<!-- Machine-leesbare versie van https://ribba.nl/begrippen/autoweg -->

> Een autoweg begint bij G3 en eindigt bij G4. Je mag er alleen rijden met een motorvoertuig dat minimaal 50 km/u zowel mag als kan rijden; buiten de bebouwde kom is de basislimiet 100 km/u, tenzij borden anders aangeven.

# Autoweg

![autoweg in het verkeer](/begrippen/autoweg.webp?v=01d1db3d)

Een autoweg begint bij G3 en eindigt bij G4. Je mag er alleen rijden met een motorvoertuig dat minimaal 50 km/u zowel mag als kan rijden; buiten de bebouwde kom is de basislimiet 100 km/u, tenzij borden anders aangeven.

Zo herken je de weg: de autoweg start waar [G3](/verkeersborden/g3) staat en eindigt bij [G4](/verkeersborden/g4). Parkeerplaatsen, tankstations en bushalteplaatsen die langs de autoweg liggen horen niet bij de autoweg zelf. Op die plekken kunnen dus andere snelheden en regels gelden dan op de rijbaan. Let daarom altijd op de borden zodra je zo’n terrein opdraait en weer verlaat.

Wie mag er rijden? Alleen bestuurders van een [motorvoertuig](/begrippen/motorvoertuig) dat minimaal 50 km/u mag en kan. [Personenauto](/begrippen/personenauto)’s, motorfietsen, bestelauto’s, vrachtauto’s en autobussen vallen hieronder als ze technisch en wettelijk 50 km/u of meer halen. Bromfietsen, inclusief snorfietsen en brommobielen, zijn geen motorvoertuigen en mogen dus niet op de autoweg. Gehandicaptenvoertuigen, fietsers, ruiters, wagens en voetgangers horen er ook niet. Landbouw- en werkvoertuigen mogen alleen als het motorvoertuigen zijn die 50 km/u mogen en kunnen; veel van deze voertuigen voldoen daar niet aan.

Snelheid: buiten de [bebouwde kom](/begrippen/bebouwde-kom) is de [maximumsnelheid](/begrippen/maximumsnelheid) voor motorvoertuigen op autowegen 100 km/u, tenzij borden een andere limiet aangeven. Binnen de bebouwde kom geldt de snelheid die ter plekke op de borden staat. De eis van minimaal 50 km/u gaat over wat jouw voertuig kan en mag, niet over wat je voortdurend moet rijden. Je past je snelheid altijd aan de situatie aan, maar met een voertuig dat niet tot 50 km/u komt hoor je niet op de autoweg.

Vluchtstroken en vluchthavens langs autowegen zijn bestemd voor noodgevallen. Alleen de [vluchtstrook](/begrippen/vluchtstrook) kan tijdelijk als [spitsstrook](/begrippen/spitsstrook) worden opengesteld als dat met borden is aangegeven; een [vluchthaven](/begrippen/vluchthaven) niet. Sta je buiten de bebouwde kom stil op de rijbaan of op een parkeerstrook, parkeerhaven, vluchtstrook of vluchthaven langs de autoweg, dan gelden lichtverplichtingen. Bestuur je een motorvoertuig op meer dan twee wielen, dan voer je bij nacht en bij ernstig belemmerd zicht overdag stadslicht en achterlicht. Staat er een aanhangwagen stil op die plekken, dan voert die bij nacht en bij ernstig belemmerd zicht overdag achterlicht en het voorgeschreven stadslicht.

