Voorrangsweg
Een voorrangsweg is het weggedeelte tussen B1 en B2 waar je doorgaande voorrang hebt op opeenvolgende kruispunten, behalve waar het kruispunt zelf anders is geregeld. Je blijft defensief rijden: tekens, lichten en verkeersveiligheid gaan altijd voor vlot doorrijden.
Tussen B1 en B2 loopt je voorrang door. Op elk kruispunt kijk je eerst of de voorrang daar apart is geregeld met verkeerslichten, haaientanden of borden zoals B6 of B7. Zijn zulke tekens er niet, dan blijft je voorrang gelden. Soms kom je halverwege in op een weg die al onder B1 valt; let dan op herhalingen van B1 en op wegindeling en markeringen. Zonder tekens spreken we van een gelijkwaardig kruispunt en dan geldt de algemene regel: verkeer van rechts gaat voor. Uitzonderingen daarop bestaan, maar die gelden alleen op gelijkwaardige kruispunten; zodra er tekens of lichten zijn, volg je die.
Voorrang gaat tussen bestuurders. Dat zijn onder meer bestuurders van motorvoertuigen, bromfietsers, snorfietsers, trambestuurders en bestuurders van een gehandicaptenvoertuig. Voetgangers zijn geen bestuurders. Toch laat je sommige weggebruikers voorgaan los van de voorrang op de rijbaan. Op een voetgangersoversteekplaats laat je voetgangers én bestuurders van een gehandicaptenvoertuig oversteken of zodra zij duidelijk op het punt staan dat te doen. Dit hoeft niet wanneer het voetgangerslicht rood is of geel knippert. Laat daarnaast blinden met een witte stok en mensen die zich moeilijk voortbewegen altijd veilig voorgaan.
Rij op een voorrangsweg voorspelbaar en blokkkeer geen kruispunt, ook niet met voorrang of groen licht. Kies een snelheid waarmee je vóór elk kruispunt kunt stoppen; iemand kan toch een fout maken. Trams gaan op gelijkwaardige kruispunten voor, maar bij lichten, haaientanden, B6 of B7 volg je die tekens, ook als dat betekent dat een tram wacht. Zie of hoor je een voorrangsvoertuig met optische en geluidssignalen, maak dan ruimte en laat het voorgaan. Parkeren heeft extra regels: buiten de bebouwde kom mag je niet op de rijbaan van een voorrangsweg parkeren. Bovendien parkeer je niet binnen vijf meter van een kruispunt. Onthoud ook: een bromfiets is geen motorvoertuig, een snorfiets is een soort bromfiets en een gehandicaptenvoertuig is weer iets anders. Voor de voorrang zijn ze allemaal bestuurders en tellen ze dus mee in de afweging wie wie laat gaan.
Wat je moet onthouden
- Tussen B1 en B2 heb je doorgaande voorrang op opeenvolgende kruispunten, behalve waar borden, markeringen of verkeerslichten dat specifieke kruispunt anders regelen.
- Zie je haaientanden of de borden B6 of B7, volg die tekens ook als je je op het traject tussen B1 en B2 bevindt.
- Op gelijkwaardige kruispunten zonder tekens gaat verkeer van rechts voor.
- Uitzondering op de rechts-gaat-voor-regel: bestuurders op een onverharde weg verlenen voorrang aan bestuurders op een verharde weg.
- Uitzondering op gelijkwaardige kruispunten: bestuurders verlenen voorrang aan trams; zodra tekens of lichten de voorrang regelen, volg je die.
- Op een voetgangersoversteekplaats laat je voetgangers én bestuurders van een gehandicaptenvoertuig oversteken of zodra zij kennelijk op het punt staan dat te doen; niet wanneer het voetgangerslicht rood is of geel knippert.
- Laat blinden met een witte stok en personen die zich moeilijk voortbewegen voorgaan.
- Laat voorrangsvoertuigen met optische en geluidssignalen voorgaan en maak zo nodig ruimte.
- Blokkeer geen kruispunt; rijd alleen op als je het volledig kunt vrijmaken.
- Parkeren buiten de bebouwde kom op de rijbaan van een voorrangsweg is verboden; parkeer bovendien niet binnen vijf meter van een kruispunt.
Misverstanden
- Op een voorrangsweg hoef je nooit te stoppen. Fout: tekens, verkeerslichten, file, een VOP of een voorrangsvoertuig kunnen je laten wachten.
- Doorlopende voorrang geldt ook tegenover voetgangers. Fout: voorrang gaat tussen bestuurders; op een VOP laat je wél voetgangers en bestuurders van een gehandicaptenvoertuig voorgaan.
