Geluidssignaal

geluidssignaal in het verkeer

Een geluidssignaal is het gebruik van de hoorn om anderen te waarschuwen bij dreigend gevaar. Je mag alleen toeteren om een gevaarlijke situatie te voorkomen, niet om iets anders duidelijk te maken.

Wat is het in de praktijk? Als bestuurder geef je een kort en duidelijk claxongeluid als er direct gevaar dreigt en jouw waarschuwing nodig is om een aanrijding of ander gevaar te voorkomen. Denk aan: een auto die onverwacht jouw rijstrook instuurt, een voetganger die zonder te kijken voor je stapt, of een fietser in je dode hoek die jou niet heeft gezien. Toeter niet om te straffen, te bedanken, te groeten of frustratie te uiten. Stop met toeteren zodra de ander reageert of het gevaar voorbij is.

Hoe beoordeel je “dreigend gevaar”? Het gaat om situaties waarin binnen korte tijd iets mis kan gaan als de ander je niet opmerkt. Eerst anticipeer je zelf: snelheid aanpassen, afstand houden, remklaar zijn en waar mogelijk uitwijken. Helpt dat niet genoeg of word je niet gezien, dan pas een geluidssignaal. Ook in de nacht of in stille straten geldt dezelfde regel: alleen gebruiken om gevaar af te wenden. Een kort signaal is meestal voldoende en voorkomt onnodige overlast.

Wat mag je voertuig aan geluid maken? Voor personenauto’s is de door de bestuurder te geven geluidssignaalinrichting de hoorn met vaste toonhoogte. Je auto heeft dus een goed werkende claxon. Een set tegelijk werkende hoorns met vaste toonhoogte mag en telt als één hoorn. Een tweetonige hoorn of sirene is bestemd voor bepaalde hulpdiensten; die monteer of gebruik je niet in een gewone personenauto. Andere geluiden die het voertuig kán geven, zoals een achteruitrijpieper, een diefstal- of toegangsalarmsignaal of een akoestisch voertuigwaarschuwingssysteem bij elektrische auto’s op lage snelheid, zijn géén door de bestuurder te geven verkeerssignaal en vervángen de hoorn niet. Het eCall-systeem kan een interne waarschuwing geven als het niet goed werkt; dat is onderhoudsinformatie, geen verkeerssignaal.

Knippersignaal met licht mag ook, maar alleen met hetzelfde doel: gevaar afwenden. Kort knipperen met je verlichting kan soms beter opvallen dan geluid. Gebruik licht niet om ‘afspraken’ te maken over voorrang, om iemand te laten invoegen of om je gelijk te halen. Houd het bij kort waarschuwen, zonder te verblinden.

Wat je moet onthouden

  • Gebruik de claxon alleen om dreigend gevaar af te wenden.
  • Geef een kort, duidelijk signaal en stop zodra het gevaar voorbij is.
  • Je mag kort met de verlichting knipperen, maar alleen om gevaar te voorkomen.
  • Toeter niet om te groeten, te bedanken, te waarschuwen voor controles of je ongenoegen te tonen.
  • De door de bestuurder te geven geluidssignaalinrichting in een personenauto is de hoorn met vaste toonhoogte; die moet goed werken.
  • Een samenstel van tegelijk werkende hoorns met vaste toonhoogte mag en telt als één hoorn.
  • Sirene of tweetonige hoorn is voorbehouden aan aangewezen diensten en niet toegestaan op een gewone personenauto.
  • Achteruitrijpiepers, alarmsirenes en akoestische waarschuwingssystemen zijn geen vervanging voor de claxon en niet bedoeld als door de bestuurder gegeven signaal.
  • Motor of uitlaat laten brullen is geen toegestaan verkeerssignaal.
  • De hoofdregel geldt overal en altijd, ook ’s nachts: alleen bij dreigend gevaar.

