<!-- Machine-leesbare versie van https://ribba.nl/begrippen/voorrangskruispunt -->

> Een voorrangskruispunt is een kruispunt waar de volgorde vaststaat. Dat kan via de basisregel rechts gaat voor, of met borden, markeringen of verkeerslichten.

# Voorrangskruispunt

![voorrangskruispunt in het verkeer](/begrippen/voorrangskruispunt.webp?v=a704472d)

Een voorrangskruispunt is een kruispunt waar de volgorde vaststaat. Dat kan via de basisregel rechts gaat voor, of met borden, markeringen of verkeerslichten.

Zonder borden of verkeerslichten geldt op een kruispunt: je verleent voorrang aan bestuurders die van rechts komen. Voorrang verlenen is de ander eerst laten gaan. Bestuurders zijn alle weggebruikers behalve voetgangers. Dat zijn fietsers, bromfietsers, snorfietsers, bestuurders van een [gehandicaptenvoertuig](/begrippen/gehandicaptenvoertuig) en bestuurders van motorvoertuigen. Een bromfiets is geen [motorvoertuig](/begrippen/motorvoertuig), maar de bestuurder is wel bestuurder. Kom je vanaf een onverharde weg op een verharde weg, dan verleen jij voorrang, ook als je van rechts komt. Ten opzichte van de basisregel verlenen bestuurders voorrang aan een tram. Dat betekent niet dat een tram altijd eerst mag. Regelen borden, markeringen of verkeerslichten het anders, dan volg je die.

Een voorrangskruispunt kan duidelijk zijn aangegeven. Dat gebeurt met borden [B1](/verkeersborden/b1), [B2](/verkeersborden/b2), [B3](/verkeersborden/b3), [B4](/verkeersborden/b4), [B5](/verkeersborden/b5), [B6](/verkeersborden/b6) en [B7](/verkeersborden/b7), en met markeringen zoals [haaientanden](/begrippen/haaientanden). Haaientanden zijn witte driehoeken op het wegdek. Verkeerslichten en aanwijzingen van een [verkeersregelaar](/begrippen/verkeersregelaar) gaan altijd voor op borden en op de basisregel. Zie je haaientanden op jouw rijstrook, dan verleen jij voorrang en stop je zo nodig. Rijd een kruispunt alleen op als je het ook weer kunt verlaten. Blokkeer het kruispunt niet. Pas op tijd je snelheid aan, kijk ver vooruit en controleer de zijwegen. Laat met koers en snelheid zien of je gaat of juist voorrang verleent.

Voetgangers vallen niet onder de voorrangsregels voor bestuurders. Toch zijn er situaties waarin jij hen moet voor laten gaan. Voor laten gaan is hen eerst laten oversteken. Laat blinden met een witte stok met rode ringen en mensen die zich moeilijk voortbewegen voorgaan. Op een [voetgangersoversteekplaats](/begrippen/voetgangersoversteekplaats) laat je voetgangers en bestuurders van een gehandicaptenvoertuig voorgaan. Behalve als voor hen een rood voetgangerslicht of een geel knipperlicht geldt. Die plicht geldt niet voor bestuurders in een [militaire colonne](/begrippen/militaire-colonne) of [uitvaartstoet](/begrippen/uitvaartstoet) van motorvoertuigen. Geef bestuurders van een [voorrangsvoertuig](/begrippen/voorrangsvoertuig) altijd de ruimte om door te gaan. Parkeren mag niet binnen vijf meter van een kruispunt en niet voor een inrit of [uitrit](/begrippen/uitrit). Buiten de [bebouwde kom](/begrippen/bebouwde-kom) parkeer je niet op de rijbaan van een weg die is aangeduid met [B1](/verkeersborden/b1). Parkeer op aangewezen plaatsen zoals aangegeven, en alleen binnen parkeervakken als die aanwezig zijn.

## Wat je moet onthouden

-   Zonder borden of verkeerslichten verleen je op een kruispunt voorrang aan bestuurders die van rechts komen.
-   Kom je van een onverharde weg op een verharde weg, dan verleen jij voorrang.
-   Ten opzichte van de basisregel verlenen bestuurders voorrang aan een tram; regelen borden, markeringen of verkeerslichten het anders, dan volg je die.
-   Haaientanden op jouw rijstrook betekenen: jij verleent voorrang en stopt zo nodig.
-   Verkeerslichten en aanwijzingen van een verkeersregelaar gaan voor op borden en op de basisregel.
-   Rijd een kruispunt niet op als je het niet direct kunt verlaten; blokkeer het kruispunt niet.
-   Laat blinden met een witte stok met rode ringen en personen die zich moeilijk voortbewegen voorgaan.
-   Op een voetgangersoversteekplaats laat je voetgangers en bestuurders van een gehandicaptenvoertuig voorgaan, behalve als voor hen een rood voetgangerslicht of geel knipperlicht geldt; deze plicht geldt niet voor bestuurders in een militaire colonne of uitvaartstoet van motorvoertuigen.
-   Laat bestuurders van een voorrangsvoertuig voorgaan.
-   Parkeer niet binnen vijf meter van een kruispunt en, buiten de bebouwde kom, niet op de rijbaan van een weg die is aangeduid met [B1](/verkeersborden/b1).