## Wat je moet onthouden

-   De autoweg begint bij [G3](/verkeersborden/g3) en eindigt bij [G4](/verkeersborden/g4).
-   Alleen met een motorvoertuig dat minimaal 50 km/u mag en kan rijden mag je de autoweg gebruiken.
-   Bromfietsen, snorfietsen en brommobielen mogen niet op de autoweg.
-   Gehandicaptenvoertuigen, fietsers, ruiters, wagens en voetgangers mogen niet op de autoweg.
-   Buiten de bebouwde kom is de maximumsnelheid voor motorvoertuigen op autowegen 100 km/u, tenzij borden anders aangeven.
-   Binnen de bebouwde kom volg je altijd de snelheidslimiet die op de borden staat.
-   Parkeerplaatsen, tankstations en bushalteplaatsen langs autowegen maken geen deel uit van de autoweg; daar kunnen andere regels en snelheden gelden.
-   Vluchtstroken en vluchthavens zijn voor noodgevallen; alleen de vluchtstrook kan als spitsstrook worden opengesteld als borden dat aangeven.
-   Sta je buiten de bebouwde kom stil met een motorvoertuig op meer dan twee wielen op de rijbaan of op een parkeerstrook, parkeerhaven, vluchtstrook of vluchthaven langs de autoweg, dan voer je bij nacht en bij ernstig belemmerd zicht stadslicht en achterlicht.
-   Staat er buiten de bebouwde kom een aanhangwagen stil op die plekken, dan voert die bij nacht en bij ernstig belemmerd zicht achterlicht en het voorgeschreven stadslicht.

## Misverstanden

-   Op een autoweg geldt altijd 100 km/u. Fout: buiten de bebouwde kom is 100 km/u de basis, maar borden kunnen dit wijzigen en binnen de bebouwde kom volg je de borden.
-   Als mijn voertuig nu 40 km/u rijdt door omstandigheden, mag ik niet op de autoweg. Fout: het voertuig moet 50 km/u mogen en kunnen; je hoeft niet constant 50 te rijden.
-   Brommobielen zijn kleine auto’s en dus toegestaan. Fout: een [brommobiel](/begrippen/brommobiel) is een bromfiets en geen motorvoertuig voor deze regel.
-   Een vluchthaven kan ook als spitsstrook worden opengezet. Fout: alleen de vluchtstrook kan als spitsstrook worden opengesteld.
-   Parkeerplaatsen en tankstations langs de autoweg horen bij de autoweg. Fout: ze maken er geen deel van uit; andere regels kunnen gelden.
-   Landbouwvoertuigen mogen altijd op de autoweg. Fout: alleen als het motorvoertuigen zijn die 50 km/u mogen en kunnen; vaak is dat niet zo.

## Niet verwarren met

-   [provinciale weg](/begrippen/provinciale-weg) Autoweg is een wegcategorie op basis van bord G3 en staat los van wie de weg beheert; een provinciale weg kan autoweg zijn, maar dat hoeft niet.

