<!-- Machine-leesbare versie van https://ribba.nl/begrippen/mistachterlicht -->

> Een mistachterlicht is een extra fel rood achterlicht voor dichte mist of sneeuwval onder 50 meter zicht. Vrijwel alle personenauto’s hebben standaard minstens één mistachterlicht.

# Mistachterlicht

![mistachterlicht in het verkeer](/begrippen/mistachterlicht.webp?v=9a42c7af)

Een mistachterlicht is een extra fel rood achterlicht voor dichte mist of sneeuwval onder 50 meter zicht. Vrijwel alle personenauto’s hebben standaard minstens één mistachterlicht.

Het mistachterlicht maakt jou van achter beter zichtbaar bij zeer slecht zicht. Het schijnt veel feller dan je normale achterlichten. Het is niet hetzelfde als het remlicht. Het remlicht brandt alleen bij remmen, het mistachterlicht brandt constant zolang jij het aanzet.

Gebruik het mistachterlicht alleen als het echt nodig is. Dus bij mist of sneeuwval met minder dan 50 meter zicht. Bij regen, ook bij zware regen, blijft het uit. Verbeter het zicht, dan schakel je het direct uit. Het licht is zo fel dat het achterliggers kan verblinden. Vuistregel: zie je een stilstaand object op ongeveer 50 meter niet duidelijk, dan mag het aan. Zie je verder dan 50 meter, dan gaat het uit.

Verwar achterste en voorste mistlampen niet. Voorste mistlampen mag je gebruiken bij mist, sneeuwval of hevige regen als het zicht ernstig is belemmerd. Ze mogen in plaats van dimlicht branden. Het mistachterlicht is strenger. Dat gebruik je alleen bij mist of sneeuwval én pas bij minder dan 50 meter zicht.

Technisch is een mistachterlicht altijd rood. In [personenauto](/begrippen/personenauto)’s zit het vaak links of in het midden. Sommige auto’s hebben er twee. Op je [dashboard](/begrippen/dashboard) brandt bij inschakelen een amber/geel controlelampje. Bij veel auto’s kun je het pas aanzetten als stadslicht of dimlicht al aan staat.

Voor personenauto’s is minimaal één mistachterlicht in de praktijk verplicht. Oudere bouwjaren kunnen uitzonderingen hebben, maar vrijwel alle moderne auto’s hebben er één. Twee zijn toegestaan als ze symmetrisch zijn en rood stralen. Heb je er twee, dan gebruik je ze tegelijk. Heb je er één, dan zit die links of in het midden voor zichtbaarheid.

## Wat je moet onthouden

-   Zet het mistachterlicht alleen aan bij mist of sneeuwval met minder dan 50 meter zicht.
-   Gebruik het mistachterlicht niet bij regen, ook niet bij hevige regen.
-   Schakel het mistachterlicht meteen uit zodra het zicht beter wordt.
-   Een mistachterlicht is rood; andere kleuren zijn niet toegestaan.
-   Personenauto’s hebben minimaal één mistachterlicht; een tweede mag, symmetrisch en rood.
-   Het controlelampje voor het mistachterlicht is amber/geel en toont dat het aan staat.
-   Een mistachterlicht vervangt geen remlichten en geen waarschuwingsknipperlichten.

## Misverstanden

-   Het mistachterlicht aanzetten bij zware regen is niet toegestaan.
-   Het mistachterlicht laten branden bij normaal zicht, ook in stad of file.
-   Denken dat het mistachterlicht hetzelfde is als het remlicht.
-   Aannemen dat twee mistachterlichten verplicht zijn, of dat ze niet rood mogen zijn.
-   Voorste en achterste mistlampen door elkaar halen; de gebruiksregels verschillen.
-   Het mistachterlicht gebruiken ‘om beter gezien te worden’ bij normaal zicht, met vooral hinder en verblinding.

## Niet verwarren met

-   [achteruitrijlicht](/begrippen/achteruitrijlicht) Hier gaat het om een fel rood achterlicht voor zichtbaarheid bij dichte mist of sneeuw, niet om een wit licht dat alleen brandt tijdens achteruitrijden.
-   [waarschuwingslichten](/begrippen/waarschuwingslichten) Dit is een continu brandend fel rood achterlicht voor slecht zicht, niet het gelijktijdig knipperen van richtingaanwijzers.
-   [achterruitverwarming](/begrippen/achterruitverwarming) Dit is verlichting aan de buitenkant die anderen beter laat zien dat jij er rijdt, geen functie die de achterruit ontwasemt.

