Verkeersbord F6: Bestuurders uit tegengestelde richting moeten verkeer dat van deze richting nadert voor laten gaan

F6 · Overige geboden en verboden

Bestuurders uit tegengestelde richting moeten verkeer dat van deze richting nadert voor laten gaan

Je hebt voorrang op tegemoetkomend verkeer bij een versmalling of knelpunt.

Bord F6 Bestuurders uit tegengestelde richting moeten verkeer dat van deze richting nadert voor laten gaan langs een Nederlandse weg

Wat doe je als je dit bord ziet?

Nader de versmalling op tijd en pas je snelheid aan. Geef duidelijk aan dat je doorrijdt, maar dwing niets af. Zit een tegenligger al in het smalle deel of er vlakbij? Dan stop je en laat je hem eerst gaan. Neem rechts positie, handen aan het stuur, klaar om te remmen, en rijd beheerst door. Zo nodig stem je af met een kort gebaar of oogopslag.

Waar kom je dit bord tegen?

Je ziet dit bord vaak bij een smalle brug, een dijkweg of een chicane waar maar één voertuig tegelijk past. Ook staat het bij versmallingen door verkeersheuvels of middeneilanden in woonwijken. Tijdens wegwerkzaamheden kan het bij tijdelijke rijbaanafzettingen staan. Op smalle landwegen met bomen of geparkeerde auto's regelt het de doorgang.

De regel uitgelegd

Dit bord regelt de voorrang bij een versmalling. Het tegemoetkomende verkeer moet je voor laten gaan. Voor laten gaan is de ander eerst laten passeren. De witte pijl toont de richting met voorrang, de rode pijl wie wacht. Zo voorkom je dat je tegelijk het smalle deel inrijdt.

Voorrang hebben is geen vrijbrief om hard te rijden. Nader rustig, kijk ver vooruit en beoordeel de positie van de tegenligger. Zit hij nog buiten de versmalling en kan hij wachten? Zit hij al in het smalle deel, dan laat je hem eerst passeren, ook als je formeel voorrang had. Je voorkomt de aanrijding.

Reken op langere remwegen bij nat wegdek en op beperkt zicht door geparkeerde auto's, hekken of bouwschermen. Geef grote of lange voertuigen extra ruimte, zij hebben meer bocht- en uitzwaairuimte nodig. Gebruik je snelheid en je plaats op de weg om te communiceren. Lichtsignalen of claxons zijn zelden nodig en kunnen verwarren.

Soms staat aan de andere kant een wachtrij. Rijd ordelijk door, maar breek de rij als de overzijde anders onnodig lang stilstaat. Krijg je aanwijzingen van een verkeersregelaar of staat er tijdelijk een verkeerslicht? Dan volg je die. Let na de versmalling op invoegende fietsers of voetgangers bij het knelpunt.

Fouten die vaak gemaakt worden

  • Denken dat je altijd kunt doorrijden, ook als een tegenligger al in de versmalling zit.
  • Te hard naderen waardoor je niet meer kunt stoppen wanneer de situatie verandert.
  • De pijlen verkeerd lezen en aannemen dat rood jouw richting met voorrang is.
  • Tegelijk met een tegenligger het smalle deel inrijden uit angst om je plek te verliezen.

Niet verwarren met

  • F5 , verbod voor bestuurders door te gaan bij nadering van verkeer uit tegengestelde richting . Bij jouw bord heb jij voorrang op tegemoetkomend verkeer; zij moeten jou voor laten gaan.

Op het theorie-examen

Je herkent aan het bord en de pijlkleur dat je voorrang hebt op de versmalling. Reken op vragen wie eerst gaat, je of de tegenligger, en op situaties waarin je ondanks je voorrang toch kort wacht voor de veiligheid.

Bron: Bijlage 1 RVV

Andere borden in deze groep

Ook een rijschool nodig?

Dit bord is examenstof. De theorie leer je hier gratis, voor de rijlessen heb je een rijschool nodig. Op Ribba vergelijk je rijscholen op het slagingspercentage van het CBR, het prijsniveau en de beoordelingen van eerdere leerlingen.

Rijscholen vergelijken