<!-- Machine-leesbare versie van https://ribba.nl/begrippen/markering -->

> Een markering is belijning, tekst of een symbool op het wegdek. Het stuurt je positie, richting en gedrag en is vaak direct gekoppeld aan een verkeersregel.

# Markering

![markering in het verkeer](/begrippen/markering.webp?v=0d737c61)

Een markering is belijning, tekst of een symbool op het wegdek. Het stuurt je positie, richting en gedrag en is vaak direct gekoppeld aan een verkeersregel.

Markeringen zijn de taal van het asfalt: strepen, pijlen, woorden en symbolen op de weg. Voorbeelden zijn doorgetrokken en onderbroken strepen tussen rijstroken, voorsorteerpijlen, [haaientanden](/begrippen/haaientanden), zebra’s, fietssymbolen en de woorden BUS of LIJNBUS. Sommige markeringen begrenzen een speciaal deel van de rijbaan, zoals een [fietsstrook](/begrippen/fietsstrook) of een [busstrook](/begrippen/busstrook). Een [blokmarkering](/begrippen/blokmarkering) is een rij korte, dikke witte blokjes; je ziet die vaak tussen de [doorgaande rijbaan](/begrippen/doorgaande-rijbaan) en een invoeg- of [uitrijstrook](/begrippen/uitrijstrook). Meestal zijn markeringen wit. Gele markeringen vallen extra op en kunnen strengere beperkingen aanduiden, zoals niet stilstaan langs een gele doorgetrokken streep.

Bij een aantal markeringen hoort direct een concrete gedragsregel. Sta je rechts van een blokmarkering en rijdt een ander links daarvan, dan mag jij die ander rechts inhalen. Een fietsstrook herken je aan belijning met fietssymbolen; daarop mag je niet stilstaan, en ook niet op de rijbaan direct erlangs. Een busstrook is op vergelijkbare wijze gemarkeerd met BUS of LIJNBUS; op de rijbaan direct langs een busstrook mag je niet stilstaan. Bij een bushalte geldt: ter hoogte van de geblokte markering niet stilstaan. Ontbreekt die markering, dan blijf je met stilstaan minimaal 12 meter van het haltebord. Op of binnen 5 meter van een oversteekplaats mag je niet stilstaan, zowel ervoor als erna. Langs een gele doorgetrokken streep mag je evenmin stilstaan. Voor direct en onmiddellijk in- of uitstappen bij een halte geldt een uitzondering.

Voor inhalen is de basis eenvoudig: je haalt in principe links in. Er zijn duidelijke, beperkte uitzonderingen. Je mag rechts inhalen bij iemand die links heeft voorgesorteerd en richting naar links aangeeft. Fietsers halen elkaar links in, maar fietsers mogen andere bestuurders rechts inhalen. Bevind jij je rechts van een blokmarkering en een ander links daarvan, dan mag je die ander rechts inhalen. Trams mag je rechts inhalen. Let op wie met ‘bestuurders’ wordt bedoeld: dat zijn alle weggebruikers behalve voetgangers. Dus niet alleen de bestuurder van een [motorvoertuig](/begrippen/motorvoertuig), maar bijvoorbeeld ook een fietser, [ruiter](/begrippen/ruiter) of menner. Lees markeringen vroegtijdig en kies je positie op tijd, zodat je niet onverwacht hoeft te wisselen of te stoppen.

## Wat je moet onthouden

-   Inhalen doe je in principe links.
-   Je mag een bestuurder die links heeft voorgesorteerd en richting links aangeeft rechts inhalen.
-   Fietsers halen elkaar links in; fietsers mogen andere bestuurders rechts inhalen.
-   Rijd je rechts van een blokmarkering, dan mag je bestuurders links van die markering rechts inhalen.
-   Je mag trams rechts inhalen.
-   Je mag je voertuig niet laten stilstaan op een kruispunt of op een [overweg](/begrippen/overweg).
-   Je mag niet stilstaan op een fietsstrook of op de rijbaan langs een fietsstrook.
-   Je mag niet stilstaan op een oversteekplaats of binnen 5 meter daarvan, zowel ervoor als erna.
-   Je mag niet stilstaan in een tunnel.
-   Bij een bushalte mag je ter hoogte van de geblokte markering niet stilstaan; ontbreekt die markering, dan niet binnen 12 meter van het bord. Uitzondering: onmiddellijk in- of uitstappen.
-   Je mag niet stilstaan op de rijbaan langs een busstrook.
-   Je mag niet stilstaan langs een gele doorgetrokken streep.
-   Bestuurders zijn alle weggebruikers behalve voetgangers.

