<!-- Machine-leesbare versie van https://ribba.nl/begrippen/reminrichting -->

> De reminrichting is het complete remsysteem van je voertuig. Het verlaagt je snelheid en brengt je auto tot stilstand, met pedaal, leidingen, remmen en de parkeerrem.

# Reminrichting

![reminrichting in het verkeer](/begrippen/reminrichting.webp?v=2fa13587)

De reminrichting is het complete remsysteem van je voertuig. Het verlaagt je snelheid en brengt je auto tot stilstand, met pedaal, leidingen, remmen en de parkeerrem.

De reminrichting werkt als één keten die jouw opdracht omzet in remkracht. Jij geeft het signaal met het rempedaal. De rembekrachtiging vergroot jouw kracht, zodat remmen lichter aanvoelt bij hetzelfde pedaalgevoel. Remleidingen voeren die kracht door. Bij de wielen leveren remschijven met remblokken of remtrommels met remschoenen de remkracht. Ook de [parkeerrem](/begrippen/parkeerrem), met een hendel of knop, hoort erbij. Valt één schakel uit, dan kan de remwerking verminderen of zelfs wegvallen.

Dat dit systeem goed moet zijn, spreekt voor zich en het is wettelijk vastgelegd. Voor [personenauto](/begrippen/personenauto)’s moet de reminrichting deugdelijk zijn. Onderdelen zitten goed vast en zijn niet ernstig door corrosie aangetast. Ze zijn niet beschadigd en vertonen geen inwendige of uitwendige lekkage. Door [slijtage](/begrippen/slijtage) van remschijven mag geen gevaar op breuk ontstaan. Komt er een sponzig pedaal of een remwaarschuwing in beeld? Jij stopt veilig en laat het controleren. Zie je remvloeistof onder de auto, dan geldt hetzelfde.

Als bestuurder voel je de staat van je reminrichting vooral bij remmen. Een stevig, voorspelbaar pedaal en een auto die recht blijft horen erbij. Trillen, naar één kant trekken of metaal op metaal piepen wijzen op slijtage of een defect. Gebruik de reminrichting om je snelheid precies te doseren. Door te anticiperen belast je de remmen minder. Remlichten waarschuwen verkeer achter je wanneer jij remt. Ze leveren geen remkracht; dat doet de reminrichting zelf.

Bij slepen en aanhangwagens gelden aparte regels voor remmen. Heeft een voertuig een drukluchtremsysteem, dan sleep je het alleen met een sleepstang. Je koppelt het luchtremsysteem van het gesleepte voertuig aan dat van de trekker. Gebruik je een dolly of afsleepas met daarop een [motorvoertuig](/begrippen/motorvoertuig), dan tellen die samen als één motorvoertuig. De dolly of afsleepas heeft dan een eigen reminrichting nodig. Bij aanhangwagens kom je vaak een oploopreminrichting tegen. Die term staat in de regels over maximaal te trekken massa.

## Wat je moet onthouden

-   Personenauto’s hebben een deugdelijke reminrichting. Onderdelen zitten goed vast, zijn niet ernstig door corrosie aangetast, niet beschadigd en lekken niet. (RVGT 5.2.31)
-   Voertuigen met een drukluchtremsysteem sleep je alleen met een sleepstang. Je koppelt het luchtremsysteem van het gesleepte voertuig aan dat van het trekkende voertuig. (RVGT 5.18.2)
-   Een dolly of afsleepas met daarop een motorvoertuig telt samen als één motorvoertuig. De dolly of afsleepas heeft dan een eigen reminrichting. (RVGT 5.18.2)

## Misverstanden

-   Denken dat de reminrichting alleen het rempedaal is. Het is het hele systeem, van pedaal en leidingen tot remmen bij de wielen en de parkeerrem.
-   Aannemen dat een klein lekje of wat roest bij de remmen geen probleem is. Lekkage en ernstige corrosie aan onderdelen van de reminrichting zijn niet toegestaan.
-   Geloven dat je elk voertuig veilig met een touw kunt slepen. Bij een drukluchtremsysteem geldt een sleepstang én koppelen van de luchtremsystemen.

## Niet verwarren met

-   [parkeerrem](/begrippen/parkeerrem) De reminrichting omvat alle onderdelen die het voertuig laten vertragen en stoppen, niet alleen de afzonderlijke rem waarmee je een stilstaand voertuig borgt.
-   [antiblokkeersysteem](/begrippen/antiblokkeersysteem) De reminrichting is het hele fysieke remsysteem van pedalen, leidingen en remmen; het antiblokkeersysteem is slechts een regelhulp die daarop inwerkt.
-   [remweg](/begrippen/remweg) De reminrichting is de technische uitrusting die remkracht mogelijk maakt, niet de afstand die het voertuig tijdens het remmen aflegt.