Misverstanden

  • Denken dat elk hard voertuiggeluid (motor, uitlaat, achteruitrijpieper, AVAS) telt als geluidssignaal voor het verkeer.
  • Toeteren om iemand te bedanken, te groeten of te laten schrikken.
  • Langdurig toeteren om anderen ‘weg te drukken’ of je gelijk te halen.
  • Aannemen dat toeteren ’s nachts verboden is; het mag als het nodig is om gevaar af te wenden.
  • Lichtsignalen gebruiken om voorrang af te spreken of iemand te laten invoegen.
  • Verwarren van een storingssignaal van het eCall-systeem met een verkeerswaarschuwing.
  • Denken dat je een tweetonige hoorn of sirene in een gewone personenauto mag monteren.
  • Menen dat je buiten de bebouwde kom vrijer mag toeteren; de beperking geldt overal.

Niet verwarren met

  • claxonneren Hier gaat het om het waarschuwingsgeluid zelf om dreigend gevaar af te wenden, dat ook met andere toegestane voertuiggeluiden dan alleen de claxon kan worden gegeven.
  • knippersignaal Hier gaat het om een geluidssignaal van je voertuig om direct gevaar af te wenden, niet om een lichtsein met je koplampen.
  • optische en geluidssignalen Hier gaat het om jouw eigen korte geluidswaarschuwing in het normale verkeer, niet om de speciale signalen van voorrangsvoertuigen.

Bron: Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (RVV 1990), artikel 28Bestuurders mogen slechts geluidssignalen en knippersignalen geven ter afwending van dreigend gevaar. Lees het artikel op wetten.overheid.nl Regeling voertuigen, artikel 5.2.71Eisen Wijze van Keuren 1. Personenauto’s moeten zijn voorzien van ten minste een geluidssignaalinrichting die bestaat uit een goed werkende hoorn met vaste toonhoogte. Een samenstel van zodanige, tegelijk werkende hoorns wordt als één hoorn beschouwd. Visuele en auditieve controle, waarbij de hoorn in werking wordt gesteld. 2. Personenauto’s mogen zijn voorzien van een geluidssignaalinrichting die andere weggebruikers erop attent maakt dat de achteruitversnelling van het voertuig is ingeschakeld, alsmede van een geluidssignaalinrichting die ertoe strekt ongeoorloofd gebruik, diefstal van of ongeoorloofde toegang tot het voertuig te voorkomen. Leden 2 tot en met 5: visuele en auditieve controle. Aan deze eis wordt niet getoetst tijdens de periodieke keuring ten behoeve van de afgifte van een keuringsrapport. 3. Hybride elektrische of elektrische personenauto’s mogen zijn voorzien van een akoestisch voertuigwaarschuwingssysteem dat werkt tot het voertuig een snelheid van 25 km/h heeft bereikt. 4. Personenauto’s in gebruik bij de in artikel 29, eerste lid, van het RVV 1990 bedoelde diensten, die de daar genoemde signalen mogen voeren, moeten zijn voorzien van een tweetonige hoorn. 5. Met uitzondering van personenauto’s in gebruik bij de in artikel 30b van het RVV 1990 bedoelde diensten, die de daar genoemde signalen mogen voeren, mogen personenauto’s niet zijn voorzien van andere geluidssignaalinrichtingen dan bedoeld in het eerste tot en met vierde lid. 6. Het eCall-boordsysteem van personenauto’s moet deugdelijk zijn geïnstalleerd en geconfigureerd en goed werken. Visuele en auditieve controle. Wanneer na het starten van de motor een optisch of akoestisch waarschuwingssignaal wordt afgegeven dat het systeem niet goed functioneert, wordt ervan uitgegaan dat niet aan deze eis is voldaan. In geval van twijfel wordt een rijproef uitgevoerd. Indien mogelijk door de technische kenmerken van het voertuig en indien de nodige gegevens beschikbaar zijn, wordt de controle mede uitgevoerd met behulp van een elektronische interface. Lees het artikel op wetten.overheid.nl

Waar dit bij hoort

Dit begrip komt aan bod in Veilig rijden en reageren in noodsituaties, hoofdstuk 4 van de gratis theoriecursus.

Andere begrippen

Ook een rijschool nodig?

Dit begrip hoort bij de theorie. Die leer je hier gratis, voor de rijlessen heb je een rijschool nodig. Op Ribba vergelijk je rijscholen op het slagingspercentage van het CBR, het prijsniveau en de beoordelingen van eerdere leerlingen.

Rijscholen vergelijken