Bron: **Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (RVV 1990), artikel 34**1 Bij mist, sneeuwval of regen, die het zicht ernstig belemmert, mogen bestuurders van een motorvoertuig en van een gehandicaptenvoertuig mistlicht aan de voorzijde voeren. In dat geval hoeven die bestuurders geen dimlicht te voeren. 2 Bij mist of sneeuwval, die het zicht beperkt tot een afstand van minder dan 50 meter mag mistachterlicht worden gevoerd. [Lees het artikel op wetten.overheid.nl](https://wetten.overheid.nl/BWBR0004825/2026-07-01#Artikel34) **Regeling voertuigen, artikel 5.2.53**Eisen Wijze van Keuren 1. De grote lichten, dimlichten, stadslichten en achteruitrijlichten mogen niet anders dan wit of geel stralen. Leden 1 tot en met 9: visuele controle, waarbij de desbetreffende lichten worden ingeschakeld. 2. De richtingaanwijzers en waarschuwingsknipperlichten mogen naar voren niet anders dan ambergeel of wit en naar achteren niet anders dan ambergeel of rood stralen. 3. De zijrichtingaanwijzers mogen niet anders dan ambergeel stralen. 4. De achterlichten en mistachterlichten mogen niet anders dan rood stralen. 5. De remlichten mogen niet anders dan rood of ambergeel stralen. 6. Het derde remlicht mag niet anders dan rood stralen. 7. De achterkentekenplaatverlichting mag niet anders dan wit stralen en mag niet naar achteren stralen. 8. De markeringslichten mogen naar voren niet anders dan wit, en naar achteren niet anders dan rood stralen. 9. De zijmarkeringslichten mogen niet anders dan ambergeel stralen, met uitzondering van het achterste zijmarkeringslicht, dat ambergeel dan wel rood mag stralen. [Lees het artikel op wetten.overheid.nl](https://wetten.overheid.nl/BWBR0025798/2026-07-01#Artikel5.2.53) **Regeling voertuigen, artikel 5.2.57**Eisen Wijze van Keuren 1. Personenauto’s mogen zijn voorzien van: Onderdelen a tot en met u: visuele controle. a. twee mistvoorlichten; b. meerdere grote lichten, tegelijkertijd mogen niet meer dan vier grote lichten werken; c. twee extra stadslichten; d. twee extra achterlichten; e. twee extra markeringslichten die zichtbaar zijn aan de voorzijde en twee extra markeringslichten die zichtbaar zijn aan de achterzijde van het voertuig, indien deze lichten reeds ingevolge artikel 5.2.51 verplicht zijn; f. twee of vier markeringslichten die zichtbaar zijn aan de voorzijde en twee of vier markeringslichten die zichtbaar zijn aan de achterzijde van het voertuig, indien deze lichten niet reeds ingevolge artikel 5.2.51 verplicht zijn; g. twee staaklichten; h. parkeerlichten; i. één extra mistachterlicht aan de achterzijde van het voertuig; j. extra achteruitrijlichten; k. twee extra richtingaanwijzers en waarschuwingsknipperlichten aan de voor- en achterzijde van het voertuig; l. extra zijrichtingaanwijzers aan beide zijkanten van het voertuig; m. ambergele retroreflectoren aan de zijkanten van het voertuig, indien deze retroreflectoren niet reeds ingevolge artikel 5.2.51 verplicht zijn, de achterste retroreflector aan de zijkant mag rood zijn; n. witte retroreflectoren aan de voorzijde van het voertuig; o. zijmarkeringslichten, indien deze lichten niet reeds ingevolge artikel 5.2.51 verplicht zijn, waarbij bijlage VIII, artikelen 119 tot en met 122 , van toepassing is; p. werklichten; q. een derde remlicht, indien dit licht niet reeds ingevolge artikel 5.2.51 verplicht is, aangebracht overeenkomstig het bepaalde in artikel 5.2.51, eerste lid, onderdeel p ; r. twee dagrijlichten; s. twee bochtlichten; t. twee hoeklichten; u. één manoeuvreerlicht aan elke zijkant van het voertuig. 2. Lichten en retroreflecterende voorzieningen die ingevolge artikel 5.2.51 verplicht zijn gesteld voor voertuigen die na een in dat artikel genoemd tijdstip in gebruik zijn genomen, mogen zijn aangebracht op voertuigen die voor of op dat tijdstip in gebruik zijn genomen, mits wordt voldaan aan de in artikel 5.2.53 met betrekking tot die lichten gestelde eisen. Leden 2 en 3: visuele controle. 3. Personenauto’s mogen zijn voorzien van extra rode retroreflecterende voorzieningen aan de achterzijde en extra retroreflecterende voorzieningen aan de zijkanten van het voertuig, welke ambergeel moeten zijn, met uitzondering van de achterste retroreflector aan de zijkant, welke rood mag zijn. 4. In afwijking van het eerste lid, onderdeel q, mogen twee extra remlichten worden aangebracht, indien het derde remlicht niet binnen 0,15 m vanaf het middenlangsvlak kan worden bevestigd. Visuele controle. In geval van twijfel wordt gemeten. [Lees het artikel op wetten.overheid.nl](https://wetten.overheid.nl/BWBR0025798/2026-07-01#Artikel5.2.57)

## Waar dit bij hoort

Dit begrip komt aan bod in [Veilig rijden en reageren in noodsituaties](/gratis-theorie-leren/veilig-rijden-en-noodsituaties), hoofdstuk 4 van de gratis theoriecursus.

## [Andere begrippen](/begrippen)

-   [milieu](/begrippen/milieu)
-   [militaire colonne](/begrippen/militaire-colonne)
-   [motorfiets](/begrippen/motorfiets)
-   [motorolie](/begrippen/motorolie)
-   [motorrijder](/begrippen/motorrijder)

## Ook een rijschool nodig?

Dit begrip hoort bij de theorie. Die leer je hier gratis, voor de rijlessen heb je een rijschool nodig. Op Ribba vergelijk je rijscholen op het slagingspercentage van het CBR, het prijsniveau en de beoordelingen van eerdere leerlingen.

[Rijscholen vergelijken](/rijscholen)

---
Bron: https://ribba.nl/begrippen/mistachterlicht — Mistachterlicht: betekenis en uitleg | Ribba