Bron: **Regeling voertuigen, artikel 5.2.31**Eisen Wijze van Keuren 1. Personenauto’s moeten zijn voorzien van een reminrichting waarvan de: a. onderdelen deugdelijk zijn bevestigd met de daarvoor bestemde bevestigings- en borgmiddelen. Indien sprake is van corrosie, is het bepaalde in bijlage VIII, hoofdstuk 1, titel 2, afdelingen 1, 2 en 3 , van toepassing; b. onderdelen niet in ernstige mate door corrosie zijn aangetast. Indien er sprake is van corrosie aan de remleiding of remschijf is het bepaalde in bijlage VIII, artikelen 53 en 54 , van toepassing; c. onderdelen niet zijn beschadigd, gescheurd of gebroken; d. onderdelen geen inwendige of uitwendige lekkage vertonen, en e. remschijven geen dusdanige slijtage mogen vertonen dat er gevaar op breuk ontstaat. – Onderdelen a tot en met c: visuele controle, terwijl de personenauto zich boven een inspectieput of op een hefinrichting bevindt. – Onderdeel d: visuele controle, terwijl de personenauto zich boven een inspectieput of op een hefinrichting bevindt. Indien er twijfel bestaat over de deugdelijkheid van het remsysteem wordt het onder druk gezet, hierna aangeduid met ‘drukproef’. Het rempedaal wordt, bij een hydraulisch remsysteem langzaam, ingetrapt totdat een kracht van 700 N op het pedaal wordt uitgeoefend. Deze kracht wordt gedurende ongeveer 10 seconden uitgeoefend waarbij het pedaal niet op de aanslag mag komen. Indien een rembekrachtiger aanwezig is, wordt de drukproef uitgevoerd met draaiende motor. – Onderdeel e: visuele controle. 2. De rembekrachtiger en de remkrachtregelaar moeten goed functioneren. – Voor de controle van de vacuüm-rembekrachtiger wordt bij uitgeschakelde motor allereerst de vacuümvoorraad opgebruikt door het rempedaal meerdere malen in te trappen. Vervolgens wordt met ingetrapt rempedaal de motor gestart waarna door de opbouw van het vacuüm het pedaal verder moet wegzakken. – Visuele controle van de remkrachtregelaar, terwijl de personenauto zich boven een inspectieput of op een hefinrichting bevindt. 3. Bij hydraulische remsystemen mag bij het bedienen van het rempedaal de slag van het pedaal niet door een aanslag worden beperkt. Controle door het rempedaal in te trappen. Bij twijfel wordt het pedaal met een kracht van ten hoogste 700 N ingetrapt. 4. Het oppervlak van het rempedaal moet stroef zijn. Visuele controle. 5. Remslangen mogen: a. niet in ernstige mate zijn misvormd. Indien een remslang is misvormd, is het bepaalde in bijlage VIII , artikelen 55 en 56, van toepassing; b. niet langs andere voertuigdelen schuren, en c. geen zodanige beschadigingen vertonen dat het wapeningsmateriaal zichtbaar is. De slangen die aan de buitenzijde van een metalen wapening zijn voorzien, mogen geen beschadiging vertonen. – Onderdeel a: visuele controle, terwijl de personenauto zich boven een inspectieput of op een hefinrichting bevindt. – Onderdeel b: visuele controle, waarbij de bestuurde wielen naar de uiterste linker- en rechterstuurstand worden gebracht. – Onderdeel c: visuele controle, terwijl de personenauto zich boven een inspectieput of op een hefinrichting bevindt. 6. Wielen die zijn voorzien van een trommelrem, moeten in onberemde toestand in beide richtingen kunnen draaien zonder dat de remvoering aanloopt. De remvoering van wielen die zijn voorzien van een schijfrem, mag in onberemde toestand in beide richtingen enigszins slepen. Controle door de wielen vrij van de grond of hefinrichting met de hand rond te draaien. 7. De remtrommel of remschijf mag tijdens het remmen niet worden geraakt door delen die zijn bestemd als drager of bevestigingsmiddel van de remvoering. Visuele controle, terwijl de personenauto zich boven een inspectieput of op een hefinrichting bevindt. Indien de remvoering niet zonder demontage zichtbaar te maken is, wordt het wiel rondgedraaid. Hierbij mogen geen schurende geluiden van metaal op metaal hoorbaar zijn. 8. De noodzakelijke bewegingsvrijheid van de remonderdelen mag niet worden beperkt. Visuele controle, terwijl de personenauto zich boven een inspectieput of op een hefinrichting bevindt. 9. Remcilinders moeten zijn voorzien van stofhoezen die niet in ernstige mate mogen zijn beschadigd. Visuele controle, terwijl de personenauto zich boven een inspectieput of op een hefinrichting bevindt. De hoezen worden gecontroleerd voor zover dit zonder demontage mogelijk is. 10. De onderdelen van een antiblokkeersysteem: a. moeten deugdelijk zijn bevestigd met de daarvoor bestemde bevestigings- en borgmiddelen; b. mogen niet in ernstige mate door corrosie zijn aangetast; c. mogen niet zijn beschadigd, gescheurd of gebroken, en d. mogen geen lekkage vertonen. Visuele controle, terwijl de personenauto zich boven een inspectieput of op een hefinrichting bevindt. 