Voor rijscholen
WRM-bijscholing 42: Leerlingvolgsysteem in de praktijk
Cursus 42 is de WRM-bijscholing over de instructievorderingenkaart: waar een leerling hoort te staan, waar hij werkelijk staat, en hoe je dat verschil omzet in het doel van de volgende les. Eén lesdag, twee dagdelen, ook erkend voor RIS. Dit is wat je leert, wat je moet kunnen demonstreren, en bij welke opleiders je hem volgt.
Waar cursus 42 over gaat
De meeste rijinstructeurs houden ergens bij hoe een leerling ervoor staat — op een kaart, in een app of in hun hoofd. WRM-bijscholingscursus 42, bij IBKI Leerlingvolgsysteem in de praktijk geheten, gaat over de vraag die daaronder ligt: hoe weet je of een leerling ver genoeg is, en hoe wordt dat oordeel iets waar je de volgende les op kunt bouwen?
Het instrument daarvoor is de instructievorderingenkaart. Die legt per onderdeel vast welk niveau een leerling op dit punt hoort te hebben. Zet je daar de meting naast — wat hij werkelijk laat zien — dan is het verschil tussen die twee precies het onderwerp van de volgende les. Dat is de kern van de cursus, en meteen de reden dat "een kaart invullen" iets anders is dan "bijhouden hoe het gaat".
De cursus duurt één dag en telt voor twee dagdelen theoretische bijscholing binnen de vijfjaarsperiode van je WRM-pas. Hoe die periode werkt en wat er verder in zit, staat in onze gids WRM-pas en bijscholing.
Ook erkend voor RIS
Cursus 42 staat op de lijst bijscholingen die ook meetellen voor RIS (Rijopleiding in Stappen). Dat is geen toeval: één van de eindtermen gaat er specifiek over. Je moet kunnen verklaren wat het verschil én de overeenkomst is tussen de drie fases van RIS en de vier fases uit de onderwijskunde, en die kunnen onderverdelen in stappen.
Het zijn twee manieren om dezelfde opleiding in te delen, en ze lopen niet één op één gelijk. Een fase uit het ene stelsel kan met meer dan één fase uit het andere overeenkomen. Wie met RIS werkt en tegelijk onderwijskundig moet kunnen verantwoorden wat hij doet, heeft beide nodig.
Wat je na afloop moet kunnen
De eindtermen zijn concreter dan bij veel andere bijscholingen, en elf van de twaalf beginnen met beschrijven, benoemen of verklaren. Hieronder staan ze woordelijk:
- De rij-instructeur kan beschrijven wat een leerplan, leergang en een lesplan is.
- De rij-instructeur kan beschrijven wat toetsen is.
- De rij-instructeur kan beschrijven wat het verschil is tussen een aanvangsniveau en een vorige les.
- De rij-instructeur kan beschrijven wat het verschil is tussen het gewenste (vereiste) aanvangsniveau (door middel van de instructievorderingenkaart) en het feitelijke aanvangsniveau (gemeten in de praktijk).
- De rij-instructeur kan een juiste doelstelling van de les benoemen en dit aan het einde van de les ook terugkoppelen op de instructievorderingenkaart middels een niveau.
- De rij-instructeur kan beschrijven wat ‘aansluiting met voorgaande lesonderwerpen’ inhoudt en verklaren waar op de instructievorderingenkaart deze relatie ligt.
- Speciaal voor RIS-instructeurs: De rij-instructeur kan verklaren wat het verschil/de overeenkomst is tussen de 3 fases binnen de RIS-opleiding en de 4 fases binnen onderwijskunde en deze weer onderverdelen in stappen.
- De rij-instructeur kan een logische opbouw in lesonderwerpen verklaren en dit ook benoemen op een instructievorderingenkaart.
- De rij-instructeur kan beschrijven wat feedback is en kan verklaren wanneer deze moet plaatsvinden.
- De rij-instructeur kan het verschil tussen een product- en een procesevaluatie benoemen.
- De rij-instructeur kan beschrijven hoe een lesplan is opgebouwd en waar in het lesplan feedback gegeven moet worden en/of een evaluatie moet plaatsvinden.
- De rij-instructeur kan demonstreren hoe hij een instructievorderingenkaart moet invullen.
Let op die laatste. Die begint niet met "beschrijven" maar met demonstreren: je moet het kunnen laten zien, niet alleen uitleggen. In de praktijkbegeleiding kijkt een beoordelaar van IBKI mee met een echte les die jij geeft.
De twee woorden waar het meestal misgaat
Aanvangsniveau is niet "de vorige les"
Het aanvangsniveau is waar de leerling nu staat op een onderdeel — niet wat er de vorige keer toevallig op de kaart kwam. En het gewenste aanvangsniveau is weer iets anders dan het feitelijke: het eerste staat op de kaart, het tweede meet je in de auto. Het verschil tussen die twee is wat je gaat oefenen. Eindterm 3 en 4 gaan hier allebei over, en dat is geen toeval.
Product is niet hetzelfde als proces
Bij een productevaluatie kijk je of de handeling lukte: kwam de auto netjes tot stilstand? Bij een procesevaluatie of de leerling zelf de goede keuzes maakte: keek hij op tijd, remde hij om de juiste reden? Een leerling die het product haalt maar het proces niet, is de leerling die slaagt op de oefening en zakt op het examen. Daarom staan ze als aparte eindterm in de cursus.