## Misverstanden

-   Aannemen dat voetgangers meedoen met ‘rechts gaat voor’. De basisregel geldt tussen bestuurders, niet voor voetgangers.
-   Aannemen dat haaientanden altijd stop betekenen. Je stopt alleen als dat nodig is om voorrang te verlenen.
-   Geloven dat een tram altijd als eerste mag. De voorrang kan anders zijn geregeld met borden, markeringen of verkeerslichten.
-   Zeggen dat ‘de juiste code [B7](/verkeersborden/b7) is, niet [B5](/verkeersborden/b5)’. Beide codes bestaan en betekenen iets anders.
-   Het verbod op blokkeren vergeten; toch oprijden terwijl de uitrijruimte ontbreekt.
-   Denken dat een bromfiets een motorvoertuig is. Een bromfiets is geen motorvoertuig, maar de bestuurder is wel bestuurder voor de voorrangsregels.
-   Op een voetgangersoversteekplaats altijd stoppen, ook bij rood voetgangerslicht of geel knipperlicht. In die situatie hoef je hen niet voor te laten gaan.
-   Parkeren binnen vijf meter van een kruispunt of, buiten de bebouwde kom, op de rijbaan van een weg die is aangeduid met [B1](/verkeersborden/b1).

Bron: **Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (RVV 1990), artikel 14**Bestuurders mogen een kruispunt niet blokkeren. § 5. Verlenen van voorrang [Lees het artikel op wetten.overheid.nl](https://wetten.overheid.nl/BWBR0004825/2026-07-01#Artikel14) **Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (RVV 1990), artikel 15**1 Op kruispunten verlenen bestuurders voorrang aan voor hen van rechts komende bestuurders. 2 Op deze regel gelden de volgende uitzonderingen: a. bestuurders op een onverharde weg verlenen voorrang aan bestuurders op een verharde weg; b. bestuurders verlenen voorrang aan bestuurders van een tram. § 5a. Gedrag bij overwegen [Lees het artikel op wetten.overheid.nl](https://wetten.overheid.nl/BWBR0004825/2026-07-01#Artikel15) **Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (RVV 1990), artikel 24**1 De bestuurder mag zijn voertuig niet parkeren: a. bij een kruispunt op een afstand van minder dan vijf meter daarvan; b. voor een inrit of een uitrit; c. buiten de bebouwde kom op de rijbaan van een voorrangsweg; d. op een parkeergelegenheid: 1°. voor zover zijn voertuig niet behoort tot de op het bord of op het onderbord aangegeven voertuigcategorie of groep voertuigen; 2°. op een andere wijze of met een ander doel dan op het bord of op het onderbord is aangegeven; 3°. op dagen of uren waarop dit blijkens het onderbord is verboden; e. langs een gele onderbroken streep; f. op een gelegenheid bestemd voor het onmiddellijk laden en lossen van goederen; g. op een parkeerplaats voor vergunninghouders, aangeduid door verkeersbord E9 van bijlage I , indien voor zijn voertuig geen vergunning tot parkeren op die plaats is verleend. 2 Indien onder de verkeersborden E4 tot en met E8, E12 en E13 van bijlage 1 , op een onderbord dagen of uren zijn vermeld, gelden de uit het bord of onderbord voortvloeiende geboden of verboden slechts gedurende de aangegeven dagen of uren. 3 De bestuurder mag zijn voertuig niet dubbel parkeren. 4 Indien een parkeergelegenheid, aangeduid met een van de verkeersborden E4 tot en met E10, E12 of E13 van bijlage 1 , is voorzien van parkeervakken, mag slechts in die vakken worden geparkeerd. [Lees het artikel op wetten.overheid.nl](https://wetten.overheid.nl/BWBR0004825/2026-07-01#Artikel24) **Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (RVV 1990), artikel 49**1 Bestuurders moeten blinden, voorzien van een witte stok met één of meer rode ringen, en overigens alle personen die zich moeilijk voortbewegen, voor laten gaan. 2 Bestuurders moeten voetgangers en bestuurders van een gehandicaptenvoertuig, die op een voetgangersoversteekplaats oversteken of kennelijk op het punt staan zulks te doen, voor laten gaan. 3 Het tweede lid geldt niet voor bestuurders van een motorvoertuig dat behoort tot een militaire colonne of een uitvaartstoet van motorvoertuigen. 4 Het tweede lid geldt evenmin, indien voor de voetgangers en de bestuurders van een gehandicaptenvoertuig een rood voetgangerslicht of een geel knipperlicht als bedoeld in artikel 74, tweede lid , van toepassing is. § 20. Voorrangsvoertuigen [Lees het artikel op wetten.overheid.nl](https://wetten.overheid.nl/BWBR0004825/2026-07-01#Artikel49) **Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (RVV 1990), artikel 50**Weggebruikers moeten bestuurders van een voorrangsvoertuig voor laten gaan. § 21. Loslopend vee [Lees het artikel op wetten.overheid.nl](https://wetten.overheid.nl/BWBR0004825/2026-07-01#Artikel50)

## Waar dit bij hoort

Dit begrip komt aan bod in [Gebruik van de weg](/gratis-theorie-leren/gebruik-van-de-weg), hoofdstuk 1 van de gratis theoriecursus.

## [Andere begrippen](/begrippen)

-   [voetgangersoversteekplaats](/begrippen/voetgangersoversteekplaats)
-   [vooraanduiding](/begrippen/vooraanduiding)
-   [voorrangsvoertuig](/begrippen/voorrangsvoertuig)
-   [voorrangsweg](/begrippen/voorrangsweg)
-   [voorsorteerstrook](/begrippen/voorsorteerstrook)

## Ook een rijschool nodig?

Dit begrip hoort bij de theorie. Die leer je hier gratis, voor de rijlessen heb je een rijschool nodig. Op Ribba vergelijk je rijscholen op het slagingspercentage van het CBR, het prijsniveau en de beoordelingen van eerdere leerlingen.

[Rijscholen vergelijken](/rijscholen)

---
Bron: https://ribba.nl/begrippen/voorrangskruispunt — Voorrangskruispunt: betekenis en uitleg | Ribba