11. De waarschuwingsinrichting van het antiblokkeersysteem van personenauto’s in gebruik genomen na 31 december 2017, mag geen defect aangeven. Leden 11 en 12: visuele en auditieve controle. Wanneer na het starten van de motor een optisch of akoestisch waarschuwingssignaal wordt afgegeven dat het systeem niet goed functioneert, wordt ervan uitgegaan dat niet aan deze eis is voldaan. In geval van twijfel wordt een rijproef uitgevoerd. 12. De waarschuwingsinrichting van het elektronisch remsysteem van personenauto’s in gebruik genomen na 31 december 2017, mag geen defect aangeven. [Lees het artikel op wetten.overheid.nl](https://wetten.overheid.nl/BWBR0025798/2026-07-01#Artikel5.2.31) **Regeling voertuigen, artikel 5.18.2**1 Met een motorvoertuig mag niet meer dan één motorvoertuig worden gesleept. 2 Voertuigen voorzien van een drukluchtremsysteem mogen alleen met behulp van een sleepstang worden gesleept. 3 Het drukluchtremsysteem van het gesleepte voertuig dient te zijn aangesloten op het drukluchtremsysteem van het trekkende voertuig. 4 Een dolly of afsleepas en een zich daarop bevindend motorvoertuig worden als één motorvoertuig beschouwd. De dolly of afsleepas dient in dat geval te zijn voorzien van een reminrichting. 5 Een afsleepas mag slechts gebruikt worden, indien zich daarop een motorvoertuig bevindt. 6 Met een motorvoertuig mag geen tweewielig motorvoertuig of samenstel van voertuigen worden gesleept. 7 Met een tweewielig motorvoertuig, een bijzondere bromfiets, een gelede bus of een samenstel van voertuigen mag geen motorvoertuig worden gesleept. [Lees het artikel op wetten.overheid.nl](https://wetten.overheid.nl/BWBR0025798/2026-07-01#Artikel5.18.2) **Regeling voertuigen, artikel 5.18**25da 1 De van een landbouw- of bosbouwtrekker, motorrijtuig met beperkte snelheid of mobiele machine op de kentekencard of in het kentekenregister vermelde technisch toegestane maximum te trekken massa van een aanhangwagen mag niet worden overschreden of de som van de aslasten van een aanhangwagen, alsmede van een samenstel van dolly en oplegger, mag niet meer bedragen dan de vermelde technisch toegestane maximum te trekken massa aanhangwagen. 2 De technisch toegestane maximum te trekken massa van één of meer aanhangwagens mag niet meer bedragen dan de laagste van de volgende waarden: a. de technisch toelaatbare getrokken massa als opgegeven door de fabrikant van het trekkend voertuig; b. de technisch getrokken massa van de mechanische koppelinrichting of koppelinrichtingen; c. 8.000 kg per aanhangwagen, indien het een aanhangwagen betreft met een oploopreminrichting; d. indien een landbouw- of bosbouwtrekker, motorrijtuig met beperkte snelheid, mobiele machine, landbouw- of bosbouwaanhangwagen of verwisselbaar getrokken uitrustingsstuk een ongeremde aanhangwagen voortbeweegt: 1°. de ten aanzien van de constructiekenmerken van het trekkende voertuig opgegeven technisch toegestane maximum te trekken massa van een aanhangwagen en de sterkte van de koppeling; 2°. 1.500 kg, vermeerderd met de technisch toegestane maximummassa op het koppelpunt, indien het een landbouw- of bosbouwaanhangwagen betreft; 3°. 3.500 kg, vermeerderd met de technisch toegestane maximummassa op het koppelpunt, indien het een verwisselbaar getrokken uitrustingsstuk betreft. 3 Indien in het kentekenregister dan wel op het kentekenbewijs van een landbouw- of bosbouwtrekker, mobiele machine, landbouw- of bosbouwaanhangwagen of verwisselbaar getrokken uitrustingsstuk met een datum van eerste toelating na 30 juni 2021 geen technisch toegestane maximum te trekken massa aanhangwagen is vermeld, mag geen aanhangwagen worden voortbewogen. [Lees het artikel op wetten.overheid.nl](https://wetten.overheid.nl/BWBR0025798/2026-07-01#Artikel5.18)

## Waar dit bij hoort

Dit begrip komt aan bod in [Je auto in orde: banden, verlichting en onderhoud](/gratis-theorie-leren/je-auto-in-orde), hoofdstuk 9 van de gratis theoriecursus.

## [Andere begrippen](/begrippen)

-   [rechterdimlicht](/begrippen/rechterdimlicht)
-   [reflector](/begrippen/reflector)
-   [remweg](/begrippen/remweg)
-   [reserveband](/begrippen/reserveband)
-   [richtingaanwijzer](/begrippen/richtingaanwijzer)

## Ook een rijschool nodig?

Dit begrip hoort bij de theorie. Die leer je hier gratis, voor de rijlessen heb je een rijschool nodig. Op Ribba vergelijk je rijscholen op het slagingspercentage van het CBR, het prijsniveau en de beoordelingen van eerdere leerlingen.

[Rijscholen vergelijken](/rijscholen)

---
Bron: https://ribba.nl/begrippen/reminrichting — Reminrichting: betekenis en uitleg | Ribba