- Trams hebben altijd voorrang, ook bij B6, B7 of haaientanden. Fout: bij tekens of lichten volg je die, ook voor trams.
- Bromfietsen en snorfietsen tellen als motorvoertuigen voor de voorrang. Fout: ze zijn géén motorvoertuigen, maar wel bestuurders; de voorrang tussen bestuurders geldt dus ook voor hen.
- Met voorrang of groen licht mag je een vol kruispunt oprijden. Fout: je mag geen kruispunt blokkeren.
- Buiten de bebouwde kom mag je op de rijbaan van een voorrangsweg parkeren als je niemand hindert. Fout: dat is verboden; gebruik een daarvoor bestemde voorziening.
Bron: Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (RVV 1990), artikel 14Bestuurders mogen een kruispunt niet blokkeren. § 5. Verlenen van voorrang Lees het artikel op wetten.overheid.nl Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (RVV 1990), artikel 151 Op kruispunten verlenen bestuurders voorrang aan voor hen van rechts komende bestuurders. 2 Op deze regel gelden de volgende uitzonderingen: a. bestuurders op een onverharde weg verlenen voorrang aan bestuurders op een verharde weg; b. bestuurders verlenen voorrang aan bestuurders van een tram. § 5a. Gedrag bij overwegen Lees het artikel op wetten.overheid.nl Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (RVV 1990), artikel 241 De bestuurder mag zijn voertuig niet parkeren: a. bij een kruispunt op een afstand van minder dan vijf meter daarvan; b. voor een inrit of een uitrit; c. buiten de bebouwde kom op de rijbaan van een voorrangsweg; d. op een parkeergelegenheid: 1°. voor zover zijn voertuig niet behoort tot de op het bord of op het onderbord aangegeven voertuigcategorie of groep voertuigen; 2°. op een andere wijze of met een ander doel dan op het bord of op het onderbord is aangegeven; 3°. op dagen of uren waarop dit blijkens het onderbord is verboden; e. langs een gele onderbroken streep; f. op een gelegenheid bestemd voor het onmiddellijk laden en lossen van goederen; g. op een parkeerplaats voor vergunninghouders, aangeduid door verkeersbord E9 van bijlage I , indien voor zijn voertuig geen vergunning tot parkeren op die plaats is verleend. 2 Indien onder de verkeersborden E4 tot en met E8, E12 en E13 van bijlage 1 , op een onderbord dagen of uren zijn vermeld, gelden de uit het bord of onderbord voortvloeiende geboden of verboden slechts gedurende de aangegeven dagen of uren. 3 De bestuurder mag zijn voertuig niet dubbel parkeren. 4 Indien een parkeergelegenheid, aangeduid met een van de verkeersborden E4 tot en met E10, E12 of E13 van bijlage 1 , is voorzien van parkeervakken, mag slechts in die vakken worden geparkeerd. Lees het artikel op wetten.overheid.nl Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (RVV 1990), artikel 491 Bestuurders moeten blinden, voorzien van een witte stok met één of meer rode ringen, en overigens alle personen die zich moeilijk voortbewegen, voor laten gaan. 2 Bestuurders moeten voetgangers en bestuurders van een gehandicaptenvoertuig, die op een voetgangersoversteekplaats oversteken of kennelijk op het punt staan zulks te doen, voor laten gaan. 3 Het tweede lid geldt niet voor bestuurders van een motorvoertuig dat behoort tot een militaire colonne of een uitvaartstoet van motorvoertuigen. 4 Het tweede lid geldt evenmin, indien voor de voetgangers en de bestuurders van een gehandicaptenvoertuig een rood voetgangerslicht of een geel knipperlicht als bedoeld in artikel 74, tweede lid , van toepassing is. § 20. Voorrangsvoertuigen Lees het artikel op wetten.overheid.nl Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (RVV 1990), artikel 50Weggebruikers moeten bestuurders van een voorrangsvoertuig voor laten gaan. § 21. Loslopend vee Lees het artikel op wetten.overheid.nl
Waar dit bij hoort
Dit begrip komt aan bod in Gebruik van de weg, hoofdstuk 1 van de gratis theoriecursus.
Andere begrippen
Ook een rijschool nodig?
Dit begrip hoort bij de theorie. Die leer je hier gratis, voor de rijlessen heb je een rijschool nodig. Op Ribba vergelijk je rijscholen op het slagingspercentage van het CBR, het prijsniveau en de beoordelingen van eerdere leerlingen.
Rijscholen vergelijken