Waar je cursus 42 kunt volgen
IBKI stelt de cursus vast maar geeft hem niet zelf — erkende opleiders (partners van IBKI) voeren hem uit, en inschrijving en betaling regel je rechtstreeks met hen. Handig om te weten: dezelfde cursus heet niet overal hetzelfde. Het nummer 42 is de constante; de titel verschilt per opleider.
Deze opleiders bieden cursus 42 aan (nagelopen in september 2026). Data, prijzen en locaties wisselen per periode, dus kijk voor het actuele rooster altijd op de pagina van de opleider zelf:
| Opleider | Heet daar | Locaties |
|---|---|---|
| Lenoir Opleidingen | Leerlingvolgsysteem in de praktijk | Klassikaal op wisselende locaties (o.a. Eindhoven) en als webinar |
| De Verkeersacademie | Invullen van een leskaart (ook RIS) | Nieuwegein, Best, Zwolle, Amsterdam, Delft, Arnhem, Drachten |
| De Rijopleider | Leerlingvolgsysteem in de praktijk | Enschede |
Dit is geen uitputtende lijst en geen aanbeveling: er zijn meer erkende opleiders, en het volledige aanbod met alle partners staat bij IBKI. Staat jouw opleider er niet bij, vraag hem dan simpelweg of hij cursus 42 op het programma heeft.
Van de cursus naar je eigen praktijk
Bekwaam word je van lesgeven, niet van software. Maar de begrippen uit deze cursus moet je ergens kunnen aanwijzen en demonstreren, en dat gaat lastig als je vorderingen op losse papieren kaarten bijhoudt. Ribba heeft de instructievorderingenkaart digitaal: streefniveau naast de gemeten score, product- en procesevaluatie apart, een lesdoel dat uit de kaart komt en er na afloop op teruggekoppeld wordt, en RIS naast de onderwijskundige fases.
Bekijk het leerlingvolgsysteem van Ribba →
Kort samengevat
- Cursus 42 heet bij IBKI "Leerlingvolgsysteem in de praktijk".
- Eén lesdag, twee dagdelen theoretische bijscholing.
- Ook erkend voor RIS; één eindterm gaat over de drie RIS-fases naast de vier onderwijskundige.
- Twaalf eindtermen, waarvan de laatste demonstreren is en niet beschrijven.
- Te volgen bij erkende opleiders, niet bij IBKI zelf — en niet overal onder dezelfde naam.
Veelgestelde vragen
Wat is WRM-bijscholingscursus 42?
Cursus 42 heet bij IBKI "Leerlingvolgsysteem in de praktijk". Hij gaat over de instructievorderingenkaart: waar een leerling hoort te staan, waar hij werkelijk staat, en hoe je dat verschil omzet in een doel voor de volgende les. De cursus duurt één dag en telt voor twee dagdelen theoretische bijscholing.
Hoeveel dagdelen telt cursus 42?
Twee. Het is één lesdag, die meetelt als twee dagdelen van je verplichte theoretische bijscholing binnen de vijfjaarsperiode van je WRM-pas.
Is cursus 42 RIS-erkend?
Ja. 42 staat op de lijst bijscholingscursussen die ook meetellen voor RIS-instructeurs. Eén van de eindtermen gaat specifiek over het verschil tussen de drie RIS-fases en de vier onderwijskundige fases.
Waar kan ik cursus 42 volgen?
IBKI stelt de cursus vast, maar geeft hem niet zelf: erkende opleiders (partners van IBKI) voeren hem uit, en je regelt inschrijving en betaling rechtstreeks met hen. Dezelfde cursus heet bij de ene opleider "Leerlingvolgsysteem in de praktijk" en bij de andere bijvoorbeeld "Invullen van een leskaart" — het nummer 42 is de constante.
Wat kost cursus 42?
Dat verschilt per opleider; reken op het niveau van een gewoon bijscholingsdagdeel. Omdat prijzen en data per opleider en per periode wisselen, staan ze hier bewust niet — kijk op de pagina van de opleider zelf.
Moet ik na de cursus iets kunnen laten zien?
Ja. De laatste eindterm is niet "beschrijven" maar "demonstreren": je moet kunnen laten zien hoe je een instructievorderingenkaart invult. In de praktijkbegeleiding kijkt een beoordelaar van IBKI mee met een echte les die jij geeft.
Run je rijschool vanuit één app
Planning, leerlingbeheer, facturatie en CBR-koppeling: Ribba regelt de administratie, jij geeft les. De eerste maand is gratis.
Probeer Ribba gratisBronnen
Lees ook
Rijinstructeur worden
Alles over het vak van rijinstructeur: de WRM-opleiding, examens bij IBKI, kosten, duur en je kansen op de arbeidsmarkt.
Rijinstructeur salaris
Het salaris van een rijinstructeur in loondienst, de tarieven en verdiensten als zzp'er, en wat je overhoudt na kosten.
WRM-bijscholing
Je WRM-pas is vijf jaar geldig. Alles over de verplichte bijscholing, praktijkbegeleiding en het verlengen van je bevoegdheid.
Rijschool beginnen
Van WRM-bevoegdheid tot KvK-inschrijving, lesauto en planning: het complete stappenplan om een eigen rijschool te starten.