaspedaalstand, een handmatige stand of schakelflippers kun je het toerental beïnvloeden.
Bij emissietesten van voertuigen met een verbrandingsmotor met elektrische ontsteking (bijvoorbeeld benzine of gas) wordt gemeten bij twee toerentallen: de lambdawaarde en het koolmonoxidegehalte bij verhoogd toerental, en het koolmonoxidegehalte bij stationair toerental. Voor elke meting moeten motor en emissiesysteem op bedrijfstemperatuur zijn. Daaraan is voldaan als de motor ongeveer drie minuten rond 3.000 omw/min heeft gedraaid én daarnaast óf een proefrit is gemaakt óf de motorolie ten minste 80 °C is, gemeten met een deugdelijke olietemperatuurmeter.
Wat je moet onthouden
- Bij emissiecontrole wordt gemeten: lambdawaarde en koolmonoxide bij verhoogd toerental, en koolmonoxide bij stationair toerental.
- Voor elke emissiemeting moeten motor en emissiesysteem op bedrijfstemperatuur zijn. Dat is het geval als de motor circa drie minuten rond 3.000 omw/min heeft gedraaid en bovendien óf een proefrit heeft plaatsgevonden óf de motorolietemperatuur minimaal 80 °C is. De olietemperatuur wordt gecontroleerd met een deugdelijke olietemperatuurmeter.
- De grens voor het koolmonoxidegehalte bij stationair toerental geldt voor personenauto’s, bedrijfsauto’s en bussen met een verbrandingsmotor met elektrische ontsteking. De grens hangt af van de datum van eerste ingebruikname en, waar van toepassing, de uitrusting en brandstof.
- Koolmonoxidegrenzen bij stationair toerental: 4,5% vol. voor voertuigen in gebruik genomen na 31-12-1973 maar vóór 01-10-1986; 3,5% vol. voor voertuigen in gebruik genomen na 30-09-1986 maar vóór 01-07-2002; 0,5% vol. voor voertuigen in gebruik genomen na 31-12-1985 maar vóór 01-07-2002 die een emissiesysteem met katalysator en lambdasonde hebben; 0,3% vol. voor voertuigen in gebruik genomen na 30-06-2002.
- Voor voertuigen die volgens het kenteken op gas rijden (al dan niet tot vloeistof verdicht): 1,5% vol. bij ingebruikname na 31-12-1973 maar vóór 01-07-2002; 0,5% vol. bij ingebruikname na 30-06-2002.
- Bij het vaststellen van het koolmonoxidegehalte mag het tweede cijfer achter de komma buiten beschouwing worden gelaten.
- De genoemde grens voor koolmonoxide bij stationair toerental is niet van toepassing op hybride elektrische voertuigen.
- Deze emissieregels gelden niet voor voertuigen met andere motortypen of categorieën dan hierboven genoemd; ze zeggen dus niets over bijvoorbeeld dieselmotoren, motorfietsen of bromfietsen.
Misverstanden
- Denken dat drie minuten rond 3.000 omw/min, een proefrit en 80 °C motorolie losse alternatieven zijn. Vereist is drie minuten rond 3.000 omw/min én daarnaast óf een proefrit óf minimaal 80 °C motorolie, gemeten met een deugdelijke olietemperatuurmeter.
- Toerental verwarren met rijsnelheid. Je snelheid hangt af van versnelling én toerental samen.
- Geloven dat je altijd bij één vast toerental moet schakelen. Het hangt af van verkeer, helling, belading en gewenste acceleratie.
- Aannemen dat de stationair-koolmonoxidegrens voor alle voertuigen geldt. Die geldt alleen voor personenauto’s, bedrijfsauto’s en bussen met elektrische ontsteking; niet voor hybride elektrische voertuigen en niet voor bijvoorbeeld dieselmotoren.
- De schaal van de toerenteller verkeerd lezen. 2,5 staat meestal voor 2.500 omw/min.
- Denken dat zo laag mogelijk toerental altijd het zuinigst en beste is. Te laag toerental kan de motor laten trillen of afslaan; schakel tijdig terug.
Niet verwarren met
- maximumsnelheid Het toerental gaat over het aantal omwentelingen van de motor per minuut en zegt niets over je rijsnelheid of de limiet op de weg.
- cruise control Het toerental is een gemeten motortoestand, geen rijhulpsysteem.
- dashboard Het toerental is één specifieke waarde die je afleest op de toerenteller, niet het hele instrumentenpaneel.
Bron: Regeling voertuigen, artikel 40Controle werking emissiebeheersingssysteem 1. De goede werking van het emissiebeheersingssysteem wordt gecontroleerd door meting van de lambdawaarde en het koolmonoxidegehalte van de uitlaatgassen bij verhoogd toerental en door meting van het koolmonoxidegehalte bij stationair toerental. 2. Voor elke meting wordt gecontroleerd of de motor en het emissiebeheersingssysteem op bedrijfstemperatuur zijn. Hieraan wordt voldaan, indien de motor gedurende drie minuten op een toerental van ongeveer 3.000 omw/min heeft gedraaid en: a. een proefrit heeft plaatsgevonden, of b. de motorolietemperatuur minimaal 80 °C bedraagt. De motorolietemperatuur moet worden gecontroleerd met behulp van een deugdelijke olietemperatuurmeter. Lees het artikel op wetten.overheid.nl Regeling voertuigen, artikel 41Koolmonoxidegehalte bij stationair toerental 1. De uitlaatgassen van personenauto’s, bedrijfsauto’s en bussen met een verbrandingsmotor met elektrische ontsteking mogen bij stationair toerental en op bedrijfstemperatuur zijnde motor, niet meer koolmonoxide bevatten dan: a. 4.5% vol. koolmonoxide, indien het voertuig in gebruik is genomen na 31 december 1973, maar voor 1 oktober 1986; b. 3.5% vol. koolmonoxide, indien het voertuig in gebruik is genomen na 30 september 1986, maar voor 1 juli 2002; c. 0.5% vol. koolmonoxide, indien het voertuig in gebruik is genomen na 31 december 1985 maar voor 1 juli 2002 en het voertuig is uitgerust met een emissiebeheersingssysteem, dat bestaat uit een katalysator en een lambdasonde; d. 0.3% vol. koolmonoxide, indien het voertuig in gebruik is genomen na 30 juni 2002; e. 1.5% vol. koolmonoxide, indien het voertuig in gebruik is genomen na 31 december 1973 maar voor 1 juli 2002 en het voertuig volgens een aantekening in het kentekenregister voor dat voertuig wordt gevoed door een al dan niet tot vloeistof verdicht gas; f. 0.5% vol. koolmonoxide, indien het voertuig in gebruik is genomen na 30 juni 2002 en blijkens een aantekening in het kentekenregister voor dat voertuig wordt gevoed door een al dan niet tot vloeistof verdicht gas. Bij het vaststellen van het koolmonoxidegehalte mag het tweede cijfer achter de komma buiten beschouwing worden gelaten. 2. Het eerste lid is niet van toepassing op hybride elektrische voertuigen. Lees het artikel op wetten.overheid.nl
Waar dit bij hoort
Dit begrip komt aan bod in Je auto in orde: banden, verlichting en onderhoud, hoofdstuk 9 van de gratis theoriecursus.
Andere begrippen
Ook een rijschool nodig?
Dit begrip hoort bij de theorie. Die leer je hier gratis, voor de rijlessen heb je een rijschool nodig. Op Ribba vergelijk je rijscholen op het slagingspercentage van het CBR, het prijsniveau en de beoordelingen van eerdere leerlingen.
Rijscholen vergelijken