## Misverstanden

-   Denken dat ‘bestuurder’ alleen iemand is die een voertuig bestuurt. In het verkeer zijn alle weggebruikers behalve voetgangers bestuurders.
-   Aannemen dat je altijd rechts mag inhalen als er ergens blokmarkering ligt. Dat mag alleen als jij rechts van die markering rijdt en de ander links ervan.
-   Verwarren dat een fietsstrook alleen voor fietsen belangrijk is. Je mag er niet op stilstaan en ook niet op de rijbaan direct ernaast.
-   Uitgaan van ‘even snel’ stilstaan bij een bushaltehaven. Ter hoogte van de geblokte markering mag je niet stilstaan; ontbreekt die markering, blijf dan minimaal 12 meter van het bord. Alleen direct in- of uitstappen mag.
-   Denken dat het stilstaanverbod bij een zebra alleen vóór de strepen geldt. Het geldt op of binnen 5 meter van de oversteekplaats, zowel ervoor als erna.
-   Aannemen dat een gele doorgetrokken streep alleen ‘niet parkeren’ betekent. Langs een gele doorgetrokken streep mag je helemaal niet stilstaan.

## Niet verwarren met

-   [blokmarkering](/begrippen/blokmarkering) Markering is de verzamelnaam voor alle tekens op het wegdek, niet één specifieke streep.
-   [haaientanden](/begrippen/haaientanden) Markering gaat over alle belijning en tekens op het wegdek, niet over één specifieke voorrangsaanduiding.
-   [fietsstrook](/begrippen/fietsstrook) Markering is de belijning die een strook aangeeft, niet het strookgedeelte van de rijbaan zelf.

Bron: **Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (RVV 1990), artikel 11**1 Inhalen geschiedt links. 2 Bestuurders die links voorgesorteerd hebben en te kennen hebben gegeven dat zij naar links willen afslaan, worden rechts ingehaald. 3 Fietsers dienen elkaar links in te halen; zij mogen andere bestuurders rechts inhalen. 4 Bestuurders die zich rechts van een blokmarkering bevinden mogen bestuurders die zich links van deze markering bevinden rechts inhalen. 5 Bestuurders mogen trams rechts inhalen. [Lees het artikel op wetten.overheid.nl](https://wetten.overheid.nl/BWBR0004825/2026-07-01#Artikel11) **Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (RVV 1990), artikel 23**1 De bestuurder mag zijn voertuig niet laten stilstaan: a. op een kruispunt of een overweg; b. op een fietsstrook of op de rijbaan langs een fietsstrook; c. op een oversteekplaats of binnen een afstand van vijf meter daarvan; d. in een tunnel; e. bij een bord bushalte ter hoogte van de geblokte markering dan wel, ingeval die markering niet is aangebracht, op een afstand van minder dan 12 meter van het bord; f. op de rijbaan langs een busstrook en g. langs een gele doorgetrokken streep. 2 Onderdeel e van het eerste lid geldt niet voor het onmiddellijk laten in- en uitstappen van passagiers. § 10. Parkeren [Lees het artikel op wetten.overheid.nl](https://wetten.overheid.nl/BWBR0004825/2026-07-01#Artikel23)

## Waar dit bij hoort

Dit begrip komt aan bod in [Gebruik van de weg](/gratis-theorie-leren/gebruik-van-de-weg), hoofdstuk 1 van de gratis theoriecursus.

## [Andere begrippen](/begrippen)

-   [losbreekreminrichting](/begrippen/losbreekreminrichting)
-   [losliggende](/begrippen/losliggende)
-   [matrixbord](/begrippen/matrixbord)
-   [maximummassa](/begrippen/maximummassa)
-   [maximumsnelheid](/begrippen/maximumsnelheid)

## Ook een rijschool nodig?

Dit begrip hoort bij de theorie. Die leer je hier gratis, voor de rijlessen heb je een rijschool nodig. Op Ribba vergelijk je rijscholen op het slagingspercentage van het CBR, het prijsniveau en de beoordelingen van eerdere leerlingen.

[Rijscholen vergelijken](/rijscholen)

---
Bron: https://ribba.nl/begrippen/markering — Markering: betekenis en uitleg | Ribba
