Hoofdstuk 4 K+

Veilig rijden en reageren in noodsituaties

Gebruik alleen signalen om gevaar af te wenden, zet de juiste lichten aan bij nacht, slecht zicht, mist en bij stilstaan, en zorg dat iedereen correct is vastgemaakt met gordel of kinderzitje. In nood zet je waarschuwingslichten aan of plaats je een gevarendriehoek volgens de regels.