Bron: **Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (RVV 1990), artikel 1**In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: aanhangwagens : voertuigen die door een voertuig worden voortbewogen of kennelijk bestemd zijn om aldus te worden voortbewogen, alsmede opleggers; ambulance: een voor het verlenen van zorg aan en vervoer van zieken en gewonden ingericht motorvoertuig als bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de Wet ambulancezorgvoorzieningen ; autobus : motorvoertuig, ingericht voor het vervoer van meer dan acht personen, de bestuurder daaronder niet begrepen; autosnelweg : weg, aangeduid door bord G1 van bijlage I ; langs autosnelwegen gelegen parkeerplaatsen, tankstations en bushalteplaatsen maken geen deel van de autosnelweg uit; autoweg : weg, aangeduid door bord G3 van bijlage I ; langs autowegen gelegen parkeerplaatsen, tankstations en bushalteplaatsen maken geen deel van de autoweg uit; bedrijfsauto : bedrijfsauto als bedoeld in artikel 1.1 van de Regeling voertuigen ; bestelauto : motorvoertuig, bestemd voor het vervoer van goederen, waarvan de toegestane maximum massa niet meer bedraagt dan 3500 kg; bestemmingsverkeer : bestuurders wier reisdoel één of meer bepaalde percelen betreft die zijn gelegen aan of in de directe nabijheid van een weg met een door verkeerstekens aangegeven geslotenverklaring voor bepaalde categorieën bestuurders en die slechts via deze weg zijn te bereiken alsmede bestuurders van lijnbussen; bestuurders : alle weggebruikers behalve voetgangers; bestuurder van een motorvoertuig : 1. hij die het motorvoertuig bestuurt of 2. voor zover het betreft een motorvoertuig voor het besturen waarvan een rijbewijs AM, B, C, D of E, is vereist en dat is voorzien van een dubbele bediening, hij die rijonderricht geeft of toezicht houdt in het kader van een vanwege de overheid ingesteld onderzoek naar de rijvaardigheid, niet zijnde een onderzoek als bedoeld in artikel 131, eerste lid, van de wet ; bevoegd gezag : gezag als bedoeld in artikel 18, eerste lid, van de wet ; brombakfiets : bromfiets op drie symmetrisch geplaatste wielen, met twee voorwielen en uitsluitend ingericht voor het vervoer van de bestuurder en van goederen en eventueel van een achter de bestuurder gezeten passagier; brommobiel : bromfiets op meer dan twee wielen, die is voorzien van een carrosserie; busbaan : rijbaan waarop het woord «BUS» of «LIJNBUS» is aangebracht; busstrook : door doorgetrokken of onderbroken strepen gemarkeerd gedeelte van de rijbaan waarop het woord «BUS» of «LIJNBUS» is aangebracht; dag : de periode tussen zonsopgang en zonsondergang; diensten voor spoedeisende medische hulpverlening: de op grond van artikel 4, tweede lid, van de Wet ambulancezorgvoorzieningen aangewezen Regionale Ambulancevoorzieningen, alsmede andere hulpverleningsdiensten die zich in opdracht van een Regionale Ambulancevoorziening als bedoeld in artikel 4, tweede lid, van de Wet ambulancezorgvoorzieningen bezig houden met het verlenen van spoedeisende medische hulpverlening; dierenambulance : motorvoertuig, ingericht en bestemd om te worden gebruikt voor het vervoer van zieke en gewonde dieren; doorgaande rijbaan : rijbaan zonder de invoeg- en uitrijstroken; driewielig motorvoertuig : driewielig motorrijtuig als bedoeld in artikel 1.1 van de Regeling voertuigen ; fietsstrook : door doorgetrokken of onderbroken strepen gemarkeerd gedeelte van de rijbaan waarop afbeeldingen van een fiets zijn aangebracht; gehandicaptenvoertuig : voertuig dat is ingericht voor het vervoer van een gehandicapte, niet breder is dan 1,10 meter en niet is uitgerust met een motor, dan wel is uitgerust met een motor waarvan de door de constructie bepaalde maximumsnelheid niet meer dan 45 km per uur bedraagt, en geen bromfiets is; geslotenverklaring : verbod de betrokken weg in te rijden of in te gaan alsmede de betrokken weg te gebruiken; haaientanden : voorrangsdriehoeken op het wegdek; invoegstrook : door een blokmarkering van de doorgaande rijbaan afgescheiden weggedeelte dat is bestemd voor bestuurders die de doorgaande rijbaan oprijden; kampeerwagen: kampeerwagen als bedoeld in artikel 1.1 van de Regeling voertuigen ; kruispunt : kruising of splitsing van wegen; ligplaats: ligplaats als bedoeld in artikel 1.1 van de Regeling voertuigen ; lijnbus : motorvoertuig, gebezigd voor het verrichten van openbaar vervoer in de zin van de Wet personenvervoer 2000 ; militaire colonne : een aantal zich achter elkaar bevindende militaire dan wel bij een onderdeel van de rampenbestrijdingsorganisatie in gebruik zijnde motorvoertuigen, onder één commandant, die de door Onze Minister in overeenstemming met Onze Minister van Defensie vastgestelde herkenningstekens voeren; motorfiets : motorvoertuig op twee wielen al dan niet met zijspan- of aanhangwagen; motorvoertuigen : alle gemotoriseerde voertuigen behalve bromfietsen, fietsen met trapondersteuning en gehandicaptenvoertuigen, bestemd om anders dan langs rails te worden voortbewogen; nacht : de periode tussen zonsondergang en zonsopgang; overweg : kruising van een weg en een spoorweg die wordt aangeduid door middel van bord J12 of J13 van bijlage 1 ; parkeerhaven of parkeerstrook : langs de rijbaan gelegen verharding die is bestemd voor stilstaande of geparkeerde voertuigen; parkeren : het laten stilstaan van een voertuig anders dan gedurende de tijd die nodig is voor en gebruikt wordt tot het onmiddellijk in- of uitstappen van passagiers of voor het onmiddellijk laden of lossen van goederen; personenauto : personenauto als bedoeld in artikel 1.1 van de Regeling voertuigen ; puntstuk : meerhoekig vlak op het wegdek, opgenomen bij splitsingen of samenvoegingen van wegen, rijstroken of rijbanen; richtlijn 97/24/EG: richtlijn nr. 97/24/EG van het Europees Parlement en de Raad van 17 juni 1997 betreffende bepaalde onderdelen of eigenschappen van motorvoertuigen op twee of drie wielen (PbEG L 226); rijbaan : elk voor rijdende voertuigen bestemd weggedeelte met uitzondering van de fietspaden en de fiets/bromfietspaden; rijstrook : door doorgetrokken of onderbroken strepen gemarkeerd gedeelte van de rijbaan van zodanige breedte dat bestuurders van motorvoertuigen op meer dan twee wielen daarvan gebruik kunnen maken; snorfiets : 1. bromfiets die blijkens de gegevens in het kentekenregister is geconstrueerd voor een maximumsnelheid die niet meer bedraagt dan 25 km per uur, met uitzondering van de speed-pedelec, of 2. bromfiets als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel e, subonderdeel d, van de wet ; speed-pedelec: elektrische bromfiets met trapondersteuning waarvan de aandrijfkracht aanhoudt als het voertuig de snelheid van 25 km per uur overschrijdt; spitsstrook : de vluchtstrook die als rijstrook is aangewezen blijkens bord C23-01 van bijlage 1 ; T100-bus : autobus, ten aanzien waarvan uit een aantekening op het kentekenbewijs of uit het kentekenregister blijkt dat hij zodanig is ingericht dat hij in aanmerking komt voor een maximumsnelheid van 100 kilometer per uur. Met een T100-bus als bedoeld in dit besluit wordt gelijkgesteld een autobus die is geregistreerd in een andere lidstaat van de Europese Unie dan wel een staat, niet zijnde een lidstaat van de Europese Unie, die partij is bij een daartoe strekkend of mede daartoe strekkend Verdrag dat Nederland bindt, en ten aanzien waarvan uit het kentekenbewijs of uit een verklaring afgegeven door een onafhankelijke keuringsinstelling, afgegeven op basis van onderzoekingen die een beschermingsniveau bieden dat ten minste gelijkwaardig is aan het niveau dat met de nationale onderzoekingen wordt nagestreefd, blijkt dat de autobus geschikt is voor een maximumsnelheid van 100 kilometer per uur; uitrijstrook : door een blokmarkering van de doorgaande rijbaan afgescheiden weggedeelte dat is bestemd voor bestuurders die de doorgaande rijbaan verlaten; uitvaartstoet van motorvoertuigen: een stoet, bestaande uit motorvoertuigen, die een lijk als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel a, van de Wet op de lijkbezorging of de as van een gecremeerd lijk begeleiden en die de in artikel 30c bedoelde herkenningstekens voeren; veiligheidscel : onderdeel van de constructie van een bromfiets, een motorfiets of een driewielig motorvoertuig dat de bestuurder of passagiers beschermt tegen hoofdletsel; verdrijvingsvlak : gedeelte van de rijbaan waarop schuine strepen zijn aangebracht; verkeer : alle weggebruikers; verkeersregelaar : persoon als bedoeld in artikel 1, onderdeel i, van het Besluit administratieve bepalingen inzake het wegverkeer ; verlicht transparant : verlicht transparant als bedoeld in artikel 1.1 van de Regeling voertuigen ; vluchthaven of vluchtstrook : door een doorgetrokken streep van de rijbaan van de autosnelweg of autoweg afgescheiden weggedeelte, dat bestemd is voor gebruik in noodgevallen, behoudens voor de duur van openstelling als spitsstrook; voertuigen : fietsen, bromfietsen, gehandicaptenvoertuigen, motorvoertuigen, trams en wagens; voorrangsvoertuig : motorvoertuig dat de optische en geluidssignalen voert als bedoeld in artikel 29 ; voorrang verlenen : het de betrokken bestuurders in staat stellen ongehinderd hun weg te vervolgen; vrachtauto : motorvoertuig, niet ingericht voor het vervoer van personen, waarvan de toegestane maximum massa meer bedraagt dan 3500 kg; weggebruikers : voetgangers, fietsers, bromfietsers, bestuurders van een gehandicaptenvoertuig, van een motorvoertuig of van een tram, ruiters, geleiders van rij- of trekdieren of vee en bestuurders van een bespannen of onbespannen wagen; wet : Wegenverkeerswet 1994 ; zitplaats : zitplaats als bedoeld in artikel 1.1 van de Regeling voertuigen . [Lees het artikel op wetten.overheid.nl](https://wetten.overheid.nl/BWBR0004825/2026-07-01#Artikel1) **Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (RVV 1990), artikel 21**Buiten de bebouwde kom gelden de volgende maximumsnelheden: a. voor motorvoertuigen op autosnelwegen 130 km per uur, op autowegen 100 km per uur en op andere wegen 80 km per uur; b. voor bromfietsen en gehandicaptenvoertuigen, uitgerust met een motor: 1. op het fiets/bromfietspad 40 km per uur; 2. op de rijbaan 45 km per uur; 3. op het fietspad, voor de hier bedoelde gehandicaptenvoertuigen, 40 km per uur; c. voor gehandicaptenvoertuigen, uitgerust met een motor, en snorfietsen als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel e, subonderdeel d, van de wet op het trottoir of het voetpad 6 km per uur. [Lees het artikel op wetten.overheid.nl](https://wetten.overheid.nl/BWBR0004825/2026-07-01#Artikel21) **Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (RVV 1990), artikel 38**Bestuurders van een motorvoertuig op meer dan twee wielen, die buiten de bebouwde kom stilstaan op de rijbaan en op langs autosnelwegen en autowegen gelegen parkeerstroken, parkeerhavens, vluchtstroken en vluchthavens moeten bij dag, indien het zicht ernstig wordt belemmerd, en bij nacht stadslicht en achterlicht voeren. [Lees het artikel op wetten.overheid.nl](https://wetten.overheid.nl/BWBR0004825/2026-07-01#Artikel38) **Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (RVV 1990), artikel 39**Stilstaande aanhangwagens moeten buiten de bebouwde kom op de rijbaan en op langs autosnelwegen en autowegen gelegen parkeerstroken, parkeerhavens, vluchtstroken en vluchthavens bij dag, indien het zicht ernstig wordt belemmerd, en bij nacht achterlicht en het in de Regeling voertuigen voorgeschreven stadslicht voeren. [Lees het artikel op wetten.overheid.nl](https://wetten.overheid.nl/BWBR0004825/2026-07-01#Artikel39) **Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (RVV 1990), artikel 42**1 Het gebruik van de autosnelweg is slechts toegestaan voor bestuurders van een motorvoertuig waarmee met een snelheid van ten minste 60 km per uur mag en kan worden gereden. 2 Het gebruik van de autoweg is slechts toegestaan voor bestuurders van een motorvoertuig waarmee met een snelheid van ten minste 50 km per uur mag en kan worden gereden. [Lees het artikel op wetten.overheid.nl](https://wetten.overheid.nl/BWBR0004825/2026-07-01#Artikel42)

## Waar dit bij hoort

Dit begrip komt aan bod in [Gebruik van de weg](/gratis-theorie-leren/gebruik-van-de-weg), hoofdstuk 1 van de gratis theoriecursus.

## [Andere begrippen](/begrippen)

-   [autopech](/begrippen/autopech)
-   [autosnelweg](/begrippen/autosnelweg)
-   [bandenspanning](/begrippen/bandenspanning)
-   [bebouwde kom](/begrippen/bebouwde-kom)
-   [beginnend bestuurder](/begrippen/beginnend-bestuurder)

## Ook een rijschool nodig?

Dit begrip hoort bij de theorie. Die leer je hier gratis, voor de rijlessen heb je een rijschool nodig. Op Ribba vergelijk je rijscholen op het slagingspercentage van het CBR, het prijsniveau en de beoordelingen van eerdere leerlingen.

[Rijscholen vergelijken](/rijscholen)

---
Bron: https://ribba.nl/begrippen/autoweg — Autoweg: betekenis en uitleg | Ribba
